Zaterdag 04/07/2020

ReportageVS - Mexico

‘Vroeger aten we vlees, nu bonen en tortilla’s’: Mexicanen aan beide kanten van de grens met VS vervallen door corona in armoede

Soledad Flores (92) en zoon Leopoldo. De andere zonen zijn in de VS – ze heeft hen al dertig jaar niet gezien. Beeld Volkskrant

Veel Mexicanen met familie in Amerika rekenen elke maand op dollars uit de VS. Maar de arbeidsmigranten in Los Angeles en New York raakten de voorbije maanden zelf hun job kwijt.

Er staat al decennia een muur tussen de Verenigde Staten en Mexico, eentje die migranten niet buiten houdt, maar binnen. Het is de reden waarom Soledad Flores (92) twee van haar zonen al zoveel jaren niet heeft gezien dat ze de tel kwijt is. De muur bestaat uit angst, een emotie die sterker blijkt dan steen of staal.

Flores woont in de Mexicaanse deelstaat Puebla. Haar zonen Otón en Miguel, beiden inmiddels zestigers, wonen in Californië. Het gebrek aan papieren houdt hen daar.

“Mama, deze mensen willen met je praten over je kinderen in het noorden”, roept Don Leopoldo (62, cowboy­hoed) door zijn mondkapje in het halfdove oor van zijn bejaarde moeder. Soledad Flores García lacht de zes tanden in haar mond bloot. Ach ja, haar kinderen in de VS, ze heeft ze al dertig jaar niet gezien. Of was het veertig? Met haar dochter in ‘Carolina del Norte’ gaat het goed – zij heeft een verblijfsvergunning en is gepensioneerd – maar haar twee zonen in Californië zitten zonder werk vanwege de pandemie.

De kleine vrouw met de grijze vlechten staat aan het hoofd van een stamboom waarvan meerdere loten wortel hebben geschoten in de Verenigde Staten. De bomen in het noorden hebben een voordeel: er groeit geld aan hun takken. De ruim 36 miljoen Mexicaanse immigranten in de VS stuurden in 2019 bijna 38 miljard dollar (zo’n 34 miljard euro) naar hun familie in Mexico.

Arbeidsmigratie vormt in veel arme landen de belangrijkste bron van inkomsten. Wereldwijd werken 164 miljoen mensen in het buitenland, meestal tijdelijk. Vorig jaar stuurden zij een recordbedrag van 551 miljard dollar naar huis, drie keer zoveel als er aan ontwikkelingshulp omgaat. De drie landen die het meest profiteerden van deze overschrijvingen zijn India, China en Mexico. Landen als El Salvador en Honduras zijn voor een vijfde van het nationaal inkomen afhankelijk van migranten in de VS. Haïti en Nepal steunen zelfs voor meer dan 30 procent van het bnp op de inkomsten van hun landgenoten in het buitenland.

Het is haast niet voor te stellen wat het Amerikaanse geld in een Mexicaans dorpje als het hunne vermag, zegt Leopoldo. In Tepeojuma, een dorp van ruim vierduizend mensen, zo’n 180 kilometer ten zuidoosten van Mexico-stad, bouwt het geld huizen, financiert het ondernemingen en onderhoudt het gezinnen. “Ze sturen dollars. Iedereen wint.”

Althans, dat was het geval totdat het coronavirus het leven aan beide kanten van de grens op de kop zette. “Nu wordt iedereen geraakt.”

Landarbeider en tuinman

Tot twee maanden geleden stuurden Soledads kinderen maandelijks 200 dollar, soms 300 (180 à 270 euro). “Als er iemand ziek was, stuurden ze meer”, zegt Leopoldo.

Maar zijn broers in de VS, landarbeider Miguel en tuinman Otón, hebben geen inkomen meer en dus ook niks over om te delen met thuis. De achterblijvers moeten besparen. “Voorheen aten we vlees, nu bonen en tortilla’s.” 

