Vrijdag 15/11/2019

Media

Voormalig hoofdredacteur Spaanse krant ‘El Mundo’ schetst onthutsend portret Spaanse journalistiek

David Jiménez. Beeld Maria Contreras Coll

Als hoofdredacteur van de grote Spaanse krant El Mundo was David Jiménez geschokt door de greep die toppolitici en grote bedrijven hebben op de media in zijn land. Onafhankelijkheid? Dat blijkt een utopie, nu de inkomsten van kranten teruglopen.

David Jiménez (48) stelt voor om af te spreken in restaurant Vergara 280. Het is zo’n typisch Spaans restaurant, dat tussen de middag volloopt met mensen die een menú del día komen verorberen: een kom koude soep, een stuk vlees en een flan, en dat alles met een glas wijn erbij. Een volks restaurant, maar gelegen in een zeer welgesteld deel van Madrid, niet ver van Jiménez’ huis.

Is dit een van die restaurants waar hij, als hoofdredacteur van de centrumrechtse krant El Mundo, dikwijls at met toppolitici, partijleiders en ministers, bestuursvoorzitters van bedrijven en bankdirecteuren? “Nee”, zegt Jiménez. “Zij spreken liever af in een privado. Een afgesloten gedeelte van een restaurant. Soms ga je dan via de keuken naar binnen, zodat niemand je opmerkt.”

Tijdens zo’n etentje maakte Jiménez bijvoorbeeld mee dat de bestuursvoorzitter van een groot energiebedrijf zijn krant financiële hulp aanbood. Beide partijen wisten wat hij daarvoor wilde: dat de krant nadelige berichten uit de kolommen zou houden.

David Jiménez – serieuze blik, serieuze stem, serieuze bril – was van april 2015 tot mei 2016 hoofdredacteur van El Mundo, de op één na grootste krant van Spanje. Dit jaar verscheen zijn boek over die periode, El Director (De hoofdredacteur). Jiménez schetst daarin een ontluisterend beeld van de Spaanse journalistiek.

Dat politiek en bedrijfsleven bij corruptieschandalen betrokken zijn, daar zijn de Spanjaarden aan gewend. Partido Popular-premier Mariano Rajoy moest in 2018 zelfs aftreden omdat zijn partij op grote schaal steekpenningen had geïncasseerd. Maar dat ook de media worden omgekocht door politiek en bedrijfsleven, zoals Jiménez in zijn boek beschrijft? Dat nieuws sloeg in Spanje in als een bom. Inmiddels zijn van El Director 40.000 exemplaren verkocht.

De Spaanse pers, schrijft u in uw boek, wordt gegijzeld door wat u De Akkoorden noemt. Wat zijn dat?

“Al decennia bestaan er in Spanje geheime afspraken tussen de traditionele media en de grote bedrijven van het land. Zij besteden veel meer geld aan advertenties en sponsoring dan gerechtvaardigd is op basis van het publieksbereik van die media. In ruil daarvoor bieden de media hen bescherming tegen onwelgevallige berichtgeving. Ze beschermen ook de reputaties van de bestuursvoorzitters van die bedrijven. Dat wil zeggen: als ze compromitterende informatie krijgen, stoppen ze die weg in een la.”

Jiménez maakte het in 2013, als correspondent, al eens mee: toen het Rana Plaza instortte in Bangladesh, een gebouw waarin textielfabrieken waren gevestigd, werd uit zijn artikel de passage geschrapt waarin stond dat daar ook kleding werd gemaakt voor het Spaanse warenhuis El Corte Inglés.

U was jarenlang correspondent geweest in Azië toen u in 2015 werd benaderd om hoofdredacteur te worden. Waarom koos de directie voor u, denkt u?

“Ik dacht aanvankelijk dat ze iemand wilden die absoluut onafhankelijk was, om beslissingen te nemen over de redactie zelf en ook ten opzichte van de macht. Iemand die geen banden had met de politiek of het bedrijfsleven – omdat hij bezig was geweest de oorlog in Afghanistan te verslaan, of een revolte in Nepal. Maar ik ontdekte al snel dat dit niet de reden was. Ze dachten dat ze met mij – zonder contacten, zonder ervaring, relatief jong voor de baan – iemand hadden die kneedbaar was. Dat ze me konden sturen op de manier die zij wilden.’

Wat merkte u als hoofdredacteur van De Akkoorden?

“Ik ben getuige geweest van ontmoetingen waar, bijvoorbeeld, de bestuursvoorzitter van het mediabedrijf waartoe El Mundo behoort, extra geld vroeg aan de baas van BBVA, een van de grote banken van het land, om de begroting van dat jaar rond te krijgen.”

