Woensdag 16/10/2019

Rage room

Voor het eerst in België: de rage room, een kamer waar je voor 150 euro alles mag kapotslaan

Onze stevig ingepakte journaliste klopt er duchtig op los in rage room Wreck It in Brugge. Alles wat je er ziet, mag kapot. Beeld Thomas Sweertvaegher

‘Anger rooms’ zijn mateloos populair in het buitenland, en sinds kort heeft ook België een plek waar je op opzwepende muziek dingen aan diggelen mag meppen. Maar is het even louterend als dat het leuk is? Katrin Swartenbroux deed de test.

Het glazen tafelblad spat onder mijn sloophamer in duizenden stukjes uit elkaar. Ik schrik harder dan ik wil toegeven. Ik dacht dat het ding doormidden of hooguit in een viertal scherven zou knappen. De oorverdovende knal waarmee het voormalige meubelstuk zich besloot over te leveren aan mijn nochtans miezerige armkracht rinkelt nog na in mijn oren. Is dit normaal? Zou ik iemand geraakt hebben? Hoe duur was dit ding? Er schieten verschillende gedachten door mijn hoofd. Niet één ervan is: ‘En wie gaat dat hier nu allemaal opkuisen?’

Nice!”, klinkt het vanachter een muurtje. Michaël Bernaert (27), de eigenaar van de tafel, steekt zijn duim goedkeurend omhoog terwijl hij wat glasscherven van zijn schouder borstelt. Ik heb hem net betaald om zijn bezit aan gruzelementen te mogen slaan.

Bernaert is de uitbater van Wreck It, de eerste en enige rage room van ons land. Rage rooms of anger rooms winnen al enkele jaren aan populariteit aan de overkant van de oceaan, en sinds november heeft nu ook België, meer bepaald Brugge, een exemplaar. Het principe is simpel: mensen boeken een kamer, laten op voorhand weten welke spullen ze willen kapotmaken, kiezen hun muziek, ondertekenen papieren voor de verzekering en mogen vervolgens helemaal losgaan. Printers blijken wereldwijd het meest gekozen item om te vernietigen – niet vreemd gezien die ondingen de rechtstreekse boodschappers van Satan zijn. Ze zijn ook niet klein te krijgen, merk ik wanneer ik de koevoet hijgend aan de kant smijt. Mijn beschermingsbril is aangedampt van het zweet, mijn handen trillen en ik ben er zeker van dat ik een spier heb verrekt. De grote Brother vertoont amper deuken.

Apocalypse now

In de naam van grondige journalistiek heb ik het Apocalypse Now-pakket geboekt, het meest uitgebreide dat Wreck it aanbiedt. Voor 150 euro mag ik een uur lang een volledig ingerichte kamer aan gort slaan met honkbalknuppels, sloophamers en een koevoet. Er staat een heus bureautje met stoel, waarop een printer, een computer, en een toetsenbord prijken. Er is een antieke kast met glazen deuren waarin een oud servies tentoongesteld staat. Een tafel, een lamp, wat stoelen, een televisie, en een waanzinnig arsenaal aan lege wijnflessen waar zelfs ik een tikkeltje verlegen van word.

Nadat ik mijn anderhalvemeterlijfje in een gigantische overall, beschermend harnas, handschoenen en een helm heb gehesen, legt Michaël me de principes uit. Die komen beknopt neer op: alles wat je ziet, mag kapot. Hoewel zijn rage room nog maar drie maanden open is, heeft hij duidelijk geleerd van collega’s als Tom Daly, de uitbater van de Wrecking Club in Manhattan die, nadat hij een koppel ragers een veiligheidsvideo had getoond, zijn laptop in de kamer was vergeten en het ding prompt tot schroot werd herleid. Door de boxen in Brugge galmt de boze bas van Denzel Curry’s ‘Vengeance’. “Hiphop krijg ik hier niet vaak te horen, mensen kiezen meestal voor metal of rock”, vertelt Bernaert wanneer we plaatsnemen in zijn kantoor. “Al komt klassieke muziek ook wel eens voorbij. En één iemand hamerde op Vlaamse schlagers.”

