Vrijdag 09/12/2022

VUB wuift vijf monumenten uit

Vandaag huldigt de Vrije Universiteit Brussel Mark Elchardus, Eric Corijn, Paul Devroey, Benjamin Van Camp en Lode Wyns, want de 'babyboomprofessoren' gaan op emeritaat. Alle vijf werden ze net na de oorlog geboren, alle vijf maakten ze een omwenteling in hun eigen vakgebied mee. Nu móéten ze afscheid nemen, al kijken ze zelf toch het liefst vooruit.

LODE WYNS (MOLECULAIR BIOLOOG)

'Zowel Stones als kamermuziek zijn nodig'

Hij spreekt van een 'explosie' in zijn vakgebied tijdens zijn bijna veertig jaar aan de universiteit, en moleculair bioloog Lode Wyns (°1946) overdrijft niet. "In de jaren vijftig werd de rol van DNA begrepen, maar in de jaren zeventig is duidelijk geworden wat dat kon betekenen."

Veel. En steeds meer, zegt professor Wyns, die in de 21ste eeuw enorme doorbraken ziet gebeuren. "Ieder individu heeft zo'n 3 à 4 miljard 'lettertjes' in erfelijk materiaal, en nu staan we zo ver dat het mogelijk zal zijn naar zeer geïndividualiseerde geneeskunde te gaan. Omdat ieder zijn eigen code heeft. Dat zal nadelen hebben, maar ook ongelooflijke voordelen. Er komen ook nieuwe medische bestrijdingsmiddelen, en in de neurologie komen we tot een 'knowledge of knowledge': de werking van de hersenen en van het verstand wordt steeds beter begrepen. Het gaat dus niet alleen meer over de erfelijkheid van ziekten waarvan we vroeger zegden: het zit in het bloed. We begrijpen ook steeds beter waarom mensen met een bepaalde intelligentie geboren worden."

Dat klinkt allemaal positief, maar professor Wyns wijst wel op de enorme kritische massa die nodig zal zijn om het onderzoek te verrichten en te ondersteunen. "Na de Tweede Wereldoorlog was veel energie nodig en investeerde men enorm in kernfysica en dus in machines. Ook de biomedische en biotechnische sector kregen middelen, niet in apparatuur, maar wel in werkingskosten en personeel. Vraag is of men dat zal willen blijven doen. Het grote gevaar is dat men zal investeren in vakgebieden waarvan men onmiddellijke toepassingen ziet, maar misschien niet in abstractere vormen van bijvoorbeeld wiskunde of fysica of zelfs filosofie."

Dat zou Wyns bijzonder jammer vinden, en een slechte zaak voor de kwaliteit van het onderzoek. "Ik vergelijk het wel eens met muziek. The Rolling Stones krijgen het Koning Boudewijnstadion vol, een kamermuziekensemble heeft het veel moeilijker om een kleine concertzaal te vullen. Maar ik apprecieer ze allebei én ze zijn allebei van belang. De kans bestaat echter dat het geld enkel naar de Stones zou gaan. Dat geldt ook voor wetenschappelijk onderzoek. Terwijl je ook die kamermuziek nodig blijft hebben."

MARK ELCHARDUS (SOCIOLOOG)

'Dit is een droomtijd voor jonge wetenschappers'

Kansen en werk zijn er genoeg, maar zijn tijd is verstreken. Ook voor professor Mark Elchardus (°1946) is dat een probleem. "Tijd is altijd mijn vriend geweest", zegt de socioloog. "Maar van de wetgevers die van een pensionering een plicht in plaats van een recht maken, zou ik er in alle sereniteit een paar toch graag de nek omwringen."

Elchardus maakt zich zorgen over zijn eigen discipline. Boeiend en relevant onderzoek genoeg. "Maar zoals mijn Nederlandse collega Kees Schuyt het uitdrukt: sociologie wordt met de rug naar de maatschappij beoefend, omdat we publiceren in tijdschriften die niemand leest, ook niet mensen die impact hebben op de samenleving. Als dat het geval blijft, verdwijnt de academische sociologie."

