Donderdag 08/12/2022

Vorige week nog onder de zoden, deze week levend en wel in Luxemburg

Superspion, playboy, wapenhandelaar, avonturier, bankier, oplichter en diplomaat; de Spaanse kranten komen etiketten te kort om Francisco Paesa in een notendop te proppen. In 1998 stierf hij aan een hartaanval in Bangkok. Deze week dook hij opnieuw op, in Luxemburg, levend en wel. Rudy Pieters bericht.

Geef een ruk aan de wereldbol en duid blindelings een land aan: je kunt er gif op innemen dat het een rol heeft gespeeld in dit verhaal. Onze vinger mag zelfs op het petieterige São Tomé terechtkomen, een Afrikaanse eilandengroep met nog geen 200.000 inwoners. In 1990 hadden de Santomezen even een Spanjaard als VN-vertegenwoordiger, een hele toer voor een staatje waar vandaag welgeteld acht personen met een Spaans paspoort wonen, te meer daar tegen die Spaanse VN-vertegenwoordiger een opsporingsbevel was uitgevaardigd. Zijn naam: Francisco Paesa.

De man lijkt zo uit een spionageroman weggelopen. Hij goochelde met wapens, geld en vrouwen alsof het speeltjes waren, was in Zwitserland de minnaar van prinses Dewi Soekarno, hielp in Spanje de moord op leden van de Baskische afscheidingsbeweging Eta te verdoezelen en leverde en passant een van corruptie beschuldigde Guardia Civil-baas aan Madrid uit - dat laatste in ruil voor een smak geld welteverstaan. Francisco Paesa is een man van duizend gezichten en miljoenen euro's. In de jaren tachtig en negentig was hij zonder twijfel de kleurrijkste onder de Spanjaarden in de coulissen van de macht. Het waren de jaren dat de charismatische socialist Felipe González het land naar de twintigste eeuw loodste. Spanje ging met zevenmijlslaarzen vooruit, maar met de jaren - González was veertien jaar lang premier - kwam ook de corruptie, een opeenstapeling van schandalen die de PSOE noodlottig zou worden. Aan dat hoofdstuk van de jonge Spaanse democratie heeft Francisco Paesa flink meegeschreven.

Francisco 'Paco' Paesa Sánchez liet zich voor het eerst opmerken op het eind van de jaren zestig, toen hij goede maatjes bleek te zijn met Francisco Macías, dictator in de voormalige Spaanse kolonie Equatoriaal-Guinea. Paesa, een prille dertiger, mocht er de Nationale Bank van Guinea helpen oprichten en werd de eerste voorzitter. Een mysterieuze operatie, want het ging eigenlijk om een privé-bank. Paesa, die in Londen en Genève met aandelen van de bank leurde, ontpopte zich tijdens dat Afrikaanse avontuur tot een gewiekste bankier, het begin van een lange carrière als financieel tovenaar die als geen ander miljoenentransfers onzichtbaar kon maken via offshore bedrijven en fiscale paradijzen.

Paesa verhuisde al snel naar Genève, werkte er samen met Italiaanse zakenmensen, en stichtte er opnieuw een bank, de Alpha Bank. Hij leefde snel en intens in Zwitserland, met de glamour die bij een jetsetbankier past. Dewi Soekarno, weduwe van de Indonesische president, vond in de Spaanse playboy haar evenknie. Ze beleefden een stormachtige relatie. Paesa's eerste Zwitserse episode eindigde in 1977 in de gevangenis. Anderhalf jaar voor oplichting. Hij kwam vrij op borg, prinses Dewi betaalde de 800.000 dollar.

Tijd om van vak te veranderen, dacht Paesa, dus schoolde hij zich om tot spion. Door zijn goede internationale contacten verwierf hij meteen een stevige reputatie. In Spanje scoorde hij vooral met de gevoelige klap die hij de Eta toebracht. In 1986 had hij zich als internationaal wapenhandelaar voorgedaan en twee Russische SAM7-grondluchtraketten aan de Baskische terreurgroep verkocht. Een valstrik. In de raketten zaten zendertjes verborgen, die de politie naar een groot wapenarsenaal van Eta leidden. Veel moeite had hij voor zijn vermomming niet hoeven te doen. Hij verhandelde wel vaker wapentuig, onder meer in de toenmalige Oostbloklanden.

Twee jaar later, in november 1988, dook Paco Paesa op in het zog van de Gal-commando's, de doodseskaders die met medeweten van Binnenlandse Zaken vermeende Eta-leden ombrachten en zich daarbij meer dan eens van persoon vergisten. Paesa zette de ex-vriendin van een lid van de Gal-commando's zwaar onder druk om de rechtbank niet te vertellen wat ze wist. De pers kreeg er lucht van en Paesa vluchtte naar Zwitserland. Hij promoveerde er in geen tijd tot vertegenwoordiger ad interim van São Tomé bij het Europese bureau van de Verenigde Naties. Veel stelde die eilandengroep voor de kust van Equatoriaal-Guinea niet voor, maar het was de Spanjaard om de diplomatieke onschendbaarheid te doen. Onderzoeksrechter Baltasar Garzón, die zich in de Gal-affaire vastbeet, vaardigde een internationaal aanhoudingsbevel tegen hem uit, São Tomé ontnam hem zijn diplomatieke functie en Zwitserland leverde hem in 1991 uit. Het Nationaal Gerechtshof in Madrid vond evenwel geen bewijzen tegen de spion. Paesa was weer vrij, klaar voor zijn volgende actie, zijn grootste stunt.

De zaak-Roldán is de corruptiezaak die de voorbije dertig jaar de meeste weerklank heeft gekend in Spanje. Luis Roldán was directeur-generaal van de Guardia Civil. Hij was de eerste niet-militair aan het hoofd van het korps, een trouwe PSOE'er met een onberispelijke staat van dienst, maar op 23 november 1993 veranderde alles. Diario 16, de krant die ook de Gal-affaire aan het rollen bracht, onthulde dat Roldáns patrimonium wel erg snel was gegroeid sinds hij de Guardia Civil leidde. Justitie ging aan het spitten. De directeur-generaal bleek veel meer huizen en veel zwaardere bankrekeningen te hebben dan zijn salaris kon verklaren. De fraude liep in de miljoenen. Zes maanden later was Roldán ineens nergens meer te vinden. Spoorloos verdwenen, de vlucht van de eeuw, schreven de Spaanse kranten, hun lezers vielen van de ene verbazing in de andere. Roldán zat in het buitenland, vermoedde men.

Algauw werd duidelijk dat Francisco Paesa een belangrijke rol had gespeeld in die vlucht. Hij verborg zijn vriend in Parijs en liet 10 miljoen euro, een deel van Roldáns buit, naar een bank in Singapore versluizen. De Luxemburgse advocaten Jean-Paul en Monique Goerens hadden er voor Paesa een rekening geopend op naam van het bedrijf Almeida Investment. Het geld werd cash afgehaald en naar verschillende andere banken gebracht: sporen gewist.

Op 27 februari 1995, bijna een jaar na zijn verdwijning, dook Luis Roldán weer op, in Laos, en opnieuw trok Paesa achter de schermen aan de touwtjes. De spion zou zijn vriend ervan hebben overtuigd zich aan te geven. Of zou hem in de val hebben gelokt. Roldán kreeg van Spanje de geheime belofte dat hij niet voor alles zou worden vervolgd. Spaanse agenten gingen de voormalige Guardia Civil-baas in de transitzone van de luchthaven van Bangkok arresteren. Paesa kreeg voor zijn bemiddeling 1,8 miljoen euro van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Juan Alberto Belloch. Hij had dan ook erg zijn best gedaan. Hij had zelfs valse papieren geleverd om Roldán makkelijker Laos uit te krijgen. Ook die zaak lekte uit; Paesa verdween met de noorderzon en nam wellicht Roldáns centen mee.

