Vrijdag 18/10/2019

Vrouwelijk geweld bestormt het podium

De jongeren laten zich horen in de poëzie in ons taalgebied, zoveel is zeker. En ze hebben talent. We haalden er de vijf meest beloftevolle dichters uit. In poëziescholen zijn ze, gelukkig maar, niet te kooien. En dus zijn ze niet onder één noemer te vatten. Maar ze observeren met een belezen, scherpe, kritische blik de maatschappij, bezweren vrank en vrij hun eigen angsten en die van de lezer in hun verzen. Ze springen vrijmoedig op het podium. En kijk, het zijn de vrouwen die de mooiste noten op hun zang hebben.

De Vlamingen Lies van Gasse (°1983), Sylvie Marie (°1984), Yannick Dangre (°1987) en Maarten Inghels (°1988) maakten op jonge leeftijd hun overtuigend debuut. Maar het was Maud Vanhauwaert (°1984) die het sterkst voor de dag kwam, met Ik ben mogelijk (Querido, 2011). Vooral de subtiel ironische blik waarmee ze naar de werkelijkheid kijkt in gedichten met een wisselend ritme, kon mij bekoren.

Esther Naomi Perquin (°1980), Marjolijn van Heemstra (°1981), Ellen Deckwitz (°1982), Bernke Klein Zandvoort (°1987) en Lieke Marsman (°1990) maakten al het mooie weer in de Nederlandse poëzie. Perquin werd overladen met prijzen voor de drie bundels die ze publiceerde, met bovenaan de VSB-prijs in 2013, de meest prestigieuze poëzieprijs in ons taalgebied. En ze moet dus nog vijfendertig worden. Tussen de genomineerden voor de Buddingh'prijs, altijd een sterke barometer voor nieuwe poëzie, zitten weer enkele grote Nederlands beloften: Hannah van Wieringen, Hanneke van Eijken en Maarten van der Graaff.

Sofie Verdoodt

De jonge Sofie Verdoodt (°1983) voegt zich nu bij haar Vlaamse generatiegenoten. De vrouw, haar doodsverlangen, waar de titel Doodwater naar verwijst, maar ook haar kracht en verleidelijkheid, vormen de kern van haar debuutbundel. Alles vertrekt van Verdoodts fascinatie voor het prachtige schilderij Ophelia van John Everett Millais, zoals blijkt uit het openingsgedicht. Het ik van de dichter associeert zich heel sterk met de vrouw die opgaat in de natuur.

Spannend wordt het als verleiding en dreiging met elkaar flirten, zoals in het gedicht bij het werk van Walter Sickert, over wie wel eens gesuggereerd werd dat hij Jack The Ripper zou zijn geweest: 'hij huurt een kamer in mijn hoofd/ waar niemand komt/ leest er de lippen van de dood/ het palindroom van haar schoot/ ik zet hem naar mijn hand'.

Sofie Verdoodt wisselt rijmende en vrije verzen met elkaar af, waardoor speelsheid en ernst, vrijheid en beknotting, het mannelijke en het vrouwelijke met elkaar een tango dansen. Dat is aantrekkelijk. Maar hier en daar schuurt ze nog te veel langs clichés, zoals 'tot niets rest dan blij-droef wachten/ tot een ander schip/ voor deze kusten strandt'.

lllll

Sofie Verdoodt Doodwater, Poëziecentrum, Gent, 48 p., 19,50 euro.

Hannah van Wieringen

In haar debuutbundel hier kijken we naar zet de Nederlandse Hannah van Wieringen (°1982) sterk in op observatie en roept datgene op wat onder het oppervlak blijft en voor spanning zorgt, zoals in de scène op het strand in 'wat beweegt er': 'iemand voelde een gladde hand van een gladde hand wegglijden/ als twee uiteenwijkende radslagen langs een vloedlijn/ als twee uiteendravende paarden// stonden twee mensen los in het decor/ zochten naar gebaren om elkaar te vragen/ beweegt er nu iets in het water/ twee mensen wezen ze keken ernaar'.

