Zondag 07/03/2021

'Voor hetzelfde geld was ik nu een goede bakker'

Het had Londen, New York of Los Angeles kunnen zijn, want Praga Khan en Lords of Acid, twee danceprojecten van Maurice Engelen, zijn er zeer big, maar we spreken af op de markt in Aarschot. Glamour valt daar niet te rapen en dat is tussen de succesvolle tournees door ook de bedoeling. 'Voeten op de grond houden', het valt meer dan eens in het gesprek. 'Ik probeer wat ik doe gewoon zo goed mogelijk te doen. En ik respecteer iedereen die dat doet, ook wie iedere dag naar de fabriek gaat.'

Betty Mellaerts / Foto Stephan Vanfleteren

'Met Praga Khan hebben we filmmuziek gemaakt, voor het Koninklijk Ballet van Vlaanderen gewerkt en met een symfonisch orkest opgetreden op het verjaardagsfeest van koning Albert. Daarnaast heb ik al experimentele kunst geïntegreerd in onze shows. Op een dag had ik het idee om met de beste artiesten uit al die kunstrichtingen één show te maken. Iedereen aan wie ik het vroeg, wilde meedoen met het waanzinproject, dat 'The Next Dimension' zal heten en in het najaar in première gaat. Als ik ooit zenuwachtig zal zijn in mijn carrière, zal het de avond zijn waarop ik die kruisbestuiving in een doorlopende voorstelling aan het publiek presenteer. Dan zitten niet alleen onze fans in de zaal, maar mensen uit alle sectoren, en die zullen we allemaal moeten overtuigen. We spelen de show bovendien maar in theaters voor zeven- of achthonderd man en de productie is zo duur dat we er geld aan verliezen, zelfs al verkopen we uit. Maar mijn droom wordt werkelijkheid en het is een logische evolutie in mijn carrière. We hebben zo dikwijls op festivals gestaan en in het buitenland gespeeld, daarmee zijn we vertrouwd. Ik wil concepten maken, al is het voor een beperkt publiek. Het gaat mij om de voldoening die ik er zelf uit kan halen.

"Ik ben altijd met verschillende projecten tegelijk bezig geweest omdat ik zoveel creativiteit heb dat ik niet kan wachten. Kijk, je brengt een plaat uit en dan duurt het vier tot zes maanden eer je weet of het een succes wordt. Ik kan ondertussen toch niet met mijn duimen zitten te draaien? En dus bracht ik telkens nieuwe platen uit, onder een andere naam. Op de duur had ik achttien verschillende projecten. Maar als het goed gaat, ontstaat er een luxeprobleem. Praga Khan en Digital Orgasm werden een succes in Engeland, Lords of Acid was populair in Amerika, Channel X in Japan. Ik heb dan maar meer mensen bij die projecten betrokken om te vermijden dat het publiek zou denken dat het tijdens een optreden altijd dezelfde groep was die er stond. We werden een collectief. We hebben zelfs tournees gedaan in Amerika waar ik met Praga Khan het voorprogramma speelde van Lords of Acid. Ik kan mij perfect in die twee werelden verplaatsen omdat ze muzikaal een totaal andere richting uitgaan. Bij Praga Khan zing ik bovendien zelf. Lords of Acid maakt gebruik van zangeressen en het project heeft altijd een kinky trekje gehad. Dat is gegroeid uit die eerste plaat, die een seksueel karakter had met veel humor. Dat zijn we blijven uitspelen, ook in de shows. Ik hou er wel van. We leven nu eenmaal in een Adam en Eva-wereld en iedereen is geïnteresseerd in seks. Maar er gebeurt nooit iets schokkends op het podium. We hebben overal kunnen spelen waar we wilden, zelfs in Amerika, toch een puriteins land. Veel Amerikaanse groepen hebben ons proberen na te doen, maar ze zijn er nooit in geslaagd, precies omdat ze het seksuele aspect te ernstig opvatten. Dan wordt het allemaal heel hard en donker. Voor mij moet het geestig blijven. Onlangs stond er in een artikel: Praga Khan is de Benny Hill van de sm-rockcultuur. Dat vond ik wel iets hebben. Het vreemde is dat ze onze humor altijd begrepen hebben in Amerika, maar in België snappen alleen onze vaste fans die. Daarom kan een nummer als 'Pussy' in Amerika samenlopen met de Vagina Monologues, terwijl ze dat hier maar platvloers vinden. De enige verklaring die ik daarvoor heb, is dat de fans in Amerika met ons meegegroeid zijn. Hier zijn we pas veel later bekend geworden.

