Woensdag 25/11/2020

'Voor mijn kinderen ben ik nu de papa die met straffe verhalen thuiskomt'

Toen hij hoorde dat hij geen pensioenminister meer mocht zijn en 'maar' Ontwikkelingssamenwerking kreeg, was dat een bittere pil voor Alexander De Croo (39). Maar zijn reizen naar Rwanda, Burundi en het broeierige Congo hebben de teleurstelling weggespoeld.

Het was 1988. Alexander De Croo was toen twaalf jaar en voor het eerst mocht hij met vader Herman en zijn moeder Françoise mee naar Kinshasa. In een van de populaire cités maakt de jonge Alexander een misviering mee met meer dan tweeduizend aanwezigen. De bomvolle kerk, de muziek en de swingende kerkgangers maken grote indruk.

Nog onvergetelijker was de tocht op de Congo-rivier, die op dat moment nog 'Zaïre' heette. De boot voer enkele uren stroomopwaarts, waarna de stuurman het vaartuig naar de oever manoeuvreerde. Zodra het schip had aangelegd, moest er gezwommen worden. De jonge Alexander kon zijn oren niet geloven. Zwemmen in die enorme, snel stromende Afrikaanse rivier? Maar hij sprong, en het water was fantastisch. Ook wel wat angstaanjagend, maar vooral fantastisch. In de jaren tachtig kon zoiets nog allemaal. De Croo jr. had zijn Afrikaanse doop gehad. En misschien ook wel een levensles geleerd. Congo, dat is springen, zwemmen en zorgen dat je boven blijft.

***

Dinsdag, 24 februari, 2015. Alexander De Croo stapt door het vluchtelingenkamp Mugunga, nabij de Oost-Congolese stad Goma. Hij wordt omringd door een zwerm meergereisde journalisten, diplomaten en een nerveuze lijfwacht. Niet simpel om je in zo'n situatie nog spontaan te gedragen. Maar De Croo doet zijn best en slaagt daar vrij goed in: hij geeft high fives en vuistjes aan rondhuppelende kinderen en gaat op een bepaald moment met een schooljongetje op een steen zitten om zijn schrift te bekijken.

Het is ondertussen al de derde dag van een bewogen bezoek. Zaterdagavond, onmiddellijk na zijn aankomst in de hoofdstad Kinshasa, had De Croo scherpe kritiek geleverd op de brutale manier waarop het regime de straatprotesten van januari had onderdrukt. Hoewel veel Congolezen de Belgische kritiek aanvoelen als een hart onder de riem, kwam er ook een tegenreactie.

Onder de kop 'Jeune ministre, vieux réflexes', schrijft Le Soir-journaliste Colette Braeckman dat "Alexander de ervaring en de wijsheid van vader Herman duidelijk niet heeft overgeërfd". Het artikel inspireert de Congolese regeringswoordvoerder Lambert Mende tot een doldrieste tirade op 'de nieuwe Karel De Gucht', die vervolgens weer in enkele Congolese kranten wordt overgenomen. De polemiek dreigt het bezoek van De Croo en buitenlandminister Didier Reynders aan Congo te overschaduwen.

Tijd om te luisteren

Cruciale onderwerpen zoals het vredesproces in Oost-Congo lijken amper nog aan bod te komen. Misschien is het net daarom dat De Croo in kamp Mugunga alle tijd neemt om naar de vluchtelingen te luisteren. Zo heeft hij een lang gesprek met twee 'mamans' die geen blad voor de mond nemen en de minister erop wijzen dat de lokale autoriteiten het kamp aan het uithongeren zijn, waardoor de vluchtelingen gedwongen worden om naar hun dorpen terug te keren. "Maar daar is het momenteel nog veel te gevaarlijk en bovendien staan onze velden leeg. Er is geen eten. Hoe kunnen we dan terug naar huis?"

