Zondag 19/09/2021

Vrijheid in je hoofd

Het is een bekroning die er al langer zat aan te komen, want onopgemerkt is zijn werk de laatste jaren niet gebleven: de Driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor Jeugdliteratuur 1998 gaat naar Bart Moeyaert, voor zijn boek Blote handen. Moeyaert schrijft aangrijpende verhalen, waarin niemand helemaal onschuldig is en de angst bijna tastbaar wordt. 'Als ik het gevoel heb dat ik iets gewoon heb verzonnen, dan gooi ik het weg.' Een gesprek.

Anne Brumagne

Gebrek aan erkenning heeft Bart Moeyaert de jongste jaren niet gekweld. Met de regelmaat van een klok kwam hij in het nieuws: was hem een Boekenleeuw toegekend, en nog een, werd hij genomineerd voor de Hans Christian Andersen Award, en kreeg hij twee keer net niet de Gouden Uil, voor Blote handen (1995) en Mansoor of hoe we Stina bijna doodkregen (1996).

Die laatste zijn ook Moeyaerts aangrijpendste verhalen. Ze roepen vergeten gewaande gevoelens op. De angst van het jongetje Ward voor Betjeman in Blote handen is bijna tastbaar. In de ogen van het kind is de man een reusachtige, levensbedreigende verschijning. Pas wanneer het verhaal vordert, leer je uit de zuinige dialoogzinnen hoe die kinderlijke uitvergroting voortkomt uit de vaak zo moeilijke band tussen kinderen en volwassenen. En opmerkelijk: in Blote handen noch in Mansoor zijn de kinderen helemaal onschuldig. Ook zij zijn in zekere zin wreed, als reactie op de (meer verborgen) wreedheid van volwassenen. Dit zijn geen verhalen die je snel tussendoor leest. Ze kerven in je ziel. Moeyaert is blij dat hij de Cultuurprijs net voor Blote handen heeft gekregen: "Omdat, als je de twee jongetjes uit dat boek bij elkaar zou optellen, je in zekere zin Moeyaert krijgt, met zijn mooie en minder mooie kanten, met de schuchtere kant van Ward en het lawaaierige van Bernie. En omdat het verhaal lang heeft moeten rijpen. Er zat veel tegelijkertijd in mijn hoofd toen ik aan Blote handen begon. Op een bepaald ogenblik vond ik een spoor en begon ik er echt met plezier aan te werken. Het was nog sterker dan een zwangerschap, ik was volledig op dat boek toegespitst en toen het af was voelde ik me gelukkig en bevrijd en treurig tegelijk."

Moeyaert werkt niet met schema's en steekkaarten om een verhaal in elkaar te zetten. "Ik zie een beginscène voor me, zet ze zo precies als mogelijk op papier en probeer dan aan te voelen of 'het dit wel is'. Als ik het gevoel heb dat ik iets gewoon maar heb verzonnen, dan gooi ik het weg. Ik moet zelf nieuwsgierig worden, voelen dat het leeft en dat ik er iets mee kan aanvangen. Er zitten in mijn computer heel wat aanzetten tot verhalen. Sommige pak ik na een tijdje weer op, andere niet. Ik zit niet de hele tijd door te denken: dit wordt mijn nieuwe boek. Schrijven is voortdurend aftasten, streng zijn voor jezelf, ballast overboord gooien. Schrappen, een overbodig bijvoeglijk naamwoord weggooien, geen zoveelste variant van het woord 'zeggen' willen zoeken. Met 'zeggen' kun je dikwijls veel meer kanten uit, omdat je al zoveel emoties kwijt kunt in wat een personage zegt. Ik vraag me vaak af hoe iets nog duidelijker kan worden verwoord, juist door minder te zeggen. Minder is altijd meer. En als er iets is wat ik veracht, dan is het kromtaal."

De eerste aanzetten voor Blote handen ontstonden in Bologna. Moeyaert had een dag in de stad rondgelopen en kon 's nachts de slaap niet vatten. "Toen kreeg ik het beeld in mijn hoofd van de twee jongetjes die de helling aflopen, achternagezeten door een man met een plastic hand. Die nacht schreef ik het verhaal, tien pagina's lang. Pas later, toen het was verschenen in een bundel, besefte ik dat er nog veel meer in zat. Het ging niet zomaar om een dood hondje en een dode eend, maar om de relatie tussen Ward en Betjeman."

