Dinsdag 04/08/2020

Vuurvaste helden op wankele benen

Volgens het jongste herstructureringsplan moet de laatste hoogoven van Luik in 2009 dicht. Maar telt dat plan nog wel na de fusie van Arcelor en Mittal Steel? Bij vakbond FGTB koesteren ze hoop. Met Mittal komt eindelijk weer een captain of industry aan het roer die misschien het nut van de Luikse chaud inziet. Aan de hoogoven van Ougrée lopen ze er niet warm voor. Als het brugpensioen maar niet in gevaar komt.

Door Erik Raspoet Foto's stephan vanfleteren

Ougrée, industrieel hart van Seraing. Dit moet het land van Ooit zijn. Staande op de Pont d'Ougrée ratelt het als een riedel door je hoofd. Ooit waren al deze ruïnes langs de Maasoever bloeiende fabrieken. Ooit werd de skyline hier door rook en vuur spuwende hoogovens gedomineerd. Ooit stopten op de hoek van de Quai Sadoline en de rue Cockerill dagelijks tientallen bussen met Limburgse pendelarbeiders. Ooit was de rue de L'Acier een bruisende handelsstraat in de plaats van een treurige aaneenschakeling van lege vitrines achter roestige rolluiken. Ooit, meer bepaald in de jaren zestig, werkten hier 70.000 metallo's.

Vandaag, ettelijke herstructureringsplannen later, telt Luik nog een kleine 5.000 staalarbeiders. Zes van hen houden op deze woensdagmiddag een baarlijk monster in bedwang. Hoogovens. Ze zijn te groot voor de mens en tarten iedere poging tot beschrijving. Het principe van hun werking is eenvoudig genoeg. Kieper bovenaan beurtelings cokes en ijzererts in de oven, jaag er vanaf de onderkant hete, zuurstofrijke lucht door, en er ontstaat een chemische reactie die de temperatuur in de kern van de oven tot 2.200 graden doet oplopen, hoog genoeg om het ijzer uit het erts te trekken. Dat vloeibare ijzer sijpelt langzaam naar beneden en verzamelt zich in een reusachtig vat, waarin op geregelde tijdstippen een gat wordt geboord om de withete brij te oogsten. Dat is snel verteld, maar het zegt hoegenaamd niets over de verpletterende indruk die een hoogoven maakt. Je moet er het suizen en grommen van de installatie bij horen, de buizen, pijpen en transportbanden zien die zich naar alle kanten vertakken, het vaalbruine stof ruiken dat zich overal ophoopt en de hele omgeving een monochroom uitzicht geeft. En natuurlijk, je moet de hitte voelen, zoals de fondeurs die alles in gereedheid brengen voor de volgende oogst.

Hun grootste zorg is het vrijhouden van het mengkanaal, dat zich in twee richtingen vertakt. De zware fonte wordt rechts afgeleid naar een trechter, die de gloeiende stroop in vuurbestendige tankwagons deponeert. Bovenop het vloeibare ijzer drijft een lichtere laag van afvalproducten, zoals kalk en silicium, de laitier. Die wordt via een simpele overstroom van de fonte gescheiden en zal na afkoeling nog wat opbrengen als grondstof voor de cementindustrie.

Gesteund door een aftandse graafmachine schrapen de arbeiders de nog nagloeiende stollingsresten uit de kanalen. "Om obstructies te vermijden", legt FGTB-afgevaardigde Pierre Leruitte uit. "Anders krijg je bij de volgende coulée overstromingen, en dan is het grote paniek. Vooral de laitier is een verraderlijk goedje. Als die overstroomt, is het rennen voor je leven.

"Weet je, dit werk is geen routine. Alle fondeurs weten het: nooit met de rug naar de oven gaan staan, want er kan altijd iets misgaan. Hoe goed je de installatie ook kent, het blijft een onvoorspelbaar monster. Iedere coulée is ook verschillend, zoals de cru's van een goede wijn. Alles hangt af van de kwaliteit van de ertsen en de cokes. Als de temperatuur van de fonte onder de 1.200 graden zakt, moet je extra uitkijken, want dan slibt de hele boel dicht. Het is al voorgevallen dat de fonte er via de luchtpijpen uit kwam. Dan mag je de hele installatie stopzetten, dat is wekenlang reparatiewerk. Niet iedereen kan met dat permanente gevaar om. Bij de vorige herstructurering kwam er iemand van le froid, de koude productielijn, naar de oven. Het was een ervaren arbeider, maar al na een paar dagen zag hij het niet meer zitten. Pierre, zei hij, ik wil onmiddellijk terug naar le froid. Hij had een overstroming meegemaakt, het was te veel voor zijn zenuwen."

