Vrijdag 23/08/2019

Vriendelijke basbeul verdwaald in de eighties

BRUSSEL l Weinig muzikanten kunnen een even indrukwekkend cv voorleggen als de Amerikaanse bassist Marcus Miller. Als piepjonge muzikant liep hij school in de band van Miles Davis. Twee decennia later worstelt hij nog steeds met de erfenis.

Door Koen De Meester

Miller (48) was een van de pioniers van de hamerende basstijl en dat heeft hem geen windeieren gelegd. De allergrootsten uit de pop, hiphop en jazz deden een beroep op zijn kletterende basspel en zijn naam blinkt op meer dan 400 platen. Tegenwoordig doet de man amper nog sessies voor anderen, maar concentreert hij zich op zijn eigen platen. Naar aanleiding van zijn nieuwste Free speelde hij in een volle ABflex.

De doemdenkers over de publieksbelangstelling voor jazz, kregen dinsdag alvast lik op stuk. Millers idioom situeert zich wel heel duidelijk in de jaren tachtig, wat een mild stoofpotje van nette soul en funk opleverde. Door dat amalgaam van stijlen heen slingerde het geluid van zijn luide bas als een bungeespringer onder een brug. Het instrument van de man met de pork pie hat liet dan ook al het houtwerk van de AB mee klapperen.

Toch bood Miller genoeg ruimte aan de excellente instrumentalisten die hij meebracht. Daartussen zaten drummer Poogie Bell (werkte met David Bowie), trompettist Patches Stewart, saxofonist Keith Anderson (te horen op de platen van Kanye West) en de Zwitser Gregoire Maret op mondharmonica.

Samen staken ze van wal met het knappe 'Blast' van Millers nieuwste cd. Verder passeerden onder meer Stevie Wonders 'Higher Ground' en het van Miles Davis bekende 'Jean-Pierre'. Er werd hecht en ernstig gemusiceerd. Al was het weinig bevorderlijk dat de blazers telkens weer in de coulissen verdwenen wanneer ze niet moesten spelen. Het meesterlijke kloppen, wriemelen en priegelen op de bassnaren enerveerde niet, want de vriendelijke basbeul stelde zijn virtuositeit vaak ten dienste van de muziek.

Het breekpunt echter was het moment dat hij voor de oude classic 'When I Fall In Love' zijn basklarinet bovenhaalde. Vanaf dan trad er een zekere metaalmoeheid op die ons even later op de horloge deed blikken. En dat is nooit een goed teken. Toen de man ook nog begon te zingen, tijdens het mierzoete 'Boomerang', klonk alles opeens veel te gedateerd. Zowel jazz, soul als funk zijn inmiddels al een heel eind verder geëvolueerd. Miller runde dan ook niet veel meer dan een superieure retroshow met bitter weinig toekomst.

Opeens klonk alles te gedateerd en werd het een superieure retroshow

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden