Zondag 13/06/2021

VS dicht bij 'Vietnamees avontuur' in Colombia

Jarenlang was de oorlog tegen drugs hét argument voor de toenemende militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten in Colombia. Inmiddels heeft Washington het onderscheid tussen drugsbestrijding en de oorlog tegen de linkse guerrilla laten varen. Het neerstorten van een Amerikaans legervliegtuig in rebellengebied, afgelopen weekend, doet de vrees voor een nieuw 'Vietnamees avontuur' in Colombia toenemen.

RIO DE JANEIRO.

MARJON VAN ROYEN

Een groepje Colombiaanse journalisten werd vorige week rondgeleid op de plek waar tientallen dode guerrillastrijders op de grond lagen uitgestald. De scène moest de 'goede resultaten' illustreren die het Colombiaanse leger geboekt had bij het afslaan van een aanval die de linkse guerrillagroep Farc op 30 kilometer van de hoofdstad Bogota lanceerde. De journalisten schreven, filmden en fotografeerden.

Tot ze opeens twee Amerikaanse bommenwerpers zagen staan. Wat deden die bij dit Colombiaanse slagveld? "Logistieke steun verlenen", luidde het antwoord van de Colombiaanse generaal Edgar Lesmes, de aanvoerder van de operatie tegen de Farc. Waar bestaat die Amerikaanse 'logistiek' dan uit, wilden de journalisten weten. "Luchtverkenning, het lokaliseren van guerrillakampen en het transport van wapens, raketten en bommen voor ons", was het antwoord van het Colombiaanse leger aan het dagblad El Espectador.

Het was niet de eerste keer dat de Colombiaanse pers Amerikanen signaleerde bij de strijd tegen de linkse Farc. Wel was het de eerste keer dat er zo openlijk over werd gedaan. "Onze militaire interventie in Colombia is uitsluitend beperkt tot strijd tegen de drugshandel", herhaalde het Amerikaanse State Department tot voor kort tegen iedereen die het wilde horen. "De oorlog met de guerrilla is een binnenlandse Colombiaanse aangelegenheid."

Elk jaar besteden de Amerikanen 300 miljoen dollar (11,5 miljard frank) aan militaire hulp voor Colombia. De hulp bestaat uit radarbases, Black Hawk-helikopters, nachtkijkers, bommen en raketten. Daarnaast zijn er een paar honderd 'militaire instructeurs'.

Het is geheim hoeveel Amerikanen er precies zijn. Maar volgens Adam Isacson van het Center for International Policy, een adviescentrum van het Pentagon, zijn het er een paar honderd. Tachtig militairen bemannen de radarstations, waarmee ook mobiele telefoongesprekken kunnen worden afgeluisterd. De overgrote meerderheid zijn echter Groene Baretten, Special Forces en veteranen uit CIA-missies in Midden-Amerika, die militaire trainingen geven.

Officieel had de Amerikaanse aanwezigheid in Colombia maar één doel: de strijd tegen drugs. Colombia produceert tachtig procent van alle cocaïne en twee derde van de heroïne die in de VS wordt geconsumeerd. Het was echter allang bekend dat de scheidswand tussen 'strijd tegen drugs' en 'strijd tegen de guerrilla' uiterst poreus was. Vorig jaar al becijferde de Amerikaanse Rekenkamer dat van de 830 miljoen dollar (31,8 miljard frank) Amerikaanse hulp aan Colombia de afgelopen paar jaar maar een derde naar de strijd tegen drugs was gegaan. De rest waren 'algemene militaire uitgaven'.

Inmiddels hebben de Amerikanen een einde aan hun eigen mythe gemaakt. "In veel gebieden is het onmogelijk een onderscheid te maken tussen drugshandelaren en guerrillero's", schreef de Rekenkamer van het Amerikaanse Congres begin deze maand. In Colombia beschermt de guerrilla drugshandelaren in ruil voor 'revolutionaire afdrachten'. Volgens de enigszins gezwollen cijfers van de Amerikaanse drugsbestrijding strijkt de Farc jaarlijks honderd miljoen dollar (3,8 miljard frank) aan commissiegeld uit de drugshandel op.

