Donderdag 17/10/2019

Vuilbekken met POLLEKE TOX Toxicoloog Paul Schepens over pma, dioxine en andere beschavingsziekten

Zijn roeping is ontstaan op de grootouderlijke boerderij in Wetteren. Toen was ddt de boosdoener en waren vliegen de slachtoffers. De slachtoffers van nu zijn junks, het gif waaraan ze sterven heroïne. Of pma, want het was Paul Schepens die het dodelijke neefje van xtc ontmaskerde. Maar drugs zijn niet de enige dada van deze gerechtsdeskundige. Dioxine, pcb, pak's, als het maar moleculen heeft en ongezond is.

Erik Raspoet

De telefonische instructies waren kort en goed. Wilrijk, UIA-campus, parkeerterrein drie, gebouw S, zesde verdieping. Als de liftdeuren openschuiven, waan ik me in een proefopstelling van Test-Aankoop. Diepvriezers van alle denkbare merken vullen het laboratorium met een gedempte zoemtoon. Wordt hier gehamsterd voor de Derde Wereldoorlog? "Die zitten vol bewijsstukken", legt professor Schepens uit. "Bloed, urine, lijkdelen, allemaal stalen die we voor het parket hebben onderzocht. We zijn verplicht die stukken te bewaren, desnoods jarenlang, tot de zaak volledig is afgerond. Na een stroompanne kan het hier aardig stinken."

'Polleke Tox' wordt hij wel eens door zijn studenten genoemd. Professor en doctor in de toxicologie mag natuurlijk ook. Maar Paul Schepens (61) dankt zijn reputatie niet alleen aan academische merites. Als het over giftige stoffen gaat, weten zowel het gerecht als de overheid hem wonen. De UIA-professor was een van de experts die twee jaar geleden halsoverkop zijn vakantie moest annuleren om de dioxinecrisis te bezweren. Zijn naam rijmt voorts met grote milieudossiers zoals de verbrandingsoven Isvag en de brand in de pesticidenfabriek Protex in de Antwerpse haven. Behalve met ecotoxicologie houdt hij zich voornamelijk bezig met drugs. Opbeurend kan het niet zijn. Meestal belandt dat onderwerp na een verdacht overlijden op zijn onderzoekstafel. "We worden pas ingeschakeld als de wetsdokter geen uitsluitsel kan geven", zegt hij. "Vaak zijn er al sterke vermoedens. Bij een heroïnejunk lijkt de doodsoorzaak voor de hand te liggen. Lijkt, want er kunnen ook andere drugs of geneesmiddelen mee gemoeid zijn. Helemaal zeker ben je pas na een toxicologisch onderzoek."

Heroïne is de belangrijkste leverancier van verdachte sterfgevallen. Soms echter komt het onheil uit een minder klassieke hoek. Paul Schepens was de toxicoloog die onlangs de dodelijke drug pma op het spoor kwam. Het verhaal is intussen genoegzaam bekend. In juli werd het Antwerpse nachtleven opgeschrikt door enkele mysterieuze sterfgevallen. Een overdosis xtc, dacht het parket aanvankelijk, tenslotte waren dat ook de letters op de pillen die de slachtoffers op zak hadden. De gerechtelijke expertise door het UIA-laboratorium wees echter naar een ander register van het alfabet: pma ofte parametoxyamfetamine, een product dat wel sterk op xtc lijkt maar veel gevaarlijker is. De bijsluiter, mocht die er al zijn, zou waarschuwen voor mogelijke bijverschijnselen zoals verhoogde lichaamstemperatuur, bloeddrukstijging, hartritmestoornissen, risico van hartaanval, nierinsufficiëntie en coma. Paul Schepens heeft het de afgelopen weken uitentreuren verteld: pma is een hoogst verraderlijk goedje. Omdat de roes veel langer dan gewoonlijk op zich laat wachten, slikt de gebruiker een tweede en desnoods zelfs een derde comprimé. Argeloos, in de veronderstelling dat het om de vertrouwde xtc gaat, stelt hij zodoende een tijdbom in werking. "Vooral de hyperthermie is spectaculair", zegt professor Schepens. "Een van die slachtoffers liet bij zijn overlijden een temperatuur van 46 graden optekenen."

