Vrijdag 22/11/2019

Vragen aan de redactie

Waarvoor dient onze appendix? Had die vroeger een functie?

Jarenlang is gedacht dat de appendix geen nut had, aangezien mensen bij wie het stukje darm werd verwijderd, perfect verder konden zonder. "Nu weten we echter dat de appendix een belangrijke rol speelt bij de foetus en jonge volwassenen", schrijft professor fysiologie Lauren Martin in Scientific American. "Bij een foetus van ongeveer elf weken komen er endocrinecellen in de appendix. Die produceren verschillende biogene amines (eiwitten die in het lichaam voorkomen) en peptidehormonen, die nodig zijn bij een reeks biologische controlemechanismen.

"Bij volwassenen, zo wordt nu vermoed, zou de appendix wel eens een rol kunnen spelen in het immuunsysteem. Kort na de geboorte begint zich lymfeweefsel te vormen in de appendix en dat bereikt een piek tussen de leeftijd van twintig en dertig jaar. Daarna neemt dat weefsel snel af, om op de leeftijd van zestig jaar bijna volledig te verdwijnen. Tijdens de vroege ontwikkeling blijkt de appendix echter te werken als een lymfeorgaan dat helpt bij de rijping van B lymfocyten, een soort witte bloedcellen, en bij de productie van immunoglobuline A-antilichamen. Ook is aangetoond dat de appendix een rol speelt bij de productie van moleculen die helpen bij de beweging van lymfocieten naar verschillende locaties in het lichaam."

Het lijkt er volgens Martin op dat de appendix dient om de witte bloedcellen bloot te stellen aan een brede verzameling antigenen of vreemde stoffen die in het spijsverteringskanaal aanwezig zijn. "Op die manier helpt de appendix wellicht om een potentieel vernielende reactie van antilichamen te onderdrukken, terwijl hij de lokale afweer helpt versterken. De appendix neemt vreemde stoffen op uit de ingewanden en reageert erop. Dat lokale immuunsysteem is belangrijk bij de immunologische reactie op en de controle van voedsel, medicijnen, microben en virussen. Men onderzoekt nu het verband tussen die locale immuunreacties en ontstekingsziektes in de darmen. Meer en meer spaart men dan ook de appendix wanneer dat kan of behoudt men een deel van het gezonde weefsel omdat het nog kan dienen bij blaas- of urineleiderreconstructies."

Van welke voedingsmiddelen wordt mijn brein 'gelukkiger'?

Dit is een vraag die zoveel mensen interesseert dat er talloze boeken over zijn geschreven, inclusief 'diëten' om je gelukkiger te voelen. Een van de belangrijkste dingen blijkt geen voedsel te zijn maar water. Onze hersenen moeten goed gehydrateerd blijven om optimaal te werken.

"Maar het klopt dat je je verder ook blijer voelt door bepaalde voeding en dat heeft alles te maken met de neurotransmitter serotonine. Dat is een sleutelhormoon in de communicatie tussen zenuwcellen, net zoals noradrenaline en acetylcholine", zegt professor toxicologie Jan Tytgat (KUL). Zowel de aanmaak als de levensduur van serotonine kan door bepaalde voeding opgedreven worden. Dat vermindert stress en werkt antidepressief, net zoals dat met bepaalde medicatie als Prozac het geval is.

Tytgat: "Het gaat om onverzadigde vetzuren zoals vis, op voorwaarde dat je ze niet frituurt omdat dat de vetverhouding opnieuw verandert. Ook margarine en daarnaast natuurlijke koolhydraten in groenten, fruit en granen triggeren dit effect. Wat zeker niet helpt zijn de geraffineerde suikers zoals je die in snoep en frisdrank vindt. Die counteren de aanmaak van serotonines. Ook veel water drinken en erop letten dat je voldoende mineralen en vitamines binnenkrijgt optimaliseert het serotonineniveau en dus het 'geluksgevoel'."

Om de andere neurotransmitters acetylcholine en dopamine op peil te houden worden eierdooiers, tarwekiemen, vlees, vis, melk, kaas, (pinda)noten en sojaproducten aangeraden.

Helpt een ventilator echt tijdens een hittegolf?

De plotselinge opstoot van de temperatuur de afgelopen weken heeft niet weinig mensen geconfronteerd met deze vraag. Wanneer er geen airco is thuis of op kantoor of wanneer die stuk is, schaffen velen inderhaast een elektrische miniventilator aan. Dat lijkt alvast het beste alternatief. Maar sommige experts vermoeden dat zo'n kleinood de pogingen om werkelijk af te koelen net blokkeert.

In een nieuw onderzoek gingen Britse vorsers op zoek naar bewijsmateriaal voor de efficiëntie van elektrische ventilatoren tijdens hittegolven over de hele wereld. In tegenstelling tot wat de meeste mensen wellicht denken, koelen de meeste ventilatoren de lucht niet af. Wanneer je ze voor een open raam zet, 'trekken' ze koelere lucht wel naar binnen.

Maar er blijkt een punt te zijn van waarop de verkoelende functie afneemt. Wanneer de temperatuur boven de 35 graden Celsius klimt, kan een ventilator op je richten zelfs een opwarmend in plaats van een verkoelend effect hebben. Bij die temperaturen direct in de blaasroute van een ventilator zitten verhoogt de deshydratatie en de uitputting door hitte.

De wetenschappers van de onderzoeksgroep The Cochrane Collaboration zeggen dat ze geen eenduidige bewijzen hebben gevonden op basis waarvan ze ventilatoren kunnen afraden of aanraden, maar ze zeggen dat het belangrijk is hun potentiële voordelen en nadelen goed tegen elkaar af te wegen. Dat is vooral zo als het gaat om ouderen, die minder in staat zijn af te koelen door te zweten of door de bloedtoevoer naar de huid te verhogen.

Waarom zijn virussen zoals polio niet gemuteerd om immuun te worden aan vaccins?

Bacteriën muteren erg makkelijk, maar vaccins geven virussen weinig kans. Dat zegt dokter Paul Offit, hoofd infectieziektes van het Children's Hospital van Philadelphia. Wat er bijvoorbeeld met het mazelvaccin gebeurt, is dat een levende, afgezwakte versie van het virus wordt toegediend, zodat het lichaam antilichamen ontwikkelt tegen alle tien de eiwitten van het virus en alle plekken waar het zich aan de lichaamscellen zou kunnen hechten. "Wanneer het virus je dan aanvalt, heeft het echt geen enkele kans. Het wordt op alle mogelijke punten aangevallen", zegt Offit. Polio heeft drie soorten oppervlakte-eiwitten, maar die zitten allemaal in het vaccin. De bof, mazelen en waterpokken hebben allemaal maar één soort oppervlakte-eiwit.

Bij bacteriën ligt het anders omdat er al resistente varianten bestaan. Vaccinatie biedt eigenlijk een vruchtbare voedingsbodem door zwakkere bacteriestammen te elimineren en resistente de kans te geven welig te tieren. Paul Offit: "Bij een virus wordt zo'n proces nooit opgestart. Mocht je een vaccin maken tegen één deel van één eiwit, dan zou er wellicht mutatie optreden, maar dat wordt natuurlijk vermeden."

Er zijn wel twee belangrijke uitzonderingen: het griepvirus, dat zo snel muteert dat vaccinatie na een jaar al niet meer werkt omdat er nieuwe stammen zijn opgedoken, en hiv, dat bij één enkele infectie al kan muteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234