De oude Soledad ontvangt een kleine subsidie van de overheid, omgerekend enkele tientallen euro’s per maand. Vanwege de coronacrisis kreeg ze een paar maanden vooruit betaald. Ouderen vanaf 68 jaar komen in aanmerking voor financiële steun. Zoon Leopoldo en dochter Cliotilde (66), die bij haar moeder inwoont en voor haar zorgt, krijgen niks. Leopoldo is zijn baan in de bouw kwijt, maar kon met geluk een baantje vinden bij de gemeente.

Een kantoor van Western Union in Tepeojuma, Mexico. Er komen hier steeds minder over­schrijvingen binnen van Mexicanen in de VS. Beeld Volkskrant

Bij het geldkantoor in Izúcar de Matamoros, de stad die grenst aan Tepeojuma, zijn de transacties de afgelopen weken met 40 procent afgenomen, zegt de eigenaar die niet met zijn naam in de krant wil. Voor heel Mexico zijn de cijfers voor de maand april nog niet bekend, maar waarschijnlijk zijn ze rampzalig. In maart stroomde juist een recordaantal dollars van noord naar zuid. Migranten in de VS stuurden meer dan 4 miljard dollar naar Mexico, zo’n 3,6 miljard euro, bijna een verdubbeling ten opzichte van februari.

Twee factoren speelden een rol. In Mexico verloren de eerste mensen hun werk, waardoor het geld hard nodig was. Tegelijkertijd daalde de peso in waarde. De achtergebleven familieleden konden dus meer peso’s krijgen voor de Amerikaanse dollars.

‘Helden’ in Amerika

Begin april riep de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador zijn landgenoten in de VS op om geld te blijven sturen. Deze week bedankte hij de ‘helden’ in Amerika voor hun ‘injectie van solidariteit’. Maar het geld uit de VS is niet alleen een zegen, meent Suhayla Bazbaz Kuri, oprichter van CCIS, een stichting gericht op ontwikkeling van lokale gemeenschappen. De Amerikaanse geldkraan verhult de economische achterstand in honderden Mexicaanse dorpen en steden, zegt ze.

CCIS onderzocht in 2017 in welke steden de afhankelijkheid van Amerikaans geld het grootst is. In Dolores Hidalgo in de deelstaat Guanajuato, de stad die bekendstaat als de ‘wieg van de Mexicaanse onafhankelijkheid’, ontvangt een op de vijf gezinnen dollars uit het noorden. Het percentage is nog vele malen hoger in dorpen zoals Tepeojuma, waar zelfs de pas aangetreden burgemeester voorheen zijn geld verdiende in de VS.

De plaatsen die veel dollars ontvangen, kennen eveneens een hoog aantal terugkeerders, zegt Bazbaz Kuri. Daardoor zijn families dubbel kwetsbaar: “Als iemand in de VS zijn baan verliest en terugkeert naar huis, heeft dat gezin geen inkomsten meer uit Amerika en bovendien een familielid extra om te onderhouden.”

Beeld Volkskrant

Op de binnenplaats van Soledad Flores García scharrelen kippen rond haar plastic stoel. Ze leeft al zo’n vijftien jaar langer dan de gemiddelde Mexicaanse vrouw en is niet bang voor de rondwarende ziekte. “Ik heb haar hier nog niet gezien”, zegt ze lachend. “Maar als God het wil, dan ga ik.” Voor het zover is, zou ze graag nog eens haar zonen zien. Ze was juist begonnen met de aanvraag voor een reisvisum om samen met dochter Cliotilde op bezoek te gaan in het noorden, maar voorlopig maakt de coronacrisis een weerzien onmogelijk.

Eén generatie later herhaalt de geschiedenis zich in de familie Flores. De zoon van Cliotilde woont eveneens met zijn gezin in de Verenigde Staten. Een jaar geleden zocht ze hem op, ze bleef een maand van huis. De ene moeder omarmde haar zoon, de andere moeder miste de dochter die nooit van haar zijde was geweken. “Mama huilde en huilde”, zegt Cliotilde. “Ze vroeg telkens: wanneer kom je terug, kind?”