Vertragingseffecten vielen ook te noteren bij de bevoegde instanties die de publieke opinie pas op 11 augustus, vijf dagen na de verontrustende analyse, voor de dodelijke drug hebben gewaarschuwd. Heeft het parket zich te lang achter het geheim van het onderzoek verscholen? Heeft minister van Volksgezondheid Magda Aelvoet wel voldoende alert gereageerd? Paul Schepens gaat er liever niet op in, tenslotte was hij in deze onverkwikkelijke zaak zelf door het geheim van het onderzoek gebonden. Al wil hij ook niet de masochist uithangen. Hem hoor je dus niet tegenspreken dat er met kostbare tijd is gemorst. "Maar uiteindelijk maakt het allemaal niet veel uit", besluit hij. "Tot dusver weet ik van vier pma-doden: ons laboratorium heeft er twee ontdekt, in Gent en Leuven hebben ze er telkens één gevonden. Een van die sterfgevallen dateert al van het begin van dit jaar, de andere slachtoffers zijn in juli gevallen, in een tijdspanne van nog geen vierentwintig uur. Ik bedoel maar: zelfs een snelle waarschuwing had geen mensenlevens kunnen redden. Vermoedelijk zijn er slechts een paar honderd van die pma-pillen op de Belgische markt beland. Een kleine partij met grote gevolgen."

Gestorven door het koken van het bloed, de lichamelijke ravage moet verschrikkelijk zijn geweest. De onderliggende doodsoorzaak is zo mogelijk nog schokkender: winstbejag. Professor Schepens krabbelt de moleculaire structuren op een vel papier. Als leek zie ik weinig verschil tussen de architectuur van respectievelijk pma en mdma ofte methyleendioxymethamfetamine, de scheikundige benaming van xtc. De producenten van zogenaamde partydrugs kennen het onderscheid des te beter. "Pma laat zich veel gemakkelijker synthetiseren dan xtc", weet professor Schepens. "Het is dus veel goedkoper om te produceren. Dat is de reden waarom er af en toe xtc-pillen met pma op de markt worden gebracht."

Als toxicoloog heeft een klare kijk op de handel en productie van drugs. Ondernemende jongelui met zin in een lucratieve zij het illegale bijverdienste kunnen dan ook maar beter even opletten. Aan hormonen voor vetmesters of bodybuilders moeten ze zich niet vertillen. "Daar heb je al een echt farmaceutisch lab voor nodig", zegt professor Schepens. "Niet toevallig worden illegale hormonenpreparaten hoofdzakelijk in Oost-Europa geproduceerd. Daar hebben ze niet alleen de scheikundige knowhow in huis, de maffia heeft er bovendien vrij spel." Synthetische drugs daarentegen zijn wel een specialiteit van de lage landen, dat valt trouwens ook op de website van het Amerikaanse Drug Enforcement Administration te lezen. Is het aanmaken van zuivere xtc nog werk voor gevorderden, voor pma volstaat het bij wijze van spreken de juiste stoffen onder de juiste druk en de juiste temperatuur samen te voegen. Die grondstoffen zijn overigens bij de betere drogist te koop, de recepten staan dan weer op het internet. "Alleen de verdeling blijft een heikele onderneming", aldus professor Schepens. "Om comprimés te persen moet je het product met zetmeel vermengen. Dat gebeurt vaak slordig. De in beslag genomen pma-comprimés varieerden tussen de 260 en de 280 milligram. Dat zul je met acetylsalicylzuur (Aspirine) niet zo gauw meemaken. Ook bij echte xtc-pillen is de kwaliteit erg ongelijk. De ene keer zit er niets in, de andere keer heb je met een echte bom te maken. Met alle risico's van dien voor de gebruiker." De Voorlichtingsdienst Alcohol en Drugs (VAD) van het ministerie van Volksgezondheid heeft er wat op gevonden. Dit najaar komt er een campagne met de ronkende titel: 'Je weet niet wat je slikt'. Bedoeling is via de geijkte kanalen jongeren alert te maken voor de risico's van hun slikgedrag. In Nederland gaan ze een heel stuk verder. Gebruikers kunnen er hun verboden stuff anoniem en op kosten van de overheid in één van de vijfentwintig gespecialiseerde laboratoria laten testen. "Een nuttig initiatief", vindt Paul Schepens, "maar geen garantie tegen dodelijke ongevallen. Lang niet alle jongeren zullen de weg naar zo'n lab vinden. Het onderscheiden van xtc en pma is een ingewikkelde en tijdrovende klus. Ondenkbaar dat de gebruikers zolang zullen wachten om hun spul te slikken, die willen waar voor hun geld, en het liefst zo snel mogelijk."

