Woensdag 08/04/2020

'Vrijheid en liefde, daar gaan we voor'

Drie jaar geleden leek Jan Decorte verloren voor het toneel. Nu zit hij boordevol plannen. Voortaan wil hij alleen nog 'grote producties' maken. 'Ik ben een van de weinige mensen ter wereld, denk ik, die gelooft dat het theater de kunst van de toekomst is'. Met de Toneelhuis-voorstelling amlett keert hij terug naar een oude liefde: Shakespeare.

Peter Anthonissen

Foto filip claus

Dinsdag 9 januari 2001, kort over vijven. Zoals altijd zit het Antwerpse Café Hopper op dit uur eivol. Niets ongebruikelijks dus. Plots is er wat deining in de zaak. Een van de obers vraagt een ouder paar naast de piano om een tafeltje op te schuiven. Blijkt dat hij op hetzelfde gezelschap wacht als ik. Wanneer theatermaker Jan Decorte, zijn echtgenote Sigrid Vinks en de andere acteurs van de Toneelhuis-productie amlett verschijnen, zijn hun plaatsjes gereserveerd. Na een repetitie op de zolder van de Bourlaschouwburg beëindigen Decorte en zijn ploeg hier hun werkdag. Sinds marieslijk, zijn Toneelhuis-debuut vorig seizoen, is het een gewoonte geworden. Het café bereidt zich dan ook graag op hun komst voor. "Dit gedeelte vind ik veel belangrijker dan het gedeelte in de Bourla," zegt Decorte. "Je voelt dat al deze mensen graag bij elkaar zijn. We hebben daar ook een budget voor, om bij elkaar te zitten."

Jan Decorte (50) geniet er zichtbaar van dat zijn theatercomeback eind 1998 hem weer onder de mensen heeft gebracht. Voortdurend wordt ons gesprek onderbroken door vrienden en kennissen die hem gedag komen zeggen. Actrice Sara De Bosschere van de Roovers is zelfs speciaal gekomen om hem te zien. Decorte begroet allen even hartelijk. Het is ooit anders geweest. In 1995 kwam er een einde aan zijn parlementaire loopbaan. Datzelfde jaar kapte hij met toneel en trok zich uit het openbare leven terug. Bloetwollefduivel, zijn bewerking van Shakespeares Macbeth, leek zijn artistiek testament te zijn geweest: "Die voorstelling heb ik toen tegen wil en dank gemaakt. Het was een bijna geheime voorstelling. We zonderden ons af, het was de bedoeling dat ze door zo weinig mogelijk mensen gezien werd. Ik was het publiek echt beu, ik was de pers echt beu, ik zat toen echt zwaar in een depressie. Zelf speelde ik met een zeemleren masker dat ik gemaakt had om het publiek mijn gezicht niet te laten zien. Dat was te verwrongen. Ik kon die rol niet spelen zonder diep te gaan."

In de Bourla is vanaf volgende vrijdag amlett te zien. Voor het eerst sinds Bloetwollefduivel gaat Decorte met Shakespeare aan de slag. "Ik vind Shakespeare zonder meer de geniaalste auteur die we hebben. Zoals Bach en Mozart in de muziek vind ik hem de absolute top. De rest komt daar niet bij te pas. Elke keer opnieuw ontdek ik nieuwe dingen bij Shakespeare: brute poëzie, radicaliteit, politiek... en vooral die prachtige taal, die mij inspireert tot en met." In Shakespeare lijkt Decorte inderdaad een onuitputtelijke bron te vinden. Shakespeares tragedies laten hem niet los. Amlett is zijn vierde productie ooit op basis van Hamlet. "Die eerste is nooit uitgekomen", herinnert Decorte zich. "Dat was bij toneelgroep Theater in Arnhem. De kostuums waren klaar, ik had er een decor voor gemaakt, maar de acteurs wilden niet meer mee. Dat is toen opgezegd. Het was een voorstelling op basis van de volledige vertaling van Willy Courteaux, die ik niet goed vind, maar dat had toen geen belang. Op Studio Herman Teirlinck heb ik nadien Hamlet (onvoltooid) gemaakt met Nicky Langley, Peter Gorissen, Marc Peeters en Agnes De Nul. Courteaux' tekst was opgedeeld in zeshonderd, zevenhonderd fragmenten. Die had ik door elkaar geschud om tot een nieuwe tekst te komen. Het heeft maar één keer gespeeld. Toen had Fons Goris (de toenmalige directeur van Studio, PA) er genoeg van. Hij vond het halve fond, maar ik heb nooit geweten wat hij daarmee bedoelde."