Het werd toen ineens stil omtrent de spion. Nadat de Partido Popular in 1996 de socialistische partij van de macht had verdreven, verloren de schandalen hun politieke lading. Luis Roldán werd tot 34 jaar cel veroordeeld. Paesa had zijn kat gestuurd naar het proces, vergezeld van een medisch attest dat hem 'zwaar suïcidaal' verklaarde. En toen plots, op 21 juli 1998, een overlijdensbericht in El País: 'Don Francisco Paesa. Overleden op 2 juli 1998 in Thailand, waar hij werd verast. Je familie en je vrienden vergeten je niet. De begrafenis vond plaats in de meest strikte intimiteit. De Gregoriaanse missen die de hele maand augustus worden opgedragen in het cisterciënzerklooster van San Pedro de Cardeña zijn voor zijn ziel en voor de troost van hen die hem in hun hart dragen.'

Paesa was in Bangkok aan een hartaanval bezweken, verduidelijkte zijn zuster. Hij was 62 geworden. Bij het Nationaal Gerechtshof arriveerde een overlijdensattest met het verzoek alle zaken tegen Paesa naar de prullenmand te verwijzen.

Al snel rezen twijfels. Men wist dat Paco Paesa zijn hand niet omdraaide voor een vervalsing meer of minder. En het tijdstip van zijn dood viel wel heel erg toevallig samen met het internationale opsporingsbevel dat de Zwitserse rechter Jean-Paul Perraudin tegen hem had uitgevaardigd voor het witwassen van geld. In 2002 ging het gerucht dat Paesa in Parijs zat, waar hij zich Philippe Pascal Pérez liet noemen. Later zou hij zelfs even naar Spanje terug zijn gekeerd.

Deze week kwam de bevestiging. Het Barcelonese detectivebureau Método 3 had Francisco Paesa een maand geleden gelokaliseerd, levend en wel. De krant El Mundo smeerde het verhaal maandag over zijn voorpagina uit. De foto, door de zware telelens aan de wazige kant, liet een oudere man - Paesa is ondertussen 68 - in keurig driedelig pak zien, donkere brilglazen, de hem kenmerkende modieuze haarsnit met grijzende slapen, een sigaret losjes in de mond. Op een andere foto zit dezelfde man op een terrasje in het gezelschap van een tweede man van wie de identiteit niet bekend is, of niet werd vrijgegeven. De foto's werd pas twee weken geleden in Zuid-Frankrijk genomen. De fotograaf bevond zich op zeer grote afstand, benadrukte Método 3, want Paesa laat zich altijd door minstens vier bodyguards omringen.

De dode superspion woont nu in Luxemburg met een Argentijns paspoort op naam van Francisco Pando Sánchez, nauwelijks drie letters verschil met zijn echte naam. De geboortedatum op zijn paspoort is 1 maart 1950: een verjongingskuur van veertien jaar.

Op de Boulevard de la Petrusse 45 in Luxemburg-stad betrekt Pando een flat, samen met een jongere blonde vrouw. Vlakbij, op de Place d'Armes, heeft hij een kantoor. Zijn nicht Beatriz García Paesa, dochter van de vrouw die in 1998 het overlijden van de spion aankondigde, werkt er ook. Op de deur staat 'B. García, advocatenkantoor'. Ze zouden er zich met frauduleuze financiële operaties bezighouden, via mantelbedrijven als Luxembourg Balloon Company S.A. en First Target S.A. Ondertussen klust Paesa bij voor de Franse en Zwitserse geheime diensten, waar hij als El Zorro, De Vos, bekendstaat.

