Zaterdag 04/02/2023

'Vroeger was dat hier één familie'

Haar leven lang woont ze al op deze plek. Als meisje, als schippersvrouw en tijdens haar tweede huwelijk met een man die aan longkanker zou sterven. Maar als ze kon, verhuisde Rosa Kestemont (76) naar Merksem. 'Je moet eens zien wat raar volk hier nu rondloopt.'

Het park? Rosa haalt haar neus op, trekt haar gebreide vest dicht en steekt een tweede sigaret aan. De as tikt ze weg in het lege pakje. "Schoon, ja. Maar niets voor oude mensen." De cola in de zomerbar vindt ze te duur en er zijn te weinig stoelen. "Je denkt toch niet dat ik in het gras ga zitten?"

Rosa is nog een klein meisje als ze met haar ouders op den Dam komt wonen. Haar vader legt asfalt en haar moeder gaat poetsen. Het is een volkse buurt, een wijk van dokwerkers en arbeiders. Mannen die hun pree voornamelijk in de cafeetjes verteren. Mannen met namen als Dikke Fred en Jan Frut. Mannen die goed konden dansen, rap dronken en snel vochten. "Het was altijd sensatie. Maar als je hier geboren was, hoefde je niets of niemand te vrezen."

Het was zo gezellig, zucht ze. Zaklopen op de foor, zwemmen in de Vaart, rozen pikken uit voortuintjes. Lopen voor de flikken. En op zondag tekenfilmpjes kijken die de bakker projecteerde voor 2 frank.

Rosa wordt er vrolijk van, en dan weemoedig. "Wie zet er 's avonds nog een tafeltje op de stoep om met de buren te praten? Wie schrobt er nog de straat met bruine zeep, zoals wij vrijdag na de markt deden? Wie komt er nog langs voor een kop koffie?" De mensen hebben geen tijd meer, zegt ze. "Ik begrijp dat niet. Vroeger was dat hier één familie. Vandaag zijn mensen vreemden voor elkaar." Plots is ze droef. "Die tijd van vroeger is ielegans naar de boem. Ik vind het zonde."

De bakker om de hoek is verdwenen. De krantenwinkel, de slagers, het postkantoor. Het bos en de volkstuintjes. "Afgebroken om er gebouwen op te zetten. "Alles moet opbrengen." Het lokaaltje waar de plaatselijke senioren koffie dronken en babbelden. "De bankjes zijn weg en in het lokaal zit nu een zaak. Van twee janettekes, geloof ik. Homo's. Dat zijn ook mensen, he."

Haar vrienden zijn gestorven of verhuisd. Ze wonen nu in serviceflats. "We hebben elkaar wel een tijdje opgezocht. De bussen zijn veranderd. We vinden elkaar niet meer." Ze woont op het Viaduct-Dam, een straat die aan de kant van het park bevolkt wordt door trendy eethuizen en aan het einde, richting slachthuizen, door een frituur en een broodjeszaak. Rosa woont pal in het midden, in een huis met een roze gevel en een duistere eetkamer. Haar hondje wordt in de keuken opgesloten, de schuifdeuren moeten dicht voor het lawaai van de keffer. Achter de glasgordijnen ranselt de regen tegen de ramen. Weet je waar ik niet tegen kan, zegt ze. "Vuile gordijnen. Dat kan ik écht niet verdragen."

Na negen uur durft Rosa de straat niet meer op. "Kijk eens wat raar volk hier nu rondloopt. Zwarte, witte, gele. En ze komen allemaal van ergens anders."

Weet je dat er mensen zijn die buiten moeten slapen, zegt ze. "Hier in de straat, zelfs. Er stond een huis een hele tijd leeg en ik kwam daar met mijn hondje voorbij en toen zag ik dat iemand daar een bedje had gemaakt." Ze heeft thuis een grote thermos koffie gemaakt en brood belegd met toespijs. Dat heeft ze bij het matrasje achtergelaten. "Ik dacht, allé, zo koud en dan nog geen eten. Is dat nu normaal, in deze tijd, dat mensen buiten moeten slapen?"