In 1985 volgde In het kasteel met HTP (Het Trojaanse Paard). De tekstbewerking droeg duidelijk de stempel van Decorte. Hij selecteerde enkele passages uit het origineel, herschreef en herordende ze. In tegenstelling met de kindlijke stijl die hij later ontwikkelde, zijn klank- en schriftbeeld van zijn taal op dat moment nog vrij conventioneel. Acteurs waren Decorte zelf, Sigrid Vinks, Carine Peeters, Hilde Wils, Rudi Bekaert en de decorontwerpers Herman Sorgeloos en Michel Van Beirendonck. Decorte: "We hadden net Verwanten van Paul Peyskens gemaakt in de Daillykazerne in Brussel, en ik vond dat een magnifiek decor om ook Hamlet te doen. Ik heb het bewerkt op de knie, dat wil zeggen dat ik met het Engelse boekje op de knie elke dag teksten heb geschreven. Die waren heel impressionistisch. Het was een heel speelse voorstelling, met een heel mooi gevecht op het einde dat zich in een andere kamer afspeelde. Er stond een grote spot op zodat je alleen de schaduwen kon zien. Het was ook een heel mooie voorstelling, want op de achtergrond was een kamer waar een biljart stond. Herman Sorgeloos en Michel Van Beirendonck brachten de tijd tussen de scènes door met biljartspelen, dat was heel schoon om te zien."

Zestien jaar later heeft Decorte zich Hamlet volledig eigen gemaakt. Amlett heet het resultaat. "Een heel aparte tekst", zegt de auteur. "Helemaal zelf geschreven, met reminiscenties uit mijn werk, uit Shakespeares werk... Er zit heel veel humor in, een andere logica dan je bij Shakespeare aantreft, en heel veel poëzie. Zoals elke verpoëtisering van een stuk bevat het alle elementen. Alleen Fortinbras niet, die heb ik weggelaten. Shakespeare was het zichzelf en het hof verplicht om elk stuk te laten aflopen met een overdracht van de macht. Maar dat vind ik goedkope politiek." Hoe hoog hij Shakespeare ook aanslaat, hem bewerken vindt Decorte een must: "Toen ik Titus Andonderonikustmijnklote (naar Titus Andronicus, PA) schreef, had ik nog de behoefte om de Engelse titelbladzijde te veranderen en het boekje uit elkaar te prutsen omdat ik kwaad was op die tekst. Ik vond hem niet adequaat genoeg voor deze tijd. Shakespeare is een heel groot schrijver, maar de slechtste dienst die je hem kunt bewijzen, is hem klakkeloos spelen. Shakespeare stond zo in zijn eigen tijd dat daar niet aan voorbij te geraken is. Dus moet je hem ingrijpend bewerken naar deze tijd toe." Had hij de originele Hamlet bij het schrijven nog bij de hand of was hij er intussen voldoende mee vertrouwd? "Voordien had ik het nog eens gelezen, in het Engels. Het lag op mijn tafel. Soms herlas ik wat, of keek erin om te zien waar de zaken stonden."

Decorte noemt zijn bewerkingen 'verpoëtiseringen' van een bestaande tekst: "Het is een krakkemikkig woord, maar ik hou het daarbij. Interpretaties zijn het zeker niet. Elk goed stuk gaat over alles: de liefde, de passie, de macht, de politiek. Noem een onderwerp en het moet erin zitten. De eerste regel van Ludwig Wittgensteins Tractatus Logico-Philosophicus is: 'De wereld is alles wat gebeurt.' Ik vind dat theater een afbeelding moet zijn van de wereld, dus theater is alles wat gebeurt. Ik voorinterpreteer niet of zo weinig mogelijk, maar maak in mijn kunst wel doorslaggevende keuzes. Die gaan over het geheel van de voorstelling. Met marieslijk heb ik van een mannenstuk een vrouwenstuk gemaakt. Ik bewijs dagelijks hoe politiek mijn theater wel is. Het is politiek omdat het met drie vormen van emancipatie bezig is: emancipatie van de acteur, emancipatie van het publiek en emancipatie van de vrouw."

