Donderdag 09/07/2020

InterviewConny Vandendriessche (Accent Jobs)

‘Vrouwelijke CEO's: niet zo bescheiden’

Conny Vandendriessche, medeoprichtster en hoofdaandeelhouder van Accent Jobs: "Vrouwen zijn gedreven maar te bescheiden. Ik willen hen aansporen om wat groter te denken."Beeld © Stefaan Temmerman

Ze begon met een uitzendkantoor in Roeselare, is nu een wereldspeler in hr en een rolmodel voor vrouwelijke onder­nemers. Conny Vandendriessche (56) over het economische slagveld en ondernemen na corona. ‘Welke politieke leider gaat dit trekken?’

De coronacrisis heeft Conny Vandendriessche midscheeps getroffen: haar uitzendbedrijf Accent Jobs noteerde in april een omzetverlies van 65 procent. Haar zoon, een piloot, zit werkloos thuis zonder veel perspectief. En vooral: haar vader is overleden aan het virus.

“Hij is in het begin van de crisis in het ziekenhuis beland na een val en is daar besmet geraakt met corona. Het is dubbel: mijn moeder is vorig jaar gestorven en sindsdien was hij echt niet gelukkig. Wat verward ook. Een verzorgingshuis zou de volgende stap geweest zijn, dus ik ben ergens blij dat hij nu bij mama is. Het jammere is wel dat we niet echt afscheid hebben kunnen nemen.”

Het was haar vader die jaren geleden, onvermoed, de kiem legde voor de carrière van de vrouw die vorig jaar de Vlerick Enterprising Leader Award kreeg. “Hij was een zelfstandig kweker van groene planten, en heeft destijds wel aan mijn broers gevraagd of ze de zaak wilden over nemen, maar niet aan mij. Hij vond dat vrouwen aan de haard hoorden. Dat vind ik nog altijd moeilijk. Ik zou het niet gedaan hebben, de zaak overnemen, maar ik vond dat ik er evenveel recht op had.”

Vandendriessche ging een andere kant uit. Na een paar jaar werkervaring in de interimsector, begon ze in 1995 met haar eigen uitzendkantoor Accent Jobs, samen met de onlangs overleden Philip Cracco, ook bekend van The Sky Is the Limit. “Een niet onbesproken figuur”, glimlacht Vandendriessche.

Vandaag maakt Accent Jobs deel uit van House of HR, een koepel waaronder een rist andere uitzend- en outsourcingbedrijven vallen en die actief is in een achttal landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en Nederland. Cracco stapte er zes jaar geleden al uit, Vandendriessche is voor 30 procent aandeelhouder en staat aan het hoofd van drieduizend werknemers.

“Ik heb nog nooit zoveel gewerkt als de laatste maanden. Je medewerkers, je klanten, ze hebben allemaal behoefte aan dat telefoontje. We hebben er voor gezorgd dat er tot op vandaag niemand is ontslagen. Het management heeft 50 procent van zijn loon laten vallen, de raad van bestuur zal een zestal maanden niet factureren. We hebben ook zotte dingen gedaan: work-outs gemaakt voor de medewerkers en quizzen voor hun kinderen.”

Hoe schat u de schade van de crisis in?

Conny Vandendriessche: “Een aantal sectoren doen het heel goed. U kent ze wel: voeding, logistiek en de bouw, die maar een dag of tien heeft stil gelegen. De retail, horeca en entertainmentwereld hebben het moeilijk. Dat zijn sectoren die veel handenarbeid nodig hebben en waar kortgeschoolden terechtkunnen.

“Ook de uitzendsector is heel zwaar getroffen. In België en Frankrijk zijn veel bedrijven gesloten, in Nederland niet. We zijn in verschillende landen actief, dus dat verschil voelen we. Het is makkelijk om achteraf kritiek te geven op beslissingen die in volle crisis zijn genomen, maar ik hoop dat we daar lessen uit trekken. Misschien hoeft een lockdown niet zo stringent.”

"Als wij horen dat ze voor de tracing van besmette mensen voor een callcenter kiezen, dan is dat voor ons een terugkeer naar de jaren stilletjes."Beeld © Stefaan Temmerman

Net voor de crisis moesten bedrijven echt zoeken naar werkkrachten.

“We hadden er een goed jaar opzitten. Heel veel openstaande vacatures, al was het aanbod klein. En dan opeens.... Ik dacht altijd dat de disruptie zou komen van het internet, van LinkedIn of Uber Works. Maar dan blijkt het een pandemie. Crazy.

