Woensdag 22/09/2021

Voorspoed en val

Het leven van Frank Lucas, de American Gangster uit de film van regisseur Ridley Scott

van een zwarte Godfather

Met American Gangster heeft regisseur Ridley Scott een indrukwekkend én meeslepend gangsterepos afgeleverd. Via een openingsweekend van liefst 46,3 miljoen dollar, een nieuw record voor een misdaadfilm, was de prent ook een commercieel schot in de roos. Meteen duiken de eerste Oscarpronostieken op. door Jan Temmerman

Het verhaal van American Gangster is geïnspireerd op leven en werken van Frank Lucas, die in de vroege jaren zeventig een van de grootste drugsdealers van Harlem was.

Naar eigen zeggen haalde hij op topdagen een omzet van maar liefst één miljoen dollar. Er circuleerden toen tientallen 'merken' van dope, met zowel flashy als sinistere namen als Tragic Magic, Cooley High, Mean Machine, Could Be Fatal, Good Pussy, Harlem Hijack of gewoon Nice. Ook Lucas had zijn eigen merk, namelijk Blue Magic. Die heroïne was beter, want minder versneden.

Maar de betere kwaliteit van zijn Blue Magic was slechts één van de redenen waarom Frank Lucas (rol van Denzel Washington) zoveel geld kon scheppen. Hij had zowel de guts als het zakelijk vernuft om zijn stuff in Zuid-Oost Azië te gaan kopen, dus rechtstreeks aan de bron, waardoor hij meteen een aantal dure tussenstappen in de drugshandel kon overslaan. En voor de straatverkoop in New York omringde hij zich met zeer betrouwbare medewerkers, in casu zijn eigen broers en andere familieleden die hij vanuit zijn geboortestaat North Carolina liet overkomen naar de Big Apple. Zij werden niet voor niets 'The Country Boys' genoemd. Lucas had het volste vertrouwen in die plattelandskerels, die volgens hem een stuk loyaler waren dan die hippe stadsjongens. Hij had ook een speciale manier gevonden om de heroïne makkelijk het land in te smokkelen. De drugs werden namelijk verstopt in de lijkkisten waarmee Amerikaanse legervliegtuigen de in Vietnam gesneuvelde soldaten terug naar huis vlogen. Dit was nog iets anders dan de French Connection. Dit was de Kadaver Connection!

Ook voor het versnijden van zijn heroïne, onder meer met kinine, had Lucas zo z'n eigen methode. Dat gebeurde door zogenaamde 'table workers': een ploeg van tien tot twaalf naakte vrouwen die alleen maar een chirurgisch mondmasker droegen. Blote vrouwen konden namelijk geen drugs verstoppen in hun kleren, maar het masker was dan weer goed voor hun eigen gezondheid.

Zijn snelle opgang had Frank Lucas onder meer te danken aan het feit dat hij in het begin van zijn criminele carrière in bescherming werd genomen door de even gevreesde als bewonderde zwarte peetvader Ellsworth 'Bumpy' Johnson, ook wel eens omschreven als 'de Robin Hood van Harlem'. Deze beroemde gangster zou later door acteur Moses Gunn vertolkt worden in de film Shaft van Gordon Parks en nog later tot twee keer toe door Laurence Fishburne, eerst in The Cotton Club van Francis Ford Coppola en dan opnieuw in Hoodlum van Bill Duke.

Het is na de dood van Bumpy in 1968 dat Frank Lucas niet alleen diens imperium - vooral afpersing in ruil voor 'bescherming' - overneemt, maar ook beslist om veel sneller veel rijker te worden. En dus reist hij op zijn eentje naar Bangkok om van daaruit rechtstreeks te gaan onderhandelen met de lokale drugsbaronnen in de jungle van de Gouden Driehoek, het grensgebied tussen Thailand, Laos en Myanmar. Daar organiseerde hij ook zijn beruchte Kadaver Connection. Maar de verhalen als zouden z'n medewerkers de drugs zelfs binnenin de lijken van de dode soldaten verstopt hebben, heeft Lucas altijd afgewimpeld als 'sick cop propaganda'. Dat deed hij bijvoorbeeld tegenover journalist Mark Jacobson, die in 2000 met de toen 69-jarige Frank Lucas naar Harlem terugkeerde om daar herinneringen op te halen aan zijn lang vervlogen glansperiode als zwarte Godfather. Daar toonde hij de journalist onder meer de exacte plaats waar hij in de zomer van 1965 of '66 de gangster Tango op straat doodschoot. "Strictly business", noemt hij het zelf. Vanaf dat moment was zijn reputatie definitief gevestigd "because I killed the baddest motherfucker. Not just in Harlem but in the world".

Het relaas van zijn gesprekken en van die rondrit met Frank Lucas door Harlem werd door Mark Jacobson gepubliceerd in het New York Magazine, onder de titel 'The Return of Superfly'. Dat was een verwijzing naar de typische 'blaxploitation'-film Superfly van regisseur Gordon Parks Jr. uit 1972, waarin het hoofdpersonage ook zo'n zwarte drugslord was (vertolkt door Ron O'Neal), met als bijnaam Priest. Omwille van het gouden kruis dat hij rond zijn nek droeg en dat hij gebruikte om zelf regelmatig een lijntje coke te snuiven. Het was ondermeer dit artikel van Jacobson dat als inspiratiebron fungeerde voor het scenario van American Gangster. Het is van de hand van Steven Zaillian, ook bekend van Schindler's List and Gangs of New York. En zo stelde het regisseur Ridley Scott in staat om na enkele teleurstellende films als Kingdom of Heaven en A Good Year opnieuw een verdiende hit te scoren.

Recensie van American Gangster op pagina 2

Dit was iets anders dan de French Connection. Dit was de Kadaver Connection

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234