Van Wieringen kijkt desondanks met een gretige blik naar de werkelijkheid en geeft het volle leven vorm ('het is al twee keer dag geweest/ en nog zijn we een daverende kudde'). Zelfs een dode eend wordt nog met aanstekelijke taal bezongen in het gedicht dat ik koos. Van Wieringen heeft veel aandacht voor het water in haar vloeiende, voortstuwende verzen zonder hoofdletters en interpunctie. Het is duidelijk dat ze Lucebert goed gelezen heeft. Maar ze maakt er haar eigen, sensuele variant van.

lllll

Hannah van Wieringen, hier kijken we naar, De Harmonie, 48 p., 15,90 euro.

Hanneke van Eijken

Ook Hanneke van Eijken (° 1981) zorgde met Papieren veulens voor een matuur debuut. Ze maakte voordien al opgemerkte passages langs literaire podia en festivals als De Nacht van de Poëzie, Lowlands en De Parade. Op het eerste gezicht lijken haar gedichten een naïeve meisjeswereld te representeren. De titel van haar debuut wijst daar al op. Er duiken roze beren en pony's op. Maar Van Eijken schetst vooral een wereld waarin het erg moeilijk is om onderdak te vinden en zich veilig te voelen: 'aan de voet van dit appartement raast een stad, briesend/ kauwend op een bit van neonverlichting// we houden ons vast/ aan klamme lakens/ we trekken onze vleugels in'.

Ondanks de angst en de hopeloze zoektocht hebben Van Eijkens gedichten een aanstekelijke lichtheid. In het slotgedicht fluistert ze een pasgeborene moed in: 'er is een leven lang, er zijn voldoende zandkastelen,/ en kleine goden waken/ als je een oor tegen de nacht legt/ hoor je ze in de verte ruisen.'

lllll

Hanneke van Eijken, Papieren veulens, Prometheus, 56 p., 17,95 euro.

Lieke Marsman

Lieke Marsman (°1990) ontving voor haar debuut Wat ik mezelf graag voorbehoud als amper twintigjarige maar liefst drie poëzieprijzen, waaronder de Buddingh'prijs en de Debuutprijs van het onvolprezen poëzietijdschrift Het Liegend Konijn. In haar debuut bezwoer ze haar twijfels. Maar die zijn nog niet geweken in De eerste letter. Ze betreffen niet alleen de dichter zelf ('Als ik bang was dat ik opeens zou gaan denken dat alles op mij/ betrekking had'), maar ook op de taal: 'Poëzie/ lijkt me vandaag (...)/ een oude geliefde/ van wie ik het nummer/ nog niet uit mijn telefoon/ durf te wissen'. Ze gaat op zoek naar geborgenheid: 'Ergens / in deze berg moeten mijn sokken/ toch liggen, iets zachts/ voor mijn voeten, dat ze warm houdt.' Maar de liefde biedt geen soelaas: 'Zijn we toch maar mooi uit eenwording/ twee gewonden geworden.' De eerste letter bevat sterke gedichten, maar kan niet over de hele lijn overtuigen, omdat Marsman twijfelt tussen vertellen en verbeelden.

lllll

Lieke Marsman, De eerste letter, Van Oorschot, 64 p., 14,50 euro.

Maarten van der Graaff

Maarten van der Graaff (°1987) moet de Buddingh'prijs 2014 krijgen, want hij is een dichter die durft. Dan toch een man? Jawel. Niet zomaar omdat hij zijn voorgangers te lijf gaat (' Ik zag Rutger Kopland in blinde paniek zoeken naar dat en dat/ gedicht'), maar omdat hij veelstemmig durft te zijn op inhoudelijk en vormelijk niveau. De dichter slaat niet op de vlucht, zoals de titel van zijn debuut Vluchtautogedichten zou kunnen doen vermoeden, maar hij zoekt wel een uitweg uit de Nederlandse poëzietraditie en hij bouwt zijn eigen taalwereld. Hij doet dat baldadig en intelligent, twee woorden die volgens Van der Graaff met elkaar wel te rijmen vallen. Van der Graaff noemt zijn gedichten 'een real time autobiografie'. Hij neemt daarbij vaak een cynische houding aan, zoals in het gedicht 'Openbaring als oude mol' dat ik koos. Zo jong nog en nu al zo goed op de hoogte van hoe het er in de wereld aan toegaat, die Van der Graaff.

lllll

Maarten van der Graaff, Vluchtautogedichten, Atlas/Contact, 55 p., 21,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234