Zaterdag 15/08/2020

Interview

Voor ‘Hotel Römantiek’-presentator Sven de Leijer is op tv komen maar bijzaak

Sven de Leijer: 'Ik ben bang het te verknoeien als ik te veel op mijn gemak ben.'Beeld Stefaan Temmerman

Gek. Hij is al jaren op televisie, en toch slaagt hij er nog altijd in om op de ­achtergrond te blijven. Sven de Leijer (37) kennen we al van De ideale wereld en Achter de rug, en volgende week presenteert hij ook Hotel Römantiek. Maar wie is hij eigenlijk?

Joke Schauvliege kreeg als cadeau een schopje om bomen mee te planten, Jo Vandeurzen was een pompelmoes tijdens het spelletje ‘Wie ben ik?’, Sven Gatz tapte flauwe moppen, en Ben Weyts kon weer niet zwijgen over zijn hangbuikzwijnen. Ziedaar het kerstfeest ten huize van Sven de Leijer. Eén met Vlaamse politici dus. Hilarische televisie was het, en de Wetstraat-watcher van De ideale wereld is zelf nog altijd wat verbaasd dat de excellenties allemaal gekomen zijn. 

“Voor de laatste ­aflevering van vorig seizoen had ik van de redactie de opdracht gekregen om het politieke jaar af te sluiten door ze het vuur aan de schenen te leggen over enkele heikele thema’s. Maar ik weet dat ik het niet plezant vind om het hard te spelen. Ik ben trouwens niet slim genoeg om inhoudelijk te discussiëren over politiek. Nadat ik de ­vervelende opmerkingen over hun beleid had gemaakt, heb ik hen meteen daarna dus gezegd dat het maar om te lachen was, en heb ik hen uitgenodigd voor een kerstfeest bij mij thuis.”

Een kennis van je verwoordde het zo: ‘Sven is altijd vriendelijk en sympathiek, en daardoor krijgt hij veel gedaan.’

Sven de Leijer: “Dat klopt. Ik kan redelijk grove dingen zeggen en toch voelen de mensen zich niet geschoffeerd. Omdat ik nooit met de mensen lach om hen te kwetsen, maar om een plezante sfeer te creëren. En ik heb een vriendelijk gezicht. Dat is mijn toegangspoort.”

Het is geen rol die je speelt?

“Zeker niet. Ik kan niet acteren. Ik kan alleen maar mezelf zijn. Een beetje de marktkramer uithangen, en met iedereen wat kletsen in een goede ambiance, dat is mijn natuur. Daarom werk ik ook zo graag als publieksopwarmer. De jongste jaren komt het er niet meer zo heel vaak van, maar bij De slimste mens ter wereld heb ik dit jaar nog een vijftal afleveringen opgewarmd, en bij De ideale wereld val ik soms in als de vaste opwarmer niet kan.”

Als je een interview geeft, wat niet zo heel vaak gebeurt, stellen journalisten je altijd de vraag ­wanneer je nu een eigen programma krijgt op tv. En elke keer antwoord je dat het geen noodzaak is. Geldt dat nog steeds?

“Ik geef inderdaad weinig interviews. Alleen als er een nieuw programma op komst is. Ik voel me daar niet goed bij. Mijn werk komt toevallig op tv, en ik wil natuurlijk dat de mensen ernaar kijken, maar ik vind mezelf absoluut niet interessant genoeg om het uithangbord van een ­programma te zijn."

“En ja, mijn antwoord is nog altijd hetzelfde. Van toen ik begon bij De laatste show, waar ik een rubriek had over tv-kijken, zei ik dat ik niet per se op het scherm hoefde te komen. Niemand geloofde mij. Maar ondertussen zijn we een kleine tien jaar verder en begint men her en der te beseffen dat het echt zo is. Ik heb veel programma’s geweigerd. Als het niet klopt, doe ik het niet. Als het wel klopt, heel graag, maar ik wil nooit om den brode op het scherm moeten komen. Het is niet voor niets dat ik ook nog werk als publieksopwarmer en dj. Ik combineer veel jobs om mijn rust en mijn gemak te kopen.”

Een van je vrienden vertelde me dat je iemand bent die zichzelf graag wegcijfert voor het grotere geheel.

“Het heeft met mijn karakter te maken. Ik ben nogal een onzekere mens. Dan ga je je automatisch wat terug­houdender opstellen. Maar dat geldt niet als ik de volle ­verantwoordelijkheid krijg over een project.”