"Ik heb het graag druk, ik werk het best onder stress. Hoe meer, hoe beter. Ik heb nooit het gevoel dat ik werk, maar er moet wel afwisseling zijn. Ik zou niet graag zoals sommige rockbands een plaat maken en dan twee jaar lang met dat album toeren, ik probeer onze optredens altijd te vernieuwen. Als een plaat klaar is, stap ik in mijn auto en rijd ik zover als de cd duurt. Dan keer ik terug en beluister alles nog een keertje. Ondertussen denk ik na over wat er allemaal in die periode gebeurd is, en dan is het voor mij afgesloten. Daarna moet ik aan iets anders kunnen beginnen en luister ik zelden nog naar die plaat. De enige nummers die ik van vorige albums nog hoor, zijn degene die we live spelen in de set. We hebben de muziek gemaakt, de teksten geschreven, weken naar het materiaal geluisterd om zanglijnen te bedenken en daarna dagen in de studio gezeten om te mixen. Dan heb ik het wel gehoord.

"Ik ben snel verveeld, ja. Ik kan ook heel moeilijk nietsdoen. Als ik met mijn vrouw met vakantie ga, moet ik mij gedurende drie, vier dagen aanpassen om in dat tragere ritme te geraken. Als ik in Amerika op tournee ben, wat fysiek vrij zwaar is, dan kijken de andere muzikanten uit naar een vrije dag, maar voor mij is zo'n rustdag een absolute ramp. Dan zit ik daar duizenden kilometers van huis te niksen. Wat moet ik een hele dag op een hotelkamer doen? Voor mijn part mogen we 45 dagen na elkaar optreden. Graag zelfs, ik heb veel energie. Ik heb ook altijd veel aan sport gedaan. Gewoonlijk loop ik 's morgens 10 kilometer, dat is een uurtje, en als ik in de studio werk of optreed, leef ik vrij Spartaans. De meesten gaan na zo'n dag nog een pint pakken, maar dat is gevaarlijk om te blijven hangen. Ik ga na het werk meteen slapen. Mijn medewerkers vinden mij een slavendrijver, maar ik heb van mijn hobby mijn beroep kunnen maken. Ik doe wat ik graag doe en klaag niet, ook al laten ze mij 24 uur per dag en zeven dagen in de week werken.

"Die discipline heb ik gehad zo lang als ik het me kan herinneren. Dat heeft veel te maken met het feit dat ik als jonge gast op internaat heb gezeten. Mijn ouders waren zelfstandigen, zij konden niet de hele tijd met mij bezig zijn en ik was er wel graag. Het had voor- en nadelen. Toen moest je nog tot zaterdagmiddag op school blijven en op zondagavond alweer binnen zijn. Dat waren korte weekends, maar het gaf structuur aan mijn leven. Daarna ben ik vrij jong gaan werken. Op mijn zeventiende stapte ik om vijf uur de fiets op en reed ik door de kou naar een of andere beenhouwerij om in de diepvriezer hespen te gaan uitbenen. Terwijl ik al bevroren was van ernaartoe te rijden. Voor ik met mijn zaak begon, heb ik ook nog in fabrieken gewerkt. Ik weet dus wat mensen moeten doen om geld te verdienen. Als ik hard moet werken, denk ik daar even aan terug. Daarmee vergeleken hebben wij nog altijd een luxeleven.

