Vrijdag 23/10/2020

Vrienden en vijanden van Michel Nihoul

Tenzij u ooit formateur bent geweest én wat te maken had met de ontvoering van oud-premier Paul Vanden Boeynants mag de kans klein heten dat u al deze mensen ooit persoonlijk kende of hen ertoe kon bewegen iets voor u te regelen. Maar uw naam is dan ook niet Michel Nihoul. DOOR DOUGLAS DE CONINCK

'Ik ben lichtgelovig. Nihoul was zeer overtuigend. Hij vertelde mij dat hij een rechter geweest was bij de handelsrechtbank. Dat wekte vertrouwen op. Het moest allemaal snel gaan. Ik verwijt mijn boekhouder dat hij de situatie niet doorzag en mij slecht heeft voorgelicht."

3,7 miljoen frank. Dat is de som die de Vlaamse videotheek-uitbater Guy V. in 1993 kwijt raakte. Samen met Michel Nihoul had hij het bedrijf Sygam Holding opgericht, dat een lening aanging bij de ASLK Luxemburg. Nihoul ging ervandoor met het geld, Guy V. betaalde braafjes de lening af, al vond hij dat kennelijk niet zo erg: "In 1994 of 1995 heb ik 4,5 miljoen frank gewonnen met de Lotto. Dat stelde me in staat schulden af te lossen." (1)

V. stelde Nihoul via zijn advocaat wel "in gebreke", maar ondernam verder niets.

Zeven jaar onderzoek heeft de speurders niet toegelaten om verdachte nummer vier helemaal te doorgronden. Blufpoker is zijn favoriete spel, dat klopt. Maar dan nog valt niet te verklaren dat iemand zich zomaar 3,7 miljoen laat ontglippen. Blijkbaar slikte iedereen ze, zijn verhalen over "connecties". Het heeft zich heel erg tegen hem gekeerd, want eigenlijk speelt op de achtergrond van de eeuwige discussies over zijn vermoedelijke aandeel in de zaak-Dutroux vooral één vraag. Wat voor een waanzinnig toeval is er nodig om uitgerekend een man als hij te zien opduiken aan de zijde van Marc Dutroux?

De mensen over wie we het hier hebben, hebben hem gekend of lieten zich door hem misbruiken. En that's it. De nu volgende opsomming heeft slechts één pretentie: een beeld te vormen van de wijze waarop Nihoul zich al die jaren door coulissen allerhande begaf. Hoe hij, hoe je het ook draait, macht bij elkaar blufte. Hoe hij een netwerk uitbouwde. Niet het netwerk waar velen aan denken, maar een relatienetwerk.

Michel Nihoul, in 1997: "Ik moet u zeggen dat het heel gemakkelijk is om met de verantwoordelijken op ministeries in contact te komen. Het volstaat een minimum aan lef te hebben en te bellen. Dat was het geval bij de heer Detry (adjunct-kabinetschef, DDC) op het kabinet van Wathelet (justitieminister van 1988 tot '95, DDC) om ervoor te zorgen dat een tot zeven jaar cel veroordeelde Marokkaan na het uitzitten van zijn straf niet naar zijn land terug werd gestuurd. Dat werd toegestaan. Het was een cliënt van Deleuze." (2)

Michel Nihoul is, net als Wathelet overigens, afkomstig uit Verviers. Hij wordt op 23 april 1941 geboren als tweede van vier kinderen in een gezin dat hij zelf als "formidabel" omschrijft. Vader Jacques is eerst textielarbeider, dan croupier in de casino's van Spa en Middelkerke en investeert later in de overname van een hotel in Verviers. Klasgenoten herinneren zich de kleine Michel Nihoul als een verlegen jongen, wat hij blijft tot hij op zijn achttiende begint aan een opleiding tot binnenhuisarchitect. Dat is het beroep dat hij uitoefent wanneer hij Adrienne Gohy ontmoet. Het paar huwt in 1962. Er komen drie kinderen: Jean-Marc, Michèle en Anne-Françoise.