Buitenstaanders worden er niet koud of niet warm van. Cokesfabrieken, hoogovens, gieterijen, walserijen, galvanisatielijnen, het zijn allemaal schakels in de lange keten van de staalproductie. Maar werknemers van de sidérurgie weten beter. Er zijn twee soorten metallo's, die van le chaud en die van le froid. Laatstgenoemde categorie bevolkt het productieproces dat volgt op de warmwalserij, beitsen, koudwalsen, gloeien en verzinken. Gerespecteerd werkvolk, daar niet van, maar de echte helden zitten stroomopwaarts in le chaud. Hoe hoger de temperaturen waaraan ze blootstaan, hoe groter hun prestige en hoe vetter hun risicopremies. Bovenaan de pikorde staan de fondeurs, mannen in zilverkleurige, hittebestendige mantels die met grote pollepels en lange staven in vloeibaar ijzer roeren. Ze kunnen maar beter genieten van hun heroïsche reputatie en extra premies, want hun dagen zijn geteld.

Het herstructureringsplan van Arcelor uit 2003 is ondubbelzinnig: de warme fase in de Luikse regio is tot verdwijnen gedoemd. Vorig jaar werd in Seraing alvast Haut Fourneau 6 gesloten. Voor eind 2009 moet ook in Ougrée het vuur uit. Nog drie jaar dus, en de laatste hoogoven van Luik verhuist naar het land van Ooit.

De aangekondigde sluiting is niet alleen hier hard aangekomen. Nog veel zwaarder is de klap voor Herstal, waar de rest van de warme productiefase is geconcentreerd. Als compensatieruil voor het opdoeken van le chaud en het schrappen van de 2.000 bijbehorende banen beloofde Arcelor nieuwe investeringen in de koude productie. Vreemd genoeg blijft de cokesfabriek, doorgaans gerekend bij le chaud, wel draaien. "Niet zo vreemd", zegt vakbondsman Leruitte, "Arcelor heeft een exploitatievergunning tot 2020. Ze zouden wel gek zijn om eerder te stoppen, want nergens in Europa kun je zo'n vervuilende fabriek nog kwijt."

Of loopt het toch anders? Heeft de warme staalproductie in Luik toch nog een toekomst? De hard bevochten fusie van Arcelor met Mittal Steel heeft in het FGTB-lokaal van Seraing de hoop doen opflakkeren. Ramon Carmona, hoofdafgevaardigde 'chaud', is zich van de paradox bewust. De schaalvergroting lijkt moeilijk te rijmen met hernieuwde overlevingskansen voor hoogovens en walmwalserijen in deze regio. Aan de structurele gebreken van de Luikse staalindustrie is immers niets veranderd. De slechte ligging, ver van alle zeehavens, maakt de aanvoer van grondstoffen duur. Erger nog is de hopeloze versnippering van de productie.

Bij de FGTB kunnen ze er vandaag wel om huilen. In de jaren zestig werden plannen gesmeed voor een revolutie in het Luikse staal. Warm en koud, de hele productielijn zou naar één site worden verhuisd. De keuze viel op een reusachtig terrein in Chertal, gunstig gelegen tussen Maas en Albertkanaal. Helaas, de droom van een geïntegreerde staalfabriek liep schipbreuk. Er was de oliecrisis en het getouwtrek tussen politici die weliswaar dezelfde kleur droegen maar tegengestelde belangen verdedigden. PS-topman Guy Mathot bijvoorbeeld heeft hemel en aarde bewogen om de piste-Chertal te dwarsbomen. Als burgemeester van Seraing besefte hij beter dan wie ook wat de Cockerillheffingen voor zijn stadskas betekenden. Gevolg: Chertal is een onafgewerkte symfonie gebleven, niet eens de helft van de geplande investeringen werd uitgevoerd.