De emancipatie van de acteurs en het publiek ligt in de vrijheid die Decorte hen biedt: "Ik laat de acteurs doen. Ze mogen ook slecht zijn, dat kan me echt niet schelen. Ze moeten alleen luid en duidelijk zeggen wat er in de tekst staat. Voor de rest mogen ze doen wat ze willen. Het is zo belangrijk mensen in hun vrijheid te laten. Vrijheid én liefde, daar gaan we voor. Het publiek wordt vaak doodgeslagen met betekenissen. Wat ik toon, betekent op zich niks. Het is geen voorinterpretatie, geen interpretatie, geen gedachte, geen idee. Het gaat om poëzie, om beelden. Ik laat beelden na - ik word er soms jaren nadien op aangesproken, dat valt dus niet te ontkennen - maar de mensen verwerken die zoals ze willen."

In een interview naar aanleiding van marieslijk vorig seizoen (DM 31/3/2000) noemde Els Dottermans Decortes spel 'de norm' voor zijn medeacteurs. Is het begrip 'norm' met vrijheid te verzoenen? Het klinkt immers zeer autoritair. "Els had het over de risico's die ik zelf neem," antwoordt Decorte. "Als ik in Maria Magdalena (de legendarische Kaaitheater-productie uit 1981 met onder anderen Bert André en Senne Rouffaer, PA) zelf had meegespeeld, was dat een veel betere voorstelling geworden. De acteurs hadden leren profiteren van hun vrijheid in plaats van zich op te sluiten in hun zekerheden. Het is dus minder de norm dan de gelijkheid die me interesseert. Als acteur moet je in zekere zin naakt zijn. Daarom ook fascineert echte naaktheid me, omdat ze zo weerloos is, zeker bij een vrouw." Moet je je als theatermaker dan zo erg gaan blootgeven dat je je eigen leven op het toneel vertelt? In Sasja danse, zijn Tsjechov-bewerking die vorig jaar in oktober in première ging, leek de radeloosheid van Marlon - Ivanov in de oorspronkelijke tekst - naar Decortes eigen depressie te verwijzen. Hijzelf is het daar niet mee eens. "Wat over Sasja danse geschreven is, dat kan ik niet verdragen, die zever. Het is nooit vlak op vlak bij mij, het is altijd poëzie, een ver-taling van de werkelijkheid. Ik speel mijn rollen zelf, dus dat is al een vorm van autobiografie. Het kan zijn dat mijn depressie deel is van die voorstelling, maar ik maak ze niet bewust tot thema. Wij doen iets heel eenvoudigs, maar uiteindelijk betekent het de wereld."

Zijn huidige werk is volgens Decorte 'expressionistisch' en niet langer impressionistisch zoals In het kasteel: "Dat sluit ook helemaal aan bij wat theater eigenlijk is. Theater is een heel eenvoudige kunst. Je gaat op een kistje staan, en je interesseert iemand of je interesseert hem niet. De kunst om die interesse, om die lach en die traan te wekken, lijkt op wat in de schilderkunst expressionisme is: een heftig uitdrukkingsmiddel dat altijd fysiek blijft." Vindt hij zijn eigen werk evolueren, vraag ik. "Ja, op veel manieren." Hij denkt na: "Door te vinden dat mijn taal verder staat. Of door te vinden dat ik stukken beter van buiten leer. Of door te vinden dat het decor verder staat. Of door te vinden dat dans belangrijker wordt in de voorstellingen. Ik maak geen voorstellingen meer zonder dans. Dat zou ik een achteruitgang vinden. Want ik ben dol op dans. Als hij gedaan wordt door een jonge vrouw in haren blote, vind ik dans fantastisch. Waarom? Gewoon omdat ik dat prachtig vind. Waarom is goud zo aanwezig in het decor? Gewoon omdat ik dat superb vind als kleur. Dat zijn heel persoonlijke keuzes. De toneelspelersscène uit Hamlet heb ik veranderd in een duet tussen Charlotte Vanden Eynde en mezelf. Charlotte speelt Ophélie, ik Amlett. Die scène duurt twintig minuten. Er komt dus twintig minuten pure dans, op stilte, in deze voorstelling. Gisteren hebben we die scène voor het eerst aan de andere acteurs getoond, en ze waren in de wolken. Natuurlijk omdat het mijn cast is (lacht), maar ook omdat ze het echt goed vonden. Als Ophélie doodgaat, danst Charlotte nog eens, maar dan alleen. Als ik vind dat er veel dans in amlett moet zitten, dan doe ik dat, ongeacht wat het publiek ervan vindt. Misschien vinden de mensen het bizar. Wel, dát vind ik dan bizar."