Je hoort of je ziet ze niet. Het zijn niet deze mensen die de barricaden bekruipen om ons te melden dat Nihoul het slachtoffer is van een heksenjacht. "Oplichter", "vrouwengek" en "volkomen onbetrouwbaar" zijn de meest door hen gebruikte termen tijdens het moraliteitsonderzoek. Ze hebben hun vader zelden gezien. Hij heeft in Spa een bar geopend, Le Truc, en gaat later mee het hotel van zijn ouders leiden. Resultaat: een faillissement waaraan het gezin vanaf 1968 alleen schulden overhoudt. Het eerste slachtoffer van Nihoul is zijn echtgenote, die hij wat 'papieren' heeft doen ondertekenen.

Vrachtwagenchauffeur, brillenverkoper, verzekeringsagent: het aantal baantjes is niet te tellen. Nihoul duikt vaak op aan de kust en Brussel, waar hij het nachtleven induikt en in 1975 Annie Bouty ontmoet. Zij wordt zijn tweede vrouw en zal hem twee zonen schenken.

De kennismaking met Annie Bouty heeft tot gevolg dat Nihoul zich voor politiek gaat interesseren. Of liever: voor politici. Bouty is goed bevriend met Philippe Deleuze, met wie ze een advocatenkantoor zal beginnen. Deleuze is als stagiair begonnen bij de Brusselse advocaat André Saint-Remy, een zwaargewicht ter rechterzijde van de PSC, de Franstalige christen-democraten.

Hij is in 1974 voorzitter van Cepic, een partij-binnen-de-partij die later vanwege banden met terroristen van het extreem-rechtse Front de la Jeunesse wordt opgedoekt en politici als Joseph Michel en oud-premier Paul Vanden Boeynants (allebei Cepic) in nauwe schoentjes zal brengen. Aangezien hij in 1968, '75 en '76 al is veroordeeld wegens diverse financiële delicten, vliegt Nihoul in maart 1978 na het opzetten van een frauduleus faillissement de nor in. Niet voor lang. Joseph Michel, in die tijd minister van Nationale Opvoeding, schrijft twee aanbevelingsbrieven naar Justitie. Hij krijgt eerst nog een brief terug waarin een ambtenaar hem erop wijst dat het "uitdelen van gunsten" niet zomaar gaat, maar verhoogt de druk en verkrijgt gratie voor Nihoul.

De reactie van de cdH (ex-PSC) toen deze krant het verhaal vorig jaar publiceerde, is symptomatisch voor de paniek die de naam Nihoul tot vandaag kan ontketenen: "Het ging om een typebrief van sociaal dienstbetoon, waarbij Nihoul twee dagen verlof vroeg om zijn stervende vader te bezoeken", luidde het. Vreemd. Jacques Nihoul stierf op 29 januari 1978. Zoon Nihoul ging op 18 maart 1978 de cel in. De brieven van Michel dateren van 14 april en 27 mei 1978.

Gevangenen bevrijden is een van de favoriete bezigheden van de kleine happy family die zich halfweg de jaren zeventig rond Bouty en Deleuze heeft gevormd. "Ik ontdekte dat het kon volstaan de naam van mijn baas te noemen om bepaalde deuren te doen opengaan", blikt Philippe Deleuze later in zijn autobiografie terug. Hij haalt uit de gevangenis wie hij wil en gaat er prat op dat hij de hand heeft in de benoeming in de magistratuur van een van zijn grote vrienden: Jean-Claude Van Espen, net als hij ooit stagiair bij Saint-Remy. Van Espen is tegenwoordig een gerespecteerde onderzoeksrechter in Brussel.

Michel Nihoul: "Ik heb Van Espen leren kennen toen hij als advocaat occasioneel voor de advocatenkabinetten van Bouty en Deleuze werkte. De zus van Van Espen is trouwens de meter van mijn zoon." (3)

Nihoul werkt zelf ook in dat kantoor, zonder enige kwalificatie, met de titel van Secrétaire en Chef. Hij draaft met een dubieus mandaat van het Brusselse parket op als 'vastgoedexpert'. In de praktijk stelt hij als valse rapportjes op ten voordele van cliënten van Bouty of hemzelf. Soms kunnen die zelf niet begrijpen hoe ze hun hopeloze rechtszaken hebben weten te winnen.

