Zaterdag 17/04/2021

'Vroeg of laat moet je rekenschap geven van je daden'

John Connolly's thrillers zijn synoniem met duistere thema's en getourmenteerde personages. Het is geen paradox dat hij als Ier door en door Amerikaanse boeken schrijft. 'Toen ik jong was hing er een stank van waardigheid rond de Ierse literatuur. Het ging allemaal over religieuze repressie, politieke repressie, seksuele repressie. Het interesseerde mij geen moer.' Door Bart Holsters

John Connolly

Kwade geesten

Oorspronkelijke titel: Bad Men

Vertaald door Rogier van Kappel

Anthos, Amsterdam, 380 p., 19,95 euro.

Connolly (36) debuteerde in 1999 na een bonte loopbaan (barman, gemeentebediende, kelner, freelance journalist) met Een dode ziel, een beklijvende thriller waarin politieman Charlie Parker jacht maakt op de moordenaars van zijn vrouw en kind. Er volgden nog drie Parker-boeken, waarin het bovennatuurlijke element een steeds grotere rol begon te spelen, tot Connolly dit voorjaar een thriller buiten reeks publiceerde, Kwade geesten.

Het jongste boek, een mengeling van crime en horror, half Tarantino, half Stephen King en helemaal Connolly, bewijst dat de man risico's durft te nemen. Hoewel hij Kwade geesten een 'lichtere' thriller dan zijn Parker-boeken noemt, zijn de typische ingrediënten ook hier van de partij: een geladen sfeer, hard geweld en een barokke stijl die literaire ambities doet vermoeden.

Na vier bestsellers met Charlie Parker in de hoofdrol, schrijft u een thriller waarin hij slechts heel even in een figurantenrol verschijnt. Bent u uitgekeken op Parker?

"Ik weet dat veel fans een vijfde Charlie Parker verwachten en dat sommige mensen ontgoocheld zullen zijn. Misdaadlezers zijn nu eenmaal erg trouw aan personages die ze goed vinden. Als lezer heb ik dat ook. Maar als schrijver heb ik geen zin om aan die ene figuur vast te zitten. Ik wil de ruimte hebben om met nieuwe dingen te experimenteren. Ik dacht, als ik tien boeken over Parker schrijf en de elfde keer iets anders probeer, zal niemand dat slikken. Het was nu of nooit. Maar ik ben nog lang niet uitgekeken op Parker - zijn vijfde boek komt er dit najaar."

Het zijn erg complexe thrillers.

"Ze zijn vooral compact, ik probeer er zoveel mogelijk in te stoppen. Mijn eerste boek heeft me vijf jaar werk gekost. Ik werk in lagen, ik schrijf en herschrijf mijn boeken drie of vier keer - dat komt ook omdat ik weinig fantasie heb en dus veel research moet doen, zeker omdat ik over een land schrijf waar ik zelf niet woon."

Waarom doet u dat? Waarom Amerika? U zou uw boeken toch ook in Ierland kunnen laten spelen?

"Misschien doe ik dat niet omdat ik niet genoeg Ierse literatuur heb gelezen. De schrijver is altijd het product van de lezer, en ik hield vooral van Amerikaanse misdaad, wat een heel andere traditie is dan de Britse. Toen ik een jongen was, stelde de Ierse literatuur niet veel voor. Ik weet nog dat we op school als verplichte lectuur een boek kregen dat Withering Men heette, van Francis MacManus, een Ier. Op bladzijde één begon een oude man te sterven en honderdvijftig bladzijden later was hij nog altijd niet dood. Wat een gruwelijke, trage dood! Het was en is nog altijd een van de slechtste boeken die ik ooit heb gelezen. Het bezorgde mij niet alleen een gruwelijke hekel aan die oude man maar aan alle oude mensen. Nog erger, ik kreeg een hekel aan lezen. Na Withering Men heb ik drie maanden lang geen boek aangeraakt, terwijl ik daarvoor aan lezen verslaafd was. Je kunt je voorstellen wat het effect was op jongens van veertien of vijftien die om te beginnen al niet graag lazen... Er hing in die tijd een stank van waardigheid rond de Ierse literatuur. Het ging allemaal over religieuze repressie, politieke repressie, seksuele repressie - het interesseerde mij geen moer. Het zal allemaal wel zijn nut hebben gehad, maar toen ik begon te schrijven had ik niet het gevoel dat ik iets kon bijdragen aan die thema's. De dingen die mij interesseerden vond ik bij de Amerikanen."

