Woensdag 23/09/2020

Vrouw ziet vrouw door mannenogen

Tori Amos

De Amerikaanse zangeres Tori Amos is niet alleen een voortreffelijke liedjesschrijfster, ook als vertolkster van andermans werk weet ze de luisteraar vaak onverhoeds bij het nekvel te grijpen. Haar eigenzinnige versie van Nirvana's 'Smells Like Teen Spirit' mag nog altijd zonder blozen naast de originele staan, en de jongste jaren zette ze ook songs van Joni Mitchell, Jimi Hendrix, Steely Dan, Led Zeppelin en de Stones naar haar hand. Op Strange Little Girls, haar zesde soloplaat na Y Kant Tori Read, kiest ze nu uitsluitend voor songs over vrouwen, geschreven door mannen. Door de twaalf gekozen nummers, afkomstig uit verschillende stijlen en perioden, vanuit een ander gezichtspunt te benaderen, slaagt de artieste erin een verband te leggen tussen sekse en identiteit. Tegelijk roept ze vragen op over hoe vrouwen eruitzien als ze door mannenogen worden bekeken.

Veel van de liedjes op de cd zijn vroeger hits geweest en zullen dus door een breed publiek worden herkend. Maar af en toe waagt Tori Amos zich toch aan radicaal afwijkende interpretaties, waardoor je het vertrouwde materiaal met andere oren gaat beluisteren. Zo is er het van Eminem geleende '97 Bonnie & Clyde', over een man die zijn vrouw heeft vermoord en samen met zijn dochtertje op weg is naar een meer waar hij haar lijk zal dumpen. De dancegroove en het cynisme van de oorspronkelijke versie worden bij Amos vervangen door elegische strijkers en neurotisch gefluister: koude rillingen gegarandeerd. Het tot tien minuten uitgesponnen 'Happiness is a Warm Gun' van The Beatles is voorzien van een hiphopbeat, een fusiongitaar en een gesproken intro over de Amerikaanse wapenlobby. Neil Youngs 'Heart of Gold' is, met zijn circulaire riff en chaotische mix, zo goed als onherkenbaar geworden, en Slayers 'Raining Blood' is in de handen van Tori Amos nu een sobere pianoballad.

'New Age' van The Velvet Underground herinnert nauwelijks meer aan het door Doug Yule gezongen origineel, terwijl het van 10cc geleende 'I'm Not In Love' dermate wordt afgekloven dat het haast is gereduceerd tot louter ritme. Amos' uitvoeringen van 'I Don't Like Mondays' van The Boomtown Rats, 'Enjoy the Silence' van Depeche Mode, 'Time' van Tom Waits en 'Real Men' van Joe Jackson voegen weliswaar weinig toe aan de auteursversies, maar klinken in ieder geval respectvol en intens.

Met Strange Little Girls toont Tori Amos andermaal aan hoe gewelddadig woorden kunnen zijn als ze als wapen worden gebruikt in de seksuele arena. Ze kunnen kwetsen en conditioneren, slaan mensen uit hun lood en strooien zout in open wonden. Maar ze kunnen net zo goed strelen, opwinden of amuseren. Wie zich afvroeg of deze plaat qua diepgang kan wedijveren met Amos' vroegere werk hoeft zich dus zeker geen zorgen te maken.

Tori Amos, Strange Little Girls, Atlantic/Warner

John Hiatt

Een huis van vertrouwen

Wie van Amerikaanse rootsrock houdt en geen bezwaar heeft tegen songs met een klassieke snit, kan niet meer om John Hiatt heen. De man maakt al een kwarteeuw goede platen en allemaal bevatten ze wel een handvol liedjes die met geen stokken meer uit je hoofd te jagen zijn. Hiatt schrijft over gewone mensen, hun kleine kantjes en onhebbelijkheden, en schrikt er zelfs niet voor terug in het hoofd van een psychopaat te kruipen als dat toevallig de levensduur van zijn songs ten goede komt. Dankzij The Tiki Bar is Open wordt de stoet onvergetelijke personages uit het hart van Hiatt Country weer een beetje langer.

Na het afgekloven Crossing Muddy Waters van vorig jaar kiest de zanger op zijn nieuwe langspeler weer resoluut voor rauwe, potige rock-'n-roll. Daartoe laat hij zich zelfs, voor het eerst sinds elf jaar, weer assisteren door The Goners, de band uit Louisiana waarmee hij toerde ten tijde van Bring the Family en later Slow Turning inblikte. Het fenomenale slide-gitaarspel van Sonny Landreth krijgt dus weer vrij spel, terwijl de trotse ritmesectie staat als de torens van het New Yorkse WTC. Tenminste: voor ze door een paar krankzinnige fanatici in puin werden gelegd.

Nieuwe paden worden er op The Tiki Bar is Open niet bewandeld. 'I'll Never Get Over You' was enkele jaren geleden, zij het dan in een andere uitvoering, zelfs al te horen op Perfectly Good Guitar. Maar wat vooral opvalt aan energieke en springerige deunen als 'Everybody Went Low', 'Rock of Your Love', het bluesy 'I Know A Place' en het door de film Lost Weekend geïnspireerde 'All the Lilacs in Ohio', is het ongebreidelde speelplezier.