Er is straks op het proces veel te doen over de vraag of Nihoul nu echt een informant was van de rijkswacht, en wat daar de bedoeling van was. Zijn runner, BOB'er Gérard Vannesse, is overleden, maar tijdens een verhoor gaf hij een voorbeeld van het soort zaken waar Nihoul mee kwam aanzetten: "Hij sprak over onderzoeksrechter Van Espen, die een pedofilienetwerk beschermde, en dat die zaak voor ophef zou zorgen als ze zou losbarsten (...). Ik geloofde dat niet." (4)

Vannesse had redenen om het niet te geloven. De vrienden van in de seventies zijn dat begin jaren tachtig al niet meer. Van Espen zal Nihoul (helpen te) vervolgen in een fraudezaak, wat ertoe leidt dat zijn zus Françoise Van Espen zich later in een mededeling beklaagt over dreigementen van Nihoul: "Hij herinnerde me eraan dat dat hij veel wist over mijn echtgenoot, zowel over zijn professioneel en politiek als over zijn privé-leven." (5)

Of Nihoul er iets mee te maken heeft weten we niet, maar Deleuze denkt van wel. Hij heeft begin jaren negentig een fraaie carrière uitgebouwd als advocaat, vooraanstaand Brussels PSC-politicus, politieke pion van de dan in Brussel nog actieve Paul Vanden Boeynants en als voorzitter van de 'Berg van Barmhartigheid', een instelling waar armoedzaaiers in de Marollen hun bezitting kunnen inruilen voor wat centen. Deleuze wordt op 24 november 1993 gearresteerd vanwege een gat van 50 miljoen frank. Wraak van Nihoul? Connecties? Het verhaal is duister, overwoekerd door beschuldigingen in alle mogelijke richtingen van mensen die ooit een clubje vormden.

Nihoul heeft jarenlang de electorale campagnes verzorgd van Deleuze en biedt ook zijn diensten aan aan VdB, die hem om de een of andere reden liever mijdt. Een getuige in Neufchâteau denkt te kunnen verklaren waarom. Zijn broer, een trucker, is in 1975 in Italië opgepakt met een lading illegale sigaretten in zijn wagen. Het zou zijn gegaan om een handeltje, opgezet door een stroman van VdB. Nihoul, nieuw in dit wereldje, zou toen naar Italië zijn afgereisd en de lokale douane wat smeergeld hebben toegestopt. De broer komt even later om in een verkeersongeval.

Michel Nihoul is eind jaren zeventig hoe dan ook goed thuis bij de PSC in Brussel. Hij verzorgt de electorale campagnes van de latere Brusselse minister Jean-Louis Thys en van advocaat-politicus Jean-Paul Dumont (Cepic). Na een zoveelste ondervraging en een ellenlange opsomming van bekende en minder bekende politici vragen de speurders Nihoul eind 1996 of er verder nog contacten waren.

Michel Nihoul: "Ja, met de PSC en meer bepaald met Paul Vanden Boeynants toen die voorzitter was van die partij. Ik heb hem ontmoet in de Tweekerkenstraat binnen het kader van het Centre Médical de l'Est. Ik was vergezeld door Annie Bouty." (6)

In zijn in 1998 verschenen autobiografie Geruchten en feiten beschrijft Nihoul hoe met VdB overleg werd gepleegd over een plan om in Luik drie magistraten om te kopen. Annie Bouty is in 1981 als advocate betrokken in het proces rond het Centre Médical de l'Est, een Luiks ziekenhuis dat nooit is gebouwd maar waar ettelijke miljoenen uit de kas zijn verdwenen. Directeur Jean-Marie Guffens is veroordeeld en dat zal nu worden "geregeld". Nihoul legt contact met Marcel Cools, zoon van de dan nog oppermachtige minister van staat André Cools. Die zal zijn contacten aanspreken. Vijf miljoen frank moet het omkopen van de magistraten kosten. Er komt een kink in de kabel. Bouty wordt verliefd op Guffens. Nihoul neemt op zijn manier wraak. Hij reist met de 5 miljoen naar Zürich en zet het geld daar op zijn eigen rekening.

Je moet lef hebben in het leven. Nihoul heeft lef. Hoewel de hele PS in Luik in die tijd zo ongeveer zijn bloed moet kunnen drinken, stapt hij in 1984 samen met zijn later wegens cocaïnehandel veroordeelde vriend Casper Flier het kantoor binnen van de burgemeester van Andenne, Claude Eerdekens. Ze leggen de huidige PS-kamerfractieleider een voorstel voor tot overname van een failliete papierfabriek. De deal gaat niet door, maar Nihoul heeft weer een visitekaartje op zak.

Met zijn in Luik buit gemaakte miljoenen opent Nihoul in 1982 aan de Brusselse Zavel een café, Le Clin d'Oeil, waar nu en dan ruig volk over de vloer komt. In diverse getuigenissen te Neufchâteau heet het dat Nihoul lange tijd erg goed bevriend was met topgangster Patrick Haemers, de man die in 1989 de ontvoering van VdB organiseerde.

Nihoul zelf relativeert: "Het klopt dat Patrick Haemers in een bepaalde periode, een maand of anderhalve maand lang, de Clin d'Oeil bezocht. Hij had een oogje op een van de diensters (...). En zoals ik al zei, ken ik Achiel Haemers (zijn vader, DDC) van zien, doordat ik hem ongeveer twintig jaar geleden ontmoette." (7)

De enige die hier dan nog ontbreekt, zou je dan denken, is de in 1991 vermoorde André Cools. En ja hoor. Nihoul zelf laat in het midden of hij die ooit kende of niet, maar in een eindrapport stellen de speurders in Neufchâteau: "Wat zijn contacten met de socialistische partij betreft, wordt André Cools vaak genoemd." (8)

Velen zijn inmiddels dood. Haemers, Cools, VdB, en ook Philippe Deleuze. Dat is een trieste zaak, want procureur Bourlet en advocaat-generaal Andries - zich daar blijkbaar niet van bewust - zetten zijn naam eind vorig jaar nog op de lijst met getuigen voor het proces-Dutroux. Weinigen hebben Nihoul in zijn gloriejaren zo goed gekend als hij. Er is echter iets bizars aan het levenseinde van Deleuze. Hij publiceerde kort daarvoor nog een boek (De riolen van Brussel), dat hij een week na publicatie zelf uit de rekken liet halen. Wat rest, zijn verhoorteksten: "Nihoul zei me dat hij goed bevriend was met de Luikse socialist Guy Mathot." (9)

Zelf relativeert Nihoul weerom. Wie hij wel kende, was François-Léon Deferm, de zakenman-boezemvriend van Mathot, die lange tijd werd geviseerd in het onderzoek naar de moord op Cools. En Philippe Cravatte, de privé-secretaris van Deferm. En Michel Vander Elst, juridisch adviseur van Deferm en bekend als medeplichtige aan de ontvoering van VdB. Een aantal van die mensen wordt op het proces-Dutroux verwacht. Ze vormen samen het alibi van Nihoul voor 7, 8 en 9 augustus 1996: de data rond de ontvoering van Laetitia Delhez.

Michel Nihoul praatte veel tijdens zijn verhoren, maar komt pas echt op dreef buiten het zicht van camera's of ijverig noterende speurders. Journalisten van de Franse betaalzender Canal+ konden dat begin 2000 ondervinden tijdens een met een verborgen camera gefilmd etentje.

Michel Nihoul: "Ik zal u de waarheid zeggen. Ik ken veel ministers. Ik heb gepartouzeerd met ministers. Maar als je in de merde zit, kennen ze je niet meer. Ik verzorgde de relaties tussen partijen. Ik werd betaald door de partijen om onderlinge transacties te doen. Wanneer een partij in België tot een overeenkomst wil komen met een andere, dan gaat dat zo. Men passeert via één persoon, en destijds was ik dat. Zo gaat dat, dat loopt via chantage."

De indruk zou kunnen ontstaan dat Nihoul iets had met PSC en PS, maar niets is minder waar. Zijn echte gloriejaren situeren zich tussen 1981 en 1988, wanneer de Franstalige liberalen aan de macht zijn.

