Woensdag 08/07/2020

Vroeger was geneeskunde een roeping, nu is het een beroep

Goede ideeën komen vaak uit een moedermond. In het geval van journalist-regisseur Peter Vandekerckhove leidde het zelfs tot een project dat vijf jaar van zijn leven in beslag zou nemen. “Een tijd geleden keerde ik voor vier jaar terug naar mijn geboortestad Tielt, een provinciestad in West-Vlaanderen, om voor mijn moeder te zorgen. Zij bracht me op het idee. Zij is een vrouw is die niet zomaar respect opbrengt voor heren van stand of gezag, maar haar ontzag voor ‘meneer doktoor’ bleek erg groot. Dat is nog altijd... totale overgave. De fabrieksdirecteur, de priester: zij moesten de titel ‘meneer’ verdienen, maar niet de dokter. Die is altijd ‘meneer’. Zelfs als ze over hem spreekt en hij er niet bij is. Dat frappeerde mij en ik kwam er al heel vlug achter dat mijn moeder, die vijfentachtig is, absoluut geen uitzondering is voor haar generatie. En ik was vertrokken. Mondelinge geschiedenis is altijd één van mijn dada’s geweest. Zo ben ik een grote fan van Alan Lomax, die met een mobiele audiostudio over de hele wereld volksmuziek en de verhalen erachter opnam. Zelf maakte ik in 1993 de documentaire De Gapaard - kinderen van den grooten oorlog, waarin ik de verhalen registreerde van mensen die kind waren tijdens de Eerste Wereldoorlog.”De titel ‘Meneer doktoor’ is misschien misleidend. Het was Vandekerckhove niet te doen om doktersbiografieën, wel wilde hij via de verhalen van oude dokters een beeld schetsen van het Vlaanderen van de jaren veertig, vijftig en zestig. “Het gaat niet om een gedetailleerd medisch verhaal”, zegt Vandekerkchove. “Het gaat om het leven van alledag van onze ouders of grootouders en daar waren dokters de bevoorrechte getuigen van. Zij waren de enige intellectuelen van het dorp die aanspreekbaar waren. Samen met de pastoor en de notaris vormden zij een triumviraat, maar met de notaris was er geen grote vertrouwensrelatie en de pastoor was niet noodzakelijk een intellectueel.”

