Vrijdag 03/04/2020

Vroeger moesten alle Amerikanen dood, maar nu willen Iraakse soennieten dat de VS blijven

Amerikaanse soldaten ruimden vorige week brokstukken op de luchtmachtbasis van Ain al Asad op in de provincie Anbar. Iran lanceerde eerder een reeks raketten richting de luchtbasis. Beeld AFP


In de strijd tegen IS en Al Qaida zijn alle middelen goed. Ook als je moet aankloppen bij een oude vijand. Daarom willen de Iraakse soennieten dat de Amerikanen in hun land blijven. ‘Als de duivel zelf was gekomen, hadden we ook met hem samengewerkt.’

Ooit vocht hij tegen de Amerikanen. De Amerikanen waren de vijand en moesten weg. Weg van zijn landgoed en weg uit Irak. Desnoods met een salvo aan dodelijke explosies. Hij werd verdacht van betrokkenheid bij een aanslag op Amerikaanse militairen. Maar nu het er inderdaad op lijkt dat de Amerikanen uit Irak zullen vertrekken, weet sjeik Hamid Farhan al Hais niet meer hoe hij het heeft.

De Amerikanen weg uit Irak? Ondenkbaar. Geen sprake van. Kan niet gebeuren. “Wij zijn niet akkoord met hun vertrek. We moeten wijzer zijn. Als ze weggaan, komt IS terug.”

Terwijl de Iraakse regering zich tegen de Amerikanen keert en in Bagdad gisteren een protest plaatsvond tegen de “vuile Amerikaanse overheersing”, doet Al Hais (45), een tribale leider in de provincie Anbar, er alles aan om de Amerikanen in Irak te houden. Vanuit zijn huis aan de oevers van de Eufraat vlak buiten de stad Ramadi, op anderhalf uur rijden van Bagdad, belt hij iedereen die ertoe doet in de Iraakse politiek, tot en met premier Adel Abdel Mahdi aan toe, die hij als “goede vriend” beschouwt. “Niemand kan de plaats innemen van de Amerikanen en hun coalitiepartners.”

Sjeik Hamid Farhan al Hais in Ramadi: 'Amerikanen hebben andere methodes om te martelen dan Irakezen, maar ze martelen wel. 'Beeld Hawre Khalid

Gehaat en gedood

De 180-graden draai van Al Hais lijkt duizelingwekkend, maar is gebruikelijk in Anbar, het soennitische hartland van Irak. Ooit waren de Amerikanen hier gehaat en werden ze bij honderden gedood. Nu wil men niet dat ze vertrekken. Alleen zeggen de meeste inwoners dat niet hardop. Soennitische parlementsleden bleven weg bij de cruciale stemming waarin het Amerikaanse leger zijn congé kreeg. De bevolking doet er het zwijgen toe omdat ze bang zijn dat ze worden gearresteerd. Soennieten zijn een minderheid in Irak. De regering, de politie en het leger worden gedomineerd door sjiiten.

Sjeik Al Hais heeft lak aan wat mensen van hem denken. In deze conservatieve streek bepleit hij de geneugten van een borrel. Bij een bezoek aan het Iraakse leger, gelegerd in Anbar vanwege de oorlog tegen IS, deelde hij naar eigen zeggen flessen Chivas, Schotse whisky, uit aan de overwegend islamitische militairen. “Want ze moeten toch ook een beetje leven.”

In de ontvangstkamer in het huis van zijn broer, een paleisachtige zaal met een vergulde staande klok en rijkgeborduurde divans waar ook Amerikaanse spionnen volgens hem vaak in weggezakt zijn, serveert hij een traditionele lunch van een hele kip op rijst en lam in saus, zo mals dat je het vlees met een lepel kunt eten. Hij is nog steeds geen onverdeeld aanhanger van de Amerikanen. Maar het alternatief is erger, betoogt hij. “Amerikanen hebben ontelbare fouten. Ze zagen iedereen in de provincie Anbar als vijand. Ze schoten op voorbijgangers. Maar in vergelijking tot IS en Al Qaida zijn ze goed, beschaafder. Je kunt met ze praten.”