Sinds de onverkwikkelijke pma-affaire zit de schrik er vooral bij de ouders van stappende jongeren danig in. Paul Schepens spreekt echter sussende taal. Ouders moeten niet meteen panikeren wanneer ze in de broekzak van hun spruit een xtc-tablet aantreffen. "Een pilletje per week kan heus geen kwaad", zegt hij "Het wordt pas gevaarlijk in combinatie met alcohol of andere drugs. Uiteindelijk is het met stimulerende middelen altijd hetzelfde: het product op zich vormt geen probleem, wel de manier waarop de gebruiker ermee omspringt. Precies daarom is preventie zo belangrijk. Helaas lopen er in Vlaanderen nog te veel mensen met oogkleppen rond. Nog niet zo lang geleden werd ik door een Antwerpse school gevraagd voor een lezing over drugs. Enkele dagen voor het zover was, kreeg ik telefoon van de directeur. Ze hadden net een leerling met een jointje betrapt, en daarom werd de lezing geannuleerd. Dat is natuurlijk onzin, want juist op zo'n moment heb je preventie het hardst nodig."

En als hij toch aan het voorlichten is: slikken en autorijden gaan niet samen. "Xtc behoort tot de groep van de mineure hallucinogenen", doceert hij. "Je gaat er wel geen roze olifanten van zien, maar het beïnvloedt wel degelijk de perceptie van de omgeving. Een oud lief gaat eruitzien als een nieuw lief en house begint je als muziek in de oren te klinken. Spreekt vanzelf dat ook het wegverkeer andere allures aanneemt."

Drugs en weekenddoden, het is een stokpaardje dat hij samen met zijn UIA-collega Luc Beaucourt berijdt. Wat niet wil zeggen dat hij alle standpunten van de even beruchte als mediageile urgentiearts deelt. Zo schreeuwde Beaucourt moord en brand toen in januari de federale regering besliste het gebruik van cannabis niet langer strafrechtelijk te vervolgen. "Daar doe ik niet aan mee", zegt professor Schepens. "Voor mijn part mag cannabis helemaal worden gelegaliseerd. Cannabis, marihuana, hasj, noem het zoals je wilt, er zijn geen toxische neveneffecten bekend. Van een joint ga je niet zweven, integendeel, je wordt er juist alert van. Cannabisproducten worden trouwens al heel lang gebruikt. Herodotos en Homeros hebben erover geschreven, je vindt er zelfs sporen van in de Indiase veda's. Hetzelfde geldt voor cocaïne, daar wisten de inca's ook alles van."