Enkele uren later, tijdens een interview dat plaatsvindt aan de oever van het Kivu-meer, benadrukt De Croo dat de boodschap van die twee mondige vrouwen en de situatie van de burgers in Oost-Congo onnoemelijk veel belangrijker is dan de 'opgeklopte' storm over zijn speech: "Als je de leefomstandigheden van de mensen in die kampen ziet, sta je toch wel aan de grond genageld. Wat enorm opvalt, is het grote aantal kinderen. Als je dat ziet, dringt pas echt tot je door wat het betekent om in een land te leven waar elke vrouw gemiddeld zeven kinderen krijgt. Tegelijk weten we dat een Congolese vrouw gedurende haar leven een kans heeft van één op achttien om bij de bevalling te sterven. Moeder zijn is in Congo het gevaarlijkste beroep dat er bestaat.

"Dat was een van de zaken waaraan ik dacht toen ik vanochtend door dat vluchtelingenkamp stapte. En natuurlijk vraag je je ook af wat er met al die mensen zal gebeuren. Zullen ze ooit nog terugkeren naar de dorpen waaruit ze verjaagd zijn? Welk toekomstperspectief kun je aan de kinderen bieden? Wordt hier een hele generatie onderuit gehaald? In die zin was mijn gesprek met die twee vrouwen een eyeopener.

"Want als je de officiële rapporten over kampen als Mugunga leest, dan is je eerste indruk: oké, het aantal mensen in de kampen vermindert, blijkbaar gaat het de goede kant uit. Maar als je dan hoort dat er steeds minder middelen naar deze kampen gaan, besef je dat de vluchtelingen gedwongen worden om Mugunga te verlaten."

De situatie in Oost-Congo is nog steeds dramatisch, maar De Croo zal tijdens het gesprek meerdere malen zeggen dat hij niet in een zwartgallig, fatalistisch verhaal wil blijven steken.

"Want dan zou ik de Congolezen en hun land oneer aandoen. Dit is een land vol humor en creativiteit. Ook de keuken is hier bijzonder creatief, zelfs in een vluchtelingenkamp. Toen ik vanmorgen een van de tentjes binnenstapte, zag ik daar in het halfduister enkele mensen op de grond zitten. Er stond daar een potje op het vuur en ik heb geen flauw idee wat die mensen aan het bereiden waren. Maar het rook lekker. Je ziet het ook aan hoe de kinderen naar school gaan: allemaal in nette uniformpjes.

Schoonheid

"Het toont aan hoe mensen zelfs in de woestenij van een vluchtelingenkamp belang hechten aan iets lekkers, een grappig woord, schoonheid. Kijk maar naar al die kunstenaars en de waanzinnig knappe dingen die zij maken. En wat me enorm opvalt: veel Congolezen zijn geboren woordkunstenaars en kunnen op een zeer subtiele en verfijnde manier hun gelijk halen. En dan zou ik nog bijna vergeten te zeggen dat ik hier al veel geboren ondernemers ben tegengekomen.

"In Kimbanseke (een dichtbevolkte wijk in Kinshasa) zijn we een waterproject gaan bezoeken. Voor een klein bedrag kunnen de inwoners water kopen en met dat geld worden dan zaken voor publiek nut gefinancierd. Dat project functioneert perfect, de uitbaters dragen zorg voor hun materieel en de bewoners hebben voor een redelijke prijs toegang tot een essentiële basisbehoefte. Als liberaal kan ik zo'n duurzame en winstgevende ondernemingen alleen maar toejuichen."

Alexander De Croo is een ontwikkelingsoptimist en doet geen moeite om dat te verhullen. "Ik zie in Congo veel lichtpunten. Ik zie veel mogelijkheden en het is mijn overtuiging dat het goed komt met dit land, al zou ik natuurlijk liever hebben dat het geen tien jaar meer duurt vooraleer de echte verandering intreedt. Maar het potentieel van dit land is enorm. De wereld is snel aan het veranderen, en mits een beetje hulp kan dit land daarvan meegenieten. In de jaren zeventig en tachtig zag het er allemaal nog dramatisch uit. Je had in de wereld een miljard mensen die het relatief goed hadden en de rest leefde in ontwikkelingslanden en was arm.