Wat jammer zou zijn. "Heel belangrijk is immers de vraag hoe we de seculiere verzorgingsstaat aanpassen aan de globalisering - het gegeven dat Europa niet langer het centrum maar een uithoek van de wereld is - en aan de groeiende diversiteit van onze bevolking door de komst van grote groepen die religieus fundamentalistisch denken en voelen."

Radeloosheid

Dat is werk voor het onderzoek, maar dus ook voor politici die (in een ideale wereld) met de resultaten van dat onderzoek aan de slag zouden moeten. "De crisis van de deregulering, de populistische drift van de politiek, het feit dat mensen politiek als onderdeel van het probleem zien in plaats van als de oplossing, het onbehagen in onze zeer rijke samenleving, de zuurte, het gezaag van vele mensen die meer hebben dan ze nodig hebben en de stromen onzin die de media over de mensen uitstrooien. Dat wijst allemaal op radeloosheid. En dus is dit voor jonge geïnspireerde wetenschappers een droomtijd. Nu is het moment om een economie te ontwikkelen, een politiek en vormen van gemeenschap die mensen weer zekerheid en greep op het leven geven. Zodat grotere delen van de wereld welvaart, welzijn en geluk kunnen ontwikkelen."

ERIC CORIJN (SPECIALIST STEDELIJKHEID)

'Reorganisatie van unief dringt zich op'

Net nu stedelijkheid - altijd zijn onderzoeksgebied én stokpaardje - een van de meest fundamentele vraagstukken van onze maatschappij geworden is, moet professor Eric Corijn (°1947) op emeritaat. Hij zette die evolutie op de onderzoekskaart. "Vroeger had je de globale wereldmarkt aan de ene kant en de natiestaat die dat probeerde te reguleren aan de andere kant", zegt de geograaf. "Vandaag zijn die verhoudingen veranderd. Aan het benadrukken van het aspect stad en stedelijkheid, zeker ook bij ons, heb ik mijn bijdrage geleverd."

Corijn ziet sociale en stedelijke geografie enkel aan belang toenemen. "De postindustriële samenleving zal zich vooral in een stedelijke context situeren. De wereld wordt een netwerk van grootsteden. Dat is belangrijk om weten. Maar daarbij komt meteen dat er een reorganisatie van de sociale wetenschap nodig is. Een discipline zoals de mijne is een duidelijk product van de universiteit van de 19de eeuw. Die is immers parallel met de landelijke organisatie ontstaan. Maar waarom is Rechten een aparte faculteit en is de richting niet gelinkt met Sociale Wetenschappen? Geschiedenis zit bij Letteren en Wijsbegeerte. Waarom niet bij Sociale Wetenschappen? Idem voor sociale geografie. Op dat model zit sleet, en ik zie dat de meerschalige ruimtelijke organisatie de interdisciplinaire ontwikkelingen gaat ondersteunen. En dat de universiteit de komende twintig jaar zal moeten reorganiseren. Problemen zoals klimaatverandering, bio-ethiek en stedelijkheid kun je niet meer monodisciplinair benaderen."

Dat hij één en ander van een afstand zal moeten bekijken, vindt Corijn 'niet fijn'. "Maar tot aan je eerste hersenbloeding wil je toch graag actief blijven", glimlacht hij. "Zeker omdat mijn thema de laatste jaren inderdaad maatschappelijk belangrijk geworden is. Een verzameling van mijn teksten van de voorbije veertig jaar is gebundeld onder de titel Kan de stad de wereld redden? En straks komt er nog een boek uit over Brussel, terwijl ik met nog twee andere boekprojecten bezig ben. Ik maak dus werk van mijn gebundelde nalatenschap."

BENJAMIN VAN CAMP (IMMUNOLOOG EN HEMATOLOOG)

'Wat met de evolutie na de revoluties?'

Tussen 2000 en 2008 ("mijn midlifecrisis", lacht hij) was professor Benjamin Van Camp (°1946) rector van de VUB. Maar verder is de arts toch vooral bekend als immunoloog en hematoloog. Hij zag dat de behandeling van zieke bloedcellen kon leiden tot een verlenging van de levensverwachting naar zeven jaar (terwijl dat destijds hooguit drie jaar was) en dat het in sommige gevallen zelfs onder controle gebracht kon worden. "Ik heb de hele evolutie van de bloedziekten meegemaakt", zegt hij. "En de evolutie van een zeer beschrijvende benadering van cellen onder de microscoop naar hoe het vandaag is: alles is moleculair geworden."