Koekjesfabriek

Vroeger was er ook armoede, zegt ze, "maar dan kwam de pastoor langs en die gaf u iets. Of je smeerde spekvet op de boterham. Maar zo, gelijk nu, zo was het niet hoor. Werk was er in overvloed. En niemand sliep op straat."

Veertien was ze, toen ze zelf ging werken. "Ik had mijn stiefvader ambras horen maken met mijn moeder. Ik blijf niet voor vier werken, had hij gezegd. Dat is blijven hangen. De volgende dag ben ik niet naar school gegaan maar naar het Zuid. Te voet, naar de koekjesfabrieken. Ik had een annonceke in de krant gelezen voor werk bij De Beukelaer. En ik mocht meteen beginnen. Ik stond daar als snotter tussen al die getrouwde vrouwen, die babbelden over zaken waar ik nog nooit van had gehoord. Ik heb mijn veranderingen op de fabriek gekregen. 'Nu zijt ge een juffra', zeiden ze. De eerste twee weken ben ik gaan werken zonder iets te zeggen. Als ik thuiskwam, viel ik met mijn hoofd in de soep van de slaap. Toen heb ik 500 frank (12,50 euro, red.) op tafel gelegd. Voilà, zei ik, hier heb je mijn geld. Ze dachten eerst dat ik het gepikt had." Ik was zo trots op mijn eerste 500 frank, zegt ze. "Het voelde gelijk een miljoen."

De zoete inval

In café De Zoete Inval aan het Kempisch Dok wordt ze verliefd op een schipper. "Hij was kort en dik. Maar hij kon goed dansen en daar viel ik voor. Och, ik wilde vooral thuis weg. Zo ging dat: verliefd, verloofd, getrouwd. Ik kreeg van mijn ouders een kostumeke mee, een rok met een vestje en een blouse, een nachthemd en een paar schoenen van 50 frank. En ik kon vertrekken. Het water op."

De goede danser bleek ook een hevige flirter en toen ze hem de tweede keer met een ander betrapte, is ze samen met hun dochter bij hem weggegaan.

Haar tweede man zal aan longkanker sterven. Zijn foto hangt aan de muur. "Ik wou dat ik nooit met de eerste was getrouwd maar met de tweede zou ik het opnieuw doen. Een hele brave mens. Toen we elkaar leerden kennen, had hij al longemfyseem. We werden kameraden. Zijn vrouw heeft hem laten zitten, ik ging hem af en toe helpen. En zo zijn wij naar elkaar toegegroeid. We zijn getrouwd omdat hij dat wilde, als broer en zus eigenlijk. Er is nooit iets tussen ons gebeurd. Ah neen, hij lag al aan de zuurstof." Hij sterft in 2003.

"In het begin valt dat tegen, zo alleen. Je komt thuis en je zit daar. Je kunt alleen met de hond of de kat nog een babbelke doen. Als ik met iets zit, dan vraag ik mijn dochter om mij naar het Schoonselhof te brengen. Dan praat ik wat in mezelf aan het graf van mijn man. 't Is precies alsof hij antwoordt. Als ik terug naar huis ga, ben ik een ander mens. Je gaat gebukt onder iets en als ik ginder ben geweest, valt er een last van mijn schouders."

Dit is zijn huis. Ze mag er wonen tot ze sterft. "Als het van mij zou zijn, had ik het allang verkocht. Dan verhuisde ik naar Merksem." Daar is het mooi, zegt ze. "En gezellig. Propere straten. Groene bomen tussen de huizen. Ik heb het jaren aan Patrick Janssens gevraagd, of ik geen boompje voor mijn deur mocht zetten. Het mocht niet."

Er is veel veranderd in de buurt, zegt ze. "Maar 't zijn niet allemaal voordelen."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234