Donderdag 15/04/2021

Vurig, viriel en vuil PARIJS

De Amerikaanse Belg Luc Sante verkent de achterkant van de Lichtstad en botst daar op revolutionairen, prostituees, bohemiens, oproerkraaiers en potsenmakers.

"Parijs was zo'n mooie stad dat veel mensen liever daar arm waren dan rijk elders. (...) Het was een labyrint dat ervoor gemaakt leek om reizigers te vangen."

Het is een gevleugelde uitspraak van situationist Guy Debord (1931-1994). Maar gedateerd lijkt zijn boutade geenszins. De woningprijzen mogen er nu de pan uit swingen, de leefruimtes meestal krap zijn én de kloof tussen arm en rijk pijnlijk voelbaar, toch kunnen weinigen weerstaan aan de lokroep van Parijs. Of zoals Humphrey Bogart het ooit tegen Ingrid Bergman bromde in filmklassieker Casablanca: "We'll always have Paris."

Zelfs ontwrichtende terreuraanslagen houden horden toeristen niet tegen om in gestrekte draf langs Eiffeltoren, Louvre en Notre-Dame te slalommen. De veerkracht en onverstoorbaarheid van de Parijzenaar is daar natuurlijk debet aan. 'Je suis en terrasse', het credo sprak boekdelen na 13 november. Parijs, epicentrum van verlichting en frivool hedonisme, laat zich niet gauw uit het lood slaan. Bovendien heb je nergens anders dan in Parijs (behalve misschien in Venetië) het gevoel dat je in een bewegende ansichtkaart stapt. Wellicht omdat de hoogbouw er nog steeds aan de ketting ligt en de historische pronkzucht er bovenmatig wordt gecultiveerd.

Weerbarstig

Los van deze tot clichés vermalen Lichtstad, met zijn sfeer van oh-la-la en instant romantiek op de Seine-bruggen, is er natuurlijk een ondergronds, veel weerbarstiger Parijs. Een stad die nog steeds prat gaat op zijn revolutionaire elan, waar vrijwel dagelijks manifestaties het verkeer in het honderd sturen en sinds kort de Nuit Debout de Place de la République bij nacht bezet durft te houden. Je merkt het meteen als je afdwaalt van de door baron Haussmann zo kaarsrecht aangelegde boulevards en je je richting faubourgs, passages, galeries en achterafsteegjes begeeft. Daar zijn wél sporen van een tegendraads Parijs.

Het is precies die schaduwmetropool waar de Amerikaans-Belgische essayist Luc Sante (°1954, Verviers) zijn schijnwerpers op richt. Zijn voorliefde voor decadent vertier, sierlijk verval en de schemerzijde van de nacht kan hij moeilijk verstoppen. In zijn wervelende boek Het andere Parijs. Stad van het volk kruipt Sante diep in de onderbuik en peutert hij aan de rafelranden om het losbandige en anarchistische Parijs bloot te leggen. Hij trommelt een parade aan bohemiens, klaplopers, zwervers, cocottes, prostituees, onruststokers, schilders, armoezaaiers, volkszangers en nachtraven op.

Zo stuiten we op Aristide Bruant, onsterfelijk gemaakt door Toulouse-Lautrec, of pleisteren we in legendarische bordelen als Le Sphinx, Le One-Two-Two of Le Chabanais, met "gesettelde ex-bohemiens" als Simenon en Hemingway als klanten. Er zijn de beroemde chansonnières Mistinguett, Fréhel, Damia of Edith Piaf. Of portretten van de zonderling uitgedoste Bibi-la-Purée, wiens hoofdtaak erin bestond om de dronken dichter Verlaine heelhuids thuis te brengen. Hoe excentrieker de figuren, hoe sneller Sante ze in zijn hart sluit. Zelfs aartsmisdadiger Jacques Mesrine mag opdraven.

Sociale röntgenfoto

Sante vat zijn bonte Parijse gezelschap in een twaalftal zelfstandig te lezen essays. Het leidt tot een caleidoscopisch beeld van hoofdzakelijk het 19de-eeuwse Parijs, uitmondend in een haarfijne sociale radiologie van de Lichtstad, waarin hij ook het fel bevochten en armoedige bestaan van de doorsnee Parijzenaar tekent. Sante gedraagt zich als een geroutineerde flaneur die in het concentrisch gegroeide Parijs zijn favoriete jachtterrein vindt. Hij smult van de woorden van Walter Benjamin: "Zou er geen spannende film kunnen worden gemaakt op basis van de plattegrond van Parijs? Van de samenballing van een eeuwenlange beweging van straten, boulevards, galerijen en pleinen, in een tijdsbestek van een halfuur? En doet de flaneur niet precies dat?" Ook de psychogeografische excursies van Guy Debord werkten inspirerend.

Toch is Santes opzet om de schaduwzijden van Parijs te verkennen niet baanbrekend. Andrew Hussey ging hem voor in het uitstekende, nu heruitgegeven Parijs. De verborgen geschiedenis (2007) en ook Graham Robb zoomt in Parijzenaars (2010) voortdurend in op de strapatsen van de doorsnee inwoners, terwijl Eric Hazan in L'invention de Paris (2002) het stratenplan van het opstandige en authentieke Parijs doorgrondde.