Ook in dit vak was er dus een omwenteling. "Maar er blijven grote uitdagingen", zegt Van Camp. "Binnen een kanker kunnen nog veranderingen optreden, en zo evolueren we alsmaar meer naar een 'tailor made' behandeling, een zeer individuele behandeling van de persoon zelf. Vandaag zitten grote opbrengsten in pilletjes voor iedereen, maar dat zal dus moeten evolueren. Vraag is: zullen we dat kunnen blijven betalen?"

Ook hier moet de maatschappelijke wil er zijn. Van Camp ziet in het voorbeeld van het ooit zo prestigieuze Institute of Immunology in Bazel dat dat niet eenvoudig is. "In de jaren zeventig en tachtig was dat de place to be voor vrij onderzoek op kosten van de firma, tot het geld op was en het instituut gesloten werd. De geldmassa die nodig zal zijn om de evolutie na de revoluties te blijven bekostigen, is een probleem. Of het nu privé is of niet."

Rationalisering

Voor het universitaire onderwijs ziet Van Camp overigens ook een uitdaging. "Toen ik afstudeerde, moest je Latijn gedaan hebben om naar de universiteit te mogen. Daarna is de democratisering gekomen. Dat is goed, maar je kunt je afvragen of door die drempelverlaging en dus massificatie de waarde van diploma's anders is geworden. En dat kost ook gigantisch veel geld. Geld dat misschien daardoor niet naar meer elitaire studierichtingen zoals wiskunde, kernfysica of fundamentele scheikunde gaat. Een zeer goede rationalisering dringt zich daarom zeker op, ook met het oog op het bijeenbrengen van de middelen."

PAUL DEVROEY (VRUCHTBAARHEIDSSPECIALIST)

'Europa gaat naar een vergrijzing'

De fertiliteitstechnologie doet het bijzonder goed", zegt Paul Devroey (°1946), vruchtbaarheidsspecialist en 'vader van 45.000 kinderen'. In 1983 hielp hij in België de eerste proefbuisbaby op de wereld te brengen. "De kans op zwangerschap is bij heel veel vrouwen gestegen in vergelijking met vroeger."

Toch ziet professor Devroey, die als consulent van de VUB en van binnen- en buitenlandse vruchtbaarheidscentra en als spreker op lezingen zeer actief blijft, voor de toekomst twee minpunten.

Het eerste minpuntje heeft te maken met de beperkingen van de technologie. "Het is een misvatting dat de technologie zal helpen om ouder wordende vrouwen alsnog aan een kind te helpen. Die kans is nul komma nul. Daar zal de technologie nooit helpen. Dat heeft allemaal te maken met de kwaliteit van de eicellen. Die van een vrouw van 25 zijn nu eenmaal beter dan die van een vrouw van 43. Hoe ouder vrouwen worden, hoe meer je de miskramen ziet stijgen. Bij één op de twee vrouwen boven de veertig zien we chromosomale afwijkingen in de samenstelling van de eicel, en dat kunnen we nooit veranderen."

Er is nog een tweede minpunt, en dat heeft met de samenleving te maken. "Ik heb bedenkingen bij de 'één kind per vrouw'-houding in landen zoals Spanje, Italië en Griekenland. Men kijkt weg van procreatie. Dat is een cultureel probleem en het heeft te maken met de evolutie van de vrouw in de maatschappij. Maar het levert wel een belangrijke vraag op voor de politiek. Nu is Europa zeer vrouwonvriendelijk: men doet alsof de leeftijd van geen belang is en dat je dus nog geen kind móét hebben op 25. Dat de carrière dan telt. Wel, dat zorgt er dus voor dat vrouwen steeds vaker maar één kind zullen krijgen. Maar op termijn ontstaat zo een zeer negatieve balans en krijgt dit continent te maken met een enorme vergrijzing."

Terwijl het anders kan volgens Devroey: "Kijk hoe in Scandinavische landen vrouwen met kinderen kansen krijgen. Als men daar niet dringend iets aan doet, krijgen we een immens probleem in dit continent. Maar dat is een beslissing die collectief genomen moet worden."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234