Woensdag 27/10/2021

Vrouw tussen de haantjes

Marianne Thyssen vanaf vandaag CD&V-voorzitter

Welke partij wacht Marianne Thyssen (51), die vandaag het voorzitterschap van CD&V op zich neemt? 'De moeilijkste job van de Wetstraat', noemde Jean-Luc Dehaene het ooit. 'Dat is het vandaag wellicht nog altijd', zegt Carl Devos (UGent), 'maar dan om heel andere redenen dan voor 1999.' Zal ze haar mannetje staan, tussen Kris Peeters en Yves Leterme enerzijds, Leterme en Bart De Wever anderzijds? 'Ze zal vooral op de winkel moeten letten', zegt Bart Maddens (KU Leuven).

Door FILIP ROGIERS

Alles kan slechter. Neem nu de regering-Leburton-Tindemans-De Clercq in 1973. Zesendertig ministers en staatssecretarissen. Een regering die niemand echt wou, zeker de CVP niet. Niet alleen was de Waalse socialist Edmond Leburton Nederlandsonkundig, uitzicht op communautaire vooruitgang was er amper. Bij de formatiegesprekken werden de moeilijkste knopen - het statuut van de Voerstreek en de gewestvorming, artikel 107 quater van de grondwet - doorgeschoven naar een Uitgebreide Parlementaire Commissie.

De toen nog jonge CVP-voorzitter Wilfried Martens beschrijft deze 'kwakkelregering' later in zijn memoires. De geboorte ervan verliep volgens hem "allesbehalve voorspoedig en de boreling zou slechts een jaar te leven hebben". Op Martens rustte de taak om ministers aan te wijzen: hij stuurde Leo Tindemans in de ring als vicepremier. Na de val van Leburton werd Tindemans eerste minister. In de vier daaropvolgende jaren zou het in de CVP wel vaker spannen tussen Martens en Tindemans, partijvoorzitter en premier. Het Egmontakkoord, door de één getekend en de ander gekelderd, vormde van die spanning het orgelpunt.

Ongetwijfeld spookte die onheuglijke periode sommige christendemocraten door het hoofd bij de vraag de afgelopen maanden wie de partij in het zo woelige Letermetijdperk 'definitief' moet gaan leiden, na de tijdelijke brandweerlieden Etienne Schouppe en Wouter Beke. Een sterke premier én een sterke partijvoorzitter, dat verdraagt elkaar niet goed. De liberalen hebben het ondervonden in de periode dat Guy Verhofstadt premier en Karel De Gucht partijvoorzitter was. Een partij die de premier levert, heeft vooral behoefte aan een partijvoorzitter die op de winkel past. Wat een premier leverende partij zich vooral niet kan veroorloven, is een voorzitter die zelf nog een eersterangsrol wil of denkt te moeten gaan spelen. Geen politicus die nood heeft aan eigen profilering, wel een noeste werker in de schaduw.

Marianne Thyssen voldoet perfect aan de jobomschrijving. Dat ze door premier Leterme zelf gevraagd is - hij stalkte haar tot in Mexico toe -, bewijst dat hij het oranje draaiboek stevig in handen zal trachten te houden. De partij heeft al genoeg turbulentie om zich heen in de Wetstraat en kan wat rust in de eigen barak goed gebruiken. Maar ook, er is in de partij al een tweespan dat de potentie van een Tindemans-Martensconflict in zich draagt; er zijn al twee politici in huis die nood hebben aan een uitgesproken profiel op de voorgrond en die door hun functie in de nabije toekomst verder dreigen te botsen: premier Leterme en Vlaams minister-president Kris Peeters. Met de gewestverkiezingen van 2009 voor de deur belooft dat al genoeg vonken te geven. Een sterke derde man, of dus vrouw, naast die twee haantjes zou contraproductief zijn.

Waarmee niet gezegd wil zijn dat Thyssen een zwakke voorzitter zal zijn of moet worden. Integendeel. Van haar worden heel andere kwaliteiten dan persoonlijke populariteit of camerapersoonlijkheid verwacht. Als manager-ploegspeler zal ze de handen vol hebben.