"Het klinkt misschien raar, maar die slagersopleiding volgde ik om mijn ma een plezier te doen. Mijn pa is plotseling gestorven, toen ik elf was. Hij was nog maar vierenveertig. Zijn vroege dood heeft me getekend. Ik voelde mij machteloos. Ik was nog te klein om mijn moeder echt te kunnen helpen, maar ik wilde haar ook niet tot last zijn. Ik wist dat zij graag wilde dat ik slager werd, maar ik had er totaal geen benul van wat dat was. Ik heb ook kracht geput uit de dood van mijn vader. Het heeft me aan het denken gezet, ik besefte dat ik gezond moest leven en aan sport moest doen. Misschien heeft het feit dat ik niet het verwende zoontje ben geweest, mij ook geholpen. Nu, dit gezegd zijnde, ik had mijn pa natuurlijk liever gehouden. "Ik wilde sinds mijn zevende iets worden in de muziek, al had ik nooit aan zanger gedacht. Ik was gepassioneerd door muziek, luisterde naar alles. In de rockwereld verklaren ze mij zot als ik zeg dat ik voor alle soorten muziek respect heb, zolang het maar goed gemaakt is. Maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik was altijd heel emotioneel gepakt door muziek en dat heb ik nog altijd. Van een liedje als 'Congratulations' van Cliff Richards kon ik me ongelooflijk happy voelen. Ik viel toen ook al voor visuele groepen zoals Nina Hagen, Alice Cooper of Kiss. Showbusiness is showbusiness, vind ik. Er moet iets te zien zijn. Dat kan door je in een mooi pak te steken zoals Helmut Lotti, maar ook door er extravagant uit te zien. Liberace, Elvis Presley, Eddy Wally, voor mij kan het allemaal, zolang het beeld en de muziek maar kloppen. Ik moet mezelf in de spiegel kunnen zien als Praga Khan voor ik het podium opstap. Mijn make-up heeft ook met verlegenheid te maken. Als ik mij opmaak, zet ik een masker op waarachter ik iemand anders word, zoals een acteur die een rol speelt. Maar zo loop ik overdag niet rond. Ik ben een artiest op het podium en in de studio, maar daarbuiten wil ik op een terras kunnen zitten, naar het voetbal gaan of op de dijk wandelen met mijn vrouw zonder er extravagant uit te zien. Ik zet wel een pet en een zonnebril op als ik buitenkom. En als het kan, zal ik een blokje omlopen om mensen te ontwijken. Geen idee hoe het komt dat ik dat blijf doen, want ik weet inmiddels wel dat iedereen altijd heel vriendelijk is tegen mij.

"Rond de platen waar ik van hield, bouwde ik een hele fantasiewereld op en de teksten ontleedde ik maniakaal. Ik was fan van de groep Jethro Tull. Zij hadden een album, Minstrel in the Galery. Het nummer 'Pig-Me and the Whore' begint zo: 'Big bottled Fraulein, put your weight on me, said the pig-me to the whore, desperate for more in his assault upon the mountain'. Dat vond ik een ongelooflijk kinky zin. Ik zag zo voor mij hoe ze dat nummer beleefd hadden en wat er allemaal gebeurd kon zijn. Wat een werk, dacht ik, om zo'n geniale tekst in mekaar te steken. Maar een jaar of tien geleden kom ik Ian Andersen tegen. Ik vertel hem hoe fantastisch ik zijn teksten vind. Zegt hij mij: 'Eigenlijk schreef ik zomaar iets op, ik dacht: de mensen moeten er zelf maar iets van maken'. Dat deed pijn, snap je? Eenzelfde verhaal heb ik meegemaakt met Peter Koelewijn. Ik was gek op het album Het beste in mij is niet goed genoeg voor jou. Ik stelde me voor hoe triestig Koelewijn in die studio had gezeten, vol liefdesverdriet. Later hoorde ik van iemand die bij de opnamen was wat een feest het was geweest. Dan gaat er toch een droom verloren.

