Maandag 05/12/2022

Vrijen met een rund

In David Madsens jongste roman, Bekentenissen van een vleeseter, schrijft chef-kok Orlando Crispe vanuit een Romeinse gevangeniscel zijn apologie neer. Hij blikt terug op een leven van rijkelijk eten, perverse seks, bizarre religie en zo nu en dan een opportunistische moord. Maar de moord op restaurantrecensent Arturo Trogville ontkent hij formeel.

David Madsen

Bekentenissen van een vleeseter

Uit het Engels vertaald door Jelle Noorman

Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2001, 255 p., 915 frank.

'Ik heb Trogville niet vermoord. Wat ze ook mogen beweren, ik heb hem niet vermoord. Ik heb een licht slaapmiddel in zijn glas whisky gedaan, hem vervolgens uitgekleed, op zijn buik op de parketvloer gelegd en een courgette in zijn roomblanke, lillende anus gestoken. Toen ik zijn woning aan de Via di Orsoline verliet, was hij echter nog springlevend." Zo'n openingssequens, dat kan alleen maar David Madsen zijn, de man die van rijkelijk eten, perverse seks, bizarre religie en zo nu en dan een opportunistische moord heerlijk decadente literatuur bakt.

In zijn nieuwste roman, Bekentenissen van een vleeseter, schrijft chef-kok Orlando Crispe vanuit een Romeinse gevangeniscel zijn apologie neer: een beschrijving van zijn leven en carrière en de weerlegging van de beschuldiging dat hij restaurantrecensent Arturo Trogville heeft vermoord. Oké, zijn vader en diens snol, de bariton Heinrich Hervé en de sadomasochistische Duitser Herr von Streich-Schloss heeft hij vakkundig in zijn pasteien en rissoles verwerkt, maar Trogville, daar heeft hij niets mee te maken. Juist is juist.

Crispe is de zoon van een derderangsactrice en een sul van een man. Zijn eerste erotische ervaring maakte hij mee op zijn negende, toen hij over een stoelleuning gebogen lag en zijn vader hem billenkoek verkocht met een versleten cricketbat. Niet veel later vond hij in de tuin een halfopgevreten mus, nam haar in zijn handen en werd vervolgens zo geil als boter bij het idee dat hij zijn tong in de borstholte van het stervende diertje zou steken. Net zoals Michelangelo met zijn marmer, Shakespeare met de Engelse taal en Jung met de menselijke geest had hij zijn artistiek medium gevonden: het vochtige, gewillige, naar bloed geurende en plooibare vlees. De kleine Orlando zal een beroemd chef-kok worden, een kunstenaar die voedselcreaties maakt en onder zijn succes gebukt gaat. Want zegt hij immers niet: "Creatieve genialiteit kan bijna niet anders dan met lijden gepaard gaan"? Waar hij meteen aan toevoegt: "Ikzelf word al jaren geplaagd door aambeien." Wie bij koken aan Ons kookboek denkt, zal bij het lezen van Madsen wel even zijn oogjes opentrekken, want voor Crispe is voedsel bereiden meer dan zomaar wat staan klooien met een kotelet. Het is godsdienst. Wie het vlees klaarmaakt, brengt immers een ode aan het universele beginsel van het absorptionisme. In Crispes persoonlijke filosofie wordt de wereld geregeerd door de tegenstelling tussen overgave en absorptie. Sommige wezens geven zich over aan andere en worden vervolgens achter de kiezen geslagen: het leven is een kwestie van eten of gegeten worden en je kunt maar beter bij de klasse van de restaurantgasten horen. God, zo beweert hij, is dan ook niet de eerste schepper, maar wel het eindpunt waarin de werelddynamiek haar opperste extase vindt: de laatste absorbeerder. Uiteindelijk vreet hij alles op.