“Zelf heb ik een conflict gehad met de toenmalige bestuursvoorzitter van Telefónica, César Alierta. Dagenlang werd ik onder druk gezet om niet te publiceren dat hij samen met Rodrigo Rato, ex-voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in een hotel in Berlijn had geïnvesteerd. Voor Rato was dat een manier om corruptiegeld wit te wassen. De bestuursvoorzitter van ons bedrijf kwam naar me toe om te zeggen dat ik dit niet mocht publiceren. Ik antwoordde dat ik het hoe dan ook in de krant ging zetten. Toen blikte hij over de redactie en zei: ‘Denk aan hen. Er zijn beslissingen die banen kosten.’”

U spreekt in uw boek over ‘de grootste en meest gecoördineerde aanval op de persvrijheid sinds het einde van de dictatuur van generaal Franco’.

“Wat denk je dat er gebeurt als een bedrijf als Telefónica geen advertenties meer plaatst? Dat kan voor een krant in crisis, zoals El Mundo, die moeite heeft het salaris van de journalisten te betalen, het einde betekenen.

“Ook politici bleken de media te straffen of te belonen afhankelijk van of ze zich goed gedroegen. Zij hebben als machtsmiddel de advertenties die op grote schaal worden ingekocht voor overheidscampagnes. Bovendien gaat de politiek over de tv- en radiolicenties.

“De pers in Spanje is bang voor de macht, in plaats van andersom. Neem de grootste krant van dit land, El País. Wie zijn de aandeelhouders van het moederbedrijf? De Banco Santander, de bank HSBC, Telefónica. Dat zijn precies de bedrijven die jarenlang grote druk hebben uitgeoefend zodat we niets zouden publiceren wat hen onwelgevallig was. Een incestueuzere relatie kun je je moeilijk voorstellen, toch?”

“In dit land is geen enkele kritische regel te lezen over de top van de grote bedrijven. De Spaanse journalistiek is op sterven na dood.”

Is het een gevolg van de economische crisis dat de Spaanse journalistiek zo gevoelig is voor die druk van buiten?

“Uiteraard. Vóór de crisis was El Mundo een krant die tientallen miljoenen euro’s winst maakte. Als een bedrijfsmagnaat opbelde en zei ‘Als je dit publiceert, trek ik mijn advertenties in’, dan kon je zeggen: voor mij staat het prestige van de krant voorop.

“Maar we hadden in 2015 jaren van crisis achter de rug, van een daling van de oplage, een daling van de advertentie-inkomsten. Daardoor was de redactie gehalveerd. Een zwakker moment had de pers misschien nooit gekend. De macht rook onze zwakte en besloot de duimschroeven nog wat verder aan te draaien.”

Wanneer werd uw hoofdredacteurschap onhoudbaar?

“Toen ik besloot te breken met De Akkoorden. Dat was het begin van een reeks House of Cards-achtige intriges om mij, onder druk van de regering en de bestuursvoorzitters van de belangrijkste bedrijven, als hoofdredacteur neer te halen. De machtige spelers in het land vonden een geweldige medestander bij de bestuursvoorzitter van ons mediabedrijf, die bereid bleek de ene na de hoofdredacteur op te offeren.

El Mundo heeft vier hoofdredacteuren versleten in drieënhalf jaar. Met Mariano Rajoy aan de macht was een ongekende operatie gaande om de krant op de knieën te dwingen. El Mundo was, met al zijn tekortkomingen, immers de laatste werkelijk rebelse krant die er was.”

In 2015 zag Partido Popular (PP), op dat moment aan de macht, de verkiezingen met grote nervositeit tegemoet, aangetast als ze was door corruptieschandalen. Bovendien deden er in Spanje, dat was gewend aan een tweepartijenstelsel, nieuwe partijen mee aan de verkiezingen: Podemos en Ciudadanos.
 “Er was altijd sprake van een zekere stabiliteit, en dat was voor het establishment een geruststellend idee”, vertelt Jiménez met een kop groene thee in de hand. “Twee partijen, en als derde machtsfactor de Ibex, de aandelenindex van de 35 grootste Spaanse bedrijven. Maar in 2015 besefte dit systeem ineens dat er dingen gingen veranderen. Daarom besloten politici de hulp in te roepen van de media – ons zagen ze inmiddels als onderdeel van het systeem. De ene na de andere minister zei tegen me: ‘David, dit zijn geen tijden voor neutraliteit.’ Ze vroegen me op de man af de regering en Mariano Rajoy te steunen.”