En dus begon u Amerikaans te schrijven?

"Ik had twee mogelijkheden. Ofwel kon ik proberen de Amerikaanse traditie naar Ierland over te brengen. Ofwel kon ik het Amerikaanse genre met het perspectief van een buitenstaander benaderen. De echte Amerikaanse thriller is een eigen literaire vorm met haar eigen regels, die het beste in haar eigen omgeving werkt. Daarom heb ik het tweede gekozen."

Is dat buitenstaander zijn geen handicap?

"Ik beschouw het liever als een voordeel. Kijk naar de grootste Amerikanen van de Californische school, mensen als James M. Cain, Ross MacDonald, Dashiel Hammet, Raymond Chandler. Ze kwamen allemaal van buiten Californië. Cain en Hammet kwamen uit Maryland, dat zeker in die tijd cultureel, geografisch en sociaal totaal anders was dan Californië. Chandler werd in Illinois geboren, groeide op in Engeland, woonde zelfs een poos in Ierland en verhuisde dan pas naar Californië. Ross MacDonald was een Canadees. En zo werkt het nog altijd: de beste Californische thrillers van het ogenblik zijn die van Michael Connelly, die in Pennsylvania is geboren, in Florida opgroeide en bijna dertig was toen hij naar Californië verhuisde. Als buitenstaander heb je een fris perspectief, je ziet de dingen anders dan de mensen die er altijd hebben geleefd. Dat geldt ook voor mij, want ik ben en blijf een product van het land waar ik ben opgegroeid. Ik zal nooit een Amerikaanse schrijver zijn maar altijd een Ier die over Amerika schrijft."

En wat vinden de Amerikanen daarvan?

"Ik denk dat ze niet weten dat ik geen Amerikaan ben. Mijn stijl is misschien wat lyrischer dan wat ze gewoon zijn - maar dat is die van James Lee Burke ooit. Burke schrijft heel poëtisch - wist je dat hij Ierse voorouders heeft? Hij komt ook uit de traditie van het Amerikaanse Zuiden, hij is niet met crime fiction opgegroeid maar met Faulkner."

Sommige mensen hebben het moeilijk met het bovennatuurlijke element dat in uw boeken steeds sterker naar voren lijkt te komen.

"Dat mogen ze. Ik ben de eerste om toe te geven dat ik geen realistische misdaadboeken schrijf, maar eigenlijk doet niemand dat. Een realistisch misdaadboek zou vier- of vijfduizend bladzijden lang zijn, er zou niet veel in gebeuren en op het einde zouden de boeven vaker niet dan wel worden gepakt. Echte misdaad is banaal en echte misdadigers zijn meestal dom, anders zouden ze wel iets beter doen. Niet de misdaad zelf is interessant, wel het effect ervan op gewone mensen. Dat is ook het basisthema van de Parker-boeken, ze gaan over een man die besmeurd is door het kwaad. Het heeft hem niet alleen de mensen afgenomen van wie hij hield, maar ook iets in hem doen sterven, het heeft zijn ziel besmeurd en de manier waarop hij de wereld ziet veranderd. Eerst wil Parker zich wreken, dan vindt hij beetje bij beetje een nieuwe relatie met de wereld, een wereld die niet volmaakt is, die pijn doet en schade aanricht. En hij voelt zich verplicht om een mate van rechtvaardigheid te brengen in die onvolmaakte wereld. Dat is wat mij interesseert."

Zit er een religieus element in die interesse?