Annie Bouty: "Nihoul trok in 1981 op met minister André Damseaux. Ze kwamen allebei uit Verviers. Hij was in die tijd minister en Nihoul ging vaak met hem eten." (10)

Nog een getuigenis: "Van eind november 1982 tot februari of maart 1983 was ik de secretaresse van Michel Nihoul (...). Doordat ik onregelmatig werd betaald, heb ik de baan snel verlaten. Hij heeft me op het eind betaald met een ongedekte cheque. Toen ik hem zei dat ik klacht wou indienen, heeft hij me bedreigd. Ik durfde geen klacht indienen. Nihoul liet zich in die tijd meestal rondrijden in Mercedessen met chauffeur. Volgens wat hij zei, waren het wagens en chauffeurs die hij 'leende' van zijn vriend, minister Damseaux. Ik kon vaststellen dat er, hoewel hij weinig professionele activiteiten had, grote sommen op zijn rekeningen transfereerden. Soms werd daar 500.000 frank op gestort. Na twee of drie dagen werden die er weer afgehaald. Ik heb nooit de herkomst kunnen identificeren." (11)

André Damseaux. De naam zegt ons vandaag misschien niet veel zo veel, maar van 1973 tot '79 was hij voorzitter van de Franstalige liberalen. Tussendoor cumuleerde hij mandaten dat het een lieve lust was. Hij had zitting in de Kamer, was tot 1984 Europees parlementslid en tussendoor (van 1981 tot '87) minister van Nationale Opvoeding. Van 1989 tot '94 was hij burgemeester in Verviers. Tot vandaag zetelt Damseaux (66) in het Waals Parlement. Ondervraagd als vermeende jeugdvriend van Nihoul zei Damseaux aan de speurders "geen relatie" te zijn van de verdachte. (12)

Michel Nihoul: "Het is via André Damseaux dat ik Jean Gol leerde kennen. Damseaux is een jeugdvriend, en toen hij de PRLW lanceerde, stelde hij me voor aan Gol. Dat is al zestien jaar geleden (1981, DDC). Ik was samen met Annie Bouty. Ik heb Gol zes tot zeven keren teruggezien. Ik vroeg hem wie zich met de vreemdelingen bezighield. Zo vernam ik dat dit Jean-Claude Godfroid was."

Begin jaren tachtig leidde Nihoul zijn eigen vrije radio JMB ('Jean-Michel de Bruxelles'), die uitzond vanuit de inmiddels gesloopte Rogiertoren. Niet alle bekende vrienden - of vijanden - van Nihoul zijn politici. Bij de financiering van JMB was ook een bekende Franse zanger betrokken, aldus Nihoul: "Er was een lening van Claude Barzotti voor een bedrag van 500.000 frank waarop hij 700.000 frank moest terugzien." Uiteraard zag Barzotti helemaal niets terug.

Radio JMB had twee journalisten in dienst. Een van hen was de ex-woordvoerder van de Waalse minister Jean-Pierre Grafé (PSC). Tijdens een van zijn verhoren schermt Nihoul met dingen die hij "weet" over Grafé, dankzij zijn journalist, destijds. De vestiging van JMB in de Rogiertoren heeft een praktisch voordeel. Het partijhoofdkwartier van de PRL is er in die tijd gehuisvest.

Michel Nihoul: "Ik heb Jean Gol gekend, Jean-Claude Godfroid - die de politiek verlaten heeft -, Francis Burstin, François-Xavier de Donnea. Toen Gol justitieminister was, was Burstin zijn adjunct-kabinetschef. Dankzij die contacten heb ik dossiers voor voorwaardelijke invrijheidstellingen vooruit kunnen helpen voor advocaten, en vooral voor Deleuze. Ik liet me daarvoor betalen. Ik heb een twintigtal van die dossiers moeten behandelen, wat me toeliet een half miljoen frank te verdienen." (13)

Oude koeien? Grotendeels wel, maar Françis Burstin geldt tot vandaag als een erg invloedrijke figuur bij de MR. Hij is adjunct-kabinetschef van minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel en zetelt namens de partij in de raad van bestuur van de RTBF. Het dateert allemaal van lang geleden, dat zeker, maar documenten uit die tijd tonen aan dat Burstin op het kabinet-Gol tot de aanspreekpunten behoorde van het juridisch adviesbureau Cadreco van Bouty. Nadat die Guffens had gedumpt, had ze zich weer verzoend met Nihoul en was ze een relatie begonnen met de Portugese topgangster Juan Borgès. Hij was medeoprichter van Cadreco. Over wat het bedrijf deed, gaan de wildste geruchten. Tijdens de rechtszaak tegen de tot in 2002 in Iran vastgehouden Belgische wapenhandelaar Jacques Monsieur bleek dat Cadreco ooit heeft bemiddeld bij de levering van 6.000 TOW-raketten ter waarde van 83 miljoen dollar aan de Iraanse ayatollahs.