“Een financiële crisis, dat kennen we. Onze activiteiten tuimelen dan vliegensvlug naar beneden, maar een zestal maanden later pieken we hoger dan daarvoor. Bedrijven in onzekerheid nemen namelijk meer uitzendarbeid aan. Uiteindelijk nivelleert dat zich weer, afhankelijk van de koopkracht en index. Maar pandemieën, daar hebben wij geen ervaring mee. We zien nu aan de ene kant heel veel vacatures waarvoor er moeilijk gekwalificeerde kandidaten te vinden zijn, en aan de andere kant zoveel kortgeschoolde mensen die nergens aan de slag kunnen.”

Wat moet er nu gebeuren?

Never waste a good crisis, zeggen ze, en daarin dragen ondernemers samen met de overheid een verantwoordelijkheid. De regering heeft heel wat goede initiatieven genomen, zoals de tijdelijke werkloosheid of het uitstel van kredietaflossingen. En de ondernemers zijn weer bij de les geroepen. Ze hebben gezien waar de pijnpunten in hun bedrijf liggen, ze hebben initiatieven genomen, ze zijn wat minder naar de golf geweest. (lacht) Maar als we straks iedereen en alles gaan pamperen, dan gaat iedereen weer comfortabel achterover leunen.

“We moeten nu door de transitie: we zitten midden in een digitale revolutie en zullen ook los van corona veel jobs verliezen. België is al het wegzakken in de rangschikkingen van innoverende landen. We moeten gericht investeren, zoals in opleidingen. Het kan niet zijn dat, zoals bij Proximus vorig jaar, honderden mensen niet omgeschoold worden en dan maar ontslagen worden.”

Maakt u zich zorgen?

“Ja, want ik zie geen politieke leider die dat gaat trekken. Misschien moeten we, net zoals we tien virologen hebben samengebracht, ook tien ondernemers bij elkaar zetten. Als wij horen dat ze voor de tracing van besmette mensen voor een callcenter kiezen, dan is dat voor ons een terugkeer naar de jaren stilletjes.”

Welke concrete maatregelen stelt u voor om de schade te beperken?

“Ik heb daar geen grote antwoorden op. Bedrijven ondersteunen op basis van hun resultaten? Het verschil tussen werken en niet werken vergroten? Ik weet alleszins dat we voortdurend op beperkingen stoten. We zitten met heel veel verouderde wetgeving die veel flexibeler kan. Als je in een rolstoel zit, dan moet je kiezen tussen een uitkering voor de rest van je leven, of werk, maar dan verlies je wel je tegemoetkoming. Waarom kan je niet pakweg één week werken, en de overheid past de rest van de maand bij? Hetzelfde verhaal bij het weduwepensioen: er zijn mensen die hun werktijd terugschroeven naar twee dagen omdat ze anders dat geld verliezen. Dat is niet van deze tijd, en dat zijn regels die je in één twee drie aanpast.”

Welke rol kan interimarbeid spelen?

“Wij zijn de koningen van de flexibiliteit, al wordt ons dat niet altijd in dank afgenomen.”

Interimarbeid heeft niet de beste reputatie: er zijn genoeg verhalen van mensen die van het ene naar het andere tijdelijke contract gaan zonder dat ze een vast contract krijgen. De OCMW’s zien nu ook veel mensen met een interimstatuut.

“Wij zijn de meest gecontroleerde sector: op dagcontracten, korte contracten, of de vacatures op onze site niet vals zijn. Er zullen vast fouten gebeuren, zoals overal. Maar we weten dat mensen van nature nood hebben aan een vaste job. Het is voor ons heel belangrijk dat mensen ergens vast in dienst kunnen, dat zijn cijfers die we in de gaten houden.

“Maar er zijn altijd mensen die via bijvoorbeeld het OCMW richting uitzendwerk geduwd worden, vaak zonder veel goesting. Wij sturen ze dan naar een laaggeschoolde functie en die mensen trekken dat niet. Voor die groep moeten we een ander programma voorzien: een geleidelijke en begeleide terugkeer naar de arbeidsmarkt.”

Adecco is ruim tien jaar geleden veroordeeld voor zijn zogenaamde ‘blanc bleu belge’-beleid, waarbij werkgevers konden aangeven of ze opteerden voor een ‘Belgische’ kandidaat.

“Toen ik dertig jaar geleden begon in de sector, gaven bedrijven weleens door welk profiel ze wel of niet wilden. Vandaag vragen ze dat niet meer. We worden daar ook streng op gecontroleerd, met fictieve sollicitanten, en terecht.”

