Vrijdag 27/01/2023

Vrolijke, vrolijkevrienden

Uiteindelijk hield paars-groen het vier volle jaren uit. Daarop hadden in 1999 al die criticasters van Verhofstadt geen cent willen of durven inzetten. Een paar maanden ging het duren, maximaal een jaar, en dan zou het uit zijn met de pret. Of, zoals dat in het jargon heette, dan zouden 'de wittebroodsweken voorbij zijn'. In werkelijkheid hielden Verhofstadt en co. het vier jaar uit. En wat voor jaren. Of men paars-groen nu negatief of positief beoordeelt, niemand kan ontkennen dat het een ongemeen boeiende tijd was. Zo fris, zo spannend, zo onverantwoord, zo onberekenbaar, zo non-conformistisch, zo schaamteloos, zo gedurfd, zo fris, zo vilein en zo gemeen. Zo hadden we het nog nooit gezien. Een waarnemer keek toe, en noteerde nu en dan iets.

Walter Pauli

Tekening Jan Vanriet

Paars-groen moet een van de minst saaie regeringen aller tijden geweest zijn. Nu is 'saai' een dubbelzinnig begrip in de Wetstraat. De stelling dat Dehaene II, het kabinet dat paars-groen voorafging, een van de saaiste coalities ooit was, vraagt om een nadere definitie van 'saai'.

Zelden kregen we immers zoveel spektakel, show, grote beroering en hevige emoties te zien als tijdens de 'saaie' jaren van Dehaene II. Voor de vuist weg: het spectaculaire vertrek van Johan Van Hecke als voorzitter van de CVP, de Wetstraat die een week lang over een brandladder roddelt, de plotse maar treurige bekendheid van procureur Bourlet en onderzoeksrechter Connerotte, van Paul Marchal en Nabela Benaïssa, dan het spaghetti-arrest, de Witte Mars, de onwaarschijnlijke ontsnapping van Marc Dutroux, het vertrek van Vande Lanotte en De Clerck, de dood van Sémira Adamu en het einde van Louis Tobback als minister, de commissie-Verwilghen, haar ondervragingen, rapporten en apartjes in de priorij van Corsendonk, Zaal F, de Rwanda-commissie en de bijbehorende Hutu- en Tutsiïsering van de Wetstraat, de Agusta- en Dassault-processen, uiteindelijk de dioxinecrisis, haar nota-Destickere, haar uitslaande paniek, haar spectaculaire verkiezingsuitslag. Zo kwam paars-groen.

En toch: in tegenstelling tot Verhofstadt leidde Dehaene een saaie regering. Daarom geen slechte, zeker niet de eerste twee jaar. In 1995 heet het dat de modernisering van de sociale zekerheid het allesbepalende politieke thema zou worden. Toen puntje bij paaltje kwam, bleek die langverwachte 'modernisering' niet eens nodig, althans niet om de Maastrichtnormen te behalen. Dehaene II kreeg het tekort onder de 3 procent, zoals Europa eiste, en dat zonder onze sociale zekerheid en dus onze welvaartsmaatschappij af te breken, zoals Verhofstadt ooit had voorgesteld, op dat infame 'sociale' VLD-congres te Hasselt. En dat, het moge nog eens herhaald worden, nadat in 1993 nog een besparingsplan zonder weerga nodig was om het tekort onder de 7 procent geduwd te krijgen. Zeven procent! Vandaag, tien jaar later, zijn tekorten van 7 procent net zo ondenkbaar als een begroting in evenwicht dat was tijdens het eerste kabinet-Dehaene.