Ander gevolg: constant pendelen goederentreinen tussen Ougrée en Chertal, een afstand van 25 kilometer. De heenrit wordt verzekerd door thermoswagons vol vloeibaar ijzer, hittebestendig en ongevoelig voor spoorstakingen. Het hele netwerk mag lam liggen, de NMBS garandeert in alle omstandigheden de continuïteit van het staaltransport. In de omgekeerde richting vervoeren de treinen geen vloeibaar ijzer meer, maar ruwe staalproducten die in Luik worden afgewerkt. Leuk voor de goederendivisie van de NMBS, maar voor de producent een zware en vermijdbare kost. Dat gold voor Arcelor, en dat geldt onverkort voor Mittal-Arcelor, zoals 's werelds grootste staalproducent heet.

"En toch", zegt Ramon Carmona. "Ik zie een kans. Misschien begrijpen ze bij Mittal dat het herstructureringsplan van 2003 niet deugt. Want er is iets ongerijmds. Ze willen de koude fase in Luik uitbouwen. Prima, maar dan moet je die koude productielijn voeden met ruw straal. Daar knelt het schoentje. Door het afbouwen van de Luikse hoogovens worden we steeds afhankelijker van toevoer uit Gent en Duinkerke. Nu al doen zich geregeld bevoorradingsproblemen voor. Kun je nagaan wat dat wordt als straks Ougrée en Chertal helemaal sluiten. Hopelijk ziet het nieuwe management dat probleem in. Ze moeten beseffen dat een warme fase in Luik geen handicap maar een troef vormt."

Georges Jespers heeft in zijn kantoor een portret hangen van een beroemde voorganger, André Renard. De Waalse vakbondsman werd berucht als gangmaker achter de stakingen tegen de eenheidswet van 1960. Maar staken is niet wat Jespers vandaag in gedachten heeft. Lobbyen en onderhandelen, daar komt het werk van de moderne vakbondsman op neer. De man die bij de FGTB verantwoordelijk is voor Cockerill Sambre was net een dringend dossier aan het samenstellen.

"Over de Waalse participatie in Arcelor", legt hij uit. "We willen voorkomen dat de Waalse regering haar aandelen aan Mittal verkoopt. Door de spectaculaire koersstijging is de verleiding groot, zeker voor een overheid met een chronisch geldgebrek. Maar als vakbond zijn we daartegen. Wallonië had een belang van 2,4 procent in Arcelor. Door de fusie zal dat wellicht onder de 1 procent zakken. Peanuts, maar een kleine vinger in de pap is beter dan helemaal geen vinger in de pap. Weet je, bij Arcelor hadden we een traditie van overleg afgedwongen. Strategische beslissingen over Cockerill Sambre werden binnen de tripartite besproken, een forum waarin zowel de directie als de Waalse regering en de vakbonden een zitje hadden. Als nu de Waalse regering haar aandelen verkoopt, zou dat weleens het einde van de tripartite kunnen betekenen."

De meeste metallo's zullen het ruiterlijk toegeven: van Lakshmi Mittal hadden ze nooit gehoord, tot de Indiase staalmagnaat vijf maanden geleden een bod op Arcelor uitbracht. Ook voor Georges Jespers was de steenrijke Indiër tot voor kort een nobele onbekende. "Ik kende wel de naam van zijn bedrijf", zegt hij. "En uiteraard wist ik dat Mittal een jaar of tien jaar geleden een bedrijf in Charleroi heeft overgenomen. Maar de reputatie van Lakshmi Mittal als ondernemer? Daar kon ik vijf maanden geleden bitter weinig over vertellen."

Intussen is Jespers voldoende geïnformeerd om een kwakkel te weerleggen die door de Arcerlortop in volle overnamestrijd werd gelanceerd. Volgens directeur-generaal Guy Dollé lag de superioriteit van het Europese Arcelor over het Aziatische Mittal voor de hand. De parels van Arcelor hadden geen uitstaans met producten van Mittal. Arcelor stond voor hightech, van hoogwaardig plaatstaal voor de autoassemblage tot buigzame staaldraad voor wonderbra's. En wie was Lakshmi Mittal op de keper beschouwd? Een ordinaire poutrelleboer. "Nonsens", zegt Jespers. "Ook Mittal heeft spitstechnologie in huis. Ten andere, in de Verenigde Staten produceren ze rechtstreeks voor de auto-industrie."

