Maandag 26/07/2021

Voorwoord

Rug gekromd, armen licht gebogen en de benen in een constant ritme. Malend. Zwoegend. Zwetend.

Ik ben met de fiets onderweg van Brussel naar Kobbegem. Een tochtje dat elke fietspendelaar die de streek kent, onder dezelfde noemer categoriseert: pittig. Volgens Google Maps stijg ik 90 meter in 10 kilometer. Iemand met mijn uithoudingsvermogen noemt dat zelfs heel pittig.

Mijn voeten zetten zich schrap op de trappers, want net voorbij het tankstation en het nieuwe frietkot duikt 'de col van Zellik' op. Een gemene heuvel, omzoomd door lintbebouwing en koterijen, die je tergend traag de slapende randgemeente binnenloodst.

Terwijl ik de berg probeer te bedwingen, tekent zich een grimas af op mijn gezicht. Het moet er vast en zeker heroïsch uitzien, denk ik. De ideale combinatie van pijn, doorzettingsvermogen, zelfzekerheid en trots. De blik van een oud vrouwtje aan de bushalte doet me echter anders vermoeden: lui en ongeïnteresseerd volgen haar ogen me terwijl ik mezelf met drie per uur de berg ophijs. Een goed publiek is tegenwoordig moeilijk te vinden. Ach, wat maakt het. "Shut up legs!", spreek ik mezelf toe terwijl ik mij een weg naar boven baan. Zelfs een klein beetje fietser heeft een aantal heilige geboden (p. 30) en zelfmedelijden hoort daar niet bij.

Nog een rotonde en weer wat publiek aan een bushalte gepasseerd. De col is nog geen seconde uit mijn systeem of het vals plat dient zich aan. Nog zo'n hypocriete uitvinding: ogenschijnlijk poepsimpel, tot het melkzuur je in de dijen schiet. Maar er is geen ontkomen aan en vooral geen weg terug - in Zellik wil je niet op een steenweg achterblijven - dus trap ik door. Eigenlijk ben ik nog best goedgeluimd... tot een andere fietspendelaar me inhaalt. En voor ik het weet, steken zijn fluohesje en nonchalance me de ogen uit. Daar gaat het humeur. Was ie nu aan het fluiten?

Maar zo niet! Ik zie de sleutels onder zijn bagagedrager bengelen. Hij fietst elektrisch! Kom zeg, nee. Ik vertik het om die dingen als eerlijke concurrentie te beschouwen voor mijn witte Bianchi, nochtans rijden ze aangenaam, las ik op p. 76. Mijn oude koersfiets, die zo mee mag met de retrocoureurs, zie p. 66, wedijvert alleen met gemotoriseerde voertuigen als die laatste stilstaan in de file en ik ze pijlsnel voorbijschiet. Gelukkig kan ik mijn ego alsnog opkrikken door een plooifietser voorbij te steken terwijl het einde van het vals plat nadert. De lach om mijn mond wordt steeds glorieuzer naarmate ik de zondagsfietser verder achter me laat.

Dit weekend is ons land het decor van de honderdste Ronde van Vlaanderen. Een hoogdag voor het wielrennen en zo ook voor ons volk, want geen sport die meer op ons lijkt (p. 18).

Terwijl ik die avond naar huis rij en de col van Zellik afdaal, krijg ik hem in de gaten - ik herken hem aan zijn hesje en bengelende sleutelbos. Hij is bijna aan de voet van de berg (bij het tankstation en het frietkot) maar fietst nu beduidend trager. Ik zet de demarrage in en steek hem meedogenloos voorbij. Tja, je kunt niet altijd op je batterij rekenen.

Natalie Helsen
Coördinator

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234