Zaterdag 25/01/2020
Beeld Geert Joostens

Column

Voor tienermeisjes is er een nieuwe, rauwe angst bijgekomen. En ze hadden al zoveel om bang voor te zijn

Mijn nichtje van 11 woont sinds een jaar in Engeland. Op haar school heeft ze het soms best lastig. In Amsterdam had ze een beste vriendin, Sarah, met wie ze altijd van alles ondernam. Zelfs toen ze ieder naar een andere school gingen, werd hun band niet aangetast. Op haar eigen school in Nederland had mijn nichtje ook nog hordes vriendinnen. Ze speelde mee in het schooltoneelstuk, zat in de hardloopclub en ging mee op zomerkamp. 

In Engeland is alles anders. Zo nu en dan gaat ze wel om met een groepje meisjes maar het is nooit zoals thuis.

“Ik ga bij Sarah wonen”, vertrouwt ze me toe als ik op bezoek ga. “Het mag van haar moeder en dan kan ik gewoon weer terug naar mijn oude school.” 

Ik zeg haar dat ik bijna zeker weet dat haar moeder en vader haar niet willen missen maar ze haalt haar schouders op. “Hier zit iedereen op kostscholen, ik wil gewoon terug naar mijn eigen land.”

Het kwetsbare leven van een tienermeisje. Elke oordelende blik brandt in haar ziel, elke mening doet pijn, vooral die van haarzelf, over haarzelf. De bezorgde vader vraagt haar mee naar een concert van een van haar idolen, Ariana Grande in Londen. Ze mag iemand meevragen uit haar klas. Nog een weekje slapen en dan is het eindelijk zover. 

Maar vlak voor de grote dag gaat alles mis. 

Een man laat zichzelf ontploffen in een concertzaal in Manchester waar allerlei meisjes, net als mijn nichtje, zich verzameld hebben om naar hun idool te kijken en te luisteren. Kinderen nog, met iets te strakke rokjes aan, konijnen- of kattenoren op hun hoofd, en ledematen die nog wat onhandig bewegen omdat alles zich aan het ontwikkelen is. Vol dromen en diepe onzekerheden, vol angsten en verlangens, maar vooral vol spanning en ­plezier over de avond van hun leven. 

In een ruk zijn er meer dan twintig van hen weggevaagd en tientallen anderen ernstig gewond.

Het concert gaat waarschijnlijk niet meer door, stuurt mijn nichtje me de dag na de gruwelijke aanslag. Ze is verdrietig, niet om het afgelaste uitje maar om de niet te bevatten gebeurtenis die zovelen dicht bij haar direct raakt. 

Een collega op het werk van haar vader komt niet naar kantoor, ze stond haar dochter op te wachten in de foyer toen het noodlot toesloeg. In de klas van mijn nichtje kennen sommige meisjes en jongens kinderen die nog altijd vermist zijn. Het verdriet verbroedert, verzustert, verbijstert en ontwricht. 

Ze hadden al zoveel om bang voor te zijn, deze fragiele wezens, deze half affe mensjes. Het leven an sich had hen al flink in de greep. 

Voldoe ik wel? Ben ik mooi genoeg? Normaal genoeg? Lief genoeg? Cool genoeg? Slim genoeg? Zit mijn haar goed? Is mijn jurk wel ok? En mijn schoenen? 

Nu is er een nieuwe, allesovertreffende angst bijgekomen. Een duister onderbuikgevoel van rauwe vernietiging en doelbewuste haat. 

“Morgen gaan we allemaal bij elkaar slapen zodat we elkaar kunnen troosten”, stuurt ze me later. “En iets maken of schrijven voor de mensen die iemand zijn kwijtgeraakt of het hebben overleefd.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234