"Na dat gesprek met Andersen heb ik zelf ook wat geëxperimenteerd met teksten. 'Elephants with wings walk on a market.' Het was leerrijk om te zien hoe iedereen dat op een andere manier heeft geïnterpreteerd. Maar meestal komen de teksten uit mezelf. De meeste ideeën vind ik als ik op tournee ga omdat ik dan met veel mensen in contact kom die de meest waanzinnige dingen doen. Zo ontmoette ik in Amerika een meisje dat de naam Praga Khan in haar been had gekerfd. De man die haar vergezelde, vertelde me dat hij haar had kunnen overtuigen om mee te komen naar het concert, maar dat ze normaal gezien niet buitenkomt omdat ze aan automutilatie doet. Dat greep me aan en ik wou er alles over te weten komen om in haar leefwereld te kunnen treden. Omdat ik in mijn kennissenkring niemand ken die dat doet, ging ik op internet zoeken. Ik tik één keer 'selfharm' in en ik krijg honderden sites waarop men over dat fenomeen praat. Duizenden mensen zijn ermee bezig en dus vond ik dat er een nummer over mocht worden geschreven. De meesten zitten met hun probleem immers opgesloten in een kamertje, ze weten er ook geen raad mee, ze weten niet eens wat hen overkomt. Door dat nummer zal ik misschien niet echt kunnen helpen, maar als iemand er iets aan heeft, ben ik blij.

"De eerste keer dat ik besefte wat ik voor sommige mensen beteken, was in Miami, waar ik op een symposium moest spreken. Daarna was er een optreden in een discotheek. Er kwam een meisje naar mij toe gelopen: 'Fantastisch dat je er bent, mijn vriend gaat het ongelooflijk vinden'. Die man had tien uur met de auto gereden om mij te zien en bleek alles te kennen wat ik in mijn leven had gedaan. Daar stond ik van te kijken. Vaak komen mensen mij na een concert ook bedanken omdat mijn muziek hen door moeilijke tijden heeft geholpen. Nu, iedere groep zal wel vreemde dingen meemaken, maar in Amerika is het natuurlijk nog anders dan hier. Ik kreeg pas nog een mail van een vriend van iemand die zelfmoord had gepleegd terwijl onze plaat opstond. Hij vroeg zich alleen maar af welk nummer hij het laatst had gehoord. Wat moet ik daarbij denken? Ik heb ook ooit een meisje teruggevonden. Ze was er samen met een vriendin na een ruzie al liftend van doorgegaan. Zij reageerde op niets meer, ze had alleen nog contact met onze fansite. Haar familie wist dat en heeft mij gevraagd of ik haar een bericht wilde sturen. Ik heb dat gedaan en het is gelukt, het meisje is terug naar huis gegaan. Dat zijn toch superdingen? Er zijn ook fans die sinds het ontstaan van de website in 1995 iedere dag op het guestbook van Praga Khan zitten, die luisteren naar niets anders.

"Ik sta daar niet boven, ik leer er ook veel van. Als je ergens afgezonderd leeft in je studioke kun je helemaal fout zitten zonder dat je het weet. Ik probeer wel de verafgoding naar beneden te halen. Het mag toch niet te ver gaan, vind ik. Daarom eis ik van de groep dat er in Amerika na een concert een handtekeningensessie gehouden wordt, zodat de fans ons kunnen ontmoeten en kunnen zien dat we gewoon toffe gasten zijn who care about their fans. Ik probeer wat ik doe gewoon zo goed mogelijk te doen. En ik respecteer iedereen die dat doet, ook wie iedere dag naar de fabriek gaat. Ik zit toevallig in de muziek, maar voor hetzelfde geld was ik nu een goede bakker en waren er mensen die dat fantastisch vonden. Nu zijn het er alleen maar een beetje meer. Je moet kunnen relativeren. Al doe ik dat misschien wat overdreven veel. Bij de groepsleden heb ik daar soms problemen mee. Dan hebben we een enorme show gegeven en ik relativeer dat succes meteen. Dat is natuurlijk ook niet goed. Maar misschien weet ik een beetje te goed hoe snel het allemaal voorbij kan zijn."

'Beenhouwer zijn, het was niets voor mij. Ik wilde in de muziek geraken, maar ik kende niemand. Ik woonde in Herselt, een dorp in de Kempen. De strafste groep uit de buurt had al in het dorp ernaast gespeeld, en meer viel er niet te beleven. Ik dacht: het beste middel om in het wereldje te geraken is zelf een optreden te organiseren. De volgende stap was het management van een aantal groepen verzorgen. Ik organiseerde graag, ik had er voldoening van dat alles tot in de puntjes in orde was. Daarna heb ik met een vriend een platenfirma opgericht om het materiaal van die bands uit te brengen. Veel groepen uit de alternatieve scene, het elektronische genre, konden geen platencontract versieren. Antler werd uiteindelijk een toonaangevend label voor Belgische dancehits. Voor een appel en een ei brachten wij die platen in de winkels, we zetten kleine festivals op en in Aarschot heb ik nog een discotheek gehad. Op zaterdag kwam er veel volk over de vloer en hadden we inkomsten. Op zondag deden we dat geld weer op door groepen te programmeren die op weinig andere plaatsen konden spelen. Ik vond die muziek ondergewaardeerd, die kwaliteit moest naar buiten komen. Dat moet een missie geweest zijn in mijn brein, die mij overigens veel geld heeft gekost. Maar er is ook een mijlpaal gezet. Elk groepje dat in dat genre in België bestond, heeft er gespeeld.

"Toen kwam in 1988 de new beat op en begon die elektronische muziek in het buitenland plots te verkopen. Dat werd in de Belgische pers totaal genegeerd, maar het was voorpaginanieuws in de internationale muziektijdschriften. Ik stelde een verzamelalbum samen, New beat, Take one. Iedereen zei dat ik zo zot geworden was als een deur. Drie maanden later waren er vijftigduizend exemplaren van verkocht, wat nog nooit gebeurd was met een compilatie van Belgische artiesten. Ondertussen werd ik gevraagd om nummers te remixen, en omdat er in België zo weinig aandacht voor dat soort muziek was, ben ik in het buitenland gaan werken. Ik heb in Londen en in New York gezeten, heb er contacten gelegd en platen gemaakt. Zo heb je na verloop van tijd nog weinig met je eigen land te maken. We hadden voor onze projecten geen Belgisch management, alles werd geregeld vanuit Los Angeles of Londen, en dan werk je vanzelf veel internationaler. Hoe hard er in België ook mag worden geroepen, internationaal stel je niet veel voor zolang je met de fundering van je organisatie niet vanuit het buitenland vertrekt. "Ik werk met twee muzikale partners, Olivier Adams en Ludo Camberlin, die eveneens erg snel de mogelijkheden zagen van de computer in de muziek. Maar we kregen veel kritiek. Praga Khan werd in België bijna gekruisigd omdat we gebruikmaakten van de nieuwe technologieën. In Amerika werden we ervoor geprezen. Daar werden we zelfs opgenomen in een boek met de honderd meest gewaardeerde producers die de muziek vooruit hebben geholpen. Dat is hetzelfde fenomeen als toen de elektrische gitaar eraan kwam. Daar waren ze ook tegen omdat het zogezegd geen muziek was. Je kunt de vooruitgang niet tegenhouden en nu gebruikt iedereen computers, ook in België.

"De eerste Praga Khan-single had alleen succes in Argentinië, de volgende ook in Engeland. We maakten break beat, een typisch Engels fenomeen. Wij werden zelfs beschouwd als een Engelse groep en speelden alleen nog in landen die door de Engelse hitparade beïnvloed werden. Ineens zaten wij in Japan en in Amerika, en stonden we daar met Lords of Acid aan de top van de clublijsten. De Amerikanen vroegen ons een plaat te maken die helemaal gefocust was op hun markt. We maakten ze tussen twee tournees door, in drie weken tijd. Twee jaar later waren er meer dan vijfhonderdduizend exemplaren van verkocht. Misschien was het net goed dat we als een wervelstorm over die plaat heen zijn gegaan. Alle emoties die je in drie weken tijd voelt, staken erin. We bleven toeren. Voor we het goed en wel beseften, waren we tien jaar weg uit België. Hier werd niet over ons gesproken. Toen we in 1998 terugkwamen, leken we een nieuwe groep, maar in onze biografie stond dat we voor Jean Michel Jarre geremixt hadden en voor White Zombie, dat we een album hadden gemaakt voor Mortal Kombat, meewerkten aan de muziek voor de films Sliver en Basic Instinct en honderden concerten hadden gespeeld. Twee jaar later sloten we als eerste Belgische groep het hoofdpodium van Werchter af, een ongelooflijke blitzcarrière. Toch blijft onze muziek in België nog altijd een moeilijke zaak. Sommigen blijven erop neerkijken omdat ze door computers is gemaakt. Maar wat maakt het mij uiteindelijk uit? Zolang de fans het goed vinden, hoef ik geen Awards te winnen."

