Zondag 31/05/2020

'Voor Shakespeare móét je gewoon bewondering hebben'

Al een halve boekenkast lang heeft Peter Ackroyd het over zijn geliefde Londen. Met twee boeken over Shakespeare voegt hij een nieuw kapitteltje toe aan zijn oeuvre. Reden genoeg om de man een bezoekje te brengen in zijn huis vlak bij Hyde Park. 'Net om de hoek waar Edgar Allan Poe school liep', zegt Ackroyd met schitterende oogjes. Door Marnix Verplancke

'Ik kon niet meer om Shakespeare heen", bekent Peter Ackroyd. "Hij is weliswaar geen geboren Londenaar, maar hij werkte en maakte zijn fortuin wel in die stad. En aangezien hij de grootste Engelstalige schrijver aller tijden is..."

Inderdaad, zeg Ackroyd en je denkt er bijna automatisch Londen bij. De man schreef inmiddels al meer dan 25 boeken en als er een ding is dat ze gemeen hebben is het de liefde van hun auteur voor de Engelse hoofdstad. Of het nu in romans als The Last Testament of Oscar Wilde, English Music of The Clerckenwell Tales is, of in zijn biografieën van Charles Dickens, William Blake of T.S. Eliot (om nog maar te zwijgen van het in alle betekenissen van het woord imposante London: The Biography natuurlijk): hij heeft het altijd over die stad. Hoe ze ontstond, groeide, veranderde, grote geesten voortbracht, kleinere perverteerde en voor eeuwig en altijd een samengaan van paleis en krotwoning, kerk en bordeel, en hemel en hel zal zijn.

In Shakespeare, The Biography neemt Ackroyd ons mee naar het Engeland van midden zestiende eeuw. Hij beschrijft het idyllische landschap rond Stratford-upon-Avon, hoe de sociale en economische verhoudingen toen lagen, wat de politieke en religieuze situatie van Engeland was en hoe daar op 21, 22 of 23 april 1564 (de sterfdatum van een beroemdheid blijkt om voor de hand liggende redenen exacter te bepalen dan zijn geboortedatum) ene William Shakespeare ter wereld kwam. In korte, thematische hoofdstukjes krijgen we daarna een blik op het leven van Engelands nationale bard, waarbij nauwgezet wordt nagegaan waar werk en wereld elkaar raken, evenwel zonder academisch te worden. Het resultaat is een uiterst leesbaar en diepgravend boek dat het Elizabethaanse Londen in al zijn eigenheid toont en begrijpelijk maakt.

Zoals wel vaker het geval is bij Ackroyd sloeg zijn fantasie bij het schrijven van de biografie op hol. Hij wou meer doen met het gegeven, en daarom begon hij gelijktijdig aan een historische roman waarin Shakespeare (of toch zijn literaire nalatenschap) een grote rol zou spelen. In The Lambs of London brengt Ackroyd een aantal historische figuren samen die elkaar in werkelijkheid niet kenden, maar dat wel hadden kunnen doen.

De hoofdrolspeler is William Ireland, een gedreven boekhandelaarszoon die in 1794 zijn vader voor zijn verjaardag een authentieke handtekening van Shakespeare cadeau doet. De man is natuurlijk in de wolken en geïnspireerd door die bijval haalt William de volgende maanden nog heel wat opzienbarende stukken boven water. Zoals Shakespeares testament, waaruit blijkt dat de man helemaal geen katholiek was zoals men toen dacht, een liefdesbrief gericht aan zijn vrouw Anna Hathaway (voorzien van een lokje haar), het oorspronkelijke manuscript van King Lear en, als top of the bill, Vortigern, een lang verloren gewaand stuk waarvan dus eindelijk het bestaan wordt bevestigd. Zijn bron, zo zegt hij, is een weduwe die in de nalatenschap van haar man een hele kast papieren had aangetroffen en William heeft gevraagd om deze te bekijken en te ordenen. Door zijn ontdekkingen komt William in contact met Charles Lamb, een van de grootste Shakespeare-essayisten ooit. Hij en zijn zus Mary zijn de schrijvers van een aantal Shakespearebewerkingen voor de jeugd. William wordt verliefd op Mary, maar door allerhande verwikkelingen (al dan niet historisch correct) wordt het nooit iets tussen de twee.

Wat een kleinood - zeker in vergelijking met de biografie - als The Lambs of London zo aanstekelijk maakt, is de manier waarop Ackroyd in dit boek met Shakespeare omspringt. Na de officiële, ietwat hoogdravende William krijgen we hier te doen met zijn nooit verborgen, maar toch vrij onbekende kant. De platvloerse grappen en schunnige knipogen in zijn toneelstukken en zijn momenten van pure slapstick wanneer hij de komedie in de tragedie introduceert, zoals in A Midsummer Night's Dream.

"Shakespeare was immens belangrijk voor Londen", steekt Ackroyd van wal. "Dat geldt ook in de omgekeerde richting: was er geen Londen geweest, we zouden misschien nooit over Shakespeare gehoord hebben. Want was er geen Londen geweest, dan zou het Elizabethaanse theater nooit bestaan hebben. Het is hier dat de kleine theaters van het type The Globe, The Theatre en The Rose ontstonden. Toneel was Londens nieuwste cultuuruiting en het was een uiting die Shakespeare volstrekt meester was. Er wordt wel eens opgemerkt dat hij nooit iets over Londen heeft geschreven en dat is waar, maar het is in feite van geen enkel belang. De vorm van zijn kunst, het Elizabethaanse drama, is immers een zuiver Londens fenomeen. In het werk zien we een facet van wat ik de Engelse verbeelding noem perfect tot uiting komen: zijn heterogeniteit en zijn mogelijkheid om schijnbare tegengestelden tot een geheel te versmelten. Het platvloerse en het verhevene, komedie en tragedie, slapstick en tegenslag, pantomime en lyrisme. Vooral zijn mogelijkheid om zowel op het vlak van de tragedie, de komedie als de poëzie aan de absolute top te staan is bewonderenswaardig. Bovendien bleek hij de taal zo meester te zijn en die zo naar zijn hand te kunnen zetten dat je gewoonweg bewondering móét hebben voor de man."

Hoe belangrijk was het toneel in de Elizabethaanse tijd?

"Het was ongetwijfeld de belangrijkste culturele activiteit, belangrijker dan de kerk bijvoorbeeld. Het Elizabethaanse toneel verdrong trouwens de religieuze toneelstukken die er tot dan toe opgevoerd werden naar een achterafhoek. Het was ook belangrijker dan hondenrennen of de gevechten tussen honden en beren waarvoor de Engelsen toen storm liepen. Het was een nieuwe kunstvorm die perfect aansloot bij de noden van de stad. Als je het met een modern beeld zou willen uitdrukken zou je moeten zeggen dat toneel toen de combinatie was van tv, concert, voetbalmatch en opera. Daarmee gepaard ontstond er een nieuw soort acteur en toneelschrijver. Professionele toneelschrijvers waren er voor Shakespeares tijd niet geweest. Bovendien werden stukken op het lijf van bepaalde acteurs geschreven. Wanneer je een goeie komiek in je gezelschap had, zorgde je gewoon dat hij in ieder stuk wel een rolletje te spelen had. Shakespeare schreef expliciet voor Richard Burbage en William Kempe, de eerste een fantastisch dramatisch acteur en de tweede iemand van wie je bijna automatisch de slappe lach kreeg. Bovendien hadden acteurs in die tijd ook hun zegje in het stuk. Tijdens de repetities suggereerden ze nieuwe dialogen of zelfs hele plotlijnen, waarna de auteur zijn stuk gewoon aanpaste. Het idee dat een schrijver achter zijn tafel ging zitten en een stuk schreef dat dan netjes werd opgevoerd ging toen niet op. Een stuk was gewoon nooit echt klaar. Soms werd er zelfs een derde uit weggeknipt zonder dat er daar een haantje naar kraaide. Toneelschrijvers leenden toen ook elkaars stukken, iets wat we vandaag gewoon plagiaat zouden noemen. De plot van Hamlet komt bijvoorbeeld helemaal niet uit Shakespeares hersenpan. Gelijkaardige toneelstukken bestonden al toen hij eraan begon te schrijven. En men volgde modes. Wanneer een gezelschap succes had met een stuk over wraak mocht je er zeker van zijn dat het gezelschap van een eind verderop een paar weken later ook een wraakstuk zou opvoeren. Het toneel was zo nieuw en de job van schrijver en acteur nog zo ongedefinieerd dat er in feite geen regels bestonden."

