Zondag 21/07/2019

'Vrouwen houden van mij'

Guido Belcanto is zestig. Dat was een mijlpaal vorig jaar, want opvallend veel liedjes op zijn nieuwe plaat Balzaal der gebroken harten handelen over die nieuwe fase in zijn leven. Al hoeft het allemaal niet zo somber. 'Ik ben wel bang dat ik mijn haar zal verliezen. Maar mijn coiffeur zegt dat ik me geen zorgen hoef te maken.'

De dag na ons gesprek stuurt Guido Belcanto een mailtje. Hij heeft nog eens goed nagedacht en heeft een paar bedenkingen. "Ik zei dat ik niet deug als de helft van een koppel. Dat ik genoeg heb aan mezelf en niks meer. Maar dat laatste is grootspraak. Ik mis dat soms wel, het leven kunnen delen met iemand. Ik ben daar nooit goed in geslaagd. Het is niet voor mij weggelegd, vrees ik. I am a solitary man, het is mijn lot. Maar ik geloof dat dit uiteindelijk geldt voor elke kunstenaar. Ik aanvaard dat en klaag niet. Al bij al heb ik een goed leven. Het is bijna nooit vervelend."

Tijdens onze ontmoeting de dag voordien hadden we namelijk gepraat over één van de grote tegenstellingen in het bestaan van Guido Belcanto: enerzijds heeft hij geleefd alsof zijn leven ervan af hing. Met vele liefdes, maîtresses en vriendinnen. "En dat gaat nog altijd door", voegde de zanger er met de glimlach aan toe. "Mijn leven is heel kleurrijk, en ik moet nooit op zoek naar inspiratie. Ze komt me zomaar aangewaaid."

Dat was één kant van het verhaal. Want tegelijk leidt Belcanto al jaren een allenig bestaan in zijn kleine blokhut te midden van de bossen in Wechelderzande. "Ik heb in mijn leven wel een paar keer geprobeerd om een relatie aan te gaan, maar ik kan me heel moeilijk aanpassen aan iemand anders. Dus ik kies ervoor om alleen te zijn. In mijn hut. En daar leef ik als een kluizenaar, ver van de beschaving. Natuurlijk maakt me dat soms eenzaam. Ik omring me met boeken, platen en instrumenten. Al bij al is dat de minst slechte keuze. En gelukkig zijn er een paar goede vrienden waar ik altijd terecht kan."

Is die houten hut ook de plek waar u uw liedjes componeert?

Guido Belcanto: "Nee. Daarvoor moet ik weg zijn. Ik schrijf het best in de auto. En elk jaar in mei of juni trek ik een aantal weken de bergen in om te schrijven. Dan neem ik alleen mijn fiets en mijn gitaar mee. En probeer ik orde te scheppen in al de kladjes met ideeën die ik het jaar ervoor verzameld heb. Ik heb thuis een boekenkast met honderden cassettes vol ideeën voor songs. Een ware schatkist.

"Alleen: het is veel gemakkelijker om briljant en productief te zijn als je jong bent. Tussen mijn dertigste en mijn veertigste schreef ik aan de lopende band. Voordien waren mijn nummers in het Engels. Maar dat was louter om te lachen, niet met het idee om een echt oeuvre op te bouwen. Pas rond mijn dertigste heb ik als straatzanger gemerkt dat ik vrouwen kon doen huilen met mijn zangstem. Toen heb ik beseft dat dat mijn taak was in het leven, en de liedjes rolden eruit. Niemand kende me. Maar ik was sterk, creatief en productief. Het was eerder een roeping dan een beroep.

"Na mijn doorbraak volgden allerlei verplichtingen. Hoe beroemder je wordt, hoe meer je wordt opgeëist door de media en het publiek. En hoe meer beschadigd je raakt. Die staat van genade die je hebt als alles nog moet komen, glipt je door de vingers. Daarom ben ik jaloers op schilders en beeldhouwers. Kijk naar Sam Dillemans of Fred Bervoets, die tot op hoge leeftijd heel productief blijven. Die zitten afgezonderd in hun atelier, en worden door iedereen met rust gelaten."

Tegelijkertijd geloof ik niet dat u veel gelukkiger zou zijn zonder de aandacht van uw publiek.

"Natuurlijk. Dat is mijn taak. Ik heb die gave meegekregen om songs te maken, en die te vertolken met mijn prachtige zangstem. Ik kan mensen ontroeren én blij maken. En ja: ik moét naar het publiek toe, want daar put ik zelf ook voldoening uit. Als ik drie dagen na elkaar thuis zit, begin ik me down te voelen. Dan wil ik een concert spelen, naar de mensen toe gaan. Dan voel ik echt dat ik leef.

"Die angst, dat stervensmoment vlak voor de show begint... Ik zou dat niet kunnen missen. Ik cultiveer die plankenkoorts ook wel, want het is belangrijk om een goed optreden te geven. Voor het doek opent, heb ik altijd een kwartier rust en isolement nodig. Terwijl die zenuwen eigenlijk nergens voor nodig zijn, want de mensen houden van mij. Ze komen kijken en kopen een ticket. Ik moet me dus nergens druk om maken, en toch doe ik het. Daar heeft Dillemans vast minder last van. Al denk ik tegelijk dat er meer vrouwen aan mijn voeten liggen, dan aan de zijne. "

Eigenlijk hebt u maar één onderwerp: de tragiek van het gebroken hart, van de mens die gedoemd is om eenzaam te zijn.

"Reve heeft ooit gezegd dat de meeste kunstenaars een heel leven lang variëren op één thema, en dat klopt. Ik doe dat ook, en het wordt steeds moeilijker, terwijl het gebroken hart tegelijk iets onuitputtelijks is. Als je al mijn platen beluistert, kun je niet anders dan vaststellen dat het allemaal vruchten aan dezelfde boom zijn. Mijn repertoire staat als een huis, en het is gebouwd op eigen grond. Niemand komt bij me in de buurt. Ik ben een stroming op zich, voel me met niemand anders verwant in het Nederlandstalige lied.

"Het schoonste compliment dat ik ooit kreeg kwam van Dora van der Groen. 'Uw werk is geheel oorspronkelijk', zei ze. Daar ben ik heel fier op. Elke plaat is een zelfportret. Autobiografische kunst is voor mij het hoogste. Op basis van een roman of een plaat wil ik weten hoe die schrijver of die zanger in elkaar steekt."

Er zit nog een andere constante in uw werk: binnen de afstand van één zin kunt u uw publiek zowel aan het lachen als aan het huilen brengen.

"Dat heb ik geleerd van Loudon Wainwright III toen ik hem bezig zag op het Cambridge Folk Festival. Hij kon de lach en de traan in één lied verenigen. Daarom vind ik Charlie Chaplin de grootste kunstenaar aller tijden. Bij zijn films lig je onder je stoel van het lachen, terwijl het toch over heel triestige dingen gaat. In mijn werk zie je dat ook. Want ik ben geen zwartkijker, hé. Er zit best levenslust in mijn muziek."

Hoe definieert u uw eigen bijdrage aan het Nederlandstalige lied?

"Goh, ik luister nooit naar mijn eigen muziek. Tenzij ik zat ben. Dan durf ik wel eens een plaat van mezelf opleggen, en als er dan een meisje bij me thuis is dansen we daarop. Maar om op je vraag te antwoorden: ik ben de enige die zich over het nobele genre van het levenslied heeft ontfermd. En met liefde en toewijding probeert om het van de ondergang te redden."

Ziet u zelf een groot verschil tussen een charmezanger en iemand die levensliederen zingt?

"Natuurlijk! Een charmezanger stapt kamerbreed glimlachend het podium op met als doel te behagen. Maar ik heb geen schoon gebit, en mijn kostuum komt uit de kringloopwinkel. Jo Vally en Willy Sommers, waar staan die gasten voor? Ik heb een sociale missie. Dát is het verschil. Ik lever romantiek aan mensen die daar meestal een tekort aan hebben. Als de vrouwen mij bezig zien tijdens mijn optredens denken ze... he must be the perfect lover."

U trekt nog steeds avond na avond volle zalen. Het tekort aan romantiek is er dus niet minder op geworden.

"In dit digitale tijdperk is het weerzinwekkend hoe de mensen de hele tijd voor hun schermpje zitten. Ze verbroederen niet meer. Begin jaren zeventig, toen ik twintig was, gingen we samen op café en dat was plezant. We vonden een liefje in de kroeg, of bij de jeugdclub. Maar nu zijn er zelfs mensen die naar een concert komen en met hun telefoon foto's staan te nemen. Kun jij dat begrijpen? Ze zien het concert niet eens meer met hun eigen ogen.

"Pas op: ik ben wel blij dat er veel jonge mensen naar mijn optredens komen, al zouden het er nog meer mogen zijn. Meestal veroudert het publiek mee met de zanger. Dus als ik nog jongeren bereik, is dát misschien wel mijn grootste succes. Dat ligt aan mijn rock-'n-rollgehalte, denk ik. Ik maak weliswaar geen rock, maar ik heb wel die attitude. Los daarvan, romantiek, eenzaamheid, liefdesverdriet, gemis, verlangen: dat is van alle tijden. Daar staat geen leeftijd op."

Ten slotte: wie naar uw nieuwe cd luistert kan er niet omheen, u hebt de kaap van de zestig gerond. Hoe gaat u daarmee om?

"Het klinkt oud, hé. En ik geef toe: toen ik veertig was ben ik heel lang blijven zeggen dat ik nog maar negenendertig was. Dat heb ik twee jaar volgehouden. (lacht) Destijds had ik het daar echt lastig mee, maar nu niet meer. Ik vind wel dat het cijfer zestig niet bij mij past. Ik ben veel jonger, soepeler en dynamischer dan mijn leeftijdsgenoten. Ik let goed op mijn fysiek, en eigenlijk is het een mirakel dat ik na mijn liederlijke leven nog zo'n goed lichaam heb. Stel dat ik dit nog twintig jaar kan doen, dat zou toch schoon zijn?

"Mijn vader is tweeënnegentig. En ik heb echt nog dingen in petto, hoor. Ik voel me ook veel meer gewaardeerd dan vroeger. Ik streef niets meer na. Ja, ik wil nog mooie platen maken, maar ik ben toch beroemd genoeg, zeker? Echt: als het kan blijven zoals het nu is, ben ik meer dan tevreden."

Balzaal der gebroken harten is uit bij Evil Pinguin. Alle concertinfo op www.guidobelcanto.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden