Maandag 10/08/2020

Vreemdsoortige cocktail

'Mijn grootste specialiteit was vroeger: mensen uitschelden, vooral in caf�s', zei Marcel van Maele ooit

Tijdens het optreden van Simon Vinkenoog en Hans Plomp vrijdagavond kwam Marcel van Maele de Antwerpse Beat Bookstore binnenschuifelen. Zich vasthoudend aan de elleboog van zijn vriendin liet de blinde dichter zich leiden tot aan een stoel en zat vervolgens met dode ogen te luisteren naar zijn poëzie-kameraden, die hem vriendschappelijk aanspraken.

Iemand vroeg me na afloop wie die kennelijk befaamde Vlaamse beatdichter eigenlijk is. Nu vrijdag, toevallig twee dagen voor zijn 74ste verjaardag, wordt Marcel van Maele in de Beat Bookstore geïnterviewd.

"Mijn grootste specialiteit was vroeger: mensen uitschelden, vooral in cafés", vertelde hij in 2001 aan Knack: "Nu ik al tien jaar blind ben ontmoet ik nog weleens iemand die beweert mij van vroeger te kennen maar die ik niet meteen kan thuisbrengen. Mijn eerste vraag is dan altijd: 'Heb ik je vroeger, toen ik nog kon zien, ooit uitgescholden?' Als het antwoord 'neen' luidt, zeg ik: 'Dan ken ik je niet.'"

Op het achterplat van Vreemdsoortige cocktails, een prozaboekje uit 1977 uit de reeks Manteau Marginaal, wordt hij omschreven als een van de belangrijkste dichters van de dolle jaren zestig in Vlaanderen: "Als fenomeen maakte Van Maele deel uit van alle avant-garde uitingen in dit land, als persoon is hij een levende legende." Behalve allerlei buitenissige cocktailrecepten ("Baiser d'amour. In een likeurglas: 3/6 deel Curaçao, 3/6 deel Slagroom. Niet mengen, uitlepelen!") en drankwetenswaardigheden doet Van Maele er verslag van het schrijven. Hij vertelt dat hij na zijn eerste dichtbundel uit 1956, "die ik in Westkerke bij de goedkoopste drukker van België van de pers liet struikelen en daarna zelf van een kaft met nietjes voorzag", voor het eerst kennismaakte met het literaire wereldje in Brussel: "Ik had me reeds wat moed ingedronken in de Pili Pili en dan nog even, vooraleer naar de Naamse Poort op te klimmen, in de Petite Rouge."

Het Pili Pili geheten kunstenaarscafé wordt in Groetjes uit Brussel (1969) van Jeroen Brouwers "hét literaire centrum van Brussel" in de jaren zestig genoemd. Van Maele komt in het boek voor als de "Brusselse romanschrijver-dichter Marius van Malen die op zijn vaste plaats in dit etablissement broek na broek verslijt, ik kon mij Marius van Malen niet-dronken niet voorstellen". De schrijver heeft net weer een boek voltooid en "voelt zich als een leeggeschonken kruik, alle woorden hebben hem verlaten, wat nu wat nu, zegt hij".

Van Maele is vooral een aanstekelijk drinker, meldde Herman de Coninck in een interview twintig jaar geleden: "Zijn reputatie zal ook wel meer op zijn drinken dan op zijn gedichten gebaseerd zijn." Van Maeles recentere poëzie wist De Coninck te waarderen, al had hij diens vroegere verzen weleens als "woordbraak" omschreven. Hij citeerde poëzieprofessor Brems die Van Maele een romantische 'poète maudit' noemde en "een molenwiekende Don Quichot" die "wild fladdert en om zich heen slaat met klanken en kreten".

In het interview citeert Van Maele de versregel: "Nu zit hij als een blinde vink op een betonnen muur z'n verleden te bezingen", die hij geschreven had voor hij blind werd: "Zeg nu nog dat dichters geen profeten zijn." Al in 1963 in het mede door hem opgerichte tijdschrift Labris stelde hij dat de dichter voor hem "een priester, een profeet" is, en de poëzie "een alles overkoepelende godsdienst". Later, in een Humo-interview uit 1996: "Ongetwijfeld zag ik de poëzie eerst als een vorm van communicatie. Maar nu zie ik ze als het benaderen van de dingen. Er is toch geen enkel antwoord op geen enkele vraag."

Afkomstig uit een Brugse bourgeoisfamilie cultiveerde Van Maele zijn leven lang een passionele antiburgerlijkheid. Al jong zwierf hij de wereld rond, dat was een heel gelukkige periode, vertelt hij aan Rudy Vandendaele: "niet gebonden aan geld, aan plaats, kortom: ten prooi aan de totale vrijheid". In 1952 trok hij als vrijwilliger naar de Korea-oorlog, naar eigen zeggen ook om aan de lange legerdienst hier te ontsnappen.

In alle interviews komen ook de Gebottelde gedichten ter sprake, gedichten in een fles, een initiatief waarmee hij in 1972 begon uit verontwaardiging omdat zijn poëzie niet gelezen werden. Een volgend project was een gedichtenbundel die hij in een polyesterblok had gegoten: "Natuurlijk kreeg ik toen ook de opmerking: 't is jammer dat we 't niet kunnen lezen - vooral van mensen die nooit poëzie lazen."

Doordat hij blind werd, veranderde zijn manier van poëzie schrijven, hij maakt zijn gedichten nu met bandopnemertjes. Misschien daardoor dat zijn poëzie filosofischer is geworden, vertelt hij aan Vandendaele, "terwijl ze vroeger meestal lijfelijk was. Ik spreek regels of flarden van regels in, laat die tekst uittikken, laat 'm vervolgens voorlezen, en dan begin ik correcties of aanvullingen aan te brengen. Daarna spreek ik het gecorrigeerde gedicht opnieuw in, en het hele proces wordt net zolang herhaald tot ik min of meer tevreden ben met het resultaat." Optreden doet hij met een bandopnemertje als souffleur, ook omdat hij het haat om zijn gedichten van buiten te leren. Soms kent hij toch een passage van buiten en spreekt hij eerder dan het bandopnemertje, wat een bevreemdend effect creëert. In Tweeluik (1997) schreef hij: "Voortaan wil ik luider klinken/ voortaan sla ik wijze raad in de wind/ voortaan weiger ik te berusten/ tussen zwerende beloften en versteend geduld".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234