Michaël Bernaert, eigenaar van Wreck It. Beeld Thomas Sweertvaegher

Het zaadje voor Wreck It werd geplant toen de West-Vlaming na een rotdag op het werk een Vice-documentaire over rage rooms zag. “Ik was meteen geprikkeld. Ik droomde altijd al van een eigen zaak en dit was een unieke kans voor België. Toen ik enkele maanden later thuis zat met een schouderblessure, begon het idee vorm te krijgen en stelde ik een businessplan op. Ik dacht: oké, wat heb ik nodig? Een ruimte, een hamer,…”

Relatiebreuk verwerken

Bernaert werd geruggesteund door het succes in de Verenigde Staten, Canada, Rusland, Australië en het Verenigd Koninkrijk. De eerste commerciële rage room zou in 2008 opgericht zijn in Japan (u weet wel, het land waar ze ook speciaal daarvoor ingerichte ‘huilkamers’ voor vrouwen hebben), al sluit niemand uit dat pakweg rare jongens als de Romeinen geen arenaatje hadden waar ze met mislukte kleipotten konden gooien. Exacte cijfers zijn er niet, maar volgens de resem internationale journalisten die in de hoop op een Pulitzer een honkbalknuppel ter hand namen, schieten de dingen als paddenstoelen uit de grond.

Ook Bernaert merkte meteen dat hij een gevoelige snaar had geraakt. Tijdens zijn openingsweek mocht hij meteen twee groepjes verwelkomen. Sindsdien is het een constante stroom. Vooral vlak voor de kerstdagen was het uitzonderlijk druk – niet onverwacht gezien er in Londen de populaire Rudolph’s Rage Room was waar mensen hun frustraties konden botvieren op kitscherige kerstdecoratie. “Mijn eerste bezoekers wilden een relatiebreuk verwerken. Ze kwamen daarvoor helemaal met het openbaar vervoer vanuit Brussel, toch al snel een tocht van twee uur, maar ze waren achteraf zot content dat ze het gedaan hadden. Vaste klanten heb ik nog niet, ik weet ook niet of dit het soort zaak is dat op habitués moet rekenen. De meeste mensen komen naar hier met een duidelijke bedoeling, met iets dat ze ‘eruit willen krijgen’. Bij sommigen is het verschil voor en na het ragen van hun gezicht af te lezen.”

Hij herinnert zich een meisje dat nietsvermoedend bij hem was gekomen via haar broer. “Ze had al heel wat meegemaakt in haar leven, maar liet er nooit iets van zien en kropte alles op. Haar broer vond dat ze zich eens moest kunnen laten gaan. In het begin deed ze het rustig aan – ze was ingeboekt voor het basispakket van 30 euro – maar al snel kwam ze op dreef en bleef ze lege flessen bijbestellen. Achteraf merkte je echt dat er iets veranderd was in haar.”

Beven en huilen

Het idee van een rage room is gestoeld op de freudiaanse overtuiging dat we maar beter af en toe wat stoom aflaten. Dat de mens nood heeft om zijn donkere gedachten en negatieve emoties te ventileren, omdat hij anders gek zou worden. Die emoties even de vrije loop laten zou daarom louterend zijn. Het klinkt logisch voor iedereen die al ooit een bord tegen de muur heeft gegooid uit frustratie of ‘gijse fuckin’ hoerenzoon!’ heeft geschreeuwd op de Brusselse Ring. Johnny Lydon bezong het al: ‘Anger Is an Energy’, waardoor sommigen beginnen te beven, sommigen moeten huilen, en anderen willen roepen of met dingen smijten.

Toch heeft de wetenschap de voorbije jaren al verschillende malen komaf gemaakt met dat zogenaamde ‘catharsiseffect’ van anger venting. Een vaak aangehaalde paper is die van Amerikaans psychologieprofessor en Nobelprijswinnaar Brad Bushman. Die schreef dat “mensen op een kussen of een boksbal laten meppen terwijl ze het gezicht van iemand waar ze boos op zijn voor ogen houden zowat het slechtste is wat je kunt doen. Dit zal de agressie niet doen verminderen, alleen maar doen toenemen.” Het zorgt er bovendien voor dat men in de toekomst misschien wél zal uithalen wanneer er een gevoelige snaar geraakt wordt – exact dat wat agressiebeperkende maatregelen zouden moeten vermijden.

Ook hoogleraar Peter Kuppens, die zich aan de KU Leuven al vaak over woede heeft gebogen, wil hoge verwachtingen temperen. “Op zich klopt het dat het opkroppen van emoties, zeker van woede of angst, op lange termijn negatieve gevolgen kan hebben en bijvoorbeeld kan leiden tot een groter risico op hart- en vaatziekten. Het is dus belangrijk dat we die emoties op een manier kunnen managen, maar de wetenschap ondersteunt het idee van rage rooms eigenlijk niet”, zegt Kuppens. Hij haalt het werk van zijn Louvain-la-Neuve-collega Bernard Rimé aan, een wereldautoriteit op het vlak van onderzoek naar het delen van emoties.