Maar na het behalen van die Maastrichtnorm was het ook uit met Dehaene. In Dehaene II zat geen begeestering, geen overtuigingskracht, geen wil. Dehaene II was een regering die de staatszaken beheerde. Als de toestand helemaal uit de hand liep, was dat nog altijd de ultieme betrachting van de premier: kundig beheren. Lees er al zijn interviews maar op na. De gevolgen van de Witte Mars: beheren. De politiehervorming: beheren. Het migratievraagstuk: beheren. De staatsfinanciën, de Vlaams-Waalse spanningen, de werkloosheid: beheren ermee. Als in de zomer van 1999, ook bij door cynisme aangevreten Wetstraat-waarnemers, Verhofstadt wat het voordeel van de twijfel kreeg, dan in de hoop dat hij alvast dit beter zou doen: meer doen dan beheren. Dat hij zou regeren.

Le Grand Bornand, 12 juli 1999, rustdag in de Tour de France, vlak voor het peloton aan de Alpen begint. In normale omstandigheden praten Tour-journalisten nauwelijks over politiek, maar voor eenmaal is de uitzondering regel. Waarom ook niet: je krijgt niet iedere dag een nieuwe regering, zeker niet met groenen erin, en aan het idee van de verzamelde CVP op de oppositiebanken moet iedereen wennen. Een paar dagen later, bij de start van een vlakke rit, ergens in de buurt van Bordeaux, is het even gniffelen met de eerste paarse minister die excuses moest aanbieden. Nu, ja, paars: het was een groene die de primeur wegkaapte als eerste in de fout te gaan. Geen hij, maar een zij. De nog nobele Isabelle Durant heeft een of andere vliegtuigmaatschappij beschuldigd van een of andere wanpraktijk. Ten onrechte, zo blijkt al een dag later. Excuses waren echter vlug gemaakt, en het incident was tegen de Tour-aankomst in Parijs al vergeten. Een beginnersfoutje. Dachten we toen nog.

Wie wilde het Durant ook kwalijk nemen? Een regering die in volle vakantie de eed aflegt, draagt al snel de sfeer uit van onbekommerde dagen, het joyeuze van warme julinachten. Aangename avond, zomerwijntje op het terras, lekker eten, Verhofstadt premier: het waren allemaal elementen van het Paradijs op Aarde.

Niets leek die goede tijden te kunnen stoppen. Ook niet toen bleek dat Agalev en Ecolo groener waren dan ze zelf vermoedden. Pas achteraf heeft bijvoorbeeld Mieke Vogels zich gerealiseerd hoe Steve Stevaert haar bij de neus nam bij de vorming van de Vlaamse regering. 'Mieke, we gaan in één regering toch geen vier vice-minister-presidenten creëren'. En Mieke vond dat niet erg. Een groene minister aast nu eenmaal niet op titels, en ze waren toch toffe jongens en meisjes onder elkaar, zoals Eric Van Rompuy zo graag zou herhalen. Tot ze zich later realiseerde dat aan de titel van de vice-minister-president natuurlijk een heel kabinet hing, én de mogelijkheid om meer bekwame medewerkers aan te trekken en dus zwaarder te wegen op het beleid. Waarom Stevaert dat haar niet eerlijk gezegd had? Maar Mieke, wisten jullie dat dan niet?

Zelfs een nieuwe dioxinecrisis kreeg de sfeer niet stuk, en weer toonde een groene zich net niet matuur genoeg. De omstandigheden van het beruchte 'telefoontje' van Magda Aelvoet ademden voor honderd procent de sfeer van paars-groen. In Dehaene-jaren gaven politici geen persconferenties in de tuin van hun privé-woning, en in die jaren zegden ministers niets wat niet de toets en wederzijdse kritiek had doorstaan van een paar 'interkabinetten'. Dat hoefde niet meer onder paars-groen. En dus nodigde Aelvoet journalisten uit in haar tuin in de Koningin Astridlaan in Kessel-Lo, en dus kwam tijdens die persconferentie haar vriendelijke echtgenoot, inwendig apetrots dat hij ineens thuis zomaar de eerste minister spreekt als hij de telefoon opneemt, dat luid zeggen: 'Magda, de premier aan de telefoon'. Vijf minuten later was de party over, letterlijk en figuurlijk, en zag meneer zijn echtgenote-politica bestookt en afgemaakt worden door de mensen die hij zonet koffie en spuitwater en fruitsap had ingeschonken. De scheiding tussen professioneel en privé, het klinkt saai, maar het heeft zo zijn nut.

