Vrijdag 03/12/2021

Voor het eerst een sequel uit de vroegste generatie Disneyklassiekers

'Bambi' moest anders worden dan de grote tekenfilms die Disney tot dan had gemaakt. Beter. Echter. Mooier ook. Voor 'Bambi' koos Walt Disney voor een zogezegd realistische aanpak

Bambi, een stoofpotje met wintergarnituur

Vanaf woensdag draait Bambi II in de bioscopen. Daarmee waagt Disney zich voor het eerst aan een sequel van een tekenfilm uit de eerste generatie 'klassiekers' waar stichter Walt Disney beroemd mee werd. Wat gepresenteerd wordt als een verdieping of continuering van een oeuvre - the legacy lives on - lijkt in de praktijk veel op de stilstand van wat ooit 's werelds bekendste, meest succesvolle en (laten we eindelijk eens toegeven) ook wel beste maker van tekenfilms was. Door Walter Pauli

De allereerste keer dat ondergetekende naar de cinema mocht, was hij vier. Met de familie naar Bambi kijken. Gieren van pret. Om Thumper, in het Nederlands Stampertje, een hyperactief konijn dat driftig met zijn poot tamtamt als hij iets wil (ver)krijgen. Zich vol respect vergapen aan Meneer de Uil, een wijze maar bedilzuchtige vogel, het soort oudere buurman dat de kinderen aanspoort zich netjes te gedragen, maar dat met enige charme doet, waardoor de bejaarde betweter toch zijn zin krijgt. Het hertenjong Bambi zelf, zijn vriendinnetje Feline, het stinkdier Flower, ze charmeerden allemaal.

Er was ook de eerste keer spanning - de verschrikkelijke bosbrand, de constante dreiging van de jagers. Er waren ook mijn eerste cinematranen - zelfs kleuters vatten dat er iets onnoembaar ergs gebeurd moet zijn met de moeder van het hertenjong. Haar dood wordt wel niet getoond, maar zelfs de suggestie was hartverscheurend genoeg. Bambi staat met reden bekend als de absolute tranentrekker uit de geschiedenis van de tekenfilm.

Wat kleuters van toen of vandaag niet hoeven te vatten is dat Bambi eigenlijk gemaakt werd in de tijd van hun (groot)ouders. Bambi dateert van 1942, het midden van de oorlogsjaren, het begin ook van de Amerikaanse betrokkenheid bij de militaire zaak. Je zult het op de Disneysites nergens lezen, maar toen Bambi destijds in roulatie kwam, was het geen groot succes. Niet bij het publiek, evenmin bij de critici. Walt Disney mag de absolute recordhouder zijn in het behalen van Oscars, hij won er 31, maar met Bambi bleef hij steken op drie nominaties.

En toch is het niet onterecht dat deze tekenfilm over dieren inmiddels de status van 'klassieker' kreeg. De personages van de diertjes overtuigen, de poëtische scènes, althans voor wie van 'natuur' houdt, zijn niet klef, omdat er ook best gruwelijke zaken gebeuren. Volgens de mode van die jaren werden de spannende momenten in expressionistisch clair-obscur getekend: als Bambi, reeds groter geworden, met honden vecht, of met een concurrent om de hand - poot - van Feline zie je de contouren van de dieren, ingekleurd in donker en tegen een helrode achtergrond.

Maar het publiek van de jaren veertig moest wennen. Disney verlegde immers - even - het geweer van schouder. In de jaren twintig en dertig was er de eerste grote doorbraak, met de creatie van Mickey Mouse, als snel aangevuld, versterkt, zeg maar, met de komst van de onvergetelijke Donald Duck.

Dat is de eerste poot van het succesverhaal van Walt Disney: hij creëerde korte tekenfilms die zo succesvol waren dat zijn figuurtjes uitgroeiden tot iconen van het Amerika zoals hij dat begreep, even essentieel voor het zelfbeeld van het land als Coca-Cola of de stars-and-stripes.