“Rimé heeft aangetoond dat het uiten van emoties niet altijd leidt tot het afnemen van de intensiteit ervan. Veel hangt af van wat er gebeurt wanneer we die emoties delen: gaan we die emoties in een breder kader kunnen plaatsen?” Dat is volgens Kuppens bijvoorbeeld wat er gebeurt in traumatherapie, in rouwverwerking of wanneer er aan bemiddeling tussen twee ruziënde partijen wordt gedaan. In een rage room, zo stelt Kuppens, krijg je geen nieuw perspectief, integendeel. “Wanneer je een uur lang de situatie of de persoon die je boos heeft gemaakt in je gedachten houdt terwijl je bijvoorbeeld met flessen gooit of een bureaustoel stuk stampt, doe je aan kwade ruminatie, een soort boos piekeren zeg maar”, vertelt Kuppens. “Die woede wordt dan bijna een soort mantra, een interne monoloog die je steeds dieper in je gedachten prent. Achteraf zal je je misschien rustiger voelen, maar dat is dan toch vooral omdat je je fysiek hebt uitgeput, terwijl je woede er niet minder op zal worden. Dit wordt bevestigd in onderzoek.”

Kill the f*cking computer! Beeld Thomas Sweertvaegher

Voor de schroothoop

Die uitputting is niet overdreven. Na amper tien minuten intense destructie bonst mijn hoofd en hijg ik harder dan een kapotgekweekte mopshond die een borduur heeft moeten nemen. Ik begrijp meteen waarom de wetenschap eveneens komaf maakt met woede als drijfveer voor atletische prestaties. Ik zou mezelf geen sportvrouw van het jaar noemen, maar mijn conditie is wel oké. In de rage room lijkt het alsof mijn reserves meteen zijn opgebrand. “Atleten zullen niet zelden onderpresteren wanneer ze met agressie het competitieterrein betreden”, schrijft dokter Michelle Cleere in een paper voor de Amerikaanse National Academy of Sports Medicine. “Woede zorgt voor gebrek aan concentratie, voor onnodige spierspanning en een slechte verdeling van je energie.”

Druipend van het zweet overhandig ik de knuppel aan fotograaf Thomas, die hem niet koud laat worden en meteen inbeukt op de elektronica. Als ik ook maar iets meeneem uit deze ervaring, dan is het dat mijn schouderspieren onderontwikkeld zijn en mijn volgende pc het HP-logo zal dragen. Pas na een keer of honderd incasseren geeft het scherm mee onder het gewicht van de metalen knuppel. “Het glaswerk van Disaronno is nog steviger”, weet Bernaert. “Tijdens de testfase is een vriend van mij erin geslaagd om zo’n lege fles door de pleisterwand te smijten. Geen krasje op te zien.”

Het smaakt een beetje wrang, om stuk te gaan op robuuste huishoudtoestellen die misschien in een andere setting nog een langer leven beschoren hadden kunnen zijn. Bernaert verzekert ons dat er in zijn rage room enkel dingen staan die écht voor de schroothoop zijn. Hij haalt ze op bij bedrijven of particulieren, maar zorgt ervoor dat spullen die nog bruikbaar zijn een nieuwe thuis krijgen.

“Om die reden mag je hier ook geen eigen materiaal meenemen, zoals in Amerika wel het geval is. Sterker nog: daar is de vraag naar het kapot­slaan van zelf meegebrachte spullen zo groot dat mensen extra betalen om zelf hun rage room te kunnen decoreren met bijvoorbeeld eigendom van een overspelige partner. Ik zou er dus gerust een meerprijs voor kunnen rekenen, maar ik sta daar niet achter. Het maakt niet uit hoeveel kwaad iemand je berokkend heeft, zijn of haar gloednieuwe Playstation in de prak slaan uit wraak, terwijl je die bijvoorbeeld ook kan wegschenken aan iemand die er anders jaren voor moet sparen, dat doe je gewoon niet.”

De afgedankte spullen worden ‘na gebruik’ (lees: wanneer er alleen nog spaanders en scherven van overblijven) opgehaald en gerecycleerd door Renewi, waarmee Bernaert een deal heeft. “We zijn eigenlijk gewoon een extra stap op de weg naar het containerpark.”

Wreck It is niet zomaar een wild idee. De twintiger heeft naar eigen zeggen de nodige research verricht voor de opstart. Hij liet zich onder meer bijstaan door een jurist om de verzekeringskant te regelen en las ook het boek Positief agressief: hoe woede benutten van Marjan Gryson en Veerle De Waele. Gryson en De Waele liggen aan de oorsprong van vzw Touché, een Oost-Vlaamse organisatie die mensen helpt om te gaan met woede en frustratie. Wat eerst begon als een project gericht op gevangenissen, breidde zich in tien jaar tijd uit tot een plek waar iedereen terechtkan die aan de slag wil met zijn of haar agressie.