Fruitsap is iets voor Aelvoet, maar niet voor Rik Daems. Ah, we zijn zo vriendelijk om Daems te komen interviewen? Het mooie kabinet - 'het kasteeltje' - op het Saincteletteplein hing van boven tot onder vol met kunst, als we die omschrijving beleefdheidshalve mogen aanhouden voor de hobby van de nieuwe minister met de indrukwekkende titel 'van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand'.

Daems: "Champagne! Champagne voor de mannen!" Veuve Cliquot bij een interview? "Lust gij misschien geen champagne?" Niet alleen kwam de minister met uitgestreken armen afgestormd, rond zijn hoofd hing het soort sciencefictionachtige kop- en mondtelefoontjes die in zijn bij de VRT-nieuwsdienst (eerlijk is eerlijk: Daems was eerst): "Excuseer dat ik jullie even laat wachten, maar ik heb eerst nog een teleconferentie met New York, en daarna met Londen." De wereld ligt haast aan de voeten van de minister van Overheidsbedrijven et cetera, zeker nu hij volop bezig is de zogenaamde umts-licenties te veilen. Het vergt wel flexibiliteit van hem en zijn team, en talenkennis. "Heel vaak spreken we hier op het kabinet Engels tegen elkaar. Dat is nu eenmaal de taal in de wereld van de it, dat zijn we gewoon. Nietwaar, Elke?" Een speels kneepje voor de charmante maar desondanks wat verveelde woordvoerster, nog wat vriendelijks voor 'de mannen'. Hij glom zowaar.

Ja, die eerste maanden liepen er een paar rond bij paars-groen met het gevoel dat ze de hemel konden bestormen. Bij Daems verdween dat toen bleek dat Sabena uit het zwerk gekwakt werd.

Zeker in het begin was dat paars-groene enthousiasme best aanstekelijk, al waren er ook die niet doodvielen van hun eerste groteske overdrijving. Toen Bert Anciaux als Vlaams minister van Cultuur een belangrijke beleidsnota presenteerde aan de pers gebeurde dat op de binnenplaats van zijn kabinet. Vielen er ineens toch geen ballonnen uit de lucht? Werd daar geen spandoek ontrold? Kwam daar ons Damienne niet binnen, én kinderen, én een geweldige taart? Moest daar geen verjaardag gevierd worden? Wat een toffe verrassing voor de minister!

Ging het er bij de CVP beter toe, van op de oppositiebanken? Vrolijker alleszins niet, en van 'opendebatcultuur' was er bij de christen-democraten al helemaal geen sprake. Daarom moest het een discrete, zo niet geheime plaats zijn waar hij de pers wilde spreken, dat jonge maar stuitend ambitieuze CVP-parlementslid. Het werd de kale en veel te grote lobby van de Holiday Inn, vlak bij de afrit 'Gent-Expo'. Schichtig, fluisterend bijna, hoewel er in geen twintig meter in de buurt iemand zat. Onze man liet verstaan hoe verschrikkelijk spijtig het was dat al die prachtige, originele en waardevolle ideeën die in zijn geest ontsproten waren en waarvoor zoveel kiezers hem hadden gemandateerd, verloren dreigden te gaan. Ten bewijze van die stelling haalde hij zijn verkiezingsfoldertje boven, zo schraal van inhoud dat zijn gesprekspartners hun professioneelste masker moesten bovenhalen om er ernstig bij te blijven. Maar wie geen half uur lang een stiff upper lip kan ophouden kiest beter een ander vak, en dus voelde hij zich aangemoedigd en kwam het eruit. En leerde je de psychologie van de nieuwe CVP-generatie kennen, zeker van hen die vinden dat hun familienaam al recht geeft om in de ministeriële voetsporen te treden van wijlen hun vader.