"Ik denk niet dat het de bedoeling is dat Marianne Thyssen een vrij dominante voorzitter wordt", zegt de Gentse politicoloog Carl Devos. "Evenmin dat ze op voet van gelijkheid zou moeten opereren met Peeters en Leterme. Dat zou niet werken. Haar profiel is er dan ook niet op geënt. De partij heeft lering getrokken uit de periode Tindemans-Martens. Met Yves Leterme aan het roer had de partij een sterk leiderschap. Dat kon, omdat de partij in de oppositie zat. Maar in de CD&V vandaag heb je vooral een consensusfiguur nodig."

Thyssen wordt de vierde voorzitter, interimarissen niet meegerekend, sinds 1999. Dat jaar luidde op meer dan één vlak een breekpunt in voor de christendemocraten. Voor 1999 waren van een CVP-voorzitter heel andere kwaliteiten vereist. Jean-Luc Dehaene noemde in die prepaarse periode het voorzitterschap van de partij nog de zwaarste job van de Wetstraat.

Devos: "De uitdagingen voor een CD&V-voorzitter zijn vandaag heel anders dan wat Dehaene in zijn tijd ermee bedoelde. Voor 1999 moest een CVP-voorzitter een linker- en een rechtervleugel bijeenhouden, het ACW en het NCMW (nu Unizo). En vooral: de CVP was een regeringspartij. De CVP-voorzitter moest ervoor zorgen dat de partij een profiel had en tegelijk een stempel kon drukken op de regering, waar de partij ook altijd bij was."

"Je hebt twee soorten voorzitters", zegt de Leuvense politicoloog Bart Maddens. "In de oppositie is de voorzitter ook daadwerkelijk de politieke leider van de partij. Maar in de meerderheid is een partijvoorzitter veeleer iemand die op de winkel moet letten. Ik vermoed dat Marianne Thyssen meer het type voorzitter van Frank Swaelen en tot op zekere hoogte ook Jo Vandeurzen wordt. Men maakt haar geen voorzitter met het idee dat ze een leidende functie zal opnemen. Daarvoor zal de partij zelf en ook de buitenwereld veeleer kijken naar Yves Leterme en naar Kris Peeters. Die laatste staat nu nog wat verder aan de horizon, maar dat kan veranderen. Als het slecht afloopt met Leterme is Peeters de coming man.

"Welke rol Marianne Thyssen de komende maanden of jaren in de partij zal spelen, wordt mijns inziens niet de cruciale vraag. In het krachtenspel tussen de verschillende actoren zal de voorzitter een ondergeschikte rol spelen. Dat gold trouwens ook al voor Jo Vandeurzen. Ook hij was, zodra CD&V in de Vlaamse regering kwam, meer een voorzitter die op de winkel moest letten en de partij vooral operationeel moest managen."

Nogmaals: een functie in de schaduw betekent niet per se een light job. "Op de winkel letten betekent dat je intern veel aan crisismanagement moet doen", zegt Maddens. "Dat was ook zo onder Frank Swaelen. De rooms-blauwe regeringsjaren tijdens zijn voorzitterschap (1981-1988, FR) waren best moeilijk voor het ACW. Die regeringen voerden een rechts beleid, de CVP was gecontesteerd door de vakbonden. Als partijvoorzitter moest Swaelen de plooien gladstrijken, het ACW aan boord houden."

Dat CD&V vandaag opnieuw op alle niveaus, Vlaams en federaal, aan de hendels zit, betekent evenwel nog niet dat het voor de partij business as usual wordt, of dat de nieuwe CD&V-voorzitter zich zomaar kan spiegelen aan haar prepaarse voorgangers. Nieuw is dat de partij niet gebeiteld zit in de regering, dat ze ook in 2009 of 2011 niet langer zeker kan zijn van machtsdeelname. De les van 1999 zal nooit vergeten worden. En als iemand die les kent, is het wel Marianne Thyssen. Zij schreef in dat verkiezingsjaar, in opdracht van de partijtop, een kritisch rapport waarin ze op zoek ging naar structurele oorzaken voor de neergang van de CVP, structureler in elk geval dan de dioxinecrisis.