Vanaf 1937 kwam daar een tweede component bij. Met Snow White and the Seven Dwarfs zorgde hij voor de eerste avondvullende tekenfilm. Ook al was dit verhaal natuurlijk ook voor kinderen bedoeld, de film was zo opgebouwd dat ook volwassenen er met plezier naar keken. Ze deden dat ook, massaal, en Snow White werd een ongelofelijk kassucces.

Met Sneeuwwitje werd de invloed van Disney zo mogelijk nog groter. Omdat hij sprookjes begon te verfilmen lag het voor de hand dat de Amerikaanse filmmaker vooral uit het Europese erfgoed putte. Sneeuwwitje is een verhaal uit de catalogus van de gebroeders Grimm. De opvolger, Pinocchio (1940), is een Italiaanse klassieker van Carlo Collodi. Vervolgens kwam er ook in 1940 de experimentele tekenfilm Fantasia, op muziek van Igor Stravinsky (de enige scène die kinderen aanspreekt, is die met Mickey als tovenaarsleerling met op hol geslagen bezems).

Maar de schaduw van Sneeuwwitje lag nog over de Disneystudio. Pinocchio wordt nu erkend als een van de beste Disneyfilms, maar was indertijd stevig verlieslatend. Dat kwam natuurlijk door de oorlogsjaren, met zijn schaarste, zijn pijn (als je zoon sterft, ga je niet een avondje lachen met een oude man als Geppetto, die de halve film lang op zoek is naar zijn 'zoon', weze het zelfs een houten pop. De continentale Europese markt was trouwens onbereikbaar voor een Amerikaan, daar werd voorlopig vooral een mondje Duits gesproken, geen Engels. Voor het ogenschijnlijk zo succesvolle Disneyconcern dreigde het bankroet. Walt Disney besliste toen om twee twee tekenfilms te lanceren die geld móésten opbrengen. Eerst een film over een mismaakte circusolifant, Jumbo Jr., uitgelachen als Dumbo (1941). Dan een project dat hij sinds het einde van de jaren twintig koesterde, Bambi (1942).

Ook Bambi had een Europese inspiratie, het boek Bambi, ein Leben im Walde uit 1923 van de Oostenrijker Felix Salten. Die heette eigenlijk Siegmund Salzmann en was in 1939 wijselijk naar Zwitserland gevlucht.

Bambi zat heel anders in elkaar dan de grote tekenfilms die Disney tot dan had gemaakt. Die werkten, volgens het klassieke Disneyrecept, ofwel met een ingenieuze mengeling van mensen en misschien niet sprekende, dan toch wel erg 'gehumaniseerde' dieren. Zowel in Snow White (de 'dieren van het bos' die het huis van de dwergen opruimen) gebeurt dat, als in Pinocchio, waarin het onvergetelijke creatuur Jaapje Krekel debuteert. Dumbo doet weer meer denken de Mickey Mousetekenstijl. De olifanten zien er behoorlijk karikaturaal uit, disneyaans, zeg maar.

Bambi moest anders worden. Beter. Echter. Mooier ook. Voor Bambi koos Walt Disney voor een zogezegd realistische aanpak. Toen al hoorde het bij de propaganda van de film om te beklemtonen hoezeer de tekenaars van de Disneystudio hadden gestudeerd op hun object, hoe ze in de dierentuin van Los Angeles herten waren gaan tekenen, hoe er in de tekenstudio's beelden werden getoond van de bossen van Maine. Ze moesten konijnen bestuderen om Stampertje zo realistisch mogelijk te laten hobbelen over het scherm. Het resultaat oogt ook mooi. Vooral de herten en hun specifieke bewegingen zijn zeer naturel, net als het decor. Het bos, zij het in herfst- of wintersetting, wordt voor het eerst in de geschiedenis van de tekenfilm een echte speler, bijna een personage an sich. Maar natuurlijk was het ook vals-realistisch, want in werkelijkheid had Meneer de Uil, mocht hij een klein konijntje zien, dat in stukjes gereten en verorberd, en de restanten in een braakbal buiten hebben gewerkt.