'Door de drukte van het optreden heb ik mijn zoon niet van nabij zien opgroeien. Zijn wonderjaren heb ik gemist. Ik heb altijd mijn best gedaan om dat zo goed mogelijk op te vangen, maar je kunt de klok niet meer terugdraaien. Hij is nu negentien en af en toe draaien wij in discotheken samen dj-sets, hij neemt me niets kwalijk. We hebben een vader-zoonrelatie, maar we zijn tevens goede vrienden. Het succes heeft me niet veranderd, zeker niet in de omgang met mensen. Ik ben alleen noodgedwongen wantrouwig geworden. Het is al verschillende keren gebeurd dat ik met iemand een erg goede band heb en dat dat vertrouwen toch beschaamd wordt. Meestal omdat ze denken dat ik toch geld genoeg heb.

"Ik weet dat hier het idee leeft dat ik in het geld zwem, maar dat is een heel verkeerd idee. Een groep als Lords of Acid op tournee sturen in Amerika kost enorm veel geld, en dat bekostigen we allemaal zelf. Voor je dat bedrag terugverdiend hebt, ben je wel even bezig. Ik werk ook altijd in een team, er moeten mensen betaald worden, studio's, we investeren in materiaal, er moeten decors gebouwd worden. Dat zijn allemaal dure zaken. Toch doe ik eigenlijk altijd meer dan ik zou moeten als iemand mij een opdracht geeft. Ik wil de mensen niet ontgoochelen. Dat had ik vroeger al. Ik had een minderwaardigheidsgevoel en deed altijd mijn uiterste best. Dan studeerde ik zo hard als ik kon om bij de beste van de klas te horen. En als ik ging voetballen bleef ik maar trappen in weer en wind, zodat ik op mijn zestiende in het eerste elftal stond.

