Donderdag 01/10/2020

‘Voor ik het wist, was ik een dancenummer aan het opnemen’

Als er één groep is die de voorbije tien jaar een volstrekt uniek geluid in de popmuziek heeft geïntroduceerd, is het wel Sigur Rós. Nu het IJslandse viertal een pauze inlast - de volgende cd verschijnt ten vroegste eind volgend jaar - zit zanger Jónsi Birgisson (34) niet stil. Vorige zomer bracht hij met zijn partner Alex Somers al het bloedmooie Riceboy Sleeps uit en volgende week komt de frontman met het opvallend feestelijke Go voor het eerst in zijn eentje naar buiten. ‘Mijn hele leven verloopt last minute. Spontaniteit zorgt ervoor dat elke dag spannend blijft.’

Jónsi Birgisson

Zanger-gitarist van IJslandse popband Sigur Rós gaat voor het eerst solo

DOOR BART STEENHAUT / FOTO ALEX VANHEE

Het is een publiek geheim dat de leden van Sigur Rós geen geweldige reputatie hebben als het op interviews aankomt. Ze geven tijdens ontmoetingen met de pers doorgaans blijk van een soort hartelijkheid waarmee een patiënt zijn chirurg begroet vlak voor die een been gaat amputeren. Vragen worden meestal gevolgd door korte antwoorden en stiltes waar geen einde aan lijkt te komen. Maar bij onze vorige ontmoeting, twee jaar geleden, was zanger Jónsi Birgisson al opmerkelijk goedgeluimd en vandaag ontpopt hij zich zowaar als een echte spraakwaterval. Dat is deels te verklaren doordat zijn Engels inmiddels een stuk beter is, maar ook doordat de platenfirma vandaag een gereputeerde kok heeft laten overkomen om hem een indrukwekkende veganistische maaltijd te bereiden.

“Interviews geven is als crashtherapie bij de psychiater”, zegt Birgisson, wanneer we opmerken dat hij op dat vlak een wel heel drastische metamorfose heeft ondergaan. “Ik heb het nooit vanzelfsprekend gevonden om over mezelf te praten. Het voelt ook absoluut niet natuurlijk aan. Toch ben ik onlangs tot de conclusie gekomen dat een beetje zelfanalyse best wel gezond kan zijn. Tot nog toe heb ik nog maar één keer aan de lopende band interviews gegeven: toen acht jaar geleden de haakjesplaat van Sigur Rós uitkwam. Mezelf voortdurend in vraag moeten stellen, was erg confronterend, maar achteraf wist ik wel heel precies waarom ik deed wat ik deed. Plots was alles heel helder in mijn hoofd. En een interview geven is een stuk goedkoper dan naar de psychiater gaan. Dat is ook een mooie bonus.”

Waarom bent u eigenlijk veganist?

Birgisson: “Ik ben eerst dertien jaar vegetariër geweest. In eerste instantie had dat niet eens met dierenliefde te maken. De overgang is heel geleidelijk gekomen. Eerst stopte ik met rood vlees, daarna met wit vlees en vis. Hoe langer ik vegetariër ben, hoe gevoeliger ik begin te reageren als het over dode dieren gaat. Het idee dat er een beest moet sterven om mijn honger te stillen vind ik ronduit weerzinwekkend. Maar net als de meeste mensen ben ik opgegroeid met een dagelijkse portie vlees en aardappelen op mijn bord. Toen stelde ik me daar ook helemaal geen vragen bij. Pas wanneer je daar achteraf over begint na te denken, besef je hoe wreed en tegennatuurlijk dat eigenlijk is. Ik zou nooit nog vlees kunnen eten. Dat lijkt wel een ander leven.”

Wat denkt u dan wanneer u door de grootste winkelstraat van Reykjavik loopt en al die reclameborden voor restaurants ziet waar walvis wordt geserveerd?

“Voor mij is dat even wraakroepend als Burger King of McDonald’s. Zowel mijn vriend als ik zijn intussen hardcoreveganisten geworden. We eten uitsluitend rauwe groenten. Geen kaas, geen melkproducten. Koken doen we nooit. Behoorlijk over the top, eigenlijk. En niet makkelijk, want de samenleving doet geen enkele moeite om tegemoet te komen aan mensen zoals wij. Op restaurant gaan is quasi uitgesloten. Gisteren was ik een dag in Parijs. Ik heb er noodgedwongen een hele dag noten en bananen gegeten. Voor vegetariërs is het leven inmiddels een stuk makkelijker geworden. Maar rauw, onbespoten voedsel vind je bijna nergens.”

Iets anders: op de vorige plaat van Sigur Rós stond voor het eerst een Engelstalig nummer, nu hebt u ongeveer de helft van de cd in het Engels opgenomen. U voelt zich kennelijk al meer op uw gemak in die taal.

“Mijn partner is een Amerikaan en thuis spreken we uitsluitend Engels. Het leek me wel een uitdaging om in een taal te schrijven die de mijne niet is. Het was ook een stuk moeilijker en bovendien betrapte ik mezelf erop dat het zelfs de inhoud van de songs begon te bepalen. In het IJslands kan ik veel preciezer en gedetailleerder vertellen wat ik wil overbrengen. Dan kan ik wat dieper in mezelf graven. Mijn Engelstalige nummers zijn voorlopig nog wat vager, ook al snijd ik er net zo goed autobiografische thema’s in aan. Meestal gaat het over dingen die ik met mijn vriend heb meegemaakt. Wat ik in het Engels beleefd heb, vertel ik achteraf ook in het Engels.”

Go is, meer nog dan de laatste cd van Sigur Rós, de opgewektste plaat die u tot nog toe hebt gemaakt. Zit u beter in uw vel dan vroeger?

“Zeker. Ik besef wel dat we een heel serieus, soms zelfs wat stuurs imago hebben, maar dat heeft vooral met verlegenheid te maken. Het ligt niet in mijn aard om depressief te zijn. Eigenlijk ben ik van nature heel positief ingesteld. Opgewekt zelfs. Daar staan de mensen wel eens van te kijken. Blijkbaar leeft over Sigur Rós toch nog vaak het beeld van vier muzikanten die denken dat het pijn doet als ze zouden lachen. Geloof me: dat is een misvatting.”

Leunt de muziek die u nu maakt dan dichter bij uw persoonlijkheid aan?

“Dat moet haast wel. De platen van Sigur Rós doen vaak heel melancholisch en introvert aan, maar dat heeft er vooral mee te maken dat de groep als een strikte democratie is opgezet. Er is geen leider, en niemand kan een beslissing nemen zonder dat de anderen daarvan op de hoogte zijn. Bovendien componeren we alles samen. Het gebeurt nooit dat iemand met een afgewerkt nummer komt aandraven. Alles ontstaat door met zijn vieren muziek te maken. Gek genoeg resulteert dat heel vaak in intimistische, introverte nummers. De songs voor deze cd heb ik in mijn eentje geschreven en dat hoor je: de toon is meteen een stuk lichtvoetiger.”

Riceboy Sleeps, de ambient-cd die u vorig jaar met uw partner hebt gemaakt, was samengesteld uit composities die thuis al een tijdje doelloos rondslingerden. Hebt u deze keer wel songs geschreven met de bedoeling dat ze samen een coherent geheel zouden vormen?

“Nee. (lacht) De meeste nummers zijn stokoud. Sommige dateren zelfs nog van voor Sigur Rós. Thuis zit ik voortdurend nummers te schrijven. Telkens als ik er eentje klaar heb wordt die in een categorie ingedeeld: akoestisch, elektronisch, ambient, enzovoort. Daar blijven ze ook zitten tot ik zin heb om er iets mee aan te vangen. Al kan het dan nog alle kanten uit.