Voor de gerechtspsychiater die moet nagaan of Crispe wel goed bij zijn verstand is, en die zijn geval als een klassiek Oedipuscomplex wil afdoen - hij vereert zijn moeder immers en als baby heeft hij haar in de tepel gebeten, waarna hij de fles kreeg en waardoor zijn hang naar vlees verklaard zou kunnen worden - is dit echter een vloek. Hij is immers een gnosticus die in de wereldse verering van het vlees de duivel aan het werk ziet. Wat Madsen met het gnosticisme heeft, wordt zo stilaan wel heel intrigerend. Zijn vorige boek heette immers Herinneringen van een gnostische dwerg en deze voor de christenen van de eerste en tweede eeuw ketterse religieuze beweging speelde er de hoofdrol in.

De gnostische kijk op de wereld waar ook Orlando Crispe, zij het op zijn eigen, ietwat rare manier schatplichtig aan is, zorgt ervoor dat koken niet alleen een band met God creëert, maar ook met seks. In het gnosticisme is het orgasme immers een soort vereniging met God. Om zijn carrière te bevorderen doet de kok het zowel met mannen als met vrouwen, maar geef hem de keuze en hij grijpt zonder enige twijfel naar een flink uit de kluiten gewassen stuk runderschouder. Hij trekt het dan het kanten slipje van zijn moeder aan en voor de rest moet u het boek maar zelf lezen. David Madsen is duidelijk een geval van Brett Easton Ellis ontmoet Jean-Paul Bocuse in de wachtkamer van Sigmund Freud, waarna ze samen grapjes beginnen te maken over wat je allemaal met een vis en een vagina kunt doen. Voor een deel van de mensheid zal Bekentenissen van een vleeseter daarom ongetwijfeld een schandalig boek zijn, terwijl de anderen het gewoon onweerstaanbaar grappig zullen vinden. Wat bijvoorbeeld te denken van de beschrijving van de oude Mrs. Butely-Butters, die rook naar Chanel, huidzalf en de ziekelijke weeheid van extreme rijkdom en die Crispe voor de belofte van een eigen restaurant nog wel eens aan een jeugdelijk orgasme wou helpen: "Ik sloeg haar blouse open en ontblootte een borst. Hij zag er afzichtelijk uit, ingezakt als een oude suède tas; de vlekkerige tepel, bezaaid met dunne, zilveren haartjes, hing aan een gerimpelde wrong vezelachtig vlees. Het had de luchtzak van een of ander in onbruik geraakt Keltisch blaasinstrument kunnen zijn."

Maar Madsen kan meer dan grappen en grollen. Zijn boek is met een bijzonder levendige vaart geschreven en met oog voor detail. Net zoals ik bij het lezen van Malcolm Lowry's Under the Volcano steeds meer zin kreeg in mescal en de worm op de bodem van de fles almaar meer naar me begon te grijnzen, kreeg ik van dit boek een onstilbare honger. Madsen weet een gerecht te beschrijven en de recepten die hij vermeldt zijn uitnodigend, zij het in hun niet-kannibale versies.

Bovendien weet hij, als je door de overdrijvingen en de grotesken heenkijkt, goed uit de doeken te doen hoe belangrijk eten in feite wel is voor ons. Orlando Crispe wil met zijn creaties niet alleen magen, maar ook hersenen beïnvloeden. Uiteindelijk slaagt hij daar ook in. Met zijn gerechten kan hij de gemoedstoestand van zijn gasten bepalen. Hij kan hen agressief maken of seksueel opgewonden. Maar is dat ook niet wat er keer op keer gebeurt wanneer we bijzonder lekkere zaken eten? Je kunt van eten inderdaad gelukkig worden. En is het spreekwoord dat wil dat de liefde van de man door de maag gaat, echt wel zo stom? Wellicht niet.

Marnix Verplancke

David Madsen is duidelijk een geval van Brett Easton Ellis ontmoet Jean-Paul Bocuse in de wachtkamer van Sigmund Freud

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234