Zaterdag 16/10/2021

VS zetten zich schrap voor kieschaos

De Amerikanen kiezen vandaag geen president maar een kiescollege. Het is die anonieme groep van 538 kiesmannen die de president selecteert. Zoals vier jaar geleden bleek, is dat niet noodzakelijk de kandidaat die het meeste stemmen kreeg. Dit jaar kan het weer gebeuren. Een handjevol stemmen in een enkele staat kan de doorslag geven. Als de verkiezingen zo nipt worden als de peilingen voorspellen, kan het weer weken duren eer duidelijk wordt wie de winnaar is. Amerika zet zich schrap voor electorale en post-electorale chaos.

'Laat ons hopen dat een van beiden een ruime overwinning haalt", zegt politicoloog Walter Berns, "het alternatief is te afschuwelijk om te overwegen." Bijna iedereen is het met hem eens. Alleen Lewis Lapham, de hoofdredacteur van Harper's, meent dat het goed zou zijn voor Amerika als de verkiezingen opnieuw uitlopen op een patstelling, verdachtmakingen en ruzie. Want dat zou het land dwingen tot een hervorming die het anachronistische, antidemocratische kiescollege overboord gooit.

Dat college werd uitgevonden door de stichters van het land in de late 18de eeuw. Zij vonden dat de bevolking niet rijp en wijs genoeg was om rechtstreeks haar leiders te verkiezen. Die taak vertrouwden ze toe aan 'verlichte burgers', benoemd door de staatsparlementen. Het aantal kiesmannen dat een staat mocht benoemen was even groot als het aantal afgevaardigden en senatoren van die staat in het federale Congres. Later, in de vroege 19de eeuw, lieten de meeste staten die kiesmannen rechtstreeks verkiezen door de bevolking. Van dan af werd de presidentsverkiezing een partijzaak. De bevolking koos kiesmannen uit partijlijsten in het besef dat zij voor de presidentskandidaat van hun partij zouden stemmen. Daarna keurden de meeste staten wetten goed die bepaalden dat alle kiesmannen van hun staat moesten stemmen voor de kandidaat die in hun staat het meest stemmen haalde.

Dit systeem kon overleven omdat het meestal democratisch leek: het gebeurde slechts drie keer, in 1876, 1888 en 2000, dat de presidentskandidaat die het meest stemmen haalde, in het kiescollege verloor (de verliezer die toch won was telkens een Republikein). Het overleefde ook omdat het in de VS erg moeilijk is om de grondwet te veranderen. Aangezien het kiescollegesysteem de kleinere staten meer invloed geeft dan ze in een rechtstreekse verkiezing zouden hebben, hebben die er belang bij om de status-quo te behouden.

Dat is juist een reden om het kiescollege af te schaffen, argumenteert politicoloog George Edwards in zijn nieuw boek Why the Electoral College is Bad for America. Volgens Edwards is het Amerikaanse kiessysteem ondemocratisch. Toen ze in 1787 de grondwet schreven, sloten de vertegenwoordigers van de grote en de kleine staten "het grote compromis": in het Huis van Afgevaardigden, zeg maar de Kamer van Volksvertegenwoordigers, zijn de zetels verdeeld op basis van bevolking, zodat de grootste staat, Californië, er 53 heeft en een staat met een half miljoen inwoners zoals Wyoming slechts één. Maar in de Senaat heeft elke staat, ongeacht zijn omvang, twee zetels. Het gevolg is dat de 26 kleinste staten die samen slechts 18 procent van de bevolking hebben, de meerderheid bezitten in de Senaat en elke wet kunnen tegenhouden. Aangezien het aantal kiesmannen van een staat gelijk is aan het aantal afgevaardigden en senatoren van die staat, zijn de kleine staten ook oververtegenwoordigd in het kiescollege. Een kiesman in Californië vertegenwoordigt 645.172 stemmen, een in Wyoming slechts 167.081. Een stem in Wyoming is dus vier stemmen in Californië waard. Het principe: 'One man, one vote' geldt niet in Amerika, schrijft Edwards.