Mensen van vreemde origine hebben nog steeds veel last van discriminatie als ze solliciteren.

“Kijk, we zijn een commercieel bedrijf: hoe meer mensen we aan het werk krijgen, hoe meer we kunnen factureren. Zo simpel is het. We hebben zelf, bij House of HR, 120 nationaliteiten in dienst. Het doet me pijn dat we die perceptie blijven meesleuren.

“Wij hebben een drietal jaar geleden Jobroad georganiseerd, een project met de overheid, VOKA en de OCMW’s, om vluchtelingen aan het werk te krijgen. We zijn met hen bedrijven gaan bezoeken, hebben hen getoond welk werk ze zouden doen, zijn de eerste werkdagen meegegaan, hebben een peter of meter aangesteld... In drie jaar tijd hebben we zo drieduizend mensen – vooral Syriërs en Afghanen – aan werk geholpen, zelfs al waren ze het Nederlands nog niet machtig. Als we dat kunnen met vluchtelingen, waarom zou dat niet lukken met andere mensen die wat meer begeleiding nodig hebben? Dat is wat ik bedoel als ik zeg dat de overheid slim moet investeren.”

"In drie jaar tijd hebben we drieduizend vluchtelingen aan werk geholpen, zelfs al waren ze het Nederlands nog niet machtig. Waarom zou dat niet lukken met andere mensen die wat meer begeleiding nodig hebben?"Beeld © Stefaan Temmerman

Jullie hebben ook een project lopen in de gevangenissen.

“We hebben een sollicitatiedag georganiseerd in de gevangenis en hr-managers uitgenodigd. Je moet er geweest zijn om te weten hoe het daarbinnen is. Sommige managers haken meteen af, anderen zeggen: ja, dit is iets voor mij. We zijn begonnen in december en hebben zo een tiental mensen aan het werk gezet. Nu ligt dat project wat stil, natuurlijk.”

Waarom doen jullie dat?

“Omdat we iedereen nodig hebben. Ik heb daarnet eens gespiekt bij de VDAB: er staan 34.000 vacatures open. We zijn nu iets nieuws aan het uitwerken: share jobs. Horeca of andere sectoren die hun personeel niet kwijt willen maar ze nu niet aan het werk kan zetten, kunnen hen via ons tijdelijk een plaats geven in een andere sector, tot ze weer terug kunnen.”

U heeft een paar keer overwogen om een dienst op te starten om verpleegkundigen uit het buitenland naar hier te halen. Waarom vinden we die mensen hier niet?

“Het beroep heeft een negatief imago: het is hard werken, ook in het weekend. Volgens mij zit het probleem bij de artsen, die voor een ziekenhuis belangrijk zijn. In de ziekenhuizen hier in de buurt zie je dat zelfs op de parking: zij mogen hun auto’s vooraan op de parking parkeren, en de patiënten moeten achteraan gaan staan. Als ‘klant’ heb ik dat nooit begrepen.

“Maar die geneesheren – daar moeten we eerlijk in zijn – zijn meestal geen teamspelers. Ze zijn niet opgeleid als manager of leidinggevende, toch staan ze vaak aan het hoofd van het ziekenhuis. Ze zijn medische experten die niet goed zijn in het motiveren van de verpleegkundigen, het voetvolk van de ziekenhuizen. Zo krijg je frustraties.

“Die mensen vallen ook dood van de administratie, dat is waanzin. Het helpt ook niet dat dat allemaal vrouwen onder elkaar zijn. Ik weet wat hoe dat gaat, want wij zijn ook een heel vrouwelijke sector. (lacht)”

Worden verpleegkundigen te weinig betaald?

(denkt na) “Loon wordt algauw een schadevergoeding, als je gefrustreerd bent omdat er niet naar je geluisterd wordt. En dan is het nooit genoeg. Het zou nochtans zo op te lossen zijn, met de juiste CEO, die eens in zo’n ziekenhuisbed gaat liggen om te weten wat verpleegkundigen zoal doen. Je kunt iedereen meekrijgen als je een rolmodel bent, mensen inspireert en erkent in het werk.”

Terug naar het bedrijfsleven: u vindt dat Belgische bedrijven te lokaal denken. Econoom Peter De Keyzer zei onlangs in deze krant: de slogan ‘buy local’ is contra­productief.