Zo ging dat, zegt Bouty, terugblikkend op de gouden jaren van Cadreco: "Op zeker moment werden de politieke interventies in handen genomen door Nihoul (...). Hij kende ook Francis Burstin, een relatie uit het nachtleven van Nihoul." (14)

De commissie-Verwilghen kon destijds weinig 'protectie' aantonen, maar één dossiertje kreeg ze destijds wel rond: het verhaal over hoe de rijkswacht in Schaarbeek in 1986 op het punt stond de her en der in de wereld gezochte Juan Borgès te arresteren, maar een verbod kreeg opgelegd door de Brusselse rijkswachtcommandant Guido Torrèz. Met het schaamrood op de lippen moest hij in de commissie toegeven dat hij dat verbod had uitgevaardigd na een telefoontje van het kabinet van defensieminister François-Xavier de Donnea. Inmiddels is Torrèz er achter dat het telefoontje kwam van... Nihoul. Borgès verliet even later België. Zijn naam prijkt wereldwijd op de verlanglijstjes van antimaffiarechters.

Ook van Waals minister van Economie Serge Kubla kan niet echt worden gesteld dat hij een relict uit vervlogen tijden is. Nihoul liet de voorbije jaren al een paar keer blijken dat hij erg boos op hem is. Kubla was een van die politici die in 1996 in de media verkondigde dat hij die vieze Nihoul nooit had gekend. Terwijl hij volgens Nihoul - daarin bijgetreden door commissaris Georges Marnette, zelf ook klant - begin jaren tachtig een van de oprichters was van de seksclub Les Atrebates, zijn favoriete stek in Etterbeek. Maar Kubla, zegt Nihoul, die betekende helemaal niets: "Kubla kan niet worden beschouwd als een beschermheer, in die zin dat hij in die tijd slechts regionaal député was en wellicht geen enkele macht had. Ik heb hem gekend binnen het kader van de uitjes waarover ik u sprak, en dat is alles." (15)

Een van de trouwste klanten in The Dolo, de nachtclub waar die hele clientèle na de sluiting van Les Atrebates naartoe trok, was N., topambtenaar bij de belastingadministratie in Brussel. De contacten liepen via Michel Forgeot, zegt hij, de uitbater van The Dolo.

Nihoul: "De klant betaalde smeergeld aan N., 10 tot 20 procent van de aan de fiscus verschuldigde som. Forgeot organiseerde dit soort corruptie en schepte er bij iedereen over op (...). N. zelf vertelde me dat hij over een vaste tafel beschikte in verschillende Brusselse restaurants zoals La Villa Lorraine, La Truite d'Argent en andere grote restaurants van de stad. Tussen de verschillende dossiers die op deze wijze werden gearrangeerd, vertelde Forgeot me - met Nolet erbij - over de zaak van (noemt de naam van de bekende Franstalige zanger P., DDC). Begin jaren negentig zat P. met een schuld van, ik dacht, 30 miljoen frank bij de fiscus. Michel Forgeot stelde P. voor aan N. De belastingschuld is uitgewist door 2 à 3 miljoen frank in liquide middelen te betalen. N. interesseerde zich enkel in de grote dossiers. Hij ging zoiets niet doen met dossiers in de orde van grootte van 50 of 100.000 frank." (16)

Wanneer de speurders van de Brusselse gerechtelijke politie (GP) in augustus 1996 de pc van Michel Nihoul uitkleden, valt het hen op dat iemand daar na zijn arrestatie bestanden uit heeft zitten wissen. Achteraf beschouwd was het wellicht geen verstandige keuze om dat deel van het onderzoek aan de Brusselse GP toe te vertrouwen. Nihoul heeft ook daar vrienden, zoals Christian Huberty en commissaris Albert Toch. Schroom lijkt die laatste vreemd te zijn. Op zaterdag 24 augustus, na één week zaak-Dutroux, stapt hij samen met Michel Forgeot het kantoor binnen van een collega die een stapel in het kader van het Nihoul-onderzoek in beslag genomen videocassettes zit te bekijken. Commissaris Toch laat één welbepaalde cassette uit de stapel halen en geeft die terug aan Forgeot.