De vergeten gevoelens. De 'gewelddadige' dood van het hondje Elmer bracht bij mij plots het verdriet naar boven dat ik had toen mijn eerste poes stierf. Betjeman deed me denken aan een man in een Duits natuurpark die me als kind zo berispend toesprak dat ik in elkaar kromp van angst en nog jarenlang 's nachts van hem droomde. Waarom had ik Moeyaerts boek nodig om me dat te herinneren? "Bij mij zit er blijkbaar een luik naar vroeger," reageert hij. "Ik denk dat ik erg nauw betrokken ben gebleven bij de jaren voor mijn vijftiende. Ik was een vreselijke dromer, niet echt op de wereld. En toch weer wel, want ik kreeg te maken met zes broers, ouders... Ik heb heel veel in me opgenomen, had een vreemde en verwarrende puberteit. Op een bepaald ogenblik werd ik niet schoolrijp bevonden en bleef ik een tijdlang thuis. Terwijl ik gewoon te veel droomde en speelde dat mijn leven een film was. Fantaseerde dat ik de stof voor een examen niet kende - hoewel ik geslaagd zou zijn als ik me erop geconcentreerd had.

"Ik heb me al vaker afgevraagd hoe de notie schuld in mijn werk is terechtgekomen, eigenlijk al vanaf het begin," zegt Moeyaert bedachtzaam. "Ik kan niets aanwijzen in mijn opvoeding of kindertijd. Wel besef ik dat de personages uit mijn latere werk, zoals Stina in Mansoor, beter met dat schuldgevoel uit de voeten kunnen. Stina komt tot een besluit, ze wil geen compromissen meer sluiten. Dat is nieuw voor mij. Blijkbaar sluiten mijn boeken toch sterk bij mijn eigen leven aan, want zelf kan ik sinds een jaar of vier ook beter met het leven om. Dingen kunnen me nog steeds erg bezwaren, maar ik kan er nu mee overweg. Wat allicht niet zozeer te maken heeft met de schouderklopjes die ik voor mijn werk krijg, als met vrijheid. Vrijheid in mijn hoofd. Ik ben mijn eigen baas, hoef geen verantwoording af te leggen, draag de consequenties van beslissingen zelf."

Hoewel je, zelfs op je 33ste, soms toch nog in een reflex denkt: dat moet ik even aan mijn ouders vragen? We lachen. "Wat ouders betreft denk ik nu soms: zie je wel dat het kon, schrijver zijn en niets anders. Mijn vader geloofde daar aanvankelijk niet in, vond dat ik zeker een andere baan erbij moest hebben. Ik kom uit een onderwijzersgezin en het heeft een tijdje geduurd voor ik me daarvan heb losgemaakt. Het leek zo logisch dat ik als jeugdboekenschrijver leraar zou worden. Maar ik werd het niet."

Waarna het gesprek onvermijdelijk op de aparte hokjes voor jeugdliteratuur of jeugdtoneel binnen de letteren of het theater komt. Moeyaert: "Ik heb een hekel aan dat stigmatiseren. Waarom zou het allemaal niet door elkaar mogen lopen? Waarom mag een meisje van veertien niet proberen om Meisje Niemand van Tomek Tryzna te lezen, een zogenaamde roman voor volwassenen over meisjes van veertien? Waarom zou iemand van 64 niet mogen genieten van een prentenboek? Zijn mijn boeken het geschiktst voor jongeren? Bewijzen kan ik het niet, want ik krijg ook reacties van volwassenen. Ik kan alleen maar proberen de mensen te doen nadenken over de vraag of dat wel bestaat, 'kindercultuur'. Er zijn zoveel succesvolle films gebaseerd op jeugdliteratuur. The Mighty bijvoorbeeld, door Sharon Stone in Cannes gepromoot. En omgekeerd blijkt Titanic, toch geen kinderfilm, vooral aan te slaan bij jongeren. Bij literatuur gaat de vermenging moeizamer."

Maar komt er nooit een moment waarop je het gevoel hebt: dit kan niet in een jeugdboek? "Tot nu toe is het niet bij me opgekomen een boek te schrijven over een bejaarde of over een relatie tussen twee dertigers. Misschien dat mijn uitgever op een bepaald ogenblik zegt dat mijn boeken te gesloten worden voor kinderen. Misschien moet hij mijn boeken dan maar een volwassener vormgeving aanmeten. Ik vind dat ik die commerciële bedenking niet hoef te maken. Ik ben er trouwens niet van overtuigd dat het onmogelijk is een boek over dertigers zo te schrijven dat ook jongeren het kunnen lezen.

"Misschien zitten mijn boeken nu in een verkeerd jasje en worden ze daardoor minder door volwassenen gelezen. Maar wie is er dan dom? Toch de volwassenen die nog steeds met oogkleppen rondlopen? Het mooiste voorbeeld is Het zigzagkind van de Israëlische auteur David Grossman. Elke krant die zich respecteert wijdde een grote bespreking aan dat boek. Maar de auteur bedoelde het als een boek voor jongeren. In Frankrijk en in Duitsland werd het ook zo uitgegeven en in die landen bleken de recensies een stuk kleiner. Ik wind me er niet meer over op. Ik hou me als schrijver vooral bezig met de lezer die ik zelf ben, in de hoop dat er nog één andere lezer is die me begrijpt, of wie weet vele andere lezers."

