Dinsdag 06/12/2022

Vrijspraak na 24 jaar strijd

Met tranen in de ogen en haar handen voor haar mond hoorde Ina Post (54), een Nederlandse bejaardenverzorgster, in het gerechtshof van Den Bosch haar vrijspraak aan. Post werd in 1987 tot zes jaar cel veroordeeld voor doodslag op een 89-jarige vrouw. Op basis van valse bekentenissen, zo blijkt nu.

Het is de vierde keer in acht jaar tijd dat in Nederland een onschuldige wordt vrijgesproken na een gerechtelijke dwaling. In het kantoor van haar advocaat liggen zeventig dossiers klaar van mensen die menen dat ze onterecht veroordeeld zijn.

Op 8 september 1986 wordt Ina Post, een jonge bejaardenverzorgster, van haar bed gelicht door de Nederlandse recherche. Haar handschrift lijkt volgens de speurders verdacht veel op de valse handtekeningen die zijn aangetroffen op cheques, gestolen in de flat waar Anna Maria Kolstee (89) een week eerder gewurgd is aangetroffen. Na vier dagen van verhoor biecht Post de moord op, dat zal ze later nog twee keer doen. Ook verklaart ze, na lang aandringen, dat ze een boekje met bankafschriften van de bejaarde vrouw mee naar huis heeft genomen. Tot dat boekje opduikt in het labo van de speurders. Daar lag het voor onderzoek.

Met een bekentenis die door Post weer wordt ingetrokken, een vervalste handtekening en een bankboekje dat toch niet ontvreemd is, wordt Ina Post voor het gerecht gebracht. Zes jaar krijgt ze, voor ontvreemding en doodslag. Na vier jaar komt Post door goed gedrag vrij. Met de stempel ‘moordenaar’ op haar hoofd. Weinig vrienden willen zich nog zo noemen. Alleen haar oudere tante Maria blijft in haar onschuld geloven. Zij wordt de financiële en mentale steunpilaar in Ina’s juridische strijd.

Op 6 oktober 2010 zit Post terneergeslagen in de rechtszaal. Ze huilt, als ze hoort dat het hof in Den Bosch haar bekentenissen als ‘vals’ bestempelt en haar voor eens en voor altijd vrijspreekt. Post was op het moment dat ze de bekentenissen aflegde zodanig onder de indruk en vatbaar voor suggesties dat haar bekentenissen niet bruikbaar zijn als bewijs, vindt het hof. Voor Post komt zo een einde aan een lijdensweg van 24 jaar. Vier keer werden haar verzoeken tot herziening van haar zaak bij de Hoge Raad (het Nederlandse equivalent van het Hof van Cassatie) afgewezen. Pas de vijfde keer, en onder grote druk van de ruchtbaarheid die de zaak op dat moment in de media en in de publieke opinie had gekregen, ging de Hoge Raad overstag.

Het probleem is, zegt haar advocaat Geert-Jan Knoops, “dat de herzieningsdrempel, net zoals in België, hoog ligt.” Er moet sprake zijn van een nieuw feit en dat nieuwe feit moet er toe leiden dat de rechter anders zou oordelen. Dat moet de veroordeelde zelf bewijzen. Bijkomend onderzoek, zoals een telefoononderzoek dat kan aantonen dat een veroordeelde op het moment van de feiten ergens anders was, of DNA-stalen die de onschuld kunnen bewijzen, is niet zomaar verkrijgbaar en erg duur.

Knoops pleit, samen met een aantal vooraanstaande Nederlandse professoren, voor een fonds dat de beoordeelde hierbij helpt. “Omdat er meerdere zaken als Ina Post bestaan en zullen blijven bestaan.”

In zijn advocatenkantoor liggen op dit moment zeventig dossiers van mensen die menen dat ze onterecht veroordeeld zijn. “Eenentwintig daarvan komen zeker in aanmerking voor herziening”, zegt zijn echtgenote en advocate Carry Knoops-Hamburger. “Dat is waarschijnlijk een fractie van het aantal mensen dat onschuldig in de cel zit.”

‘De gerede twijfel’

Ook aan de Universiteit van Maastricht zit een groep mensen die zich via het project ‘De gerede twijfel’ al enkele jaren verdiepen in gerechtelijke dwalingen. Aan de rechtsfaculteit is een zolderkamertje gereserveerd voor studenten die in opdracht van professoren zich “desnoods dag en nacht” bezighouden met het uitpluizen van dossiers van vermeende onschuldigen, vertelt rechtspsycholoog Peter van Koppen. Zijn aandacht voor het falen van justitie werd gewekt door de veroordeling van Kees B. in 2001 voor de Schiedammer Parkmoord (zie kader). Sindsdien heeft het project een tiental dossiers tot bij de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) gebracht, een instelling die onderzoekt of er in een onderzoek fouten zijn gebeurd door het Openbaar Ministerie. Die Commissie verdwijnt als de wet zodanig is aangepast dat de Hoge Raad die taken zelf op zich kan nemen. Daarvoor is het wachten op de nieuwe Nederlandse regering.

In België zijn herzieningen uiterst zeldzaam. Advocaat Dirk Martens slaagde er na twaalf jaar juridische strijd in om het assisenproces van zijn cliënt Umit Göktepe te laten overdoen. “Op alle mogelijke manieren probeert het gerecht de aanvraag tot herziening te ontmoedigen”, vindt Martens. “Bovendien gaat het Hof van Cassatie er altijd vanuit dat het onderzoek volledig en goed is uitgevoerd. Tenzij er een spectaculair nieuw feit of een spontane bekentenis opduikt. Voor de veroordeelde is het een financiële lijdensweg, veel mensen zien ook enorm op tegen een nieuwe procesgang. Al betekent het moreel wel een opsteker om van een rechtbank te horen dat ze niet correct behandeld zijn door de Belgische justitie.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234