We mogen hem echter niet verkeerd begrijpen. Drugs die predicaten als eeuwenoud en natuurlijk meeslepen, zijn daarom nog niet per se onschuldig. In dat geval zou heroïne ook onze absolutie verdienen. Want wat is heroïne anders dan een verre nazaat van opium, een product waaraan de Chinezen zich al vierduizend jaar bezondigen? Paul Schepens is categorisch. Als er één product is dat het stempel harddrugs verdient, dan is het wel heroïne. "Het is een sedativum", zegt hij, "terwijl xtc, speed of cannabis stimulerend werken, sorteert heroïne een verdovend effect. Precies daarom is die drug zo geliefd bij losers. Heroïnejunks zijn haast altijd mensen die in de goot van de maatschappij liggen, en spuiten is hun manier om hun ellende te verdringen. We merken dat ook aan ons onderzoek over drugs en verkeersongevallen. Heroïnejunks komen niet in de statistieken voor, dat zijn mensen die zich allang geen auto meer kunnen veroorloven. Er is trouwens iets merkwaardigs met heroïne. Bij andere drugs kun je vrij nauwkeurig de dodelijke dosis bepalen, maar bij heroïne is alles mogelijk. Soms hebben heroïnedoden hoge concentraties in het bloed, soms vind je bijna niets. Het gebeurt dat een junk sterft terwijl hij nog maar nauwelijks de spuit in zijn arm heeft gestoken. Aan de spuit blijven hangen, zeggen ze dan in het wereldje. De wetenschap heeft er nog geen verklaring voor."

Over Dame Opium en haar vele kinderen kan hij als toxicoloog meer dan één boom opzetten. Hoe nijvere wetenschappers aan het begin van de negentiende eeuw opium gebruikten om morfine aan te maken. De sterkste pijnstiller ooit, een zegen voor de chirurgijn en zijn patiënt. Jammer alleen dat het verslavende effect even sterk was als de pijnstillende werking. Aan het einde van diezelfde negentiende eeuw kraaiden ze bij de Duitse chemiereus Bayer victorie. Ze hadden het ei van Columbus gevonden: een van morfine afgeleid product met dezelfde pijnstillende kracht maar zonder vervelende nevenwerking. Zo'n wondermiddel verdiende een passende naam, heroïne was geboren. "Helaas", vertelt Paul Schepens. "Dat wondermiddel bleek bij nader inzien nog sterker verslavend dan morfine. In feite gaat dat op voor alle sedativa. Hoe efficiënter ze de pijn onderdrukken, hoe groter het risico op verslaving. Ik heb het trouwens al vaak gezegd: in een gemiddelde apotheek vind je veel meer verslavende middelen dat op de hele drugsmarkt samen."

Zijn expertise staat niet alleen ten dienste van het parket. Op een keer werd hij in de arm genomen door een kleine marihuanadealer die in moeilijke papieren zat. Een van zijn klanten was in een ontwenningscentrum schielijk overleden. Het openbaar ministerie eiste een zware straf, want volgens de akte van beschuldiging was de overdosis te wijten aan de marihuana die de aflijvige van de dealer had gekocht. "Ik vond het meteen een vreemde zaak", vertelt professor Schepens. "Een overdosis marihuana, dat had ik nu nog nooit gehoord. Voor zover ik weet zijn er van marihuana helemaal geen dodelijke intoxicaties bekend. Wat bleek uit het onderzoek? Die jongen was niet gestorven door het innemen van marihuana. Nee, in zijn bloed zaten grote concentraties van een synthetisch methadonanaloog en een pijnstiller, twee geneesmiddelen die ze hem in het ontwenningscentrum hadden voorgeschreven. Hij had meteen een hele verpakking gekregen, met het vriendelijke verzoek zich aan de voorgeschreven dosis te houden. Kun je nagaan wat een stommiteit, alsof ze de kat bij de melk hadden gezet. Enfin, dankzij mijn verslag hebben ze die marihuanadealer toch mooi vrijgesproken. Zie je, soms is het echt detectivewerk."