De Amerikanen die in 2003 in Irak Saddam Hoessein afzetten, lopen vast in de woestijn van Anbar, de enige volledig soennitische provincie van Irak. Met de val van de soennitische dictator verliest de bevolking haar privileges. De Amerikaanse militairen die dit op hun geweten hebben, moeten het ontgelden. In steden als Ramadi en Falluja vinden in 2004 en 2005 bloedige gevechten plaats tussen de Amerikanen en lokale opstandelingen. De westerse wereld huivert als in Falluja de verbrande lijken van vier Amerikaanse huurlingen aan een brug worden opgehangen.

In dit centrum van verzet woont Al Hais, een van de leiders van de Diab-stam. Hij wijst naar buiten. “Hier nog geen kilometer vandaan had Al Zarqawi een basis.” Abu Musab al Zarqawi was de toenmalige leider van Al Qaida in Irak.

“Iedereen zat toen in het verzet. Ik ben zelf ook opgepakt door de Amerikanen. Er was net een aanslag op hen geweest toen ik toevallig langskwam. Ze fouilleerden me en vonden mijn wapens, die ik natuurlijk bij me had. En toen zetten ze me een tijdje vast. Twintig dagen. Ze zeiden steeds dat ze moesten wachten op een vertaler. Op een ondervrager. Leugens, natuurlijk.”

Muren van de Ain al Asad-basis, getroffen door ontploffingen. Beeld REUTERS

Abdominal slap

De blik in de ogen van Al Hais verandert als hij vertelt over zijn gevangenschap, nu veertien jaar geleden. “Ze martelden. Amerikanen hebben andere methodes om te martelen dan Irakezen, maar ze martelen wel. Mij niet, want ik ben een sjeik en dat respecteerden ze, maar ik zag het bij andere gevangenen.” Hij doet het voor: één man houdt de gevangene van achteren vast, terwijl de ander met de vlakke hand in zijn buik slaat. “Ze sloegen alleen in de buik, steeds opnieuw.” In Amerikaanse ondervraaghandleidingen uit die tijd staat zo’n soort procedure, een ‘abdominal slap’, inderdaad in detail omschreven.

Met hun harde aanpak maken de Amerikanen zich nog meer gehaat in Anbar. Tussen 2003 en 2008 zullen hier maar liefst 1.335 Amerikaanse militairen worden gedood.

Maar dan duiken in de strijd ineens Amerikanen op die niet vechten. Deze mysterieuze mannen gaan op bezoek bij sjeiks in Anbar. Ze ploffen ook neer op de sofa in de gastenkamer van Al Hais. “Eerst wisten we niet wie deze vreemde mannen waren. Het was als zo’n Indiase film, een Bollywood-film. Ze stelden zich voor als journalisten. Maar ze vroegen naar militaire zaken. We begrepen dat dat niet klopte. Bij een volgend bezoek zeiden ze: we werken voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.”

Al Hais blijkt betrokken geraakt in een gewiekst Amerikaans charme-offensief om de opstand in Anbar te smoren. Het Amerikaanse leger realiseert zich dat je met stroop meer vliegen vangt dan met azijn. Men probeert lokale stamhoofden voor zich te winnen, die in dit tribale achterland van Irak machtiger zijn dan de overheid. In de zomer van 2006 is de tijd er rijp voor: Al Qaida-leider Al Zarqawi wordt gedood bij een Amerikaanse luchtaanval. Vervolgens vermoordt Al Qaida een vooraanstaande sjeik in Ramadi. De andere sjeiks gaan Al Qaeda als een bedreiging zien. Op dat moment reiken de Amerikanen hen de hand.