“Go zou in eerste instantie een akoestisch project worden, maar halverwege zijn er een paar songs ontploft en nu is het met voorsprong de meest elektronische plaat die ik ooit gemaakt heb.

“Ik weet eigenlijk niet hoe dat is kunnen gebeuren. Ik keek heel even de andere kant uit en plots stond ik een dancenummer op te nemen. Nu, bij de luxe-editie, komt een dvd waarop de songs weer tot hun naakte vorm worden herleid.”

“Zo ben ik de oorspronkelijke opzet toch een beetje trouw gebleven.”

Hebben uw nieuwe nummers een thema gemeen?

“Angst. Dat klinkt een beetje cheesy, maar het is wel een van de belangrijkste emoties waarmee je geconfronteerd kunt worden. Het gevoel dat je maag samentrekt wanneer iets waar je veel belang aan hecht mislukt, dat is een van de ergste gevoelens die ik ken. Maar er staan ook een paar opgewekte songs op waarin ik stel dat je voor elke kans die zich voordoet moet gaan. Carpe diem. Go for it. Doe alles wat je hart je ingeeft. Ik spreek mezelf eigenlijk een beetje tegen in die nummers. Het was de eerste keer dat ik een cd in mijn eentje opnam en ik vroeg me voortdurend af of het wel deugde. De ene dag vond ik een nummer waardeloos, terwijl ik er de dag nadien weer aangenaam door verrast was. Ik werd voortdurend van het ene uiterste naar het andere geslingerd.”

Gek dat u nog zo aan uw talent twijfelt.

“Twijfel is de voedingsbodem van creativiteit. Bij de groep zijn we elkaars klankbord, maar nu kon ik alleen bij mijn vriend terecht. Die staat niet alleen heel kritisch tegenover alles wat ik doe, hij formuleert zijn mening ook onverbloemd. Alex spaart me niet, en dat vind ik prima. Als hij me een compliment geeft, weet ik dat het gemeend is.”

Wat wilt u met uw muziek overbrengen?

“Hoop en schoonheid. Dingen waar ik zelf ook naar op zoek ben. Al luister ik zelf heel weinig naar muziek. Thuis staat er eigenlijk alleen oude jazz op. Omdat het me nostalgisch maakt naar een periode die ik zelf niet eens heb meegemaakt. Maar ook omdat ik me daar heel comfortabel bij voel. Jazz ademt gezelligheid uit, zeker als je die afgeleefde elpees hoort kraken. De meeste hedendaagse muziek gaat totaal aan me voorbij. De laatste keer dat ik echt kippenvel kreeg, was toen ik Le Mystère Des Voix Bulgares leerde kennen. Dat zet ik altijd heel luid, zodat ik de stemmen van het koor in mijn lijf voel daveren. Ik houd enorm van muziek als een fysieke ervaring.”

Wat me opviel: in IJsland beseft haast niemand hoe populair Sigur Rós in het buitenland is. Bij Belgische bands gaat het vaak andersom. Die pochen over grote buitenlandse tournees waar nauwelijks volk naar komt kijken.

“IJsland is heel grappig op dat vlak. Iedereen kent me daar wel, maar het kan niemand wat schelen hoe bekend of succesvol we zijn. Als iemand me in Reykjavik een handtekening komt vragen, is het gegarandeerd een toerist. Ik denk dat elke IJslander je kan vertellen waar ik precies woon. Maar er komen nooit fans bij me aanbellen. In de VS zou dat nooit kunnen.”

IJsland is dunbevolkt, maar brengt bijzonder veel goede muziek voort. Waar komt die opmerkelijke opstoot van creativiteit vandaan?

“Een groot deel van het jaar is het haast de hele dag donker. We hebben natuurlijk prachtige natuurlandschappen, maar los daarvan zijn de ontspanningsmogelijkheden tamelijk beperkt. Mensen hebben iets nodig om zich bezig te houden, om gelukkig te zijn. Vergeet ook niet dat IJsland een enorm geïsoleerd land is. Als kind had ik geen enkel besef van wat zich in de rest van de wereld afspeelde. Ik luisterde wel naar muziek, maar toen ik de groep oprichtte, kwam het niet eens in me op om te fantaseren over hoe het zou zijn om beroemd te worden. Laat staan dat ik rekening hield met de mogelijkheid om ooit van mijn muziek te kunnen leven.

“Het voordeel is dat ik bij gebrek aan referentiepunten mijn eigen weg heb kunnen vinden. Als je ervan uitgaat dat je nooit succesvol kunt worden, hoef je die erkenning ook niet na te streven. Dan moet je geen buitenlandse voorbeelden imiteren en kun je onbevreesd extreme dingen doen. Volgens mij verklaart dat waarom Sigur Rós een geluid heeft ontwikkeld dat losstaat van alle andere popmuziek.”

Worden jullie in eigen land als een voorbeeld beschouwd? Zijn IJslandse muzikanten sinds het succes van Björk en Sigur Rós internationaler beginnen te denken?

“Misschien wel.”

Misschien? Jullie hebben tien keer meer cd’s verkocht dan er mensen in IJsland wonen.

“Als je het zo zegt, klinkt dat wel hallucinant. Daar had ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan. Sigur Rós, Björk, Múm, Emiliana Torrini, Jóhann Jóhannsson, dat zijn allemaal IJslandse acts die ook in het buitenland succes hebben, maar stilistisch vertonen ze nauwelijks verwantschap. Maar wat je zegt, klopt wel: intussen is er op zijn minst een echte scene ontstaan. Toen Sigur Rós begon, was er bijna niks.

“Nu geeft de regering zelfs steun aan beginnende artiesten. Al blijft het behelpen. Als ze IJslandse bands echt willen steunen, zouden ze beter vliegtuigtickets helpen te financieren. Er is maar één echte luchtvaartmaatschappij. Doordat die een monopoliepositie heeft, worden de prijzen kunstmatig hoog gehouden. Dat weerhoudt veel IJslandse muzikanten ervan om over de grens te toeren.”

Uw manager vertelde me dat haast alles wat u doet altijd heel erg op het laatste nippertje wordt beslist: welke songs de cd zullen halen, en in welke volgorde. Plannen is blijkbaar niet uw sterkste punt.

“Nee. Dat doet me er trouwens aan denken: tegen vanavond moet ik weten welke hoes er rond de nieuwe cd komt. (lacht) Mijn hele leven verloopt last minute. Spontaniteit zorgt ervoor dat elke dag spannend blijft. Tijdens de cd-opnames is het meer dan een keer gebeurd dat we halverwege een song plots besloten om hem anders aan te kleden of er nog snel een andere melodielijn bij te verzinnen. Alle muziek is heel snel op de band gezet om het fris en direct te houden. Al heb ik geen enkel idee hoe de cd onthaald zal worden. Dat doet er ook niet echt toe. Elke song die ik schrijf, maak ik in de eerste plaats voor mezelf. Dat geldt ook voor Sigur Rós en Riceboy Sleeps. Ik ben er uiteraard niet tegen als anderen mijn muziek ook mooi vinden. Maar het is geen must.”

Waren uw ouders artistiek aangelegd?

“Niet op de voor de hand liggende manier, alleszins. Er was bijvoorbeeld niemand in de familie die muziek maakte of schilderde. Mijn vader is ingenieur en werkt in de staalindustrie. Maar hij is wel heel goed met zijn handen. Toen ik muziek begon te maken was er een soort stilzwijgende overeenkomst dat ik toch naar school zou gaan om een vak te leren. Studeren heeft me nooit veel gezegd. Ik vond dat ik vooral bullshit uit mijn hoofd moest leren waar ik nooit iets aan zou hebben. Het inspireerde me niet. Voor mij is naar school gaan iets wat je doet omdat het een traditie is, omdat de anderen het ook doen. Ik ben eerst voor sociaal assistent gegaan. Daarna heb ik technisch tekenen gevolgd.”