Detectivewerk, dat is ook waar de oorsprong van de toxicologie ligt. Een van de founding fathers van die discipline was James Marsch, de Engelse scheikundige die in de negentiende eeuw een methode vond om arsenicum in het bloed op te sporen. Voor gerecht en politie betekende dat een grote doorbraak. Arsenicum, een wit poeder zonder smaak of geur, was eeuwenlang het ideale wapen om een vervelende vijand of een lastige echtgenoot uit de weg te ruimen. Naarmate de forensische toxicologie zich ontwikkelde, daalde de populariteit van gif als moordwapen. "Ik heb zelf maar één geval meegemaakt", vertelt Paul Schepens. "Een boerin had insecticide in de thermosfles van haar man gedaan. E605, die stakkerd had geen schijn van een kans. Maar dat is haast veertig jaar geleden, ik was nog assistent aan de Gentse rijksuniversiteit. Weet je, het heeft niet alleen te maken met de betere opsporingsmethoden. Het wordt voor de burger steeds moeilijker om aan echt gevaarlijke producten te geraken. Onze geneesmiddelen worden alsmaar veiliger, zelfs bij de drogist moet je al zoeken naar zwaar spul. We merken het ook aan de zelfmoordpogingen. Vroeger was het eenvoudig: rattenvergif, want daar zat arsenicum in. Ouders raken nog steeds in paniek als hun kinderen nog maar in de buurt van een brokje rattenvergif komen. Nochtans zit er allang geen arsenicum meer in maar wel een anticoagulans, een middel dat het stollen van het bloed verhindert. Volstrekt ongevaarlijk voor de mens. Geloof me, het is tegenwoordig niet gemakkelijk meer om jezelf met vergif van kant te maken."

Zelf heeft hij de jaren des onschulds nog meegemaakt. Op de boerderij van zijn grootouders in Wetteren werd kwistig met ddt gestrooid. Misschien is daar wel de grondslag voor zijn latere carrière gelegd. Kleine Paul keek met grote ogen toe hoe de vliegen rondtolden in het witte poeder dat een vinger dik op de vensterbank van de stal lag. "Een paar seconden en ze waren morsdood", vertelt hij. "Ddt was een Amerikaanse uitvinding. Het was zo efficiënt dat het tijdens de oorlog tot militair geheim werd verklaard. Pas na '45 werd het gecommercialiseerd. Boeren vonden het fantastisch, ze strooiden het met kilo's tegelijk uit om hun stallen insectenvrij te houden. De mensen wisten van de prins geen kwaad. Ik heb het met eigen ogen gezien: de stalknecht van mijn grootouders schepte het poeder met de koffielepel op en slikte het in. Dat was zijn manier om de kinderen gerust te stellen: kijk eens hoe onschuldig dat witte goedje wel is. Nu weet ik ondertussen dat er in dat product maar één procent actief bestanddeel zat. Maar ongevaarlijk? De ellende met ddt is de onwaarschijnlijke stabiliteit waardoor het zich in ons lichaam opstapelt. Dat is ook de reden waarom het werd verboden."

Na ddt werden nieuwe en nog krachtiger insecticiden op de markt gebracht, vaak afgeleiden van Duitse oorlogsgassen als sarin en tabun. Afbreekbaar, maar nog vele malen giftiger dan ddt. Het moet begin jaren zestig zijn geweest. Terwijl Paul Schepens zijn eerste stappen in de toxicologie zette, stierven in Vlaanderen nu de boeren als vliegen. "De geschiedenis herhaalde zich", zegt hij. "Er werd met die nieuwe insecticiden even kwistig omgesprongen als met ddt. Vooral E605, parathion, maakte furore. Boeren sproeiden er hun akkers mee. Als de wind verkeerd zat, kregen ze het spul over zich heen. Raakte de sproeikop verstopt, dan zetten ze die aan hun mond om het vuil door te blazen. Ook E605 werd verboden, maar de boeren gingen zich bevoorraden in Nederland, waar het langer op de markt bleef. Merkwaardig genoeg heeft Nederland met parathion nooit dodelijke ongevallen gekend." Hij heeft een originele verklaring voor dat verschil: "Het ligt aan onze Bourgondische volksaard. Als de bijsluiter een lepel product per liter water voorschrijft, dan doet een Vlaming er gegarandeerd twee lepels in, om zeker te spelen. Met het gebruik van geneesmiddelen is het juist hetzelfde liedje, we overdrijven werkelijk in alles."