Zo ook onze man. Hij zei het niet, maar je kon de reconstructie zo maken: thuis voor de spiegel in de eigen badkamer was hij in de weken voor 13 juni 1999 al met zichzelf overeengekomen dat zijn reële maar niet-uitgesproken ministeriële ambities hoe dan ook gewettigd waren, en zijn mooie verkiezingsuitslag had hem gesterkt in dat voornemen. Helaas vielen die plannen maandag al in duigen, toen Jean-Luc Dehaene op dat fameuze CVP-partijbureau niet alleen de fakkel doorgaf aan de jonge generatie - dat was goed nieuws voor een jonge dertiger met bekende familienaam - maar toen de CVP ook het initiatief uit handen gaf en zo de vorming van paars-groen mogelijk maakte. Onze man wist wel dat Jean-Luc Dehaene terugtrad omdat hij zijn partij een nacht van de lange messen wilde besparen. Maar ook korte dolkjes vallen bepaald scherp te wetten. Je moet ze dan alleen juist weten te plaatsen.

Ergens in de rug van Stefaan De Clerck, bijvoorbeeld. Want wat blijft er voor een kandidaat-minister over als zijn partij in de oppositie zit? Fractieleider? (Alle kranten citeerden hem als kandidaat daarvoor in het Vlaams Parlement.) Beetje weinig. Voorzitter zinde hem eigenlijk meer. Eén probleem deed zich voor: de 'oude partijtop' - Dehaene, Van Peel, Van Rompuy - had tijdens een onderonsje op Dehaenes appartement in Nieuwpoort alvast Stefaan De Clerck tot CVP-voorzitter 'benoemd'. Hij moest weliswaar nog democratisch gekozen worden, maar bof, als Dehaene voor De Clerck staat, is er niet veel meer aan te doen, zo weinig plaats ook voor dat dolkje, gesteld natuurlijk dat onze man nog zou dúrven te steken.

En dus tastte hij af. En liet hij, handenwringend, weten dat "velen hem gevraagd hadden", dat "wij" niet zomaar akkoord zijn met de gang van zaken rond De Clerck, maar dat nog intens overleg nodig is. Een zaak was zeker: 'Yves' moest nog gehoord worden, al had 'Pieter' al wat toezeggingen gedaan, meende hij. Natuurlijk was er Johan Van Hecke, de man met een neus voor iedere misnoegde CVP'er. Die had hem al aan de pers voorgesteld als een lid van de denkgroep 'Le Nouveau CVP', maar dat vond onze man vervelender dan dat hij het als een eer beschouwde.

Een week later bleek dat Yves - Leterme - veel te verstandig was geweest om in een bij voorbaat verloren manoeuvre mee te stappen, en dat Pieter - wie anders dan De Crem? - weliswaar lustig inhakte op alles en nog wat binnen de CVP ("Dat wil niet zeggen dat wij moeten schieten op alles wat beweegt", bezwoer hij, wijl hij intussen zijn mitraillette liet ratelen), maar zonder een nauwkeurig doel voor ogen. Toen al, na minder dan drie maanden paars-groen, wist je wat de CVP in de oppositie betekende, en wat niet. Onze man? Joachim Coens heeft al een paar jaar de politiek vaarwel gezegd en leidt nu de haven van Zeebrugge. Sic transit gloria mundi. Iedere legislatuur heeft andere helden en nieuwe namen. Iedere verkiezing brengt de val mee van mensen die kort daarvoor nog machtig en onaantastbaar leken.