"Anno 2015 is dat beeld drastisch veranderd. Heel veel landen zijn qua welvaartsniveau met grote snelheid naar elkaar aan het toegroeien. Kijk maar naar Azië, of Latijns-Amerika. Wat je wel ziet, is dat een dertigtal straatarme landen de rol aan het lossen is. Zij zullen pas aansluiting vinden als je ze een duwtje in de rug geeft. In landen als Congo, Rwanda en Burundi zie je dat de politieke situatie heel moeilijk is, waardoor de economische groei niet optimaal wordt benut. Maar dat neemt niet weg dat er een wereldwijde grondstroom is die ook ontwikkelingslanden op een hoger niveau kan tillen.

"Ja, ook in Congo is dat al volop aan de gang. Ik had daarnet een gesprek met de mensen van Vredeseilanden. Die hebben in Oost-Congo een aantal koffiecoöperaties opgericht die excellente koffie produceren. Blijkbaar is die zo lekker dat hij op internationale beurzen alle prijzen wegkaapt. Een droom voor barista's. Dat is fantastisch en voor Oost-Congo is zo'n economische diversiteit cruciaal.

"Momenteel wordt de economie volledig beheerst door de handel in mineralen, die voor een groot deel in handen is van een gewapende groepering.

Kwaliteitskoffie zou een beloftevol alternatief kunnen zijn, ware het niet dat de overheid eerder een belemmerende dan een stuwende factor is.

"Want wat zie je met de succeskoffie van Vredeseilanden? De Congolese overheid legt die boeren en producenten waanzinnig hoge belastingen op waardoor die mensen letterlijk worden uitgewrongen. Als overheid verdienen ze zeven keer meer aan die koffie dan de producenten. Zo gaat het natuurlijk niet lukken."

Medianummertje

Daarmee zijn we bij de kern aanbeland van zijn kritische speech waarover de jongste dagen zoveel ophef was. De Croo zegt dat zijn kritiek geen medianummertje was; geen retorische flodder. "Je kan toch niet ontkennen dat de leefomstandigheden voor de gewone Congolees ronduit afschuwelijk zijn? Tachtig procent van de bevolking leeft in extreme armoede, 95 procent werkt in de informele economie zonder jobzekerheid. Ik denk dat een land als Congo kan meegenieten van positieve globale evoluties, maar dan moet je wel een overheid hebben die dat mee wil waar maken.

"Wij hebben nooit betwist dat Congo een souverein land is. Maar als Ontwikkelings-minister heb ik wel het recht om de cruciale aspecten van onze visie op internationale samenwerking duidelijk te maken.

We vinden het belangrijk dat de economisch groei ten goede komt aan alle Congolezen en pleiten voor meer mensenrechten en een echte rechtsstaat. Dat lijkt me niet buitenissig en het is ook geen verrassing, want het staat letterlijk in mijn beleidsnota die uitgebreid in het Belgische parlement is besproken. Een maand geleden heb ik in Burundi en Rwanda trouwens exact hetzelfde gezegd. Het zou toch raar zijn als ik die boodschap niet in Congo zou verkondigen."

Wetstratees pur sang

We zijn ondertussen al een tijdje aan het praten en één observatie is onvermijdelijk: De Croo praat alsof hij al zijn hele carrière minister van Ontwikkelingssamenwerking is, terwijl hij tot voor kort door het leven ging als een pur sang 'Wetstraatees' die vooral met binnenlandse dossiers bezig was. Niemand die had durven voorspellen dat de voormalig Pensioenminister ooit van Rwanda naar Congo zou hoppen om mensenrechten te promoten en de noord-zuidkloof te dichten.