Gevaarlijke bestrijdingsmiddelen als E605 mogen dan in Europa verboden zijn, ze worden hier nog altijd geproduceerd en verkocht aan ontwikkelingslanden. De gevolgen zijn voer voor de toxicologische congressen waarop Paul Schepens een bekende verschijning is. Sproeivliegtuigen die behalve bananenplantages ook de bijbehorende arbeiders op een giftige douche trakteren, dodelijke ongevallen als gevolg van onwetendheid, het is vaste prik. "Het contrast is groot", stelt hij vast. "Collega's uit het zuiden hebben vooral met acute intoxicaties te maken. Die fase hebben wij in de geïndustrialiseerde wereld achter de rug. De gevaarlijkste producten zijn allang uit circulatie gehaald. Wij maken ons nu vooral zorgen over langdurige blootstelling aan pop's, persistant organic pollutants."

Inderdaad, de argeloze, ddt oplepelende stalknecht is niet meer van deze tijd. Met de strengere reglementering op toxische stoffen nam ook de argwaan van het publiek toe. Tegenwoordig volstaat een picogram dioxine om een buurtcomité uit de grond te stampen. Niet ten onrechte, aldus professor Schepens, die al ruim vijftien jaar de effecten van pop's op het milieu bestudeert. Onder die afkorting ressorteert een breed gamma van toxische stoffen, waaronder vooral de gechloreerde verbindingen zoals dioxine en pcb een kwalijke faam genieten. Niemand zal professor Schepens verwijten dat hij een vakidioot is. Als het eropaan komt, durft hij het brede perspectief te hanteren. De problematische omgang van de mens met die gevreesde organochloorverbindingen? Zonder aarzelen snijdt hij een fors hoofdstuk uit de evolutieleer aan. We worden miljoenen jaren in de tijd teruggeflitst, naar het magische moment toen het leven de sprong van de zee naar het land waagde. De eerste organismen stonden voor een fantastische uitdaging: wat moesten ze doen met hun eigen afvalstoffen? Lozen in de zee zoals vroeger kon niet meer. Daarom ontwikkelden ze complexe moleculen die in staat waren andere, even complexe moleculen af te breken. Uit die enzymen is op de lange duur ons metabolisme gegroeid. Dat werkt perfect, tenminste voor natuurlijke afvalstoffen. Maar precies daar ligt nu het probleem: een incidentele bosbrand uitgezonderd worden in de natuur geen organochloorverbindingen geproduceerd. "Ons gestel weet er gewoon geen raad mee", besluit professor Schepens. "Ze worden niet afgebroken maar stapelen zich vrolijk op in ons lichaam."

Als het over ecologie en volksgezondheid gaat, klinkt hij niet bepaald optimistisch. Nieuwe rampen zoals de dioxinecrisis - in feite ging het om een pcb-crisis, zo weet iedere toxicoloog - vallen niet uit te sluiten. "Goed", zegt hij, "pcb's zijn nu verboden, er wordt ook strenger gecontroleerd. Toch wordt het moeilijk om dat spul helemaal uit de voedselketen te houden. Zestig tot zeventig procent van alle geproduceerde pcb's is nog in omloop. Wat zal daarmee gebeuren? Verwerken is peperduur, dus blijft de verleiding bestaan om het te lozen, waarna het vroeg of laat toch weer in onze voedselketen terechtkomt."