In die zin is politiek niet alleen een ruw bedrijf, maar zorgt de kiezer ook voor een periodieke spoeling. In mei 1999 gold Marcel Colla nog als een belangrijke man. Tot in juni van dat jaar werd in Vlaanderen geen politiek bedreven zonder op de een of andere wijze Wivina Demeester ('de meesternorm') te kennen. Zegt de naam Leo Peeters nog iets? Peeters was een minister, in 1999, en zijn rondzendbrief over taalgebruik in de faciliteitengemeenten geldt voor de Vlaamse beweging als een fundamenteler document dan de Belgische grondwet. Doet Johan De Roo, de christen-democratische fractieleider in de Vlaamse raad, nog een belletje rinkelen? Leo Delcroix, ooit de machtigste man van de CVP, maar in 1999 niet meer in staat voor zichzelf een - plechtig beloofde - plaats als gecoöpteerd senator af te dwingen. Voor hen allen is paars vooral de kleur van de lijkwade van hun politieke carrière.

Bij niemand was dat duidelijker dan bij Réginald Moreels. Die CVP-politicus had tot juni 1999 de naam een vernieuwer te zijn, een visionair met de ambitie om zwart Afrika persoonlijk van zijn charismatische mensenrechtenbeleid te overtuigen. Ineens viel Moreels in een gat, zwarter en donkerder dan een mens met Afrika-ervaring vermoedde.

En zo gebeurde het dat Knack-hoofdredacteur Rik Van Cauwelaert De Morgen met een klap op zijn bureau deed neerkomen. Van Cauwelaert is een man die goede manieren apprecieert, en dus liep hij hoogrood aan bij die foto op de voorpagina. Met het beeld zelf was niets aan de hand, technisch gezien. Fotograaf Stephan Vanfleteren had goed werk geleverd toen hij Réginald Moreels en zijn lange, magere gestalte (Réginald zelf leest liever: zijn 'ascetische' gestalte) fotografeerde tijdens een 'intieme' (zei Réginald zelf) bezinning in een kapel, mijmerend over zijn gestorven vader en over zijn vertrek uit de CVP. Van Cauwelaert heeft het zo al niet begrepen op grieners, en zeker niet op mannen die hun vaders intiem bewenen op de voorpagina van een krant. In zijn gewaardeerde tijdschrift schreef hij dus over die foto en de asceet wat hij ervan dacht. Dat was niet fraai voor Moreels.

Maar de ex-staatssecretaris was hardleers. Telefoontje naar Knack. Hij stond op de rand van een zenuwinzinking - 'wat zeg ik, van zelfmoord' - en dat allemaal door die aanval. Alleen Knack kon het goedmaken, meer, hem helpen nog iets van zijn leven te maken. Door - en ineens onderhandelde de Arts zonder Grenzen als een Wall Street-broker - een interview van vijf pagina's toe te staan, plus kleurenfoto. Over de cover viel nog te onderhandelen. Vond Moreels. Een minuut later kreeg hij te horen dat als de genaamde Réginald nog wat van dat leven van hem wilde maken, hij Knack moest vergeten, snel naar Oostende moest terugkeren en beter wegbleef uit Brussel, want daar had een man als hij niets te zoeken. Het was Moreels' last hurrah, en dat lijkt ook het lot te zullen zijn van de andere mensen die terechtkwamen in de netten van Nouveau CVP, wat vervolgens het Centrum voor Politieke Vernieuwing werd, en dan de NCD, als opstapje naar de VLD.

Het begon nochtans interessant, met een nog altijd lezenswaardig boek van Karel De Gucht en Johan Van Hecke, waarin de twee heren de grenzen aftasten waar een vrijzinnige en een katholieke politicus elkaar kunnen ontmoeten. Het zou de prelude zijn op een niet-aflatende stroom van politieke publicaties. In tegenstelling tot vroeger was het ditmaal vooral bij de liberale familie dat er heel wat afgeschreven werd. Guy Verhofstadt, Dirk Verhofstadt, Karel De Gucht, Patrick Dewael, Marleen Vanderpoorten, Annemie Neyts en zelfs Jaak Gabriels: al hun boekjes moeten getuigen van de vitaliteit van het nieuwe liberalisme. Zouden ze weten dat het bekendste Vlaamse vitalistische kunstwerk dat mooie beeld van Rik Wouters is, Het zotte geweld?