Danseres en choreografe Charlotte Vanden Eynde werkt in amlett voor het eerst met Decorte. Ook Natali Broods en Sumalin Gijsbrechts zijn nieuwe gezichten. Koen De Bouw, Eva Schram, Jan Van Hecke, Denise Zimmermann en uiteraard Sigrid Vinks waren er ook in marieslijk bij. Achter de schermen zijn verschillende functies dubbel bezet. Beeldend kunstenaar Jus Juchtmans maakt een doek van vijfentwintig vierkante meter, maar ook Decortes vaste scenograaf Johan Daenen is bij de voorstelling betrokken. Vinks en Sophie D'Hoore ontwerpen de kostuums, Mark Van Denesse en artistiek leider Luk Perceval himself het licht. Ook Decortes naam staat nog eens overal vermeld: "Ik doe eigenlijk alles tegelijk." Amlett wordt dus een grote productie, en daar wil Decorte voortaan voor kiezen. "Vroeger was daar geen geld voor. Met Het Trojaanse Paard konden we niks uitgeven. We hebben wel geprobeerd grotezaalproducties te maken zoals King Lear, maar die werden verkeerd ontvangen. De karigheid van middelen werd als een fout aangezien. In Het Toneelhuis heb ik de middelen om op grote schaal te werken en wordt dat niet meer als fout gezien. Ook met de Onderneming willen we voor grote zalen spelen. Ik voel me beter op mijn gemak als ik een decor kan maken voor de grote zaal. Het decor van Sasja danse kwam alleen in grote zalen tot zijn recht. Wat artistiek mijn uitdaging is om voor de grote zaal te werken? Ik denk van nog meer liefde te verspreiden. Meer mensen, en een decor dat een kunstwerk is. Dat zijn de twee dingen die me drijven."

En zijn katholieke geloof natuurlijk. Ter gelegenheid van zijn huwelijk met Vinks in 1996 liet Decorte zich opnieuw in de doopregisters inschrijven. Tussen zijn geloof en zijn werk ziet hij een rechtstreeks verband: "Amlett telt 143 pagina's. Ik heb daar elf keer één uur, één uur en een half aan geschreven. Dat is puur inspiratie. Die komt van de Heilige Geest, ik kan dat niet anders uitleggen. Ook toen ik boeddhist was, vond ik het van een bovennatuurlijke orde. Ik sta op, ik ga in mijn pyjama voor mijn computer zitten, en het rolt eruit. Het kost me geen enkele moeite, of het nu Tsjechov of Shakespeare is. Ik voel me als een vis in het water als ik schrijf. Het kost me echt niks, dus krijg ik dat van boven, waar zou ik het anders vandaan krijgen? Sommige dagen moet ik tegen mezelf zeggen: 'Nu heb je genoeg geschreven.' Als ik elf, twaalf, dertien bladzijden per dag heb geschreven, ben ik content. Dan ga ik rustig slapen, de volgende dag sta ik op, en dan rolt het er weer uit." Decorte kan zichzelf verrassen op zo'n moment: "Gelijk als alle rollen die ik speel, ben ik au fond een bum, een stumperd. Als ik dan zoiets doe, denk ik: 'Awel, hij kan toch iets.' En dan ben ik gelukkig. Meer moet dat niet zijn voor mij."