Een totaal nieuw gegeven is ook dat de Vlaamse regering zeker sinds 2004 en de toen ontstane asymmetrie (anders gekleurd dan de federale regering) niet langer een filiaal is van de federale regering, wat onder Jean-Luc Dehaene en Luc Van den Brande wel nog in grote mate het geval was. Onuitgegeven is ten slotte ook dat Leterme op 14 februari 2004 een kartel heeft gesmeed met de Nieuw-Vlaamse Alliantie.

Communautair staat Thyssen derhalve voor hete vuren. CD&V was altijd al een huis met vele kamers. Een partij die behalve sociaaleconomische standen en ethisch meer of minder conservatieve vleugels ook gewend was aan twee of zelfs drie (unitair/federalistisch/confederalistisch) communautaire strekkingen. In de gegeven omstandigheden is die laatste bron van diversiteit, eufemistisch gezegd, dominant. Een CVP/CD&V-partijvoorzitter moet altijd een meester zijn in evenwichtsoefeningen, maar Thyssen wachten als partijvoorzitter extra moeilijke afwegingen. Zal het op 15 juli genoeg zijn voor CD&V, laat staan voor het kartel? Krijgt Thyssen van de partij een mandaat om te onderhandelen over een prijs voor de splitsing van B-H-V? Bref, het wordt slalommen tussen de kaakslagen.

CD&V is niet langer de staatsdragende partij voor wie de (Belgische) raison d'état primeerde boven het partijbelang en, in tijden van staatshervorming, het Vlaamse belang. Carl Devos: "De CVP is dood. De Belgische, staatsdragende partij is vervangen door een partij die staatsvormend wil zijn: ze is bezig met de vorming van een Vlaamse staat. Ze beseffen dat machtsdeelname op federaal niveau altijd wispelturig zal zijn: soms zijn ze erbij, soms niet. Maar in Vlaanderen hebben ze veel meer kans om er altijd bij te zijn en het bestuur ook te domineren. De partij trekt daarom meer dan ooit de Vlaamse kaart. CD&V'ers die je voordien toch veeleer in het gematigde, federalistische kamp had gesitueerd, zoals Stefaan De Clerck of Tony Van Parys, spreken nu plots heel anders. Ook bij de jongeren is de Belgische, staatsdragende reflex volledig weg. Die hebben nooit een CVP gekend als de partij die de Belgische staat deed functioneren, enkel een CD&V die de belangen van Vlaanderen voor ogen houdt."

Met andere woorden, de Vlaamse radicalisering van de christendemocratie komt niet alleen door het kartel met N-VA. Carl Devos: "'Als het moet, blazen wij de regering op, met Yves Leterme erbij', zei onlangs een vooraanstaand ACW-parlementslid tegen mij. Het gros van de CD&V'ers heeft N-VA niet nodig om er een fel communautair discours op na te houden."

Jo Vandeurzen probeerde tijdens de formatie nog even om de kartelpartner tot inschikkelijkheid te bewegen, om aldus Letermes tweede poging te redden om een oranje-blauwe regering met een communautair programma op de been te brengen. Tevergeefs. Ook na de stemming over B-H-V in de Kamercommissie moest de CD&V-voorzitter een bocht nemen door de N-VA. Het is bekend dat Vandeurzen er bij momenten kierewiet van werd. Er is geen enkele reden om te geloven dat Thyssen de kartelpartner wel zou 'aankunnen'.

"Geen enkele CD&V-voorzitter kan een buffer zijn voor de druk van de N-VA", meent Devos. "De N-VA laat zich niet inperken. Ze zijn bovendien te belangrijk voor de partij. Op z'n minst in 2009 willen beide partijen zich opnieuw als kartel aan de kiezer presenteren."

"Het kartel heeft sinds 10 juni 2007 stormen doorstaan, maar is schokvast gebleken", zegt ook Bart Maddens. "Ook nu weer, met de agendering van B-H-V in de Kamer, is het kartel niet gebarsten."