Método 3, Spanjes grootste detectivebureau, is gespecialiseerd in onderzoek naar het betere financiële gesjoemel. 'Een prominent Europees zakenman' had het bureau enkele maanden geleden ingeschakeld nadat hij en nog anderen door een zekere Beatriz García voor 20 miljoen euro waren opgelicht. Volgens politie- en justitiebronnen in El País zou de opdrachtgever wel eens Luis Roldán geweest kunnen zijn. De detectives kwamen er snel achter dat de vrouw de nicht van de meesteroplichter was. Via offshore constructies leidde het spoor naar Luxemburgse mantelbedrijven van de Paesa-clan. "Hij werd gelokaliseerd als gevolg van zijn eigen fouten, door de oplichtingszaken waarmee ze bezig waren, van de wapenhandel met Rusland tot de oplichting in Europa die vooral met vastgoed heeft te maken", aldus Francisco Marco, adjunct-directeur van het detectivebureau. "Het gebeurt zelden dat dit soort personen gevonden wordt, behalve door een zuivere en keiharde verklikking van een tegenstander", reageerde ex-minister Belloch, nu burgemeester van Zaragoza.

De Spaanse justitie stelde meteen een onderzoek in. Blijkt dat de feiten waarvoor Paesa werd gezocht, het verbergen van Roldáns miljoenen en het witwassen van geld in Zwitserland, zijn verjaard. Het Luxemburgse parket vond nergens een woning op naam van Francisco Pando. Het had ook niet veel uitgehaald, want meteen na de onthulling door El Mundo dook de voormalige spion weer onder. In het Zwitserse Lugano, werd gezegd, bij bevriende Belgische en Nederlandse wapenhandelaars die hem vroeger ook al eens uit de nood hadden geholpen.

Dat Paesa's verrijzenis in El Mundo bekend werd gemaakt, wekt geen verbazing. Hoofdredacteur Pedro J. Ramírez leidde vroeger Diario 16, waar hij in 1989 na de Gal-onthullingen aan de dijk werd gezet onder druk van de regering. Het bezorgde Felipe González een vijand voor het leven. Bijna aan de lopende band publiceerde 'Pedrojota' smeuïge details over de schandalen die toen aan de oppervlakte kwamen. Wie een hekel had aan González en iets interessants over Roldán of Gal te vertellen had, mocht steeds bij hem aankloppen. Het niet aflatende sloopwerk van El Mundo sloeg de PSOE knock-out. Pas toen José Luis Rodríguez Zapatero in 2000 secretaris-generaal werd, kropen de socialisten weer overeind. De toen nog onbekende veertiger distantieerde zich op subtiele wijze van de oude garde en kon het beeld van de door corruptie aangetaste partij doen vergeten. Op 14 maart dit jaar werd dat beloond met een verkiezingsoverwinning. Sindsdien gaat het Zapatero voor de wind.

De laatste weken steken de oude spoken weer de kop op. De duistere verhalen van het felipismo staan weer dagelijks op de frontpagina's. Vorige maand werd het gevangenisregime van Luis Roldán versoepeld, zodat hij enkel nog van maandag tot donderdag achter de tralies moet slapen. Ongeveer tegelijkertijd diende een reeks prominente socialisten, onder wie Felipe González, een genadeverzoek in voor Rafael Vera, de voormalige staatssecretaris voor Veiligheid, die eveneens met zijn vingers in de suikerpot heeft gezeten en al in de cel zat voor zijn rol in de Gal-affaire. Uitgerekend nu duikt Francisco Paesa weer op, een man die van bijzonder veel zaken op de hoogte is waar de PSOE vandaag liever niet meer aan denkt.

'Je familie en je vrienden vergeten je niet', klonk het op 21 juli 1998 in een rouwadvertentie in 'El País'. Nu blijkt dat Francisco Paesa, Spanjes meest gevreesde spion, doodleuk een flat betrekt op de Boulevard de la Petrusse 45 in Luxemburg-stad

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234