Achteraf gezien hadden De Gucht en Van Hecke natuurlijk al veel concretere plannen dan 'zomaar een boek te schrijven'. Naarmate de verhalen over de overgang van Van Heckes NCD-groep naar VLD uitlekten en concreter werden, werd de schaamteloosheid van de operatie duidelijk, de dirty tricks, toestanden die in de bedrijfswereld strafrechtelijk te vervolgen zijn onder de noemer industriële spionage. Net omdat iedereen weet dat CVP-voorzitter Stefaan De Clerck eigenlijk niet slim of doortrapt genoeg is om urenlang zonder blikken of blozen te liegen, gelooft iedereen hem vanaf de eerste seconde van het gsm-incident, wanneer hij ongewild de bijeenkomst tussen zijn 'goede vriend' Van Hecke en De Gucht mee kan volgen, het vullen van de whiskyglazen incluis. Of het verhaal van de NCD-VLD-bijeenkomst in Werchter, waar contracten getekend werden met mensen die nog maanden doodleuk in de CVP actief zouden blijven, als was het een niet helemaal betrouwbare groep die moest worden vastgelegd voor een groot concert op een vastgestelde datum. Wie Herman Schueremans, de genius achter die operatie, vandaag hoort dreigen met een proces tegen The Stones wegens de mogelijk bedrieglijke maniertjes van Jagger en co. krabt toch even in het haar. Zou u van zo'n man een cd kopen?

Toen waren de zogenaamde 'wittebroodsweken' allang voorbij. Wie ergens de cesuur moet aanduiden tussen het prettige, onbekommerde, enthousiaste paars-groen en de nog altijd ijverige, maar veel wantrouwigere en soms zelfs naijverige coalitie van de laatste jaren, legt die bij de zogenaamde zaak-Sauwens, in 2001. Goed, het was een Vlaamse affaire, niet federaal, maar daar gaat het niet om. De zaak-Sauwens heeft de desintegratie van VU&ID versneld, het interne wantrouwen nog wat aangewakkerd, ze maakte duidelijk dat Sven Gatz mentaal wegging en dat voor nog andere VU'ers een bladzijde was omgedraaid. Hoe hard politiek is, ook binnen één partij, werd die vrijdagmiddag duidelijk. Johan Sauwens zat voor het laatst in zijn ministeriële bureau, helemaal leeg, op één IJzerbedevaart-tekening aan de muur na, toen er op de deur werd geklopt. Met beleefde aandrang legde men uit dat Paul Van Grembergen en gevolg in de gang stonden te wachten, en dat het nu echt wel tijd was. Sauwens hield zich kranig, voor zover dat gaat, en vertrok, zij het langs een andere deur.

Later zou SP.A-minister Renaat Landuyt zeggen dat, hoewel hij en Sauwens binnen de Vlaamse regering over zowat alles van mening verschilden, die week zijn ogen zijn opengegaan. "Ik wist niet dat politiek zo hard, zo vuil kon zijn." Landuyt heeft het natuurlijk niet over de grond van de zaak zelf: Sauwens weet ook wel dat hij een politieke fout maakte door als Vlaams minister bij dat 'feest' van de Antwerpse afdeling van het Sint-Maartensfonds aanwezig te zijn, dat er ginds symbolen ter versiering en opfleuring stonden die eigenlijk alleen in musea uitgestald horen te worden, maar dan als herinnering aan een gruwelijk verleden. Hier ging het echter niet zozeer om het eisen van een ontslag, maar om iets wat figuurlijk omschreven kan worden als de laatste fusillade van de Tweede Wereldoorlog. En er werd niet alleen op de falende politicus gemikt, maar vooral op zijn partij, en ook die werd in het hart getroffen. Sauwens komt nu op bij het vernieuwde CD&V, het wordt afwachten of hij slaagt in zijn eigen politieke verrijzenis.

De zaak-Sauwens versnelde de desintegratie van VU&ID, het uiteenvallen van de VU zelf, de geboorte van de N-VA en de schijngeboorte van Spirit, die meteen bij de SP.A geadopteerd werd.