"Alles wat men mij ooit heeft gevraagd, heb ik tot een goed einde proberen te brengen. Mijn zoon doet dat ook, en dat vind ik fijn aan hem. Het getuigt van respect. Ik zou het gewoon heel erg vinden om iets af te leveren waarvan de mensen zeggen: dat is tamelijk goed. Neen, ze moeten er supertevreden over zijn. Daarom kan kritiek hard aankomen. Als die gegrond is, kan ik het wel aan. Maar als ze nergens op slaat, zoals dikwijls gebeurt, dan vind ik het erg. We deden eens een optreden, ik geloof in Werchter. We hadden hemel en aarde bewogen om met het budget dat wij hebben voor het podium grote poppen te laten maken waar rook uitkwam. Het zag er fantastisch uit. Dan doe je al die moeite, maar lees je in de krant: 'Praga Khan zag eruit als de Pink Floyd van de Aldi'. Ik vind dat niet terecht. Geef mij het budget van Pink Floyd en ik zet ook zo'n show neer. Je moet alles in verhouding zien. Wie zoiets schrijft, maakt zichzelf belachelijk. Het maakt mij kwaad, maar ik steek er geen energie in. Ik ga door, begin aan iets anders te werken. Ik maak ook weinig ruzie omdat ik dat zo'n verspilling van tijd vind. Na drie dagen kwaad zijn kom je toch weer uit op het punt waar je vertrokken bent. Tijd is heel kostbaar, er zijn al te weinig uren in een dag. Al de dagen die je verliest zonder iets creatiefs te doen of omdat je je slecht voelt of ruziemaakt, zijn weg. Die komen niet meer terug. Op het nieuwe album heb ik een nummer gemaakt over tijd, om de mensen er eens over te laten nadenken. Het leven is een flits, het vliegt voorbij. Dat idee kan je ook door moeilijke momenten helpen. Als ik een festivalpodium moet opstappen, denk ik: over een uur is het alweer afgelopen. En at the end of the day: wat betekent een optreden in het licht van het universum? "Ik heb vroeger ook tijd verloren, ik was niet zo goed georganiseerd. Optredens en plaatopnames overlapten elkaar. Er is een tijd geweest dat ik constant weg was, alleen maar een paar dagen thuis om opnieuw mijn koffers te pakken en weer het vliegtuig in. Op een bepaald moment kwam ik thuis van Japan. Rond de tafel zit mijn vrouw met vier of vijf vriendinnen. Ik sta daar, mijn bagage in de hand. Ze bekijken mij met een air van: 'Ben jij hier ook nog?'. Dat was als de tik van een hamer tegen mijn hoofd. Toen dacht ik: nu moet er een beetje verandering in de zaak komen. Nu baken ik alles beter af, zodat ik tijd heb om te werken, maar ook om samen met mijn vrouw eens naar de Ardennen te rijden of op reis te gaan. "Ik heb haar in 1976 leren kennen. We hebben vijf jaar gevreeën en zijn nu bijna een kwarteeuw getrouwd. Terwijl ik weg was, heeft zij haar eigen leven opgebouwd, haar interesses uitgewerkt. Dat heeft ons overeind gehouden. We hebben er wel even aan gedacht om te verhuizen. In 1996 zijn we in Los Angeles gaan kijken om een pand te kopen, maar ik was hier nog altijd de baas van een platenfirma, mijn zoon zag het niet zo zitten om te vertrekken, mijn vrouw liet niet graag haar vriendenkring achter en Praga Khan kreeg net voet aan de grond in Europa. Dus hebben we maar wijselijk beslist hier te blijven. En dat was goed. Als ik zie hoe de mensen ginder leven, van de ene party naar de andere, dat is niets voor mij. Ik wil mezelf best iets gunnen, maar ik moet er toch eerst iets voor gedaan hebben. In ons vak zijn de verleidingen heel groot, maar ik kan een lange lijst maken van de groepen die ik in al die jaren heb zien komen en vooral heb zien gaan. Bijna altijd gingen ze ten onder omdat ze niet konden weerstaan aan drank, drugs of vrouwen.

"Ik weet dat men denkt dat ik ook wel aan de drank of de drugs zal zitten. Dat leidt men dan af uit een hit als 'Breakfast in Vegas with cocaine and gin', maar dat nummer heb ik geschreven na het zien van de film Leaving Las Vegas. Zoals ik voor het nieuwe album ben beïnvloed door de film Seven. Maar die zeven hoofdzonden heb ik niet allemaal meegemaakt. Ik heb nooit behoefte gehad aan andere vrouwen of drugs, en al helemaal niet tijdens de creatie van een plaat. Ik heb van mezelf zoveel fantasie en ik ben zo visueel ingesteld dat ik dat niet nodig heb. Men zegt soms: een artiest die geen drugs neemt, is geen artiest. Wel, dan ben ik er maar geen. En het blijft grappig als ik tijdens een gesprek keer op keer hoor zeggen: 'God, Maurice, ik had mij u helemaal anders voorgesteld'."

De nieuwe cd 'Electric Religion' van Praga Khan komt op 19 april uit.

Maurice Engelen maakt de muziek voor 'Niets', een theater- en multimediaproject voor jongeren gebaseerd op 'Niets is alles wat hij zei', het jeugdboek van Nic Balthazar. Spel: Roel Vanderstukken. Op 20, 21 en 22 mei in de Tinnen Pot in Gent (reservering 09/225.18.60) en op 27, 28 en 29 mei (reservering: 03/225.18.60) in het Raamtheater op 't Zuid in Antwerpen, telkens om 20 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234