“Ik vind het absoluut terecht dat er tijdelijk promotie gemaakt wordt voor retail en bedrijven van hier, om ze een hart onder de riem te steken. Maar de blik moet toch wijder. In West-Vlaanderen zeggen we: België is een schorte groot. We kunnen niet overleven op de lokale markt, dat is simpele wiskunde. Maar we blijven toch graag onder de kerktoren.

“Ik sta altijd versteld van Heineken. Dat bier trekt op niets, maar je vindt het op de meest afgelegen plaatsen. Ongelooflijk. Die Hollanders moet je toch niet leren om werelds te zijn.”

Het valt u ook op hoe weinig bedrijven een buffer hebben opgebouwd om een moeilijke periode te overbruggen.

“Een onderneming moet investeren, maar de portemonnee moet ook goed beheerd worden. En ik schrik ervan hoeveel bedrijven niet eens zes maanden hun vaste kosten kunnen betalen. Start-ups leven nu eenmaal van dag tot dag, dat was in mijn beginjaren niet anders. Maar er zijn bedrijven die het al jaren moeilijk hebben. Aan wat ligt dat dan? Verkeerde keuzes, te veel risico’s, te veel kosten? Het is niet aan mij om dat te beoordelen, maar als de overheid beslist om bij te springen, dan vind ik dat ze ook naar die cijfers moet durven te kijken.”

U bent ook medeoprichtster van Stella P, dat bestuursleden zoekt voor bedrijven, en We Are Jane, een investeringsfonds voor bedrijven die door vrouwen worden geleid.

“Rekrutering is de rode draad in mijn leven, mensen op de juiste plaats krijgen. En ik heb een grote voorkeur voor vrouwelijk leiderschap. Ik vind dat vrouwen fantastische dingen doen, maar te veel in de luwte blijven. Zolang dat evenwicht er niet is, zul je me horen.”

Slechts 2 procent van het durfkapitaalgeld gaat naar bedrijven in handen van vrouwen of met vrouwen aan het hoofd. Met We Are Jane willen jullie dat veranderen.

“We hebben een aantal vrouwelijke onderneemsters aangesproken met een groot netwerk, en gevraagd of we bij hen thuis mochten langskomen. Zoals de tupperwareparty’s, ja. We hebben zo 54 miljoen euro kapitaal opgehaald en hebben al één dossier afgesloten. We gaan in tien dossiers investeren. Dat is peanuts, hè. Maar ik wil tonen dat investeren in vrouwen rendeert.

“We weten uit studies dat vrouwelijke CEO’s niet alleen minder leningen krijgen, maar ook minder geld vragen. Raar toch? Vrouwen zijn gedreven maar te bescheiden. Ze kijken te detaillistisch en missen het grotere plaatje. We willen vrouwen aansporen om wat groter te denken en vreemd kapitaal toe te laten.”

Toen Michèle Sioen ‘Trends Manager van het Jaar’ werd, zei ze dat ze het geluk had dat ze geen broers had. Anders had ze allicht nooit aan het hoofd van het textielbedrijf Sioen Industries gestaan.

“Michèle had een heel sterke mama, Jacqueline, die daar het heft in handen had. Dan geef je je bedrijf makkelijker door aan je dochter, en als dochter zeg je sneller: ja, ik kan dat.

“Vrouwen nemen weinig bestuursmandaten op, veel minder dan mannen. Als ik ze benader met Stella P, willen ze het bedrijf vanbinnen en vanbuiten kennen. Ze bereiden zich uitstekend voor, en dan nog vragen ze: ga ik dat kunnen, Conny? Welke cursus moet ik bijstuderen? Dan denk ik: begin er eens aan en zie dan wat het geeft. Bij vacatures is het net zo: als er tien vereisten zijn en ze kunnen ze niet allemaal afvinken, dan solliciteren ze niet. Mannen hebben toch een ander zelfbeeld.”

U beweert zelfs dat bedrijven die geleid worden door een vrouw, het beter doen. Hoe weet u dat?

“Via ons investeringsfonds We Are Jane bestuderen we veel bedrijven en we stellen vast dat vrouwen meer risicobewust zijn. Dat heeft twee kanten, en in coronatijd is dat positief. Die bedrijven hebben weinig schulden bij de bank, een sterk eigen vermogen en liquiditeiten op de rekening. Als ze door de storm moeten, dan hebben ze geld om dat te overleven. Zelfs als ze volop aan het groeien zijn.

“Via De leeuwenkuil (programma op Vier waarin beginnende ondernemers hun plannen voorstellen aan potentiële investeerders, LB) zit ik in I Just Love Breakfast, een bedrijf dat granola maakt. De dame die dat leidt, denkt over elke euro goed na, heeft genoeg opzij staan om een paar maanden verder te kunnen, en toch roeit ze vooruit.