Vier jaar terug heette die SP.A nog gewoon 'SP'. Vier jaar terug kende niemand Patrick Janssens, op de incrowd van de Wetstraat na. Janssens is een van de namen die met paars-groen verbonden zijn: politici die er in een vorige legislatuur nog niet waren, of niet zo prominent, en die nu niet meer weg te denken zijn uit het partijpolitieke verhaal. Yves Leterme hoort daarbij: een man van deze legislatuur. Steve Stevaert ook, in zijn nieuwe gedaante. De 'eerste' Stevaert was die van het afbraakbeleid, de tweede Stevaert die van de ontzaglijke populariteit, de man die gevraagd wordt gehandicapten over het hoofd te strelen, kinderen te kussen en vriendelijk te zijn tegen opdringerige oudjes. Hij kan het allemaal, en ook kookboeken schrijven, de SP.A vernieuwen zonder het te zeggen, debatteren. Hij verstaat meer van technische dossiers zoals de liberalisering van de elektriciteitsmarkt dan de halve De Morgen-redactie samen, al maakt hij af toe warempel een klein foutje, zoals bij zijn plotse ideetjes over de wet-Lejeune.

Er is maar één man met de politieke impact van Stevaert, en dat is Guy Verhofstadt. Na zijn eerste interview als premier liet hij door zijn toenmalige woordvoerster boos terugbellen: 'De premier vindt dat hij uit het gesprek komt als een betweter." Het was dan ook een waarheidsgetrouwe transcriptie van het gesprek.

Zo zou Verhofstadt verder gaan. Na twee jaar paars-groen stond de halve wereld (de aanslag op de Twin Towers) in brand, en half Europa (de schok van Pim Fortuyn was tot in België voelbaar, die van de nederlaag van de Franse PS tegen Le Pen liet ook in Wallonië sporen na). Maar Verhofstadt deed door, hij liet reclamefilmpjes maken van wat een geweldig land België is, en hoe trots hij daarop is. Iedereen is er bovendien van overtuigd dat de man zijn eigen promotiecampagne gelooft. Vaak is dat optimistische beeld overdreven of helemaal fout, soms niet. Zelfs de CD&V-oppositie stond erbij en keek ernaar toen Verhofstadt en Michel, tenoren van het kleine België, het grote Washington de elementaire regels van de internationale politiek durfden uit te leggen. Niet dat het veel geholpen heeft, maar het was wel helemaal in de traditie van 'Belgium, Brave Belgium!' - zo moedigden Britten en Amerikanen dit landje aan tussen 1914 en '18.

Weliswaar belichaamt Verhofstadt als geen ander de nieuwe VLD, maar de rol van Karel De Gucht is evenmin te onderschatten. Ook hij is, volgens de hierboven gehanteerde definitie, 'een man van deze paars-groene legislatuur'. De Gucht was natuurlijk al bekend, maar pas als voorzitter is hij echt doorgebroken. Dat geldt eigenlijk evenzeer voor Louis Michel, die pas als minister van Buitenlandse Zaken voor 'vol' aanzien wordt in Vlaanderen. Verder zijn er Isabelle Durant natuurlijk, Geert Bourgeois, Freya Van den Bossche, en ook Bart Somers. Zij bezitten het paars-groene heden, vanuit meerderheid en oppositie, en claimen met z'n allen de toekomst.

Dat in dat lijstje een paar Vlaamse groenen ontbreken? Het klopt. Agalev weet het misschien zelf niet, maar de partij zit met een knoert van een generatieprobleem. Is Agalev jong? Neen, wat het topkader betreft, is Agalev veruit de oudste van alle partijen. Jos Geysels, Joos Wauters, Vera Dua, Jef Tavernier, zelfs Mieke Vogels: als die zichzelf 'jong' voelen, moeten ze onderhand weten dat dit adjectief voor hen persoonlijk nog alleen van toepassing is in de combinatie 'jonge grootouders'. Of politicae als Jacinta De Roeck, Peter Vanhoutte of Fauzaya Talhouia de groene aflossing van de wacht zijn? Wat zou Jos Geysels zelf denken?