Ebt die onzekerheid ook niet weg naarmate je steeds meer doet?

“Nee. Ik draai al heel lang plaatjes, en ik doe al heel lang opwarming, en elke keer ben ik zenuwachtig. Maar ik heb het ook nodig. Als ik het niet ben, zal ik er zelfs voor zorgen dat ik nerveus word. Ik ben bang het te verknoeien als ik te veel op mijn gemak ben.”

Dit seizoen zal hij wat minder in De ideale wereld ­zitten, vertelt De Leijer, en dat was een bewuste keuze. “Ik wil nog andere dingen doen die ik daar op dit moment niet kwijt kan.” Maar nu ook de opnames voor Hotel Röman­tiek zijn afgerond, komt er nog meer tijd vrij. “Er komt wel weer een project. Waarschijnlijk opnieuw iets voor tv. En als dat niet zo is, ook goed. Dan begin ik zelf aan iets anders.”

Zoals wat?

“Ik droom er al heel lang van om iets op de theaterplanken te doen. Maar ik durf het niet. Je lacht, zie ik. Maar ik ben echt een watje. Ooit ga ik het doen, hoor. Ik schrijf er al vele jaren aan, eigenlijk.”

Aan een avondvoorstelling?

“Ik vrees van wel. (lacht) Maar het is geen comedy. Ik ben niet goed in moppen tappen. Ik wil eerder verhalen ­vertellen, en interactie hebben met het publiek."

“Het grootste probleem is dat ik nog altijd geen reden vind waarom mensen 20 euro zouden moeten betalen om naar mij te komen kijken. Wanneer ik als opwarmer werk, komt het publiek voor het programma, niet voor mij. Dat vind ik een comfortabelere gedachte."

“En toch is rechtstreeks contact hebben met het publiek het liefste wat ik doe, besef ik steeds meer. Als ik dus ooit die klik in mijn hoofd kan maken, doe ik het. Dan heb ik trouwens binnen de twee maanden een show, want ik heb thuis al vijf mappen vol met materiaal.”

Het enige wat je dus nog moet doen, is je eigen ­angsten overwinnen?

“Juist. Want mocht er mij morgen iemand het podium op dwingen, dan weet ik dat ik een uur aan een stuk zal kunnen vertellen. Sterven op een podium, ik vind dat niet erg. Maar die vijfhonderd mensen in de zaal zouden er ineens moeten zitten. (grinnikt) Logistiek gezien is dat moeilijk, ik weet het.”

Misschien moet je het gratis doen?

“Misschien is dat inderdaad de oplossing. (glimlacht) Of ik laat de mensen een cadeautje meebrengen in plaats van geld. Ik ga er eens over nadenken.”

Je staat graag op een podium, je bent publieks­opwarmer en dj: je houdt er duidelijk van om mensen te entertainen.

“Als kind hield ik daar al van. Niet dat ik op tafel sprong om de aandacht te vragen, maar spreekbeurten geven en familieavonden aan elkaar praten, ik vond dat fantastisch. Nog steeds. Als vrienden een feestje geven, doen ze mij het grootste plezier als ik mag tappen of draaien."

“Maar als het feest gedaan is, verdwijn ik weer op de achtergrond. Vraag me na een dj-set niet om op de dansvloer te gaan staan. Ik zal achter in de zaal nog wel een pintje drinken, maar dat is het.”

Het lijkt soms bijna een nadeel voor jou dat je met je kop op tv komt.

“Ik moet daar natuurlijk niet onnozel over doen, in deze sector weet je heel goed dat je een bekende kop kunt ­worden. Binnen de werksfeer, tijdens een opname ­bijvoorbeeld, mogen de mensen mij dan ook vragen wat ze willen. Een mop vertellen, samen op de foto gaan, ik kan daar heel goed mee om. Het hoort erbij."

Beeld Stefaan Temmerman

“Maar als ik in de supermarkt ben en de mensen ­vragen mij: ‘Awel, Sven, wat komt ge kopen?’ dan weet ik echt niet wat ik moet doen. Meestal kijk ik naar de grond en loop ik beschaamd weg. Niet dat die mensen iets fout doen, maar plots komen ze in mijn comfortzone, en dan klap ik dicht."