"En ik nog het minst!", antwoordt hij snel. "Ik geef toe: toen tijdens de regeringsvorming duidelijk werd dat Ontwikkelingssamenwerking voor mij was, moest ik even slikken. Laat me daarin eerlijk zijn, ik had echt wel graag verder gedaan als minister van Pensioenen. In de vorige legislatuur hebben we veel in beweging gebracht en tijdens de formatiegesprekken had ik het pensioenluik tot in de laatste details onderhandeld. Dus ja, dat kwam hard aan.

"Maar lang heeft dat niet geduurd. Een dag, niet langer. Ik ben onmiddellijk met een aantal experts gaan praten en al snel werd het me duidelijk dat ik een ongelofelijk interessant departement had gekregen. Ik heb toen wel meteen beslist om er alles aan te doen opdat Ontwikkelings-samenwerking niet langer als een marginaal afdankertje wordt beschouwd. We mogen hier ambitieus zijn."

Allemaal mooi, maar heeft De Croo niet het gevoel dat hij meer dan ooit ver weg zit van de knoppen van de macht? Zit hij nog wel in een positie waarin hij over de cruciale dossiers van het land kan meebeslissen? "Het zou getuigen van een grote machtsgeilheid als ik zou klagen over een tekort aan macht. Ik ben minister van Ontwikkelingssamen-

werking, minister van Digitale Agenda en Telcom. Maar daarnaast ben ik ook vice-premier en neem ik deel aan alle belangrijke discussies over veiligheid, budgetten, fiscaliteit enzovoort. Kom ik bij alle belangrijke beslissingen met mijn smoel op tv? Dat niet. Moet dat dan? Natuurlijk niet. Zo ijdel ben ik nu ook weer niet."

Ondertussen is Alexander De Croo er ook al achter dat de wereld afreizen en internationale personaliteiten ontmoeten soms minstens even interessant kan zijn als technische vragen beantwoorden in de commissie Pensioenen.

"De bestemmingen die ik in mijn nieuwe functie mag aandoen, zijn in niets te vergelijken met de microkosmos van de Wetstraat. Toen we onlangs terugkwamen van Rwanda en Burundi, het was een vrijdagochtend, moest ik rechtstreeks van de luchthaven naar een ministerraad op de 16. Ik was de wagen nog niet uit, of een journalist stak een micro onder mijn neus om een vraag te stellen over een of ander relletje, ik ben al vergeten waarover het precies ging. Dan denk je toch echt wel: 'Allé, waarmee zijn wij hier bezig?'

"Het is nog te vroeg om te zeggen hoe dit nieuwe leven mij zal veranderen", vindt de Croo. "Maar het is natuurlijk wel zo dat dit mijn blik op de wereld heeft opengetrokken. Emotioneel komt het allemaal op een directe manier naar binnen. Een gevoel dat me vaak overvalt, is nederigheid. Schroom.

"Toen ik deze week door de sloppenwijk Kimbanseke in Kinshasa reed, kon ik mijn ogen niet geloven. Zoveel armoede, zoveel mensen die op elkaar gepakt leven. Ik dacht dat ik in Burundi extreme armoede had gezien, maar Congo is toch nog van een heel andere orde. Ik werd daar rondgereden in een grote aircojeep en begeleid door politiemotards. Ik voelde me vooral beschaamd. Voetgangers moesten voor ons opzij springen en de mensen die me daar ontvingen hadden maar een half uur de tijd om hun project uit te leggen. Daarna werd ik al voor een andere afspraak weggesleurd.

"Maar m'n nieuwe job heeft ook wel een gigantisch voordeel", zegt De Croo met een glimlach. "Opeens is het voor mijn kinderen duidelijk waar ik mee bezig ben. Ze zijn nog erg jong, bij pensioendebatten kunnen ze zich uiteraard niets voorstellen. Maar een papa die met een C130 door Afrika reist en verhalen vertelt over gezinnen met zeven in plaats van twee kindjes, dat vinden zij wél interessant. Mijn kinderen vinden deze job veel spannender. Ik ben nu een papa die met straffe verhalen naar huis komt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234