Voetbal en opera zien wij niet direct samengaan.

"Nee, wij maken vandaag een artificieel onderscheid tussen hoge kunst en laag amusement. Dat bestond toen nog niet. Iedereen ging naar The Globe om er Shakespeares gezelschap The King's Men bezig te zien. In die zin had het theater toen een egaliserende en democratiserende werking. Al wie zich een kaartje kon veroorloven ging naar het theater. De armsten stonden in het midden op de begane grond en degenen die het iets breder hadden zaten op de balkons. En tijdens de pauze en na de voorstelling liep iedereen door elkaar. Het is niet voor niets dat de puriteinen zo tegen toneel waren: voor hen ging daardoor het verschil tussen de standen verloren. Zij hadden meteen het unieke door van het theater. Voor het eerst in de geschiedenis konden adel en bedienden zich uitleven in eenzelfde kunstvorm, en op de scène zag je hetzelfde. Koningen en edellieden bleken opeens omgang te hebben met het gewone volk. De acteur die eerst de koning speelde, bleek daarna ook in de huid van de nar te kruipen. Het toenemende egalitarisme had volgens mij veel te maken met het succes en de uitbreiding van de steden op dat moment. Socio-economisch namen die een hoge vlucht en vernietigden ze iedere vorm van oude plattelandshiërarchie."

De grens tussen een acteur en een gewetenloze gelukzoeker leek toen heel klein. Af en toe liep een voorstelling uit op een gigantische vechtpartij.

"Acteurs stonden inderdaad bekend als een ruw volkje dat graag op de lappen ging en er niet voor terugschrok de vuisten te laten wapperen. Ben Johnson ging achter de tralies voor moord, Christopher Marlowe werd dan weer zelf vermoord. Traditioneel trok een gezelschap van stad naar stad en dat had iets avonturierachtigs. Maar in Shakespeares tijd veranderde dat. Zijn gezelschappen, The Lord Chamberlain's Men en later The King's Men, wilden juist af van dat slechte imago. Daar slaagden ze ook in. Zij waren de eersten die een zeker respect konden afdwingen van hun publiek. Misschien heeft het soort stukken dat Shakespeare schreef er ook wel iets mee te maken. Begin 17de eeuw waren er opeens gentlemen-toneelschrijvers, zoals Shakespeare zelf trouwens, die relatief rijk waren, in een mooi groot huis woonden en over uitgestrekte landerijen beschikten. Tijdens zijn leven zag Shakespeare de status van het toneel van bijna niets tot grote hoogten opklimmen."

Hoe moeten we ons een Elizabethaanse toneelopvoering voorstellen?

"Alleszins heel anders dan een hedendaagse. Het is natuurlijk aartsmoeilijk om de acteerstijl van de late zestiende eeuw te achterhalen en veel weten we er dan ook niet over. Maar wat we wel weten is dat het zeker geen naturalistische stijl was zoals we die nu kennen. Mensen spraken toen op scène niet alsof ze thuis bij de kachel zaten. Theater was heel 'theatraal' en voor ons doen kunstmatig. Men declameerde zijn tekst en gebruikte een bijzonder uitgekiende lichaamstaal. Zo waren er bijvoorbeeld 64 verschillende handgebaren die allemaal hun eigen betekenis hadden en de toeschouwers ook stuk voor stuk kenden. Een bepaalde pose was toen de uitdrukking van een bepaalde geestelijke of emotionele ingesteldheid. Acteurs richtten zich ook rechtstreeks tot het publiek, dat er niet voor terugschrok om midden in een stuk te applaudisseren of te joelen. Ook de kostuums en de aankleding van de scène waren heel symbolisch geladen. Een Elizabethaans toneelstuk speelde dus in feite in een andere wereld. Voor een hedendaagse toeschouwer zou het dan ook praktisch onbegrijpelijk zijn."