Ook zijn literaire voorbeelden vindt Decorte in de christelijke traditie. "Ik schrijf gelijk een Vlaamse primitief. Ik graaf naar de wortels van de taal. Mijn voorbeelden zijn de mystici: Ruusbroec, Hadewijch, noem maar op. Met een deel van het geld dat ik als parlementslid verdiend heb, heb ik het verzameld werk van Ruusbroec gekocht, prachtig uitgegeven in een kleine oplage, dus zeer duur. Af en toe lees ik daar één zinnetje in - want eigenlijk lees ik nooit - en dan ben ik gewoon betoverd. Zoals hij over God spreekt, als een geliefde, dat vind ik ongelooflijk, daar word ik opgewonden van, dat raakt mij in al mijn zinnen. Zo'n geloof bestaat bijna niet meer, maar ik voel het in mij. Zo wil ik ook dat al mijn zinnen de mensen raken."

Toekomstplannen heeft Decorte te over. In de eerste plaats bij Het Toneelhuis, waar hij vast gastregisseur is. "Dat is een hele geruststelling. Ik heb dat heel graag, en ben daar heel loyaal in." Volgend jaar brengt hij er een bewerking van Georg Büchners Dantons dood met een groep toneel- en dansstudenten. Met dat stuk over de naweeën van de Franse Revolutie gaat hij 'frontaal in de aanval': "Op de Bourla komt een banier met 'Eigen volk eerst' op. Dat wil ik in Antwerpen wel eens doen. Maar verder ga ik niet, want het stuk zal poëtisch zijn en geen politieke boodschap hebben." Nadien volgt mogelijk een productie met de nog te vormen vaste spelerskern van Het Toneelhuis. "Dat is dan minder een keuze van mij dan van Het Toneelhuis, maar dat is niet erg. Als er maar liefde is, dat is het belangrijkste."

Ook elders blijft Decorte actief. Met het Kaaitheater denkt hij aan Medea, met de Onderneming aan Shakespeares Richard II. Telkens weer gaat het om bewerkingen van bestaand materiaal. Heeft hij geen zin om nog eens een heel eigen stuk af te leveren? "Kijk, wat de verhalen betreft, zijn alle stukken al geschreven, dus heb ik poëzie nodig. Waar ik die ook vind, ik zal ze gebruiken. Ik heb geen behoefte om verhalen te verzinnen. Ik heb ook niet de ambitie om nog eens een stuk te schrijven, zoals Kleur is alles (in 1985, PA). Die ambitie was er toen wel, omdat ik wilde weten of ik nog kon schrijven. Prachtige bewerkingen kon ik toen al maken. Zoals mijn vertaling van Torquato Tasso, die vind ik nog altijd schoon. Maar het heeft tot mijn vijfendertigste geduurd eer ik mijn werk goed vond."

De herboren Decorte klinkt gedreven, optimistisch, slagvaardig: "Ik ben een van de weinige mensen ter wereld, denk ik, die gelooft dat er een grote toekomst is voor het theater. Ik vind het theater een unieke kunst. De kunst van te tonen, niet van te verbergen, de kunst om mensen bezig te zien. Dat heb je niet in megaspektakels als Peter Pan of The Phantom of the Opera. Dat heb je niet in film. Dat heb je zeker niet op televisie, waar alles verprutst wordt tot een vulgair beeld van de werkelijkheid waar niemand iets mee te maken heeft. Dat heb je alleen in het theater. Mensen zullen altijd betalen, ze zullen altijd komen kijken om andere mensen bezig te zien. Ik denk dat het theater de kunst van de toekomst is. Anders zou ik er niet mee bezig zijn."

Jan Decortes 'amlett' is van vrijdag 2 tot en met zaterdag 10 februari (niet op maandag 5 februari) te zien in de Bourla, Komedieplaats 18, 2000 Antwerpen (tel. 03/224.88.44, Het Toneelhuis). Op tournee tot en met 24 maart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234