Maar is de fusie nu een goede zaak of niet? Jespers hinkt op twee gedachten. "De overnamestrijd heeft Arcelor waanzinnig veel gekost", zegt hij. "Vijf miljard euro aan extra dividenden voor de aandeelhouders, plus nog eens 130 miljoen als schadevergoeding voor het Russische Severstal. Ik vrees dat er straks geen cash meer rest om de investeringen te financieren die in 2003 werden beloofd.

"Aan de andere kant, de fusie kan ook een positief effect hebben. Met Lakshmi Mittal krijgen we eindelijk een echte industrieel aan de top. Dat is een verademing, want wie trok er aan de touwtjes bij Arcerlor? Dat waren geen industriëlen, maar pensioenfondsen die alleen aan de belangen van de aandeelhouders dachten. Ze hadden geen visie, alles werd ondergeschikt gemaakt aan de rentabiliteit. Sommige markten werden zomaar uit handen gegeven, niet omdat we verliezen leden, maar omdat we net niet de vooropgestelde rentabiliteit behaalden."

Maar of Lakshmi Mittal de sluiting van de Luikse chaud nog ter discussie wil stellen? "We gaan dat zeker op de onderhandelingstafel gooien", zegt Jespers. "De kans dat het lukt is klein, maar je weet nooit. Er is namelijk iets veranderd sinds 2003. China en India beleven momenteel een economische boom zonder weerga. De staalmarkt is ginder compleet oververhit, lokale producenten kunnen de vraag niet volgen. Ik wil er geen geld op zetten, maar misschien betekent dat onze redding.

"Weet je, je mag nooit te snel de handdoek in de ring gooien. De christelijke vakbond CSC verkondigde al in 1978 dat de warme fase geen toekomst had. Een verloren zaak, riepen ze, we konden beter alles op le froid zetten. Wij zijn echter altijd blijven vechten voor de hoogovens en de warmwalserij. En maar goed ook, want we hebben in le chaud duizenden banen kunnen redden. Gedurende 28 jaar, dat is een volledige generatie arbeiders."

In Ougrée zijn ze er klaar voor. De boucheuse - wie verzint dit soort machines? - draait tergend langzaam naar het tapgat. Vroeger was dit delicaat handwerk, nu wordt het boren van op veilige afstand gestuurd. Opvallend hoe aandachtig de fondeurs de vorderingen van de gigantische kurkentrekker observeren. De meeste arbeiders die op de hoogoven werken, hebben bijna dertig dienstjaren op de teller. Hen aan de tand voelen op de werkvloer is om veiligheidsredenen verboden. Begrijpelijk, het geringste concentratieverlies kan hier zware brandwonden tot gevolg hebben. Maar volgens mijn begeleider kan ik me de moeite besparen. Ik mag zoeken zoveel ik wil, animo voor de fusie tussen Arcelor en Mittal zal ik hier niet vinden. Hopen ze dan niet op een levensverlenging voor de laatste hoogoven van Luik? Pierre Leruitte trekt een bedenkelijk gezicht. "Veeleer het tegendeel", zegt hij. "Ze willen vooral niet dat er aan het herstructureringsplan wordt getornd. Zie je, volgens de akkoorden van 2003 mogen ze in 2009 allemaal met brugpensioen."

Het is zover. Het tapgat spuwt een zee van vonken. Als de explosie geluwd is, kunnen we een kijkje nemen bij het mengkanaal. Als leek heb ik er niks op aan te merken. Zuiver hoogwaardig ijzer met een prachtige, oranje-rode gloed. Anderhalf uur zal de leegloop van de hoogoven duren, langer dan ons geduld strekt. Pas als we buiten over de parking lopen, valt het me op. Pierre Leruitte draagt nog een plunje van Usinor, net als alle metallo's in deze omgeving.

"Tja, hoe komt dat?", zegt hij. "Na de overname van Cockerill Sambre door Usinor moesten we opeens allemaal nieuwe kostuums krijgen. Toen die eindelijk geleverd werden, was Usinor net opgegaan in de fusiegroep Arcelor. We konden al die kostuums toch niet weggooien? Maar nu zijn ze slimmer geworden. Op de nieuwste kostuums staat helemaal niks. Dat is nog het beste, met al die fusies."

Vakbondsman Georges Jespers:

Je mag nooit te snel de handdoek in de ring gooien. Wij zijn altijd blijven vechten. We hebben in le chaud duizenden banen kunnen redden. Gedurende 28 jaar, dat is een volledige generatie arbeiders

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234