Hoe solitair kan of wil een auteur zijn? Hoe verloopt de samenwerking met een illustrator als je een prentenboek maakt? Afrika achter het hek bijvoorbeeld, waarvoor Anna Höglund de tekeningen maakte. Wat doe je als een theatergezelschap je boek wil bewerken, zoals het KJT deed met Kus me? Of als je wordt gevraagd een boek te schrijven over een bepaald thema, zoals met het recente De brief die Rosie vond, een opdracht van het ministerie voor Gelijke Kansen?

"Ik schreef Afrika achter het hek in opdracht van de organisatoren van de jeugdboekenweek. Het thema dat jaar was vreemde culturen. Eigenlijk schrijf ik niet graag in opdracht, het doet me altijd denken aan de opstellen vroeger op school. Maar goed, ik aanvaardde het. Net zoals ik de opdracht van het ministerie aannam, omdat ik toch nog altijd het gevoel heb dat ik voor de subsidies die de overheid mij geeft wel iets kan terugdoen. Maar uiteindelijk ben ik voor De brief die Rosie vond niet van het thema uitgegaan. Voor mij gaat het verhaal over het briefgeheim.

"De inspiratie voor Afrika achter het hek vond ik in een Nederlandse krant. Er stond een foto in van een zwarte vrouw die in Londen een hut had gebouwd zoals ze in Kameroen had, om er zich in te kunnen terugtrekken wanneer ze haar land miste. De hut was zo stevig gebouwd dat ontevreden buren ze niet zomaar konden weghalen. Prachtig toch, het idee dat je vreemde culturen niet zomaar weg krijgt? Het boekje dat ik erover schreef kwam niet in de handel. Maar op een bepaald ogenblik bood Querido me de mogelijkheid er een prentenboek van te maken. Al lachend stelde ik voor de uitstekende Zweedse illustratrice Anna Höglund te vragen. Goed, doen we, zeiden ze. Höglund zag er wel wat in en we schreven elkaar brieven, die niet eens over het boek gingen. Ik vind dat schrijvers en illustratoren verder niet veel contact hoeven te hebben. Als je een tekenaar kiest omdat je zijn werk goed vindt, dan moet je hem gewoon vertrouwen.

"Hetzelfde bij het KJT. Ik had snel het gevoel dat regisseur Harrie De Neve en ik elkaar goed begrepen, en dus liet ik hem doen. Oké, er zaten toen in die voorstelling een paar typische KJT-euvels, het had eenvoudiger gekund, maar de sfeer zat goed. Voor Blote handen ben ik allang in gesprek met het Nederlandse gezelschap Stella Den Haag, met regisseur Hans van den Boom. Ook met hem had ik zo'n echt goed gesprek, hoewel we beiden erg verlegen waren. Achteraf vroeg hij me op te schrijven hoe ik over de dood dacht. Waarom in godsnaam, dacht ik, wat had dat met het verhaal te maken? Maar ik deed het."

Schrijven zal volgens Moeyaert altijd een eenzaam vak blijven. "Uiteindelijk moet je er zelf uit komen. Ik zou het er zeer moeilijk mee hebben als er iemand naast me zat en commentaar gaf terwijl ik aan het schrijven ben. Wat samenwerken betreft was de Geletterde Mensen-tournee van Behoud de Begeerte misschien een uitzondering. Joke van Leeuwen en ik spraken enkele keren af om te zien welke gezamenlijke aandachtspunten we hadden. Dat bleken familie en relaties te zijn, en woorden. Het programma groeide erg associatief, zonder dat we ook maar één moment bedachten dat de ene twee minuten langer dan de andere aan het woord zou zijn."

Bart Moeyaert kreeg goede reacties op zijn optreden tijdens de tournee. Zelf genoot hij ook van het podium. "Je krijgt dan weer dat proces van wakker worden. Dat je plots gaat denken: theater, ja, misschien kan ik dat wel. Het is spannend om op je 33ste te ontdekken dat je misschien nog iets anders kunt doen dan wat je gewoon bent."

Maar eerst trekt Moeyaert zich nog een tijdje terug uit het openbare leven. Hij gaat zich de komende maanden toeleggen op zijn nieuwe boek, over de jeugd van zijn moeder op een kasteel. Samen met haar ging hij vorige zaterdag wandelen in de buurt van het bewuste kasteel. "Misschien volgt de grote leegte, ja. Misschien raakt het boek nooit af. Al zal er nooit alleen maar een leeg wit blad op mijn bureau liggen. Ik blijf daarnaast kleinere opdrachten uitvoeren die voor tijdsdruk zorgen. Het enige wat ik zeker weet is dat ik er opnieuw klaar voor ben, om met het nieuwe verhaal eindelijk verder te gaan."

'Ik kan alleen maar proberen de mensen erover te doen nadenken of zoiets als 'kindercultuur' wel bestaat'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234