Het geheel oogde verbluffend mooi maar bij het publiek werkte het niet. Bambi werd in 1942 een tegenvaller, al was er heel wat aandacht gegaan naar de release, eerst in Londen, bij wijze van 'politiek' statement, dan pas in New York. Het zou trouwens meer dan vijftig jaar duren, tot Disney met The Lion King (1994) nog eens een film maakte met alleen maar dieren die een 'realistisch' dierenleven leiden. Natuurlijk liepen er al voortdurend dieren rond bij Disney. Hondenfilms als Lady and the Tramp (1955) en 101 Dalmatians (1961) vertellen het verhaal van de gedomesticeerde soort, Junglebook (1967) gaat in essentie over de vraag of het mensenkind Mogwli in de natuur mag of kan overleven. In Robin Hood (1973) spelen voor het eerst sinds Bambi alleen maar dieren mee, maar die vertolken allemaal de bekende mensenrollen. Met The Lion King zijn dieren weer dier, in hun natuurlijke setting, heel realistisch, zogezegd.

Hoe Disney het echec van Bambi dan toch overleefde? Wel, door bliksemsnel Snow White weer in roulatie te brengen. Dat bleek een voltreffer, en bij de Disneystudio's realiseerden ze zich plots dat ze van hun klassiekers om de zes, zeven jaar een volledig nieuwe release konden laten maken, wegens weer een nieuwe generatie kinderen geboren. Precies dat gebeurt ook bij de VHS-video, destijds, en nu bij de dvd's: die zijn beperkte tijd in roulatie, en verdwijnen dan weer voor een paar jaar uit de rekken.

Niet volledig, evenwel, zeker niet sinds Disney de sequel heeft ontdekt of het vervolgverhaal, (bijna) altijd (veel) minder goed getekend dan het origineel, met heel vaak ook minder prominente stemmen, en decors waar beduidend minder energie is in gestoken. Eerst deed Disney dat met zijn catalogus recente films. Aladdin kreeg zelfs twee opvolgers, The Lion King, Pocahontas, The Hunchback of the Notre Dame, Tarzan, iets ouder werk als The Rescuers, we gaan hier niet de hele catalogus opsommen, maar je kon er gif op innemen dat er een vervolg kwam.

Vervolgens werden hier en daar oudere klassiekers aangepakt, zoals Lady and the Tramp of, recentelijk, Cinderella. Ook daarbij gebeurde het recycleren met een gebrek aan fantasie dat de grens van de schaamteloosheid ver voorbij is. Ook in Lady and the Tamp II eten honden spaghetti, geen knipoog, maar een platte kopie van de memorabele scène uit het origineel.

En intussen levert de studio niet veel geks meer af. Als er creativiteit is, is dat in samenwerking met Pixar. Maar de gewone Disney classics? In de eerste helft van de jaren negentig was er een opstoot van creativiteit, met Aladdin (1994), The Lion King (1994) en uiteindelijk ook wel The Hunchback of the Notre Dame (1996), waarin de Disneymakers zelfs een soort stadsbestuurder/priester met verwrongen seksuele verlangens op hun kinderpubliek loslaten. En toen viel het stil. Fantastisch werk uit de Pixarhoek, duffe classics uit de eigenlijke Disneystal, en vooral veel rommelige sequels.

Het is dus met enige scepsis dat uitgekeken wordt naar Bambi II. Zal die iets extra's toevoegen? De trailers op internet laten alvast verzorgd tekenwerk zien, afgewerkte decors ook, en dat is goed, want op die sfeervolle elementen besparen de producenten van sequels. Dat is alvast een pluspunt. Dan het verhaal, de grappen. Mjaa. Professioneel, dat wel. Kunstig, laat staan ijzersterk? Niet meteen. Aan het einde van het wildseizoen lijkt Disney zijn hertenjong in een stoofpotje te hebben verwerkt. Een smakelijk gerecht, misschien wel. Maar wie zit er vandaag nog op opgewarmd hindevlees te wachten?

Bij Disney realiseerden ze zich plots dat ze van hun klassiekers om de zeven jaar een nieuwe release konden maken, wegens weer een nieuwe generatie kinderen geboren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234