Zaterdag 03/12/2022

Vragen aan de redactie

Kun je het premenstrueel syndroom bestrijden door je eetpatroon aan te passen?

Onderzoek dat tien jaar lang meer dan 3.000 Amerikaanse vrouwen volgde, suggereert van wel. Onder de deelneemsters hadden er 1.057 last van het premenstrueel syndroom (PMS), waarbij hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen opduiken net voor de menstruatie.

Ze lijstten hun voedingsgewoontes op, inclusief de supplementen die ze namen. Nadat ze controleerden op alle andere gezondheids- en voedingsfactoren kwam uit de analyse dat de 20 procent vrouwen die het meest ijzer innemen 40 procent minder last hadden van PMS in vergelijking met de 20 procent die het minst ijzer binnen krijgen.

Voor potassium (kalium) geldt het omgekeerde effect. De 26 procent deelneemsters die het meest potassium innemen, hebben 46 procent meer kans op PMS in vergelijking met de 20 procent met de laagste inname. Voor magnesium, koper, zink, mangaan of natrium vonden de onderzoekers geen verschil.

IJzer is vooral te vinden in vlees, vis, gevogelte, broccoli, bloemkool, pompoen, tomaten en citrusvruchten. Vitamine C bevordert de opname van ijzer. Vegetariërs nemen daarom best groenten, fruit of fruitsap rijk aan vitamine C bij elke maaltijd. Potassium zit in zeer veel voeding, zoals aardappelen, bieslook en bananen.

Maar de hoofdauteur van het onderzoek, professor epidemiologie Elizabeth Bertone-Johnson van de universiteit van Massachusetts, waarschuwt vrouwen ook tegen een te overvloedige ijzerconsumptie en een te lage potassiuminname. Beide kunnen schadelijk zijn. Zo is een te grote ijzeropname giftig. "Een uitgebalanceerd dieet is de beste garantie om de juiste hoeveelheden vitaminen en mineralen binnen te krijgen", zegt Bertone-Johnson.

Specialisten raden ongeveer 18 milligram ijzer per dag aan voor vrouwen tussen 19 en 50 jaar en 4,7 milligram potassium per dag voor volwassenen.

Kun je voorspellen welke film Oscars wint?

Dat Argo dit jaar de Oscar voor beste film zou winnen, wisten wiskundigen allang. Ook in de andere belangrijke categorieën presteerden hun statistische modellen goed: 78 procent van de winnaars werd vooraf correct aangewezen. Zeggen rekenmodellen dus meer over goede films dan het oordeel van kenners van vlees en bloed?

Dat is te kort door de bocht, blijkt uit nadere bestudering van die modellen. De statistische formules leunen namelijk zwaar op de kennis van filmcritici. Zo kijkt wiskundestudent Ben Zauzmer naar juryoordelen van uitreikingen voorafgaand aan de Oscars, zoals de Golden Globes. Peter Gloor, onderzoeker aan het Massachusetts Institute of Technology, baseert zijn voorspelling op de vele duizenden waarderingen van kijkers op de filmsite IMDb.

De rekenmodellen zijn compleet afhankelijk van het oordeel van filmkenners en dus van menselijke intuïtie. Het zou een stuk knapper zijn als onderzoekers met een formule komen die Oscar-winnaars correct voorspelt terwijl er nog geen recensie van de betreffende film in de krant heeft gestaan.

Zo blijkt dat 'beste films' een lange zit zijn: gemiddeld 140 minuten, met weinig uitschieters naar beneden. Blijkbaar is die lange speeltijd nodig om karakters en gebeurtenissen genoeg uit te diepen om ze Oscarpotentie te geven.

Nog een opvallend feit: winnende films verschijnen bijna altijd in de periode september-december, waarschijnlijk omdat ze dan verser in het geheugen van de juryleden liggen.

Ook in de scenario's zijn wetmatigheden te ontdekken. Zo kent een winnende Oscarfilm zelden een klassiek happy end, maar valt er ook iets te betreuren. Denk aan Titanic (1997): zij overleeft, hij sterft in het ijswater.

Ben je echt zeker dat je bewusteloos bent onder algemene verdoving?

Eén op de duizend patiënten herinnert zich momenten van bewustzijn tijdens een algemene verdoving. Soms gaat het om neutrale beelden of geluiden uit het operatiekwartier, maar soms melden patiënten na afloop dat ze alles bewust meemaakten, ook de pijn, de angst en de immobiliteit. Vitale signalen zoals de hartslag en de bloeddruk worden gemeten maar een duidelijk teken dat de patiënt niet bij bewustzijn is, hebben anesthesisten niet.

Recent onderzoek toont echter dat de hersenen vroege waarschuwingen produceren wanneer het bewustzijn aan het terugkomen is. En die signalen zijn met elektro-encefalografie (EEG) te detecteren. EEG-monitoring is geen courante praktijk tijdens operaties onder algemene verdoving. Anesthesist Patrick Purdon van het Massachusetts General Hospital in Boston ontdekte met zijn team dat alfagolven en lagefrequentiegolven zichtbaar op een EEG toenemen naarmate het bewustzijn zakt en afnemen naarmate het terugkomt. Daarnaast ontdekten de onderzoekers een uniek patroon dat de overgang tussen beide toestanden aangeeft. Op dat moment schakelen de verschillende soorten hersengolven elkaar zo goed als uit. De piek van hoge alfagolven manifesteert zich op het moment dat er een dal is in de lagefrequentiegolven en dat patroon valt duidelijk af te lezen op een EEG.

Zwem je sneller in water of in een dikkere massa zoals een zoute gel?

Het is bekend dat een zwemmer sneller is in zeewater dan in zoet water omdat het lichaam beter drijft in een omgeving met een hoge dichtheid. Maar wat als ook de viscositeit (stroperigheid) anders zou zijn? Wat als je met andere woorden water vervangt door iets als siroop of gel. Sommige experts zijn er zeker van dat meer resistentie de zwemmers afremt, terwijl anderen beweren dat de zwemmers krachtiger voortgestuwd worden in een meer kleverige substantie.

Ingenieurs aan de universiteit van Minnesota hebben, om een antwoord op de vraag te vinden, 310 kilogram guargom, een natuurlijk polymeer dat als verdikkingsmiddel wordt gebruikt, in een lokaal zwembad gestort. Zo ontstond een substantie met een kleeffactor die dubbel zo groot is als die van water. Tien profzwemmers en zes amateurs deden de test en zwommen in verschillende klassieke slagen in het snotachtige goedje.

De hele onderneming laat zien dat er geen groot verschil is tussen zwemmen in water of in 'stroop'. De stof met de grote viscositeit zorgt wel voor een grotere resistentie, maar ze verhoogt ook de doeltreffendheid van de bewegingen.

Om een zwemmer echt te vertragen, zou je hem moeten laten zwemmen in een substantie die niet twee keer zoveel viscositeit heeft als water, maar veel meer. Het zou dan al bijna moeten gaan om een stof zoals vloeibare honing.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234