Af en toe lijken er wel twee Shakespeares geleefd te hebben: die van het toneel en die van de sonnetten.

"En toch blijken zij uit eenzelfde geest te komen, dat merk je meteen bij het lezen. Waar ze wel degelijk verschillen is in het publiek dat ze willen bereiken. De poëzie werd opgedragen aan en geschreven voor adellijke figuren uit Shakespeares omgeving en was aanvankelijk alleen in kleine, bijna privékring bekend. Ze doet literairder aan, vertrekt van een specifieke vorm en verwijst naar een in die kringen bekende canon. Het toneel daarentegen was voor de massa. Dat moest een ander soort gevoeligheid aanspreken: duidelijker, bombastischer, platvloerser ook. Op een bepaald moment gaf hij de poëzie op en legde hij zich volledig op het toneel toe. Waarom weten we in feite niet. Wellicht was het feit dat je met poëzie geen geld kon verdienen wel een doorslaggevende factor. Maar dat betekent niet dat we de sonnetten niet zouden kennen als Shakespeare geen toneel had geschreven. Zelfs tijdens zijn leven werd zijn poëzie al meer geroemd dan zijn drama en werd hij geacht tot het clubje van Chaucer en Spencer te behoren."

Een groot deel van de sonnetten zijn liefdesgedichten gericht aan een mooie jongeling. Was dit een zuiver geestelijk iets of was Shakespeare homoseksueel?

"Die term betekende toen niet echt veel. Ik denk dat hij homo noch hetero was. Hij was weliswaar getrouwd en had kinderen, maar dat wil ook niets zeggen. In zijn tijd bestond er wel een platonische cultus rond de jongeling. Men schreef jubelende liefdesgedichten zonder dat men een concreet iemand in gedachten had. Misschien geldt dat ook voor de sonnetten. Ik kan me best inbeelden dat zijn seksualiteit net zo heterogeen was als zijn werk en dat hij zich dus tot de beide seksen aangetrokken voelde. Of hij ook seksuele omgang had met die beide seksen is natuurlijk iets heel anders. Dat weten we niet en we moeten er dus ook niet over speculeren. Dat geldt trouwens ook over de identiteit van de 'Black Lady' voor wie hij ook heel wat sonnetten heeft geschreven. Misschien heeft die wel nooit echt bestaan."

Wanneer je Shakespeare vergelijkt met een aantal van zijn tijdgenoten zoals Christopher Marlowe of Thomas Kyd blijkt hij een heel zakelijk, zelfs een beetje een saai figuur geweest te zijn.

"O zeker, hij was helemaal geen romantisch auteur. Hij liet zich niet in met spionage zoals Marlowe en had helemaal geen hoge pet op van het artistiekerige aura dat wij graag rond schrijvers zien hangen. Hij werkte liever. Hij kende het theater op zijn duimpje, wist wat kon en wat niet kon en haalde het meeste uit de situatie. Bovendien was hij ook een goed zakenman die op het juiste moment de juiste beleggingen deed. Geld speelde een onopvallende maar heel belangrijke rol in zijn leven. Hij leende mensen geld tegen een vrij hoge rente, en kocht in tijden van schaarste grote partijen graan op om die in zijn pakhuizen op te slaan en daarna met een grote winst weer te verkopen. Hij bezat ook heel wat vastgoed en land. Tegen het einde van zijn leven was hij een rijk man. Dat kon hij alleen worden door een gewiekst zakenman te zijn."

Van zulke slechte komaf was hij nu ook weer niet. Hij kreeg wel iets mee van thuis.