“Ik zei: wij zijn niet gek. Laten we open kaart spelen. Jullie zijn de Amerikaanse militaire inlichtingendienst. Niet helemaal, zeiden zij, wij zijn van de CIA. We zijn bang dat jij ons voorstel niet gaat accepteren. Ze wilden natuurlijk informatie over Al Qaida. Er waren ook mensen van het Amerikaanse leger die ik ontmoette. Zo begon het. We gingen samenwerken en we vergaten de verschillen. Als de duivel zelf was gekomen, hadden we ook met hem samengewerkt. Want Al Qaida was erger.”

Lawrence of Arabia

Zijn relaas over betrokkenheid van de CIA is niet te controleren. Vast staat dat Al Hais samen met andere sjeiks op 9 september 2006 juichend op de foto staat met Amerikaanse legerleiders. Het is de aftrap van het meest bejubelde antiterrorismeproject dat het Amerikaanse leger ooit uitvoerde in het buitenland: de ‘Anbar Awakening’ oftewel de Ontwaking van Anbar. Al Hais, die wordt benoemd als voorzitter van het nieuwe pro-Amerikaanse stadsbestuur, draagt een westers kostuum, de meeste andere sjeiks traditionele witte gewaden. “Een scene uit Lawrence of Arabia”, zegt een Amerikaanse kolonel later tegen onderzoekers van het Pentagon.

De sjeiks die zich aansluiten bij de Ontwakingsbeweging, beloven dat ze aanvallen op Amerikanen voortaan beschouwen als een aanval op hun eigen familie. De opstandelingen die het licht hebben gezien, worden hiervoor rijkelijk beloond: met Amerikaans hulpgeld, auto’s en automatische wapens. Hun gematigde Ontwakingsmilitie moet de terroristen onder de duim houden. Het werkt: binnen enkele maanden heeft Al Qaida in Anbar niets meer te vertellen.

President Obama trekt in 2011 echter het Amerikaanse leger terug uit Irak. De regering in Bagdad, zo redeneert hij, is sterk genoeg om de provincie Anbar voortaan zelf te beschermen. Maar de vooral sjiitische regering heeft geen boodschap aan soennieten in Anbar. De Ontwakingsbeweging stort ineen. Strijders van Al Qaida springen in het machtsvacuüm, onder een nieuwe naam: Islamitische Staat (IS).

Hoge prijs

In 2015, negen jaar na te zijn verjaagd uit de stad, keren de extremisten terug in Ramadi. Het Iraakse leger kijkt toe, maar doet volgens Al Hais niks. “‘We sturen troepen’, zeiden ze. Maar het was een leugen.” Voordat ze moeten vluchten, wordt Al Hais naar eigen zeggen door IS in zijn rug geschoten. Hij is daar trots op. “Ik ben een man. Als ik vecht, moet ik gewond raken. Iedereen in dit huis is gewond geraakt. Dat laat zien dat we nooit trouw hebben gezworen aan Al Qaida en IS. Daarvoor hebben we een hoge prijs betaald.”

Opnieuw schiet Washington te hulp. “Ik sprak een van mijn vroegere contactpersonen via Skype. Hij is nu adviseur in het Witte Huis.” De Amerikanen bieden luchtsteun, houden IS-doelen met drones in de gaten en zorgen ervoor dat het Iraakse leger hen kan uitschakelen. Zo maken ze de weg vrij waarover de militiestrijders van Al Hais begin 2016 terugkeren naar huis. “In één dag rukten we 12 kilometer op. Dankzij de slimme Amerikaanse artillerie hadden we geen tegenstand van IS. Ze waren dood of gevlucht. We zagen alleen maar gedode strijders. En één levende. Die hebben we toen zelf doodgeschoten. Je kunt niet ontkennen dat de Amerikanen veel voor ons hebben gedaan.”

En nu worden deze Amerikanen het land uit gezet? Onaanvaardbaar. Maar voor Al Hais is het niet eenvoudig om de regering in Bagdad van dit standpunt te overtuigen. “Zij zeggen: jullie zijn agenten van het westen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234