De kinderen van Patrick Janssens zijn nog jonger, de voormalige SP.A-voorzitter behoort tot de intussen welbekende 'generatie van de veertigers'. Biologisch kan hij nog een tijdje mee. Maar politiek? Vier jaar na zijn aantreden laat Janssens een partij achter met de gunstigste peilingen van de laatste vijftien jaar, maar met een somber toekomstbeeld voor zijn eigen carrière. Want stel dat 'de Antwerpse toestanden' niet opgelost geraken, stel dat hij geblokkeerd blijft als burgemeester, zal hij dan echt genoegen nemen met een zitje in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, voor langere of kortere tijd? Of heeft Janssens voor zichzelf al de streep getrokken: zondag proberen te scoren, en als dat écht niet lukt toch maar terug naar het bedrijfsleven gaan? Er zijn al weddenschappen over.

Of is hij het duidelijkste voorbeeld van het feit dat ook politiek een heus vak is? Niemand trekt de capaciteiten van Patrick Janssens als communicatieadviseur in twijfel, en ook daar heeft hij de SP - SP.A - de voorbije jaren nuttige diensten bewezen: het opnieuw 'sexy' maken - sexy is een term die sinds paars-groen tot het vaste politieke jargon behoort - van een partij die verdacht veel roestvlekken begon te vertonen.

Maar toch. Het archief wemelt intussen van interviews met uitspraken als: "Patrick Janssens slaagt erin om van het ene incident naar het andere te gaan. Van een reclameman mag je verwachten dat hij kan communiceren. Maar koelkasten en politiek verkopen is niet hetzelfde. Het verschil tussen een koelkast en een SP-afdeling is dat een SP-afdeling wel degelijk een mening heeft". Dat is er eentje van Marc Van Peel, straks mogelijk zijn schepen in het nieuwe Antwerpse college.

Is het politieke feeling die ontbreekt? Straalt hij te weinig menselijk warmte uit, heeft hij te weinig empathie? Is het bad luck, of kan hij het niet? Wie weet? Velen vroegen en vragen zich tot vandaag af waarom Leona Detiège zo hard tekeerging tegen Patrick Janssens toen hij zijn fameuze uitspraak deed over vrouwen en hun gebrek aan netwerken. Weinigen weten dat Patrick Janssens, niet zo lang daarvoor, even bij diezelfde Leona Detiège had gepolst of ze zichzelf niet 'onbekwaam' zou laten verklaren, wat volgens sommige exegeten van de gemeentewet een oplossing had geboden voor het opvolgingsprobleem voor de burgemeester. Hij meende het nog ernstig ook.

Ja, onder paars-groen waren de zeden niet minder hard dan voordien. Er werd hard gebikkeld tussen partijen, en binnen partijen onderling ook. Homo homini lupus: als de ene mens een wolf is voor de andere mens, dan is de ene politicus een wurgslang voor de andere, zeker als het partijgenoten zijn die elkaar voor de voeten lopen. Dat geldt niet voor iedereen. Er zijn er een paar in de Wetstraat die vooral inhoudelijk bezig zijn en gruwen van strategische spelletjes, maar dat zijn toch de uitzonderingen. Niet dat we hier pleiten voor de terugkeer naar de naïviteit - politiek is even hard als interessant als belangrijk, dat zal nooit anders zijn -, wel naar die van wat elementaire fatsoen.

Maar wie zonder zonden is, werpe de eerste steen. Ook pers en publiek snoepen van de kleine roddel, de zogenaamde 'menselijke kant van de zaak', al weten we dat de grens tussen nieuws over Wetstraat-politici en over Wittekerke-acteurs soms dreigend dun wordt. Hoe dat de volgende vier jaar verder moet, weten wij evenmin als u.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234