Voorts speelt Hiatt een spelletje Zoek de Referentie: in het bruisende 'My Old Friend', over een man van middelbare leeftijd die terugblikt op zijn jeugd, zit een stukje van Jethro Tulls 'Aqualung' verstopt, terwijl 'Hangin' Round Here' een duidelijke hommage is aan de muziek van The Band. De titeltrack is dan weer een shuffle die verwantschap vertoont met het bekende 'Sixteen Tons' van Merle Travis. En nog nooit eerder hebben we John Hiatt zo psychedelisch bezig gehoord als in 'Farther Stars', over een familielid dat enkele jaren geleden aan kanker overleed.

Naar goede gewoonte bevat de cd enkele pakkende ballads, waaronder het wrange 'Come Home to You' en de terugblik op Hiatts turbulente drugsverleden, die 'Something Broken' heet. We zeiden het al: The Tiki Bar is Open biedt weinig verrassingen. Maar als liefhebber van goede whisky klaag je toch ook niet omdat iedere fles hetzelfde smaakt?

John Hiatt, The Tiki Bar is Open, Sanctuary/BMG

Flip Kowlier

Onverwachte pointes

Flip Kowlier kennen we onder meer als bassist van My Velma en als Levrancier van het Izegemse hiphopcollectief 't Hof van Commerce. Op zijn eerste soloplaat gaat hij weer de poptoer op, maar ook hier bedient hij zich van een variant op de West-Vlaamse streektaal. Dat is een tweesnijdend zwaard: het geeft zijn werk een bijzondere authenticiteit, want Kowlier zingt zoals hij spreekt, maar tegelijk zorgt het er ook voor dat zijn actieradius per definitie beperkt zal blijven. De man verdient nochtans beter, dat heb je na één beluistering van Ocharme ik al in de gaten.

De nummers zijn haast zonder uitzondering van hoog niveau, worden verpakt in onweerstaanbare melodieën, getuigen van humor en diepgang en zijn vaak inventief en verrassend gearrangeerd. Dat mannenkoor in 'Ti woa'! Die bastuba en Fender Rhodes in het op walsbenen voortdeinende 'Min Moaten'! Die vibrafoon in het fraaie 'Ik ben moe'! Die mellotron in de titeltrack, een kwetsbare ballad die een beetje aan dEUS doet denken!

Kowliers teksten gaan over het leven van alledag, zijn vrienden, de liefde of het gebrek eraan, maar bevatten niet zelden onverwachte wendingen en pointes. Dat geldt bijvoorbeeld voor 'Kwestie van organisatie', dat, als we goed hebben geluisterd, eindigt met een nogal lugubere climax, en voor 'Moeder lieve moeder', over de moeizame outing van een homoseksueel. Het rancuneuze 'Welgemeende' is al een terechte radiohit, het sobere 'Vredeslied' (over onverschilligheid en leven met verschillende snelheden) is versierd met prachtig gitaarspel en het introspectieve 'In 't Park' is simpele poëzie waar je niet echt vrolijk van wordt. 'Slichte Mins' is dan weer rammelende punk en in het reggaenummer 'Verkluot' klinkt Filip Kowlier zowaar als een jonge, speelse Willem Vermandere. Ocharme ik is een gevarieerd en veelbelovend debuut van een natuurtalent. Mocht Kowlier in het Engels zingen, dan zou hem nu al internationale allure worden toegedicht. Volg een snelcursus West-Vlaams en laat je inpakken.

Flip Kowlier, Ocharme ik, Petrol/EMI

Ozark Henry

Veelzijdig talent

Ozark Henry is al drie platen lang het geesteskind van Piet Goddaer, een muzikale boy wonder uit Kortrijk die zich eerder dit jaar deed opmerken met zijn jazzy nevenproject Sunzoo Manley. De man is getalenteerd op vele fronten, doet in de studio nagenoeg alles zelf en heeft inmiddels een herkenbare stijl ontwikkeld die zelfs in diverse buitenlanden de oren doet spitsen.

Birthmarks klinkt iets rechtlijniger en heterogener dan zijn twee voorgangers, maar bevat geen enkele track die zo aangrijpend is als 'Radio' of zo catchy als 'Ocean'. Dat betekent natuurlijk nog lang niet dat Ozark Henry het op zijn nieuwe cd laat afweten. Zo is er deze keer heel veel aandacht besteed aan de zangpartijen en krijgt Goddaer in tracks als 'Word Up' en 'Tattoo' het prominente gezelschap van enkele soulvolle achtergrondchanteuses.

Van zijn vorige cd's weten we al dat Ozark Henry een perfect evenwicht nastreeft tussen akoestische en elektronische instrumenten, maar op Birthmarks klinken de arrangementen warmer en organischer dan ooit. Daar zijn de strijkers en blazers van het Audrey Riley Octet, een gezelschap dat in het verleden al Gavin Bryars, The Cure, Blur en Smashing Pumpkins terzijde stond, zeker niet vreemd aan. In 'Do You Love Me' en 'Rainbow' experimenteert Goddaer dan weer met dub-invloeden, al blijven die voorlopig impliciet.

De single 'Rescue' - klassiekerig pianomotiefje, stuiterend ritme - behoort onmiskenbaar tot de hoogtepunten van de plaat, maar wat ons betreft heeft ook 'Sweet Instigator' alles om een geheide radiohit te worden. Van de rustigere tracks trekt vooral 'This Is All I Have' de aandacht: een jazzy torch song waar Frank Deruytter met zijn tenorsax sierlijke rookkringen door blaast. Birthmarks baadt in de sfeer van lange hete zomers, hopeloze verliefdheden en gedichten van Paul van Ostaijen. Hopelijk slaagt Ozark Henry er met dit puike werkstuk eindelijk in een breder publiek aan te boren.

Ozark Henry, Birthmarks, Epic/Sony

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234