“Om voor dat kerstfeest een cameraploeg in mijn huis te laten, heb ik trouwens heel veel schroom moeten overwinnen. Ik heb er zelfs nachten niet van geslapen.”

Heb je het gevoel dat je met jouw werk iets ­essentieels doet?

“Nee. Ik vind het fantastisch dat ik mijn boterham ermee kan verdienen, maar ik weet heel goed dat ik met mijn onnozele mopjes de wereld niet ga verbeteren.”

Maar daar heb je geen last van?

“Totaal niet. Mocht ik de capaciteiten hebben om de wereld te verbeteren, zou ik ze gebruiken. Maar ik heb die capaciteiten niet. Als ik toch een avondvullende voorstelling zou gaan doen, zal ik ook niet de man zijn om de mensen met een les naar huis te sturen. Theo Maassen (Nederlandse cabaretier, red.) kan dat wel, entertainen én mensen doen nadenken. Ik heb daar veel bewondering voor, hij is dan ook een van mijn favoriete comedians, maar ik kan het niet.”

'Ik droom er al heel lang van om iets op de theaterplanken te doen. Maar ik durf het niet. Het grootste probleem is dat ik nog altijd geen reden vind waarom mensen zouden moeten betalen om naar mij te kijken.'Beeld Stefaan Temmerman

De Leijer is geboren en opgegroeid in Tervuren, en hij woont er nog altijd. Op 500 meter van zijn ouderlijk huis, zelfs, waar zijn moeder woont. Hij werd groot in de scouts en de jeugdwerking, en organiseerde er talloze ­fuiven en evenementen.

Na economie-moderne talen in het middelbaar moest hij verder gaan studeren, maar dat werd geen succes. Universiteit wilde hij absoluut niet doen – “Ik kan heel koppig zijn als het over mezelf gaat” – en dus werd het graduaat elektromechanica.

“Omdat ik als dj wel eens lampen in en uit elkaar draaide, dacht ik dat dit wel iets voor mij zou zijn. Fout gedacht. Op de eerste lesdag belde ik ’s middags naar huis. ‘Dit gaan we niet doen’, zei ik.”

De volgende dag ging hij nog even terug, maar na een uur hield hij het opnieuw voor bekeken, en reed meteen naar de winkel van zijn ouders om daar te gaan werken. Dat deed hij een jaar, en toen vonden zijn ouders dat hij opnieuw moest gaan studeren. “Het werd marketing. Vol goede moed begon ik. Maar op de eerste dag kwam een afgestudeerde marketeer een toespraak geven aan de eerstejaars, en tijdens zijn speech kon ik alleen maar denken: ‘Ik kan niet veel, maar dit kan ik beter dan jij.’” Einde studies marketing.

Een diploma heeft De Leijer dus nooit gehaald. Spijt heeft hij daar niet van, al zou hij tegen zijn eigen kinderen wel zeggen dat ze moeten studeren. “Maar als het je zo ongelukkig maakt, wat moet je dan doen? Ik paste gewoon niet in het schoolsysteem.”

Kun je eens vertellen uit wat voor nest je komt?

“Uit een heel warm nest. Moeder, vader en één broer Kurt. Hij is regisseur, zijn documentaire over Lefto wordt binnenkort op Canvas uitgezonden."

“Mijn ouders hebben mekaar onvoorwaardelijk graag gezien. Ze deden alles samen. Ze werkten samen – eerst hadden ze een traiteurzaak, later een supermarkt in Schaarbeek – maar ook buiten het werk waren ze altijd met zijn tweeën."

“Hun grootste doel was hun kinderen gelukkig maken. Niet dat ze ons rot verwenden, maar we zijn met heel veel liefde groot geworden. Mijn vader is lang ziek geweest, maar daar hebben wij als kind nooit last van gehad. Mijn ouders leefden ook altijd met opgeheven hoofd. Dus ja, ik zou direct weer tekenen voor mijn jeugd.”

Dat is nogal een ideaalbeeld waarmee je bent ­opgegroeid. Is het iets wat je zelf dan ook nastreeft?

“Ik wil ofwel hetzelfde, ofwel niets. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik lang vrijgezel geweest ben. Omdat ik nooit dacht: dit is het."