Voormalig Spaans premier Mariano Rajoy. ‘Ze vroegen me op de man af de regering en Rajoy te steunen.’ Beeld AFP

U schrijft dat de regering ook de televisiejournalistiek naar haar hand probeert te zetten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de tertulias, waarbij een journalistenpanel op tv de actualiteit doorneemt.

“Als hoofdredacteur heb ik ook deelgenomen aan tertulias. Daar kreeg ik te horen: jij maakt deel uit van het vrije quotum. En ik vroeg: hoezo, het vrije quotum? Dat blijken de plaatsen te zijn die over zijn nadat de regering haar journalisten heeft uitgekozen. Het was destijds normaal dat de regering drie van de vier deelnemers aanwees. Ik heb gezien hoe journalisten een berichtje ontvingen van de staatssecretaris van Communicatie, met instructies over wat ze moesten zeggen.

“Iedere Spaanse regering probeert onmiddellijk de publieke omroep – de tv, de radio – om te vormen tot haar particuliere persafdeling. Maar de regering heeft niet alleen de publieke omroep in haar zak, ze controleert ook de commerciële media, in ruil voor gunsten: tv-licenties, reclamegeld.”

Is uw boek een waarschuwing voor andere landen?

“Mijn boek vormt een kroniek over de nederlaag van de journalistiek tegen de macht. Er is geen land ter wereld waar de machthebbers niet proberen de journalistiek te beïnvloeden, te controleren, onder druk te zetten of aan te sturen. We zien het in India, waar de onafhankelijke pers vrijwel onderworpen is. We zien het nu in de Verenigde Staten, met hun lange democratische traditie, waar de regering van Trump de aanval op de pers opent. Waarom? Omdat de machtigen der aarde geen ooggetuigen willen.

“Ik denk dat we ons moeten vasthouden aan het idealisme van de journalistiek. Aan de essentie. Het is een beroep met een roeping. Als we dat onthouden, dan wint de journalistiek.”

Hoe is er door de journalistiek gereageerd op uw boek?

“Enerzijds hebben de traditionele media geprobeerd het bestaan van dit boek te ontkennen – ook al zijn er inmiddels bijna 40.000 exemplaren verkocht, wat in Spanje geldt als een groot succes. Ik heb meegemaakt dat interviews werden afgezegd, op last van hoofdredacties. Wij journalisten zijn eraan gewend dat we over anderen praten. Maar we haten het om over onszelf te praten.

“Anderzijds zijn er tientallen journalisten geweest, uit het hele land, die tegen me zeggen: ook bij mijn radiozender, tv-programma of krant is sprake van corruptie, van een innige band met de macht. Het blijkt allemaal nog veel erger dan ik dacht.”

Leest u uw oude krant nog?

“Zelden. El Mundo is op dit moment een krant die me niet bevalt. Ooit was het een strijdbare, onafhankelijke, rebelse krant. Een dagblad dat zowel de linkse regering van Felipe González heeft laten struikelen als heeft bijgedragen aan de val van de rechtse regering van Mariano Rajoy. Maar nu is het een krant van rechts, van intolerant rechts, van rechts dat iedereen die anders denkt een verrader noemt.”

“Een voorbeeld is de manier waarop de krant schrijft over het conflict in Catalonië. De pers zou onafhankelijk verslag moeten doen, zodat de redelijkheid terugkeert in het debat. Maar helaas is El Mundo een van de media die olie op het vuur gooit en de onverdraagzaamheid (jegens de Catalaanse separatisten, red.) voedt.”

Spanje is een ideologisch diep verdeeld land. Is er wel publiek voor onafhankelijke journalistiek?

“Toen ik nog hoofdredacteur was, ging ik vaak naar de kiosk, om daar met de mensen te praten die de krant kochten. Ik kwam er veel lezers tegen die zeiden: ‘Nee, ik wil geen onafhankelijke krant. Ik wil dat je de vijand, onze tegenstanders, aanvalt. Ik wil je dat over corruptie schrijft – ja, maar over die van de anderen!’

“Toch wil ik geloven dat voldoende mensen belangstelling hebben voor onafhankelijke journalistiek. Ik wil niet sterven zonder het nog eens te proberen, met een digitale krant. Er zijn zelfs al ondernemers die tegen me hebben gezegd: ik heb je boek gelezen, en als je voor jezelf begint, dan ga ik je helpen.”

Dat lijkt me een slecht begin, na alles wat u heeft verteld.

“Dat hangt ervan af. Het zou absurd zijn om de Banco Santander te bellen en te vragen of ze in een krant willen investeren. Maar als het gaat om een worstenfabrikant, die niets te maken heeft met de politiek en alleen geïnteresseerd is in degelijke journalistiek… Dan zou het kunnen. Al zou ik het mooier vinden om alleen met abonnees te werken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234