"De mythe dat Shakespeare een soort boerenjongen was blijkt stevig stand te houden, maar er is in realiteit niets van aan. Nu zouden we zijn ouders middenklasse noemen: goede middenstanders en gerespecteerd in Stratford. Vader John Shakespeare was naar school geweest en kon lezen en schrijven, iets wat toen niet voor iedereen was weggelegd. Hij maakte handschoenen. Dat kan nu een beetje stom lijken, maar toen was het een respectabel ambacht. Alleen de allerrijksten waren immers in staat deze verfijnde, met goudbrokaat bestikte modeartikelen in huis te halen. Maar John Shakespeare deed meer dan dat, hij was ook hereboer en landeigenaar."

Wat hem niet meezat was de religieus-politieke situatie op dat moment: de protestantse Elizabeth die hardhandig de plak zwaaide.

"Religie is een schimmige maar immer aanwezige factor in Shakespeares leven. Of hij nu wel of niet katholiek was, is een vraag waar al eeuwen over gedebatteerd wordt. Ik denk dat we mogen aannemen dat hij inderdaad uit een katholieke familie kwam. Er bestaat een testament van John Shakespeare waaruit af te leiden is dat dat zo is en we weten met zekerheid dat Susannah, Williams dochter, katholiek was. We weten ook dat zijn moeder katholiek was, net zoals de familievrienden en Shakespeares volledige kennissenkring. We mogen dus veronderstellen dat hij zich minstens op zijn gemak voelde in katholiek gezelschap. Zelf heeft hij zich echter nooit openlijk tot een religie bekend. Het lijkt wel alsof hij boven ieder geloof stond. Hij leefde ook in een gevaarlijke tijd: openlijk katholiek zijn kon je je kop kosten. Shakespeare hield zich ook wat dat betreft op de vlakte. Hij ging ieder mogelijk conflict voorzichtig uit de weg. Bovendien had hij geen hoge pet op van zichzelf. Hij wou opgaan in zijn gezelschap en zag zich vooral ten dienste staan van de groep. Hij zou wellicht stomverbaasd zijn als hij wist hoezeer hij tegenwoordig geëerd wordt."

Maar toch kon hij de wereld niet buiten zijn stukken houden.

"Dat is onvermijdelijk, hier en daar duikt de realiteit toch op. Voedselrellen en armoede komen bijvoorbeeld vaak terug, en wellicht snappen we het grootste deel van de allusies vandaag niet eens meer. De manier waarop een acteur zijn rol speelde kan ook veel gezegd hebben. Hij kon bijvoorbeeld het gedrag van bekende, machtige mensen imiteren of belachelijk maken. Maar dat weten we nu niet meer. Wat we wel weten is dat hij heel wat beter kon opschieten met Elizabeths opvolger James I. Het gezelschap veranderde toen zijn naam in The King's Men en Shakespeare wist hoe hij de koning om zijn vinger kon winden. Hij kende zijn voorkeuren en angsten en incorporeerde die in zijn stukken. James was bijvoorbeeld doods- benauwd dat hij door heksen aangevallen zou worden, en dus schreef Shakespeare Macbeth. De koning hield ook niet van veel volk omdat de anonimiteit zijn dood kon worden. In Measure for Measure voert Shakespeare daarom een vorst op die zich niet tussen zijn volk wil begeven."

Marnix Verplancke

Peter Ackroyd

Shakespeare.

The Biography

New York, Nan A. Talese, 475 p., 32.50 dollar.

The Lambs of London

London, Vintage, 216 p., 6.99 pond.

De Nederlandse vertaling van beide boeken verschijnt eind maart bij Meulenhoff.

'In de Elizabethaanse tijd was toneel de combinatie van tv, concert, voetbalmatch en opera. Het onderscheid tussen hoge kunst en laag amusement bestond niet''Shakespeare was helemaal geen romantisch auteur. Tegen het einde van zijn leven was hij een rijk man. Dat kon hij alleen worden door een gewiekst zakenman te zijn'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234