Net als Hussey kickt Sante op het weerspannige zootje ongeregeld dat Parijs altijd heeft bevolkt. En net als de Brit is hij onweerstaanbaar aangetrokken door "viriel, vurig en vuil" en "het zweet van de stad" (dixit Louis-Sébastien Mercier). Contrasten worden fors aangezet. Sante zwicht voor de verlokkingen van de absint, leidt ons naar café-concerts en bals musette of beschrijft de geschiedenis van de guillotine, "de Prix Goncourt voor moordenaars" (aldus L. F. Céline). Hij troont ons ook mee naar de communards en de wereld van de Corsicaanse gangsters in Pigalle.

Sante is een volbloed chroniqueur, die zijn uitputtende research tot een zeer leesbaar geheel aan elkaar smeedt. Iets wat hij eerder al presteerde in zijn debuut Low life (1991), over het dagelijks leven in het criminele 19e-eeuwse Manhattan.

'Attila' Haussmann

"De stad had een karakteristieke smaak die nu is geneutraliseerd. De stad had een vluchtige lyrische toon die nu nauwelijks meer is op te roepen", mijmert Sante. Alsof hij de Parijse lucht van twee eeuwen geleden nog opsnuift. Naast zijn lofzangen op "de meest sublieme stad ter wereld" en haar 5.414 straten, ventileert Sante regelmatig zijn polemische gram. De sloophamer van baron Haussmann legde de stad in een volledig nieuwe plooi volgens "de religie van de rechte lijn". Twintigduizend huizen en hele 19de-eeuwse buurten werden van de kaart geveegd. Haussmann deinsde er zelfs niet voor terug zijn geboortehuis tegen de vlakte te gooien om zijn eigenste Boulevard Haussmann aan te leggen. "De mensen noemden hem Attila en het onteigeningsrecht was zijn gesel."

Toch moet Sante toegeven dat "het overgrote deel van wat de toerist beschouwt als dé aanblik van Parijs het werk van Haussmann is, van Champs-Elysées tot de Boul' Mich'." De "kleine kronkelige straten" met hun permanente modder waren immers kiemhaarden van ziekten, misdaad en ongerief.

Niettemin ontlokt de kaalslag van authentieke buurten Sante regelmatig veel tremolo. Kijk naar wat presidenten Charles de Gaulle, Georges Pompidou en cultuurminister André Malraux in de jaren zestig en zeventig aanrichtten. Ze braken de eeuwenoude markthallen van Les Halles af om er "een gruwelijk shoppingcenter" te droppen. Ook Les Grands Travaux van president Mitterrand vinden geen genade bij Sante. Akkoord, de Opera Bastille ("ziet eruit als een parkeergarage") is een schrijnend staaltje van mislukte architectuur. Maar de Bibliothèque Nationale de France afserveren als "een woningproject op de maan"? En het Centre Pompidou degraderen tot een misbaksel? Wie er binnenloopt, voelt nog steeds hoe de kunsten er floreren. Soms haalt het nostalgische brompotaspect dit boek dus uit balans.

Gelukkig dist Sante vele succulente anekdotes op. Wist u dat aan de buitengrenzen van Parijs ooit boomhutrestaurants verrezen? Of dat het woord 'Parisien' is afgeleid "van het Bargoense woord voor een oud paard dat op het punt staat afgemaakt te worden"? En had u al gehoord van Ivan Sjtsjeglov, die een urbanistisch "hyper-Parijs" voorstond van "duistere driften", geïnspireerd door De Chirico, en daartoe de Eiffeltoren wilde opblazen?

Verdwenen stad

Natuurlijk maakt Sante een ommetje via de catacomben, nu een toeristische hotspot, waar de schedels van de Parijse burgers zijn opgehoopt. Santes boek wil immers ook "een cenotaaf voor een verdwenen stad" zijn. Net als bij de Engelse editie koos de uitgeverij trouwens voor een royaal geïllustreerde uitgave. Zo hobbel je aan de hand van Sante door de stad, turend naar gevelpuien, spiedend naar restjes oproer. Je blik mag ongegeneerd afdwalen. Intussen dist de auteur, happend naar onvervuilde lucht, de zoveelste wetenswaardigheid op.

Een andere overweging eist ten slotte de aandacht op. In Parijs is "schoonheid een nevenproduct van gevaar". Bovendien blijft de stad ongrijpbaar. Charles Baudelaire wist het al: "De vorm van een stad verandert helaas sneller dan het hart van een sterveling."

Luc Sante, Het andere Parijs. Stad van het volk, Uitgeverij Polis, 352 p., 24,95 euro. Vertaling Hans E. van Riemsdijk

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis, De Arbeiderspers (heruitgave), 548 p., 25 euro. Vertaling Jan Braks

Ernest Hemingway, Parijs is een feest, De Arbeiderspers, Privédomein (heruitgave), 239 p., 24,99 euro. Vertaling Arie Storm, met een nawoord van Gustaaf Peek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234