Vorige week sloeg de Amerikanen de schrik om het hart toen de Farc vlak bij Bogota een nieuw offensief inzette. De VS waren toch al niet blij met de vredesplannen van de conservatieve Colombiaanse president Pastrana. Voorwaarde van de Farc om tot onderhandelingen te komen was de ontruiming door het leger van een gebied zo groot als Zwitserland, afgelopen november. Daarmee kreeg de guerrilla de absolute controle over 14.000 hectare cocaplanten, goed voor 750 ton cocaïne per jaar.

Het waren echter geen drugs, maar de platte angst voor een overwinning van de marxistische Farc, die maakte dat de VS vorige week hun laatste schroom voor inmenging in de Colombiaanse burgeroorlog lieten varen. Sinds de Farc-aanval leveren de Amerikanen nu dagelijks 'gevoelige militaire informatie' over de guerrilla aan de Colombiaanse militairen.

Dat laatste was tot dan strikt taboe geweest, niet in de laatste plaats vanwege de bedroevende manier waarop het Colombiaanse leger met de mensenrechten omspringt. Onlangs nog haalden maar drie van zes Colombiaanse legerafdelingen die met de Amerikanen samenwerken het examen 'mensenrechten' van het State Department.

Mensenrechtenorganisaties protesteren dan ook heftig tegen het besluit de informatierestricties op te heffen. Het Colombiaanse leger werkt namelijk samen met de moordbrigades van de paramilitairen. Deze vermoorden mensenrechten- en vredesactivisten. Iedereen die verdacht wordt van linkse sympathieën, is potentieel slachtoffer van paramilitaire 'koppensnellers'. In het noorden van Colombia zijn anderhalf miljoen mensen op de vlucht voor het paramilitaire geweld.

Maar het Pentagon vindt dat schending van de mensenrechten een risico is dat genomen moet worden. "We hebben daar Amerikaanse belangen", zei een woordvoerder vorige week tegen de Washington Post. "Of we helpen Colombia, of we helpen niet. En als we helpen moeten we onze informatie delen. Anders kunnen we beter inpakken."

Nu het taboe op inmenging is gebroken, duiken ook opeens geruchten op over een mogelijk massiever Amerikaans ingrijpen in Colombia. In het Colombiaanse parlement is de afgelopen dagen over deze mogelijkheid gediscussieerd. Sommige parlementariërs waarschuwen voor een 'nieuw Vietnamees avontuur'. Anderen pleiten juist wel voor een Amerikaanse invasie.

Volgens een opinieonderzoek zouden twee op drie Colombianen voor Amerikaans ingrijpen zijn. De mensen zijn doodmoe van de burgeroorlog, die al meer dan 45 jaar duurt. En ziek van de spelletjes van de Farc, die al acht maanden lang elke gelegenheid aangrijpt om de vredesbesprekingen te saboteren. Ook in de VS lijkt het enthousiasme voor een grotere inmenging in Colombia toe te nemen. Afgelopen woensdag ging president Clinton echter op de rem staan. Hij zei dat het een zaak van Amerikaanse 'nationale veiligheid' is om te helpen de guerrilla te bestrijden. Maar hij weigerde over een 'militaire oplossing' te praten.

Clinton zei dat hij Pastrana steunde in zijn poging tot een vredesbespreking met de Farc. En wilde voorlopig niet ingaan op het verzoek van het Colombiaanse leger om 500 miljoen dollar (19,2 miljard frank) extra voor de antiguerrillastrijd. Eerder had de Amerikaanse antidrugstsaar Barrry McCaffrey 1 miljard dollar (38,4 miljard) extra voorgesteld.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234