Hij heeft nog meer slecht nieuws. Na de polycyclische chloorverbindigen zoals pcb en dioxine is nu een nieuwe generatie scheikundige stoffen in opmars. Even bedreigend voor het milieu, even weinig afbreekbaar voor het menselijk gestel en evenzeer behept met een onmogelijke naam: polygebromeerde bifenylethers of pbbe's. "Dat zijn brandvertragers", verduidelijkt Paul Schepens. "Die worden massaal gebruikt bij de productie van plastic en textiel. In Zweden werden al verontrustende concentraties in moedermelk aangetroffen. Scandinavische onderzoekers hebben in het slib van een aantal Europese rivieren naar sporen van pbbe gezocht. Behalve een kleine rivier in Noord-Engeland was er één echte uitschieter: onze eigen Schelde." Natuurlijk kent hij de dooddoener wel. De mens leeft steeds langer, dus zo erg kan het met ons leefmilieu niet gesteld zijn. "Maar volksgezondheid draait niet alleen om ouderdomsstatistieken", repliceert hij. "De kwaliteit van het leven is veel belangrijker. En dan stel ik vast dat steeds meer mensen lijden aan astma, en dat één koppel op de zes geen kinderen kan krijgen zonder medische tussenkomst. Dat stemt tot nadenken."

In Wilrijk weten ze er alles van. Op een boogscheut van de UIA ligt de omstreden Isvag-verbrandingsoven, die alweer een jaar in bedrijf is. Paul Schepens onderhoudt met de door omwonenden fanatiek bestreden installatie een dubbelzinnige relatie. Zijn laboratorium nam deel aan de metingen die de bange vermoedens in de aanpalende Neerlandiawijk bevestigden. Er werden pieken genoteerd die de huidige dioxinenorm tot 50.000 keer overschreden. En toch. Vorig jaar werd hij met andere wetenschappers door Vlaams minister van Leefmilieu Vera Dua gepolst over de implicaties van een heropstart voor de volksgezondheid. Hij is er zeker van: hadden de experts toen eensluidend het juiste antwoord gegeven, dan was de oven nu dicht. Maar professor Schepens en zijn collega's lieten die eer aan zich voorbijgaan. "We weten het niet", luidde hun repliek waarmee de verbrandingsoven werd gered. "Het enige juiste antwoord", houdt hij vol. "We kunnen wel vermoeden dat er risico's bestaan voor de volksgezondheid, maar vermoedens vormen nog geen wetenschappelijk bewijs. Weet je, de buurtbewoners verwachten van ons het onmogelijke. Ze willen dat wij vertellen dat hun zoon of dochter ziek geworden is door de nabijheid van die schoorsteen. Met de beste wil van de wereld, dat gaat niet. Om te beginnen is de Neerlandiawijk veel te klein om epidemiologisch relevant onderzoek te verrichten. Bovendien gaat het om dioxine. Van benzeen weten we dat het leukemie veroorzaakt. Maar de pathologie van dioxine is allerminst eenduidig, dat gaat van verstoorde schildklierwerking over aftakeling van de immuniteit tot onvruchtbaarheid." Als het over de Isvag-oven gaat, blaast hij warm en koud. Volgens het voorzorgsprincipe moet de oven dicht, dat geeft hij grif toe. "Maar wat dan met het Antwerpse huisvuil?", vraagt hij zich af. "We kunnen toch niet alles storten, dat is al even schadelijk voor het milieu. Afvalpreventie is de enige echte oplossing. Als ik naar de supermarkt ga, bestaat de helft van mijn aankopen uit verpakking. Zolang dat niet verandert, moeten we ons behelpen, onder andere met afvalverbranding. Overigens: we kunnen de zaak ook positief bekijken. Dankzij de heisa heeft Isvag zwaar geïnvesteerd in nieuwe filters en wordt de oven uiterst scherp gecontroleerd. Persoonlijk zou ik me meer zorgen maken mocht ik in de buurt van pakweg de verbrandingsoven van Sint-Niklaas wonen." De band van de recorder springt af, het is een lang gesprek geworden. Bij het afscheid steekt Paul Schepens een van de tien sigaretten op die hij zich dagelijks veroorlooft. Wie daarop commentaar geeft, krijgt een kordaat antwoord. "Tien sigaretten", zegt hij, "dat moet het equivalent aan polyaromatische koolwaterstoffen (pak's) zijn van een dagje rondlopen in de Antwerpse binnenstad."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234