Toch ziet Maddens in de partij nog altijd meer fluctuatie op de Belgisch-Vlaamse breuklijn. "De breuklijn tussen de Belgisch- en de Vlaamsgezinde vleugel loopt niet tussen CD&V en N-VA, maar wel binnen CD&V zelf. Tegenover de meer staatsbehoudende vleugel, waarin het ACW het zwaarst weegt, staat een klassieke flamingantische vleugel in de partij, met mensen als Eric Van Rompuy, Luc Van den Brande of Wouter Beke, die een verbond met de N-VA zijn aangegaan. Dankzij de N-VA weegt die Vlaamse vleugel van CD&V nu beduidend meer. De jongeren zitten consistent in het kamp van de flaminganten. Maar die twee vleugels houden elkaar wel nog altijd in evenwicht.

"Sinds 10 juni is er sprake van een flipflopbesluitvorming. Na de stemming over B-H-V in de Kamercommissie in november was er eerst een akkoord om het sociaaleconomische prioritair aan te pakken. Dat is de dag nadien herroepen. De N-VA heeft dan weer het onderspit moeten delven bij het aantreden van Verhofstadt III en toen Yves Leterme aan een regering begon zonder garanties voor een staatshervorming of B-H-V. Voortdurend rolt die bal van de ene naar de andere kant. Dat is een zeer delicate balans. Dat houdt aan bij gebrek aan leiderschap van Yves Leterme, die duidelijk geen partij kiest voor één van de twee kampen. Leterme ondergaat het."

Na Vandeurzen zal ook Thyssen in het oog van die heen-en-weerbewegingen komen te staan. De facto wordt ze een vrouw tussen Peeters en Leterme. Carl Devos: "Peeters houdt de Vlaamse lijn zeer strak aan. De relatie met Leterme is niet meer zo hartelijk. Het is Kris Peeters die zich in 2009 aan de kiezer moet aanbieden. Hij zal worden afgerekend op wat er federaal gebeurt, of niet. Je zou verwachten dat de partij een voorzitter nodig heeft die die twee flanken in evenwicht kan houden, maar zo'n figuur is er niet. Het wordt voor Thyssen dan ook gas geven en op tijd afremmen om Leterme niet in de vernieling te rijden."

Het wordt volgens Maddens dan ook een van de moeilijkst te managen problemen voor Marianne Thyssen: een evenwicht vinden tussen Peeters en Leterme dat zeker tot 2009 moet standhouden om de (Vlaamse) lat te halen. Maddens: "Kris Peeters is vandaag al radicaler als Vlaams minister-president dan Yves Leterme het was. Zijn stelling dat dit land een copernicaanse revolutie nodig heeft, is eigenlijk een pleidooi voor het confederalisme. Daar heb je Leterme nooit op kunnen betrappen."

Zal Thyssen de handen vol hebben met het communautair op eieren lopen, ook de oude, sociaaleconomische breuklijn in de partij verdient volgens Bart Maddens nog altijd veel zorg. "CD&V is geen standenpartij meer in de klassieke zin van het woord, maar toch moet je het gewicht ervan niet onderschatten. Het ACW blijft een sterk gestructureerde component. Op 10 juni haalden kandidaten van ACW-signatuur gemiddeld meer stemmen dan andere kandidaten. Het ACW blijft met andere woorden een belangrijke electorale buffer voor de partij, iets wat Open Vld of sp.a ontberen. Dat weet de CD&V-top ook wel en ook Marianne Thyssen zal dat daarom moeten koesteren."

Niet alleen om electorale redenen, weliswaar. "Op korte termijn vormt het communautaire de grootste uitdaging voor Thyssen", vat Maddens het samen. "Maar eens die kaap genomen, en dat kan duren tot na juni 2009, zullen de economische problemen zich des te scherper stellen. De conjunctuur is slecht, de inzet niet gering: een nieuw Generatiepact, belastingverlagingen, het al dan niet verhogen van de sociale uitkeringen, het opvangen van het toenemende pensioentekort... Dat zal de vertrouwensband tussen ACW en CD&V opnieuw onder druk zetten."

Politicoloog Carl Devos (UGent):

Met Leterme aan het roer had CD&V een sterk leiderschap. Dat kon, omdat de partij in de oppositie zat. Maar in de CD&V vandaag heb je vooral een consensusfiguur nodig

Politicoloog Bart Maddens (KU Leuven):

Het ACW blijft een belangrijke electorale buffer voor CD&V. Dat weet de partijtop ook wel en ook Marianne Thyssen zal dat daarom moeten koesteren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234