Een tweede probleem met het kiessysteem is dat het de stemmen van minderheden waardeloos maakt. Alle kiesmannen van een staat gaan naar de kandidaat die er het meest stemmen haalt, ongeacht hoe klein zijn voorsprong is. In 2000 won Al Gore in Florida 48,84 procent en Bush 48,85 procent van de stemmen. Dat leverde Bush 25 kiesmannen op en Gore nul. Volgens Edwards is dat ondemocratisch, maar het misvormt ook de verkiezingscampagne. De meeste zwarte kiezers wonen in zuiderse staten maar omdat de conservatieve blanke meerderheid daar steevast voor de Republikeinse kandidaat stemt, wordt de zwarte minderheid in de verkiezingscampagne door beide partijen genegeerd: hun stem is bij voorbaat waardeloos.

Het gevolg is dat beide kandidaten hun campagne volledig concentreren op een handjevol 'swing states' waar geen van beiden een duidelijke meerderheid heeft. De rest van het land, de grote meerderheid, staat erop te kijken terwijl de kandidaten relatief kleine belangengroepen die de balans kunnen doen overhellen in swing states, zoals de Cubanen in Florida, stroop aan de baard smeren.

Het derde probleem dat Edwards beklemtoont zou dit jaar een grote rol kunnen spelen. Als de president rechtstreeks verkozen zou worden, zou het extreem moeilijk zijn om door fraude en onregelmatigheden de uitslag te vervalsen. Maar als slechts een handjevol stemmen in een swing state de afloop kan bepalen, wordt de verleiding om te sjoemelen erg groot. In Florida won Bush in 2000 met een voorsprong van 537 stemmen. Omdat een en ander misgelopen was tijdens het tellen, beval het Hooggerechtshof van Florida een hertelling. Maar het nationale Hooggerechtshof, waarin Republikeinse rechters de meerderheid hebben, beval de hertelling te stoppen en verklaarde Bush winnaar. Sommigen spraken van een juridische staatsgreep.

"Er gebeuren wellicht onregelmatigheden in elke verkiezing maar meestal wordt er geen aandacht aan besteed omdat ze niet cruciaal genoeg zijn om de uitslag te veranderen", zegt verkiezingsexpert Charlie Cook. "Maar als het stemmenverschil in sommige swing states zo nipt is dat een kleine verschuiving een andere winnaar zou opleveren, reken maar dat ze dan onder de microscoop geplaatst worden."

Er zijn nog tal van andere scenario's voor chaos die door het kiescollege mogelijk worden. Er staan 538 kiesmannen op het spel maar Bush en Kerry zouden er elk 269 kunnen winnen. In zo'n geval kiest het Huis van Afgevaardigden de president en de Senaat de vice-president. In de eerste kamer hebben de Republikeinen de meerderheid, dus die zou Bush kiezen. Maar de Democraten zouden de meerderheid in de Senaat kunnen halen en John Edwards als vice-president kiezen. Of een kiesman zou voor de kandidaat van de andere partij kunnen stemmen zoals een Republikein uit West-Virginia al gedreigd heeft. Of een Kerry-kiezer zou gediskwalificeerd kunnen worden omdat hij congreslid is, wat eigenlijk niet mag. Het zijn maar enkele van de vele mogelijkheden tot bizarre afloop waarover de voorbije dagen druk gespeculeerd is.

Een van de redenen waarom president Bush zoveel tegenkanting ondervindt, is de manier waarop hij in 2000 won. Volgens een CBS-poll van mei 2003 weigerde 38 procent van de Amerikanen hem als legitiem te beschouwen. En dat was vlak na de succesvolle eerste fase van de Irak-oorlog, toen Bush' populariteit nog hoog was. Als hij, of Kerry, vandaag minder stemmen haalt en toch wint in het college, dan zal de president in de komende vier jaar wellicht met een ongemeen bittere oppositie moeten kampen. Ook omdat Amerika nu veel dieper verdeeld is dan in 2000. "Bij het dispuut over Florida bleek uit de polls dat beide kandidaten toen voor de meerderheid van de bevolking aanvaardbaar waren als president", zegt opiniepeiler Andrew Kohut, "dat is niet zo in 2004."

Stemmen gaan op om anachronistische, antidemocratische kiescollege overboord te gooien

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234