"De Parker-boeken zijn doordrongen van het idee van schuld en boete. God komt er niet in voor maar toch zijn het intens katholieke boeken. Aan de basis ligt de overtuiging dat je vroeg of laat rekenschap moet geven van je daden. En dat je een evenwicht moet vinden: als je een fatsoenlijk leven wil, moet je fatsoenlijk zijn tegenover de anderen. Bij Parker komt daar nog een ander element bij, hij vindt dat het niet genoeg is een toeschouwer te zijn en dat je zelf iets moet doen om je eigen fouten te compenseren. (lacht) Ik ben wat wij een à la carte katholiek noemen, ik maak mijn keuze uit het menu. Geen vlees op vrijdag? Dat kan. Kuisheid? Kan ook, als ik zeventig ben."

Bent u bij het schrijven bewust met die thema's bezig?

"Als ik een personage een naam als Moloch geef, zoals in Kwade Geesten, is dat natuurlijk geen toeval. Maar eigenlijk zaten alle thema's al in mijn eerste boek. Ross MacDonald, die mij sterk heeft beïnvloed, zei ooit dat je debuut een soort catalogus is van alles wat je later zult schrijven. Alles zit er al in, in een ruwe vorm. Wat niet betekent dat het allemaal gepland was, om de doodeenvoudige reden dat ik nooit had verwacht dat iemand mijn eerste boek zou willen uitgeven, laat staan dat er een serie van zou komen."

Zo weinig zelfvertrouwen?

"Ik denk dat iedereen dat met zijn eerste boek heeft. Je moet al een gigantisch ego hebben om te denken dat iemand je zal willen publiceren. Daarna duurt het nog een paar boeken voor je er echt in begint te geloven. Zelfs nu ben ik nog altijd bang dat mijn uitgever zal komen aanbellen om zijn geld terug te vragen. Het vervelende is dat je positieve kritiek vlug vergeet en slechte blijft onthouden. James Lee Burke heeft me ooit een goede raad gegeven: leer zowel de slechte als de goede reacties te negeren, ga gewoon je eigen weg. Maar daar ben ik nog niet aan toe. Als ik een slechte recensie lees, is het alsof ik een pak rammel krijg... Ik ben niet cynisch over wat ik doe. Ik stop er heel veel van mezelf in en het is moeilijk om het professionele van het persoonlijke te scheiden."

Ervaart u het genre nooit als een beperking?

"Denis Lehane, volgens mij de beste misdaadschrijver onder de veertig - dus van mijn generatie - zegt dat hij altijd een middelmatige thriller boven een middelmatige literaire roman zal verkiezen, maar dat het genre nooit een meesterwerk van het kaliber van zeg maar Liefde in tijden van cholera zal voortbrengen. Ik ben het met hem eens, al was het maar omdat je in dit genre altijd gebonden bent aan de verwachtingen van de lezer. Als ik een thriller lees, verwacht ik een misdaad en een oplossing. Crime is altijd moraliserend: het kwaad moet worden gestraft. Literatuur heeft die beperking niet, maar dat is geen reden om minderwaardigheidscomplexen te krijgen. Grote literatuur grijpt je op een dieper niveau aan, ze kan je altijd bijblijven, zelfs je leven veranderen, maar dat verwacht je toch niet van elk boek? Niemand leest altijd Dostojevski."

U komt dus niet in de verleiding om de stap naar de literatuur te zetten?

"Ik weet niet of ik er het talent voor zou hebben. Dat is geen valse bescheidenheid, want ik weet dat er dingen zijn die ik wel goed kan. (grijnst) Je moet realistisch zijn in je ambities. Ik ben al tevreden als iemand een boek van mij uitleest, het neerlegt en tegen zichzelf zegt: 'Ik ben blij dat ik die twintig euro niet aan bier heb uitgegeven.'"

'Ik ben wat wij een à la carte katholiek noemen, ik maak mijn keuze uit het menu. Geen vlees op vrijdag? Dat kan. Kuisheid? Kan ook, als ik zeventig ben'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234