Aalmoes

Op hun elektrische fietsen stuiven ze de heuvel af, als bijen uit een korf, nog steeds aan het werk, essentiëler dan ooit. Ze racen langs winkeltjes met taco’s en aloë vera, groenteboeren met groen-wit-rode vlaggetjes en posters van de Maagd van Guadalupe, de beschermheilige van Mexico en dus ook de beschermheilige van Sunset Park. Dat is het Little Mexico van Brooklyn, een Spaanstalige wijk met uitzicht op het Vrijheidsbeeld. Hiervandaan kriskrassen ze rond, de jongens op hun zoemfietsen, om eten te bezorgen bij de chique bruine herenhuizen, waar thuiswerkers zonder al te veel risico en relatief comfortabel achter hun schermen de crisis weten te doorstaan.

Amerika wordt in leven gehouden door immigranten: veel van hen zijn nog aan het werk, bezorgend en inpakkend en schoonmakend en verplegend – 40 procent van de essentiële werkers in New York is in een ander land geboren. In de VS wordt rond de 20 procent van al het werk door arbeidsmigranten verricht.

Fabiola Mendieta Cuapio organiseert een voedselbank in de Mexicaanse wijk van Brooklyn. “We hebben nu duizend families op onze lijst. De mensen raken door hun reserves heen.” Beeld Chantal Heijnen

Amerika doet zelf niet veel om de immigranten in leven te houden: veel van degenen die hun werk zijn verloren, zijn aan zichzelf overgeleverd. Van de 2.200 miljard dollar die de regering over het land heeft uitgestrooid, komt maar een aalmoes hier terecht, in Sunset Park.

“De rijen worden elke dag langer”, zegt Fabiola Mendieta Cuapio (37), die vanuit een kerk in de buurt een voedselbank organiseert. Ze staat in een vestibule tussen dozen met tomaten en brood en koriander, in een kleurige jurk met pauwen erop, haar gezicht achter een spatscherm, een telefoon aan haar oor, twee kleine doodshoofden als oorbellen. Ze praat en gebaart, belt en tilt, lijkt nog vol energie, maar dat is schijn. “Ik ben zo moe”, zegt ze. “We hebben nu duizend families op onze lijst. De mensen raken door hun reserves heen. Ze hebben alleen ons.”

Bij tweehonderd bejaarden die hun huis niet uit kunnen, wordt warm eten langsgebracht, gedoneerd door kleine restaurants die nog open zijn. De voedselpakketten worden betaald met donaties. Bijna alle vrijwilligers komen uit de wijk – net zo werkloos als de mensen aan wie ze de dozen meegeven. “Ja, ik neem ook altijd een pakket mee naar huis”, zegt Daniel Saldana (37), een kok met een petje van baseballteam New York Mets.

Mendieta geeft een doos aan Salvador Ortíz, een veertiger die met zijn auto is gekomen. Vandaag voor het eerst. Hij werkt bij een restaurant dat gesloten is en waarvan hij had gehoopt dat het binnenkort weer deels open zou gaan – maar helaas. Hij laat een sms’je van zijn baas zien: gisteren ziek geworden. Diens vrouw: ook ziek. “Waarschijnlijk heeft hij het van zijn moeder gekregen. Ook ziek”, zegt Ortíz.

Net als alle immigranten zonder papieren krijgt Ortíz geen werkloosheidsuitkering, en evenmin de 1.200 dollar (of 1.080 euro) per persoon die Amerikanen hebben gekregen voor de ergste nood. Net als veel andere immigranten heeft hij jarenlang gewoon belasting betaald, vertelt hij, net als veel andere immigranten hoopte hij dat voorbeeldig gedrag hem uiteindelijk aan een verblijfsvergunning zou helpen. Maar voorlopig levert dat niks op: mannen en vrouwen zoals hij zijn uitgesloten van het steungeld.