“In die zin was Hotel Römantiek soms ook confronterend. Mijn moeder is vijftien jaar geleden weduwe geworden, en ze heeft altijd heel duidelijk aangegeven dat er nooit iemand in de plaats van mijn vader zou komen. Hij was de liefde van haar leven. Ik kan dat snappen, want als je het gevoel hebt dat je het beste hebt gehad, waarom zou je dan nog moeite doen? Maar ik vind het wel heel jammer. Want alleen is alleen. Zeker op latere leeftijd. Toen ik vrijgezel was, was ik jong. Dan heb je veel vrienden en veel werk. Maar op een gegeven moment valt dat weg. Eenzaamheid is echt een gigantisch probleem bij senioren, dat merkten we ook bij Hotel Römantiek.”

Je bent vrijgezel geweest, zei je. Dat ben je dus niet meer?

“Sinds een goed jaar heb ik een lief. Ik ga niet te veel over haar vertellen, dat is een afspraak die we hebben gemaakt, maar ik kan wel zeggen dat ik in haar iemand ben tegengekomen met wie het vanaf de eerste seconde klikte, en bij wie het klopte in mijn hoofd. Ze is iemand bij wie ik mezelf kan zijn, die mij steunt in wat ik doe, en met wie ik mij geweldig amuseer.”

De deelnemers van Hotel Römantiek zijn ‘op zoek naar de liefde van hun leven’, klinkt het. Is dat iets waar je zelf in gelooft, die ene, grote liefde?

“Ik heb vroeger te vaak gedacht dat die niet bestond. Ik vind het ook straf dat ik me nu toch nog zo hard heb ­kunnen geven, dat had ik nooit verwacht."

“Maar als je er nuchter over nadenkt, zullen er wel meer liefdes van je leven rondlopen. Je moet ze gewoon tegenkomen. Ik heb mijn vriendin ontmoet in een après-skibar op reis met Studio Brussel. De kans dat je op zo’n moment iemand tegenkomt voor wie je valt, is heel klein, en voor hetzelfde geld zat ik nu opgescheept met een rare Hollandse die te veel drinkt. (lacht) Maar nee dus, ik geloof niet dat er voor iedereen maar één iemand rondloopt. Ik denk dat je gewoon de grootste gemene deler moet vinden, en hopen dat het fijn is met hem of haar.”

Hebben de vrijgezelle senioren uit Hotel Römantiek je iets geleerd?

“Ze hebben me laten zien dat het gemakkelijker wordt als je ouder bent. Niemand van die mensen kende elkaar, maar daar trokken ze zich niets van aan. Ze wilden zich gewoon amuseren, en dat is ook gebeurd."

“De meesten zijn ook nuchter geworden. Ze hebben veel ervaring, en weten dus heel goed wat ze wel of niet willen. Als ze het gevonden hebben, gaan ze er bovendien volop voor. Ze blijven niet eeuwig nadenken of iemand wel degene is bij wie ze de rest van hun leven willen zijn, nee, ze springen. Het einde komt dichterbij, waarom zouden ze dus wachten tot morgen als ze sommige dingen vandaag nog kunnen doen? Veel twijfel of onzekerheid is er niet meer bij als je ouder wordt. Dat is een comfortabele gedachte, vind ik.”

Het is iets wat je niet bij jezelf herkent?

“Helemaal niet. Daarom ben ik ook vaak niet op voorstellen ingegaan. Oei, dat klinkt nu alsof er elke dag tientallen vrouwen naar mijn hand dingen (lacht), zo bedoel ik het niet. Maar een relatie is geen absolute noodzaak voor mij. Ik heb vrienden die van hun veertiende altijd een lief hebben gehad. Altijd. Omdat ze niet alleen kunnen zijn. Ik ben zo niet. Ik weet dat ik mij snel slecht voel in een intieme relatie. Mijn werk moet kloppen, maar mijn relatie moet nog veel meer kloppen. Als het dat niet doet, hoeft het niet voor mij. Ik kan ook heel goed alleen zijn. Ik heb het zelfs nodig. Uren alleen in de auto zitten, met de perfecte muziek, heerlijk vind ik het.”

Over muziek gesproken: samen met je broer zit je toch in een dj-trio?

“Ondertussen zijn we gestopt met de Discosluts. We hebben dat een jaar of zeven gedaan. Maar ik draai nog altijd – een verslaving waar ik niet van af raak – en als het grote fuiven zijn, neem ik Kurt mee. Een maand geleden hebben we bijvoorbeeld nog in de Charlatan in Gent gedraaid. Heel plezant. Hij 40, ik 37, en dan ’s avonds in de auto samen naar een fuif rijden. Door dat dj’en is onze band hard verbeterd."

