Dinsdag 24/11/2020

Boeken

‘Vreemdeling zoekt kamer’ bewijst dat Egon Hostovský een van de groten van de Tsjechische literatuur was

1946. De Queen Elizabeth vaart de Hudson op, richting de haven van New York.Beeld Getty Images

Dokter Marek heeft maar één doel als hij in New York arriveert: een kalme kamer vinden, met een tafel.

Egon Hostovský (1908-1973) was een bloedverwant van Stefan Zweig en schijnt bevriend te zijn geweest met Graham Greene, die ooit te kennen gaf: “Mijn eerste kennismaking met Egon Hostovský ademde iets van de sfeer in zijn boeken, een complexe sfeer van zwarte humor, melodrama en wanhoop.”

Getuige het zopas vertaalde en door uitgeverij Zirimiri zeer aanlokkelijk vormgegeven Vreemdeling zoekt kamer vallen er bij Hostovský inderdaad markante parallellen te trekken tussen zijn leven en zijn werk. In zijn hoedanigheid van vluchteling, eerst als Jood voor de nazi’s, vervolgens als intellectueel en schrijver voor de communistische coupplegers in Tsjechoslowakije, zodat hij zich na omwegen langs onder meer België, Frankrijk, Portugal en Noorwegen ten langen leste definitief vestigde in de Verenigde Staten, zou hij in elk geval zijn leven lang kunnen blijven navoelen wat hij de hoofdfiguur van zijn in 1947 verschenen roman had laten verzuchten: “Nu is de oorlog voorbij (…) maar alsof de duvel ermee speelt, moet ik toch gast blijven. (…) Gast zijn, eeuwig gast zijn – ondermijnt het zelfvertrouwen.”

Woorden zijn dit, uiteraard, die het gezien de wereldlijke situatie van vandaag nog altijd in zich hebben om uit te nodigen tot empathie en bezinning, al moet gelukkig ook gezegd dat Hostovský geenszins het woord vanaf een soort van kansel tot ons richt, en de lezer al helemaal geen grauw-realistische prak heeft te voeren – de zwarte humor waarover Graham Greene het had, en die het hele boek in zijn greep houdt, zélfs in de passages waar er niets te lachen valt, steekt daar doeltreffend een stokje voor.

Rare snijboon

Hoofdpersoon van de roman is dokter Marek, die als Tsjechische banneling in het New York van 1946 slechts één streefdoel voor ogen houdt: een kalme kamer vinden, met daarin een geschikte tafel (‘Ik ben op tafels gesteld…’), om aldus in de gelegenheid te zijn een wetenschappelijk proefschrift te voltooien dat de mensheid moet verlossen van de kwaal der hoge bloeddruk. Geld heeft hij in min of meer voldoende mate, en al acht menigeen hem “een rare snijboon”, daartegenover staat dat hij er even dikwijls moeiteloos in slaagt anderen door zijn wonderlijke karakter in een roes van weldadigheid te doen verzeilen.

Dus waaraan kan het dan toch liggen dat hij in zijn zoektocht naar logies van iets langere duur zonder genade van het kastje naar de muur gestuurd wordt, ruzie krijgt zodra hij meent de vrede tussen vier muren te hebben gevonden, en helaas moet vaststellen dat hem steevast dezelfde deur gewezen wordt die hem zopas nog met herbergzame zwier wijd werd geopend? “Wat moet ik doen”, zo vraagt hij zich op een bepaald moment af bij wijze van antwoord op deze kwestie, “als ik overal alleen maar gekken tegenkom?”

De eenzaamheid van dokter Marek, die hem er bijwijlen toe brengt met de Heilige Maagd te gaan telefoneren, is van de schrijnendste want duidelijk ongeneeslijke soort. Ongetwijfeld is het mede dat wat deze roman, in tegenstelling tot “gasten en vis”, die “maar drie dagen fris” blijven, zo tijdloos maakt.

Egon Hostovský, Vreemdeling zoekt kamer, Zirimiri, 240 p., 18,95 euro. Vertaald door Edgar de Bruin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234