Dinsdag 09/08/2022

Vrouwelijke componisten

Componeren is een mannenzaak. Het 'machtige hoopje' in Rusland, 'Les six' in Frankrijk: mannenclubs. Vrouwen hoogstens als franje: Lili Boulanger bijvoorbeeld. De Duitsers, romantici en anderen, dreven het nog verder: Nannerl Mozart werd geslachtofferd voor Wolfgang, Fanny Mendelssohn voor Felix, Clara Wieck voor haar eigen man, Robert Schumann.

Op een nieuwe cd, Regards, met muziek van vrouwelijke componisten (waaronder Fanny en Clara) noemt men dit de 'Cecilia-paradox': vrouwen horen niet thuis in de muziek, tenzij als muze en patroonheilige. En de uitleg is simpel: mannen laten geen vrouwen toe. De vraag of er niet toch een fysiologische of psychopathologische verklaring zou zijn, zodat mannen zich weer gerustgesteld kunnen voelen, mag je uiteraard niet meer stellen. De forse opkomst van vrouwelijke componisten in de laatste vijftig jaar - Judith Weir of Kaija Saariaho moeten zeker niet onderdoen voor hun mannelijke leeftijdgenoten - maakt die vraag overbodig.

Die nieuwe vrouwelijke componisten zijn op de cd niet vertegenwoordigd. Naast Fanny en Clara staan vrouwen die wel onder de uitsluiting te lijden hadden: Cécile Chaminade, die een voet verloor omdat ze per se als vrijwilligster in de Eerste Wereldoorlog verpleegster wilde zijn; Mélanie Bonis, die zich Mel noemde omdat je dan niet zeker was over haar geslacht maar die voor de rest trouw haar rijke man als huisvrouw en moeder diende. De enige die zich volledig kon inzetten voor haar kunst was Marianne von Martinez, zangeres, klavierspeelster en componiste, beschermelinge van de Weense hofdichter Metastasio, vriendin van Mozart en Haydn. Het enige wat haar ontzegd bleef was een officiële aanstelling. Ze is ook nooit getrouwd.

Het eigenaardige van deze cd is dat de muziek zo braaf klinkt. Ligt het aan de pianist, Didier Castell-Jacomin, die wel van een sensueel parfum blijkt te houden? Of toch aan de vrouwen en hun positie? Of is het pure seksistische inbeelding van de luisteraar?

Wat de reden ook moge zijn, na deze cd grijp je onwillekeurig naar een andere, met de misleidende titel Le boeuf sur le toit. Die bevat niet het bekende stuk van Darius Milhaud maar wel muziek die in het gelijknamige cabaret in Parijs werd gespeeld in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Pianist Alexandre Tharaud heeft de muziek gereconstrueerd waarmee Jean Wiéner en Clément Doucet - toen wereldberoemd in de lichtstad, nu vergeten - le Tout-Paris en de demi-monde charmeerden: knotsgekke jazzbewerkingen van Chopin en Wagner, Amerikaanse ragtime, blues en charleston, evergreens als Gershwins 'The Man I Love' en Donaldsons 'Yes Sir, That's My Baby'. Vrienden, van Madeleine Peyroux tot Natalie Dessay, lenen even hun stem en Frank Braley schuift aan aan de tweede piano. In deze vergane cabaretwereld is de vrouw een geliefkoosd seksobject. Wat een genot!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234