“Eigenlijk zijn we altijd een beetje kat en hond geweest. Het is te zeggen: er moet niemand iets slechts zeggen over mijn broer, en omgekeerd, maar als kind maakten we wel vaak ruzie. We zijn heel anders. Het kan ongeloofwaardig klinken, maar hij is heel extravert, en ik ben introvert. Mijn broer kwam vroeger alles aan mij vertellen, en ik vertelde niks terug. Dat vond hij niet altijd even leuk. Maar ik had er geen nood aan.”

Daarstraks had je het zijdelings over je kinderen later, die wil je dus nog?

“Ik heb altijd gezegd dat ik kinderen wil, maar als je zo lang vrijgezel geweest bent, denk je op den duur dat het niet voor jou zal zijn. Maar plots is het leven wat veranderd in dat opzicht, dus ergens denk ik toch dat ik nog vader zal worden. Het voordeel als man is dat je nog tijd hebt, hé. (lacht) En ik zie er nog geweldig jong uit, dus ik zal niet uit de toon vallen aan de schoolpoort.”

In Hotel Römantiek zijn het mannen en vrouwen die met elkaar daten, maar holebi’s vallen er niet te bespeuren.

“Het was zeker geen bewuste keuze om geen holebi’s onder de deelnemers te hebben. We hebben er gewoon geen gevonden. Vooraf hebben we op verschillende manieren naar singles gezocht om deel te nemen aan ons programma: op straat, in rusthuizen, op feestavonden, via rechtstreekse oproepen, en er zat nooit iemand bij die holebi was. Jammer, eigenlijk. Aan de andere kant: stel dat er één of twee holebi’s geweest waren, doe je hen dan een plezier met zo’n beperkte keuze te hebben, terwijl de hetero’s uit vijftien mensen kunnen kiezen? Maar je hebt een punt. Misschien is het iets voor een tweede reeks.”

Zou je zelf meedoen aan dit programma?

“Nooit. Ik zou er heel slecht in zijn. Over mijn emoties vertellen, dat kan ik niet. Eigenlijk heb ik nu al veel meer verteld dan gewoonlijk. Ik hou graag alles onder controle. Daarom zit ik ook zo weinig in tv-programma’s die ik zelf niet mee maak. Voor Beste vrienden hebben ze mij ooit gevraagd, maar ik zal een van de weinigen zijn die dat geweigerd heeft. Het zegt mij niks om aan een spel deel te nemen waar anderen de regie over hebben.”

Wie zou je beste vriend zijn in dat programma?

“Ik heb niet echt één beste vriend, maar als ik een bekend iemand zou moeten meenemen, zou het Adriaan Van den Hoof zijn. We hebben een goeie, leuke band. Maar eigenlijk ken ik niet zo veel andere BV’s. Ik ga ook nooit naar feestjes. (lacht) Eigenlijk ben ik een heel saaie mens.”

Wat voor mensen zijn je vrienden?

“De meeste van mijn vrienden ken ik al heel lang, en komen uit mijn oud-scoutsgroep. Van de vrienden die het dichtst bij mij staan, zijn er geen vier of vijf die me niet kennen van vroeger.”

Heb je ook vijanden?

“Oei, ik hoop van niet. Er zullen wel veel mensen zijn die mij niet kunnen uitstaan. Ik kan dat zelf ook heel goed, mensen niet uitstaan. En ik ben rancuneus. Als je echt mijn hart raakt, of mij een mes in de rug steekt, dan is het je beste dag niet. Dagen, eigenlijk, want ik zal dan alles, alles doen om je het leven zuur te maken."

“Als kind ben ik een tijd gepest. Zoals veel kinderen, waarschijnlijk. Elke dag was het wenen, wenen, wenen. Tot ik plots in mijn kop de klik maakte dat ik werd gepest omdat ik dik was, door een jongen die zelf ros haar en sproeten had. Toen dacht ik plots: ‘Kerel, je hebt mij avonden aan een stuk doen wenen, nu is het mijn beurt.’ Dat werd mijn missie. Ik heb die kerel dus echt keihard teruggepest. Zo hard dat hij van school veranderd is. Voor alle duidelijkheid: dat rancuneuze vind ik een erg lelijke kant van mezelf, en het is echt heel zeldzaam dat die karaktertrek de kop opsteekt.”