Teken des tijds?

In Amerikaanse publicaties wordt het woelige sociopolitieke klimaat aangehaald als een van dé succesfactoren van rage rooms. Wie sociale media opent, zich in het verkeer begeeft of net de laatste croissant bestelt bij de bakker, zou kunnen stellen dat woede ook bij ons zorgt voor een klimaatverandering. Maar hoewel steeds meer mensen beroep doen op de expertise van De Waele en haar collega’s, ziet zij zelf er geen teken des tijds in. “Ik zou niet stellen dat mensen nu gefrustreerder zijn dan vroeger. Het kan misschien gewoon zeggen dat men nu sneller hulp zoekt.”

De Waele wil zich niet uitspreken over het al dan niet mogelijke positieve effect van rage rooms, maar noemt het fenomeen wel voorzichtig interessant. “Het is zeker niet voor iedereen, maar het biedt mensen de kans om op een veilige manier destructief te zijn en hun woede te exploreren.” De Waele benadrukt dat woede te vaak gezien wordt als een delinquente emotie, terwijl het in ieder van ons zit en het niet per se negatief moet zijn. Woede is bijzonder nuttig, bevestigt professor Kuppens eveneens. “Het feit dat je boos wordt is een signaal dat er een grens wordt overschreden, dat je je niet oké voelt bij een bepaalde situatie. Die emotie communiceren, mondeling of via niet-agressieve lichaamstaal, zorgt ervoor dat de situatie bijgestuurd kan worden.”

Om die situatie echter beheerst te kunnen bijsturen, moet je grip krijgen op die emotie, en dat kan alleen als je die leert te begrijpen, zegt De Waele. “Daarom denk ik dat een sessie in een rage room misschien wel een boeiende ervaring kan zijn voor mensen die weinig voeling hebben met hun woede. Ze ontdekken wat die woede met hen doet, en hoe ze omgaan met die emotie wanneer ze die toelaten.”

Professor klinische psychologie Todd Kashdan onderschrijft dat idee in zijn boek The Upside of Your Dark Side. “Er zijn weinig emoties waar meer vooroordelen over bestaan dan woede. Daarom onderdrukken we onze boosheid nog te veel en leren we er niet mee omgaan.” Toch is ook hij niet overtuigd van de werking van rage rooms op lange termijn, omdat het foute reflexen aanleert en je niet leert omgaan met de onderliggende oorzaken.

Uitbreiden naar de parking

De Waele ontwikkelde samen met haar Touché-collega’s verschillende strategieën om woede te managen. Cliënten worden uitgenodigd om uit te zoeken welke methode bij hen past. Bij sommigen werkt het goed om fysieke inspanningen te leveren, anderen ervaren nut bij mindfulness of een deugddoend oplossingsgericht gesprek. “Er is niets dat altijd voor iedereen werkt”, weet De Waele. “Het is goed om keuze te hebben zodat je de realiteit op een flexibele manier tegemoet kunt treden.”

Bernaert is zich ervan bewust dat de psychologie het idee van rage rooms niet ondersteunt. “Daarom wil ik me niet profileren als een soort van therapie. Wreck It wordt vooral in de markt gezet als ontspanning, een kick, een unieke gelegenheid, niet per se een plek waar je met je ex in gedachten vazen mag kapotgooien. Ik merk dat mijn Amerikaanse collega’s (blijkbaar is er een gezamenlijke Facebookgroep voor rage-roomuitbaters, KS) het anger-managementaspect veel serieuzer nemen, maar die woorden neem ik liever niet in de mond.” De West-Vlaming ziet het rooskleurig, een tint waar nochtans van bewezen is dat ze agressie doet verminderen. In de nabije toekomst wil hij Wreck It uitbreiden naar meer en grotere ruimtes – “voor grote vrijgezellengroepen moeten we nu bijvoorbeeld al beroep doen op een schrootauto die we op de parking plaatsen” – en zelfs naar andere steden. Antwerpen, Gent en Brussel staan op zijn verlanglijstje.

Zo, dat lucht lekker op. Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik ga niet zeggen dat het hélpt, maar je ziet wel dat mensen er veel deugd van hebben gehad als ze hier geweest zijn. Je moet ook niet boos of gefrustreerd zijn om hier een fijne tijd te beleven. Iedereen haalt er iets uit. Al is het maar een stevige work-out.”

Mijn stijve spieren de dag erna kunnen het bevestigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234