Ook met Nihouls harde schijf is na de inbeslagname iets vreemds gebeurd. Iemand heeft er na de inbeslagname mee zitten knoeien en er zijn blijkbaar gegevens gewist. Dit zit er wel nog in, een brief aan minister van Financiën Philippe Maystadt (PSC). "Mijnheer de minister. Ik weet niet of u zich mij herinnert. Wij hebben elkaar ontmoet in het stadhuis van Charleroi ter gelegenheid van het bier 'La Blanche de Charleroi'. Ik neem de vrijheid om u een bijzonder trieste zaak voor te leggen namens de heer (...), die gestalkt wordt door gerechtsdeurwaarders (...). In afwachting van het plezier u terug te zien, groet ik u. Jean-Michel Nihoul." (17)

Zo werkte het blijkbaar tot op het laatst. De brief dateert van 26 juli 1996. Kort daarvoor heeft Nihoul met Maystadt, en ook met PS-voorman Philippe Busquin handjes staan schudden tijdens een bierfeest in het stadhuis van Charleroi. Bij dat soort gelegenheden gemaakte foto's zijn voor hem van grote waarde.

Maar soms lukte het heus wel. Hij papte begin jaren negentig aan met Bessel Kok, de crisismanager die de RTT omvormde tot Belgacom. Nihoul was in die tijd vaak te zien in de loges van voetbalploeg RWDM. "Ik was daar uitgenodigd, want Belgacom was toen sponsor en ik kende Bessel Kok vrij goed." Heel goed, blijkbaar. Tijdens het Dutroux-onderzoek stootten de speurders tot hun verrassing op een hele reeks dubieuze leveringen van in het zwart verkochte vis uit de haven van Zeebrugge. Met zijn bedrijf Maison des Chefs mocht Nihoul leveren aan een aantal bedrijfskantines van Belgacom.

Er zijn nog andere manieren om minstens de indruk te wekken dat je heel erg machtig bent. In september 1996 wordt Nihoul verhoord over de auto's waarmee hij in de loop der jaren rondreed: "Ik kreeg een Chevrolet Impala in lening van de firma Radar. Het was een grijze Chevrolet. Het was daarvoor de wagen geweest van Charles Picqué." (18)

Geen toeval, zo laat hij uitschijnen. Hij is heel erg bevriend met ene Jean-Pierre Brouhon, zei hij eind 1996: "Jean-Pierre werkte op het kabinet van Charles Picqué en is gemeenteraadslid voor de PS in Elsene. Hij is echt een vriend. Zoals hij heb ik er maar twee of drie." (19)

Nihoul verwijt nogal wat politici dat ze hem sinds zijn arrestatie in de zaak-Dutroux niet meer wensen te kennen, maar is zelf een beetje in hetzelfde bedje ziek. Een van de markantste achtergrondfiguren van het Belgische politico-judiciaire establishment in de vroege jaren tachtig was Claude Leroy. Hij was raadsheer bij het Brusselse hof van beroep, professor in de rechten, adjunct-kabinetschef bij justitieminister Jean Gol en vooral ook koning van het Brusselse nachtleven als 'monsieur Claude'. Hij is in 1985 een eerste keer gearresteerd wegens samenwerking met drugshandelaren en heeft inmiddels een langer strafblad dan een cv. Niet iemand die hij ooit heeft gekend, wimpelt Nihoul de vraag weg.

Wanneer Claude Leroy op 13 april 1994, na een zoveelste celstraf de gevangenis mag verlaten, is het de bedoeling dat Michel Lelièvre hem gaat ophalen. Blijkens diverse brieven, en ook gegevens uit de computer van Marc Dutroux zelf, zien hij en zijn autozwendel-kompanen de ex-magistraat als een man die "van groot belang" kan zijn. Nihoul en Flier helpen Leroy aan een tijdelijk onderkomen. De Britse drugsdealer David Walsh, met wie de hele saga van de xtc-pillen is begonnen, kan 'monsieur Claude' meteen plaatsen: "Nihoul en Leroy zetten allerlei frauduleuze handeltjes op tussen België en Luxemburg."