Geen misplaatste romantiek

“Door hun huisbezoeken hadden de dokters een unieke inkijk in de huishoudens van de dorpelingen. Zij zagen hoe het eraan toe ging op het vlak van hygiëne - een verse onderbroek was blijkbaar een zeldzaamheid (lacht) - maar ook hoe het zat met de relaties binnen het gezin. Aan de huisarts werd alles gevraagd. Niet alleen over medische zaken, maar ook over geldzaken of emotionele aangelegenheden. De dokter zorgde er ook voor dat de mensen op de hoogte konden blijven van de actualiteit. Veel mensen lazen geen krant of luisterden niet naar de radio. De dokter wel en hij hield zijn patiënten op de hoogte. Het dorp was hun wereld, en het was alleen de dokter die hen af en toe een idee kon geven van de wereld daarbuiten. Dokters waren maatschappelijk assistent, psycholoog, verzorger en raadgever in één. Nu zijn al die functies opgesplitst. Huisartsen zijn vooral doorverwijzers naar specialisten geworden. Dokters toen gingen ook veel tactieler te werk. Ze voelden, betasten, knepen, luisterden. Nu nemen huisartsen een bloedstaal en sturen ze het op naar een laboratorium. Ik ben nu 45 en in mijn hele leven heeft mijn huisdokter me misschien twee of drie keer echt betast.” Of het een menselijker geneeskunde was? “Veel dokters geven toe dat ze eigenlijk weinig meer konden doen dan de mensen troosten. Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog was de medische kennis zo beperkt en waren er zo weinig geneesmiddelen... De komst van de penicilline op het einde van de oorlog: dat was een mirakel. Voor er penicilline was, zagen de dokters hun patiënten vaak voor hun ogen sterven. Van de ene op de andere dag veranderde dat.”“Vroeger was de geneeskunde een roeping, nu is het een beroep”, laat een van de dokters zich ontvallen in het boek. Vandekerckhove beaamt. “Alle dokters die ik sprak, zijn rijk geboren. Arbeiderszonen of -dochters konden in de jaren veertig, vijftig niet gaan studeren. Maar die dokters hadden ook ingenieur kunnen worden, of een fabriek oprichten of handel gaan drijven. Ze hadden minder moeten werken en hadden meer geld verdiend. En toch kozen ze voor het beroep van huisdokter. Ze moesten werken tot de zondagmiddag, moesten door regen en wind met de fiets hun patiënten gaan bezoeken, vaak ’s nachts ook. Het moet wel een roeping zijn geweest.” Niet dat Meneer doktoor zindert van misplaatste romantiek, de verhalen die verteld worden zijn vaak schrijnend. Zo blijken incest en vrouwenmishandeling opvallend wijd verspreid in het Vlaanderen van vijftig jaar terug. De huisartsen stonden machteloos. Vandekerckhove: “Bij armere volksmensen bleef de vrouw thuis met de vele kinderen. Zij was financieel totaal afhankelijk van haar man en kon nergens naartoe. Vrouwenhuizen bestonden niet. Veel meer dan de man eens apart nemen en te zeggen: ‘Hou uw manieren’ kon je vaak niet doen. Ik ben er enorm van geschrokken hoe vaak incest en vrouwenmishandelingen voorkwamen in het landelijke Vlaanderen van toen. Ik herinner mij één dokter die vertelde over een gezin waar alles fout liep. De moeder werd vernederd en afgetuigd, de kinderen misbruikt. En die vrouw was zo moegetergd dat ze tegen haar dokter zei: ‘Als hij op mijn dochter zit, laat hij mij tenminste gerust.’ Eer een moeder zoiets zegt over haar eigen dochter... Je schrikt ervan dat het allemaal nog maar vijftig jaar geleden is. Dat is ook zo hoopgevend aan deze serie. In een heel korte tijdspanne kan er zoveel veranderen. Als je nu kijkt naar de visie op homoseksualiteit, de vooruitgang in de psychiatrie, de vrouwenemancipatie: in een korte tijd hebben we een lange weg afgelegd. Het leven is menselijker geworden.”Meneer doktoor, elke zaterdag om 20.40 op Canvas

Dokter Gilot uit Kortenbos, Sint-Truiden

“Toen Peter me belde voor het boek en de reeks zei hij: ‘Ik heb gehoord dat jij indertijd de grootste deugniet onder de huisdokters was.’ Dat vond ik wel grappig en ik heb toegestemd om mee te werken aan het project. Uren heb ik met hem gesproken. Dat bleef maar duren. Maar ik ben blij met het boek, de serie heb ik nog niet gezien. Je merkt toch dat we allemaal zowat hetzelfde hebben meegemaakt. Al ben ik wel een buitenbeentje. Ik ben de enige die in Luik ging studeren, wat heel wat Zuid-Limburgers toen deden. Communautaire problemen waren er nog niet. Ik heb daar een mooie tijd beleefd. Of huisarts worden een roeping was? Dat ik het niet weet. Iedereen dacht dat ik veearts zou worden, want ik kom uit een familie van landbouwers, maar op het einde van mijn schooltijd zei een leraar mij: ‘Jij bent te sociaal om onder de beesten te blijven. Word jij maar dokter.’ En zo is gebeurd.”

Dokter Van Dessel uit Keerbergen

“Ik wilde graag meewerken aan Meneer doktoor. Aandacht werkt charmerend, nietwaar. Ik heb ooit een artikel geschreven, ‘Wel en wee van een dokter in tijden van oorlog’, en daardoor zaten alle herinneringen nog vers in mijn geheugen toen Peter bij mij thuis kwam. Het is een mooi idee dat hij heeft gehad: wij waren inderdaad hét aanspreekpunt in het dorp. Meer nog dan de pastoors, waren wij de biechtvaders. Ik heb uit idealisme voor het beroep van huisdokter gekozen, maar dat klinkt misschien te zwaar. Ik was geen pater Damiaan, hé. Ik ben mijn carrière tijdens de oorlog begonnen. Toen Mechelen gebombardeerd werd in 1944 was ik erbij. Ik reed met mijn motocyclette naar de stad om de mensen die onder het puin bedolven waren, te redden. Dat was schrijnend, maar ik was jong en zag er vooral het avontuur van in. De jeugd, hé.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234