Vijfentwintig jaar geleden kwam hij naar New York, vanuit het plaatsje San Juan Tianguismanalco, aan de voet van de Popocatépetl, de rokende berg in de Mexicaanse provincie Puebla. Het was halverwege de jaren negentig en het Noord-Amerikaanse handelsverdrag NAFTA was net twee jaar van kracht. Het verdrag krijgt vaak de schuld van de ondergang van de Amerikaanse arbeider, door de verhuizing van Amerikaanse fabrieken naar Mexico, maar is evengoed schuldig aan de ondergang van de Mexicaanse boer, op zijn kleine lapje grond weggeconcurreerd door de zwaar gesubsidieerde megalandbouwers op de vlakten van Amerika. En zo kwam Ortíz hier terecht.

Een vrijwilliger van Mexicaanse afkomst helpt bij het inpakken van voedselpakketten in Brooklyn. Veertig procent van de ‘essentiële werkers’ in de VS – schoonmakers, verplegers, inpakkers, bezorgers – is in een ander land geboren. Beeld Chantal Heijnen

Juana Coyotl en Petra Flores zijn erbij komen staan, afkomstig uit dezelfde plaats. Hele dorpen zijn in de jaren rond de eeuwwisseling geteleporteerd naar de Verenigde Staten; de boeren uit de provincie Puebla belandden vooral hier, in Sunset Park. Ook de twee vrouwen zijn door de coronacrisis hun werk kwijt, ze maakten schoon bij mensen thuis. Nu is dat niet meer nodig omdat de bewoners zelf de hele dag thuis zijn. Nee, ze hebben geen cent extra gekregen, zegt Coyotl. “Ze betalen ons zolang ze ons nodig hebben. Als ze ons niet meer nodig hebben, bestaan we niet meer.”

Toen Ortíz naar Amerika kwam, had hij net een zoon, die inmiddels elektricien is. In New York kreeg hij een dochter, die dus Amerikaanse is, en hier studeert. Maar ook voor haar krijgt hij niet de 500 dollar coronageld die Amerikaanse gezinnen met Amerikaanse kinderen wel krijgen. Ze mag dan wel Amerikaans staatsburger zijn, als kind van immigranten is ze blijkbaar minder waard. Advocaten in Washington hebben deze week een rechtszaak aangespannen tegen Steven Mnuchin, de staatssecretaris van Financiën, omdat hij daarmee de grondwet zou overtreden. Ortíz vertelt dat hij genoeg geld heeft gespaard om de huur nog twee maanden te kunnen betalen.

De geldnood, zeggen Coyotl en Flores, is een nieuwe zorg, boven op de al maanden sudderende angst voor de immigratiepolitie ICE, die eerder dit jaar in Sunset Park en omliggende wijken agressieve operaties heeft uitgevoerd. Zwaarbewapende eenheden voerden arrestaties uit in winkels in de wijk, en bij één arrestatiepoging werd een familielid, toevallig op bezoek uit Mexico, in zijn wang geschoten. “We zijn bang”, zegt Coyotl. Sommige zieke immigranten durven niet naar het ziekenhuis. “We horen dat de arrestaties nog steeds doorgaan.”

Kraan dicht

De maatregelen van het Witte Huis tegen immigranten zijn sinds het begin van de coronacrisis verhevigd. De grenzen zijn dicht voor asielzoekers, arbeidsmigranten en gezinsherenigingen, en deportaties gaan gewoon door. Stephen Miller, de fanatieke anti-immigratieadviseur van president Trump, verklapte onlangs in een telefonische vergadering met Trump-medestanders dat de als ‘tijdelijk’ aangekondigde coronamaatregelen helemaal niet zo tijdelijk bedoeld zijn. “Het belangrijkste is om de kraan met nieuwe arbeidsmigranten dicht te draaien”, zei Miller. “Dat zal de Amerikaanse arbeiders ten goede komen.”

Dat is de opdracht aan de migranten hier: het virus overleven, de crisis doorstaan, en ICE zien te ontlopen. Want hoe erg het ook is, terug naar Mexico willen ze niet, zegt Coyotl. “We zijn daar weggegaan omdat we een toekomst wilden. We gaan niet terug naar het verleden. En we weten zeker dat Amerika ons straks weer nodig heeft.”

“O Heer, hoe lang nog?” vragen inwoners van ‘Little Mexico’ zich af.Beeld Chantal Heijnen
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234