“Maar ik kom veel ondernemers tegen die snel investeren in een gebouw, terwijl dat het allerlaatste is waar je je geld in steekt. Toen wij begonnen met Accent Jobs, zaten we bij wijze van spreken in de keuken te werken. Wij hadden helemaal geen hoofdzetel, nu willen starters meteen een fantastisch kantoor. Ze denken soms dat ze al Facebook zijn. (lacht)

“Ik heb veel aan mezelf gewerkt. Ik heb me afgevraagd wat mij drijft, wat ik kan doen voor de maatschappij. Pas sinds een paar jaar sta ik echt in mijn kracht."Beeld © Stefaan Temmerman

Ondernemen lijkt heel hip tegenwoordig.

“Ja, we voelen dat veel mensen gedreven zijn. Er zijn veel incubators en onderzoekscentra zoals Imec, er is veel geld voor start-ups en de media zijn er ook op gesprongen, via programma’s als De leeuwenkuil. We proberen dat hier intern ook te stimuleren: vierhonderd van onze medewerkers hebben aandelen in ons bedrijf.”

Wordt het ondernemen niet te glamoureus voorgesteld? Op sociale media geeft de hashtag #entrepreneur je het idee dat je snel rijk wordt, of dat je je dagen slijt met je laptop in een hippe koffiebar.

“Mensen hebben daar soms een heel verkeerd beeld van, maar ik vrees dat voor die mensen het licht snel uitgaat.”

De personeelsfeestjes in de beginjaren van Accent Jobs waren nochtans legendarisch losbandig.

(lacht) Die verhalen blijven mij achtervolgen, zelfs al is het zo lang geleden. We waren absoluut geen grijs bedrijf, laat ik het zo zeggen. Maar het heeft ook veel mensen verbonden, er zijn daar goede vriendschappen ontstaan. Ik was trouwens meestal vroeg weg, dat mag je navragen bij collega’s die al twintig jaar in dienst zijn. Ik ben geen avondmens.”

Drie jaar geleden sloten jullie een minnelijke schikking omwille van een Luxemburgse belastingconstructie die uitlekte via LuxLeak. Volgens De Tijd betaalden jullie meer dan 20 miljoen euro.

“We hadden al jaren teams in Luxemburg, en opeens kon dat niet meer. De tijdsgeest was veranderd. We stonden op die lijst van LuxLeak, Philip liep in de kijker in The Sky Is the Limit, er moesten koppen rollen. Het werd een welles­-nietesspelletje. Ik ben ervan overtuigd dat we het gehaald zouden hebben, maar ik heb meteen gezegd: we willen geen onderzoek en ellenlange verhoren van medewerkers. Dat wilde ik ze niet aandoen.”

Dat is veel geld om uw werknemers te sparen. Evengoed kan het gezien worden als een schuldbekentenis.

“Dat weet ik, maar liever dat dan jarenlang wakker liggen van een probleem dat je ook snel kunt oplossen. Oké, dat heeft ons wat geld gekost, maar dat is verteerd. Ik wil echt niet jarenlang procederen, je verzuurt daarvan. Je kunt mijn historiek bekijken: ik heb bijna geen enkel dossier bij een advocaat. Zelfs als klanten niet betalen, ga ik er meestal zelf naartoe om te kijken hoe we dat probleem kunnen oplossen.”

U bent vandaag een rolmodel voor vrouwelijke ondernemers, maar Accent Jobs stond niet bekend om zijn vrouwvriendelijke cultuur. Dat speelde ook mee in de breuk met Philip Cracco.

“We hebben fantastische jaren gehad, maar die laatste jaren kon ik niet meer leven met de managementstijl van Philip. Ik heb zelf ook een hele weg afgelegd. Als je een bedrijf begint, dan heb je het idee dat je je moet gedragen als een man. Ik spreek ook over 25 jaar geleden. Ik had geen relevant diploma en mijn vader wilde mij niet sponsoren, hij zei dat ik in mijn ongeluk zou lopen. Maar op den duur kijk je in de spiegel, en herken je jezelf niet.

“Ik heb veel aan mezelf gewerkt, heb me vier jaar lang laten coachen, van directief naar participatief leiderschap. Ik heb me afgevraagd wat mij drijft, wat mijn diepste verlangen is, wat ik kan doen voor de maatschappij. Pas sinds een paar jaar sta ik echt in mijn kracht.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234