Zowat de enige vorm van tekenen waar nauwelijks persoonlijke creativiteit bij komt kijken.

“Inderdaad. (lacht) Ik had het woordje ‘tekenen’ zien staan en dacht dat ik me daar wel in zou kunnen uitleven. Het technische aspect had ik even over het hoofd gezien en het duurde niet lang voor ik het ook daar voor bekeken hield. Ik vond het zo saai dat ik haast voortdurend in de rookkamer zat om een koffietje te drinken. Daar ben ik een paar jongens tegengekomen die mijn afkeer voor de lessen deelden. Met hen heb ik uiteindelijk Sigur Rós opgericht. Waren de leraars op school iets boeiender geweest, dan was er van de groep wellicht nooit iets in huis gekomen. Dan hadden we elkaar nooit ontmoet. Nu voelden we ons verbonden door een gemeenschappelijke frustratie, en die wilden we ombuigen tot iets positiefs.”

Jullie eerste cd is officieel nooit buiten IJsland uitgebracht, en maar goed ook. Ik heb die onlangs in Reykjavik gekocht en het moet zowat de gruwelijkste cd zijn die ik in huis heb. Hij lijkt in niets op het geluid waarmee jullie later wereldwijd doorgebroken zijn.

“(plooit bijna dubbel) We waren nog heel jong toen. Niemand van ons was ooit eerder in een echte opnamestudio geweest. Bijgevolg vonden we het nodig om letterlijk elk effectje uit te testen en, als het even kon, dat meteen in de muziek te verwerken. Toegegeven, Von is een absurde cd die ik vandaag zelf ook nog moeilijk te beluisteren vind. Het klinkt allemaal wat te zweverig. Alsof de songs niet met beide voeten op de grond staan. Met de juiste drugs erbij valt er misschien nog wel van te genieten, maar op veel meer durf ik niet te hopen. Op de laatste tournee hebben we er nog een paar nummers van gespeeld. Alleen, ze klonken zo anders dat niemand er het origineel nog in herkende. Gelukkig.”

Weet u nog waardoor jullie koers- wijziging achteraf werd ingegeven?

“Nee. Echt niet. Het was zeker geen bewuste zet om heel weemoedige muziek te gaan maken. We waren zelf ook verrast toen we ons erop betrapten dat er plots een heel nieuw geluid ontstond. Wellicht is die ommekeer er gekomen omdat we inmiddels betere muzikanten waren geworden. We begonnen ook veel bewuster met strijkers en blazers te werken.”

Waar haalt u als artiest zelf de meeste voldoening uit?

“Uit het scheppen. Vanuit het niets iets maken, dat is wat me gelukkig maakt. Omdat het me het gevoel geeft dat ik echt leef. Wat me ook een warm gevoel geeft, zijn de mails die fans me sturen. Omdat die soms zo surrealistisch lijken. Onlangs kreeg ik nog een mailtje van iemand die zijn beide ouders had verloren in een auto-ongeval en troost had gevonden in de muziek van Sigur Rós. Of iemand die op het punt stond om in het leger te stappen om te gaan vechten in Irak, maar van gedachten veranderde nadat hij een van onze cd’s had gehoord. Ik voel me heel klein als ik zulke dingen lees. Als onze muziek zoveel betekent voor de mensen, kunnen we niet anders dan samenblijven. (lacht)”

Gwyneth Paltrow is destijds van haar eerste kind bevallen op de muziek van Sigur Rós.

“Onvoorstelbaar, toch. Ik voel me bevoorrecht dat ik deel mag uitmaken van de intiemste momenten in een mensenleven. Het zal wel melig klinken, maar het maakt me gewoon blij dat ik anderen gelukkig maak. Noem het gerust een win-winsituatie.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234