Er lopen parellellen tussen de heer van stand die Claude Leroy ooit was en Michel Nihoul. Big in the eighties, helemaal gemarginaliseerd in de jaren negentig. Het enige prestige dat nog van hen kan afstralen, situeert zich in een weggedeemsterd verleden en kan alleen nog indruk maken op figuren als David Walsh, Marc Dutroux of Michel Lelièvre. Of Alexis Alewaeters. Hij is in 1985 een van de veroordeelden op het geruchtmakende proces over de dodelijke afloop van een van de seks- en cocaïnefuiven in de Brusselse club Le Mirano. Alewaeters wordt er verdedigd door Annie Bouty en later onder de hoede genomen door Nihoul. Hij helpt hem aan een baantje als pompbediende in Anthée, waar hij later ook - via Flier - Lelièvre aan het werk zet. Aan Alewaeters houdt Michel Nihoul zijn allersterkste verhaal over. Doordat Bouty optrad als advocate kwam hij in het bezit van het complete strafdossier, dat jarenlang journalisten en ook de leden van de commissie-Verwilghen bleef intrigeren. Tijdens het proces, voor de correctionele rechtbank in Brussel, werden immers alle stukken met betrekking tot zedenfeiten buiten beschouwing gelaten en werden enkel - vrij lichte - straffen uitgesproken voor drugsgebruik.

Michel Nihoul, op de tape van Canal+: "Ze zijn vervolgd voor drugs, maar ze zijn niet vervolgd voor zedenfeiten. Waarom? Mijnheer Verwilghen weet het net zo goed als ik, vous imaginez bien! Wel, eenvoudigweg omdat je daar de broer van de koning had die bezig was te neuken - en daar hebben ze foto's van genomen - met meisjes van veertien jaar, hé! Men heeft gezegd: we doen die foto's weg. En men heeft gezegd: er is geen zaak van zedenfeiten. Dat is alles."

Mooi verhaal. Nihoul bood buitenlandse journalisten al tweemaal - "voor een bedrag met zes getallen" - zogenaamde "compromitterende foto's" aan van de huidige koning der Belgen. Of er wat klopt en of de foto's bestaan, is een andere vraag.

Zeker is dat Michel Nihoul niet is veranderd, en dat wellicht nooit zal doen. Vervelende zaak, straks, met een volksjury tegenover zich.

(1) Verhoor Guy V., 28 mei 1998, Ocdefo, pv 55.501.

(2) Verhoor Michel Nihoul, 29 mei 1997, nationale brigade GP, pv 10.359.

(3) Verhoor Michel Nihoul, 8 oktober 1996, nationale brigade GP, pv 10.554.

(4) Verhoor Gérard Vannesse, 30 september 1996, nationale brigade GP, pv 10.514.

(5) 'Les Egouts de Bruxelles', Philippe Deleuze, pagina 222.

(6) Verhoor Michel Nihoul, 10 oktober 1996, nationale brigade GP, pv 10.547.

(7) Verhoor Michel Nihoul, 25 maart 1997, nationale brigade GP, pv 10.240.

(8) Synthese algemeen onderzoek I B/12, 23 juli 2001, federale politie Neufchâteau, pv 8.348.

(9) Verhoor Philippe Deleuze, 17 september 1996, GP Brussel, pv 40.032.

(10) Verhoor Annie Bouty, 4 september 1996, GP Brussel, pv 38.914.

(11) Verhoor Christiane Thirot, 29 oktober 1996, GP Brussel, pv 43.290.

(12) Inlichtingen, 18 december 2001, federale politie Neufchâteau, pv 8.417.

(13) Verhoor Michel Nihoul, 10 oktober 1996, nationale brigade GP, pv 10.547.

(14) Verhoor Annie Bouty, 3 augustus 1999, nationale brigade GP, pv 8.474.

(15) Verhoor Michel Nihoul, 29 mei 1997, nationale brigade GP, pv 10.359.

(16) Verhoor Michel Nihoul, 18 november 1996, GP Brussel, pv 10.600.

(17) Vaststellingen GP Brussel, 23 september 1996, pv 41.052.

(18) Verhoor Michel Nihoul, 18 september 1996, GP Brussel, pv 38.665.

(19) Verhoor Michel Nihoul, 17 oktober 1997, nationale brigade GP, pv 10.553.

(20) Verhoor David Walsh, 5 november 1996, GP Brussel, pv 42.716.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234