Wat is tot nu toe je grootste geluk geweest?

“Dat ik erin slaag om vrij zorgeloos door het leven te gaan. Ik maak me wel druk in dingen, maar ik ben me er zeer van bewust dat ik geluk heb met het leven dat ik leid.”

Er zit geen verborgen, duistere laag in Sven de Leijer?

“Nee, maar ik ben soms wel bang dat die er toch ooit zal zijn. Een depressie of een burn-out kan snel toeslaan. Ik hoop echt dat ik het nooit moet meemaken.”

Is er iets wat je doet om het tegen te houden?

“Ik probeer zo vrolijk mogelijk in het leven te staan. En dat lukt meestal heel goed. Wandelen in het bos helpt volgens mij ook. Ik woon vlak bij het bos, en zit er minstens vier ochtenden per week een uur of twee in. Heel therapeutisch. En ik krijg er een hoop ideeën van. Veel meer dan als ik de hele dag op een redactie moet zitten.”

Wat is het grootste drama geweest in je leven?

“Het verlies van mijn vader. Dat is het enige drama geweest tot nu toe. Ik heb ook al grootouders verloren, en daar heb je ook verdriet van, maar mijn vader, dat klopte niet. Hij was veel te jong. Ik had een gigantisch goede band met hem. Ik mis hem nog elke dag.”

Van wie heb je het meest geleerd in je leven?

“Professioneel gezien zijn dat een aantal mensen die zich over mij ontfermd hebben. Rob Vanoudenhoven heeft mij in de sector van het opwarmen gebracht. En met Sem Van Hellemont en Michiel Devlieger heb ik fantastisch samengewerkt voor De laatste show. Als ik miserie heb op professioneel vlak, zal ik die twee nog altijd bellen."

“En dan is er nog Carl Dircksens, die al sinds De laatste show mijn vaste collega is. We bedenken samen ideeën, we draaien samen, en wegens mijn brave inborst moet hij ook vaak zorgen voor de spreekwoordelijke peper in mijn gat. (lacht)

'Ik wil mezelf nooit kunnen verwijten dat ik door mijn eigen luiheid iets niet heb kunnen bereiken.'Beeld Stefaan Temmerman

“Los daarvan zijn het toch mijn ouders van wie ik het meest geleerd heb. Zij hebben me tenslotte mee gevormd tot wie ik ben. Mijn vader had een gezond boerenverstand. Logica was voor hem heel belangrijk, net zoals beleefdheid en respect. Het zijn waarden die ik nooit in twijfel wil trekken. Omdat ze ervoor zorgen dat je op een goeie manier kunt samenleven. Ik vind het ook belangrijk dat mensen af en toe net iets meer moeite doen. Ik wil mezelf nooit kunnen verwijten dat ik door mijn eigen luiheid iets niet heb kunnen bereiken. Talent heb je of heb je niet, maar voor de rest ben je zelf verantwoordelijk."

“Zijn dat grote waarden? Nee, het zijn simpele zaken. Maar ze zorgen er wel voor dat ik er mijn leven goed door kan leiden. En dus zijn ze essentieel.”

Hotel Römantiek

Hotel Römantiek (uit te spreken als ‘reumantiek’) is een programma over senioren die single zijn. Samen met Otto-Jan Ham en actrice Frances Lefebure neemt Sven de Leijer een groep van vrijgezelle mannen en vrouwen mee naar Zwitserland, en bezorgt hen daar een vakantie van twee weken vol activiteiten, ontmoetingen, en misschien ook een nieuwe relatie. Vanaf 9 februari elke donderdag om 20.35 uur op VIER. 

Wie is Sven de Leijer (37)?

Geboren in Tervuren

Werd door Rob Vanoudenhoven in de televisiewereld gebracht

Begon in 2002 te werken als publieksopwarmer, en doet dat nog steeds

Werkt sinds 2008 voor en achter de schermen bij Woestijnvis

Kwam in 2009 voor het eerst op tv bij De laatste show met een rubriek over tv-kijken (‘Goed gezien’)

Is sinds 2014 vast panellid bij De ideale wereld op Canvas

Presenteert Achter de rug en straks ook Hotel Römantiek op VIER

Werkt ook als dj

In 'De ideale wereld' met Otto-Jan Ham en Jelle De Beule.Beeld Joost Joossen
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234