Woensdag 22/05/2019

Reportage Notre-Dame

‘Voor Emmanuel Macron was de brand in zekere zin een godsgeschenk’: zes Parijs-kenners spreken

Beeld REUTERS

In Parijs schoten de vlammen maandag door het dak van de Notre-Dame. Er vloeiden vele Franse tranen, waar wij nuchtere Belgen toch van opkeken. Zes Parijs-kenners vertellen wat ze voelen voor de Franse hoofdstad, haar symbolen, haar bewoners en haar gebreken.

DIRK DE WACHTER: ‘Ik stijg er op uit de banaliteit van het aardse’

Psychiater, is sinds 1985 verslingerd aan Parijs. Zijn liefde voor de stad kreeg hij als kind al via zijn grootmoeder ingelepeld.

“Ik kom al meer dan dertig jaar in Parijs maar in de Notre-Dame ben ik de laatste twintig jaar niet meer geweest. Zo gaat dat: als je vaak ergens komt, worden die iconische plekken bijna vanzelfsprekend overgeslagen.”

“Mijn liefde voor de stad begon als kind. Mijn grootmoeder was au pair geweest in Parijs, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze vertelde vaak over die tijd, over het leven daar. Mijn broer en ik waren nog kinderen en vonden die verhalen zeer spannend.”

“Toen ik in 1985 naar Parijs ging om er een paar maanden te werken als assistent in een psychiatrisch ziekenhuis, waren mijn verwachtingen hooggespannen. En ik moet zeggen, ze werden allemaal ingevuld; ik ben nooit ontgoocheld geweest in de stad. Nog altijd niet. Meestal neem ik de tgv – ik ga er om de paar maanden naartoe – en zodra ik aankom in Gare du Nord begint het al: een soort drogerend effect waarbij mijn hoofd in de wolken komt. Het lijkt alsof ik opstijg uit de banaliteit van het aardse en lichtjes zwevend door de straten schrijd. Ik ben er al honderd keer geweest maar ik kan er nooit aan wennen, het is als een verslaving zonder gewenning. Ik besef dat het misschien overdreven klinkt, maar over Parijs kun je niet makkelijk louter rationeel spreken.”

Dirk De Wachter: “Het mooie aan het Notre-Dame-verhaal is dat het mensen samenbrengt.” Beeld Wouter Maeckelberghe

“Wat de commotie betreft over de brand in de Notre-Dame vind ik het opmerkelijk hoeveel belang de westerse, rationele mens hecht aan zijn symbool, aan zijn ritueel en zijn betovering. Want daar staat zo’n mythische plek voor bij ons: het is een deel van onze identiteit, we vinden er een stukje van onze wortels in. Dat staat los van religie of nationalisme. Ik ben geen Fransman, ik ben niet zwaar katholiek en toch is een plek als deze, maar bijvoorbeeld ook de Akropolis in Athene of het Pantheon in Rome, omringd door een soort mystiek. Iets dat uitstijgt boven afkomst, tijd, huidskleur of godsdienst. Daar moet je de verklaring zoeken voor al die reacties de afgelopen dagen, denk ik. Het gaat om onze geschiedenis, een stukje van onze oorsprong, en dat raakt ons. Ook mij. Onze seculiere wereld heeft nog altijd veel nood aan een stukje mystiek, aan die betovering waarover ik het had.”

“Het mooie aan dit verhaal is ook dat het mensen samenbrengt. Saamhorigheid verbonden aan een gebouw dat er al 800 jaar staat, dat onze betovergrootouders ook al kenden. Voor de Parijzenaars heeft die identiteit te maken met trots. Dat uit zich in arrogantie en in hun wat geaffecteerde taalgebruik. Maar het hoort bij de mythische status van hun verheven stad. En al draait de wereldeconomie allang niet meer rond Parijs, dat heeft geen effect op de mystiek. Integendeel, ze wordt er juist door vergroot. Tijdens de belle époque en in de periode daarna trokken alle grote kunstenaars en schrijvers naar Parijs. Picasso, Hemingway, Matisse, noem maar op.”

“Goed, het is verleden tijd, het gaat om melancholie, maar het hoort erbij, net als dat in Rome en Athene het geval is en bij uitstek in Venetië. Daar gebeurt al vijfhonderd jaar niets meer, maar als je er komt, schiet je in die betovering. Het verleden maakt dat alleen maar straffer, vind ik.”

STEFANIE CALLEBAUT: ‘De heisa over de Notre-Dame is toch wat hypocriet’

Maakt deel uit van de Kortrijkse elektropopgroep SX (waarmee ze op 10 mei de AB in Brussel aandoet), woonde een halfjaar in Parijs, maar heeft geen bijzondere band met de Notre-Dame.

“Ik heb in 2013 een halfjaar in Parijs gewoond. Een vriend van me was voor een tijdje naar New York verkast, zijn flat kwam vrij te staan en daar ben ik dan ingetrokken. We waren al bezig met SX, hadden enkele grote shows achter de rug, het liep heel goed en het was druk. Maar ergens had ik toch behoefte aan een stuk echte wereld, ik wilde de ruimte ontdekken, ik wilde experimenteren.”

“Ik vond Parijs een evidente keuze omdat ik de stad wel kende, er vrienden had en er vanuit Kortrijk in anderhalf uur stond. Vijf, zes maanden lang heb ik er geleefd zoals de Parisiens. Ik heb er in mijn hoofd gereisd en de wereld gevoeld. Parijs is zó, zó, zó divers! (lacht)”

“Ik woonde in het 18de arrondissement, achter Montmartre, in een wijk waar ik mijn plekken had. Op zondag ging ik graag naar de vlooienmarkt aan de Porte de Vanves. Ik trok naar het park van Buttes-Chaumont of liep door de Indiase wijk achter de Gare du Nord. Ik kwam weleens bij het Hôtel de Ville voorbij, maar de toeristische plaatsen liet ik links liggen.”

“Natuurlijk was ik geschrokken toen ik de Notre-Dame in brand zag staan. De architectuur ervan is prachtig en in die zin is zo’n brand ook een verlies. Maar een emotionele relatie? Neen, die heb ik niet. Noch met het symbool dat de Notre-Dame is, noch met de manier waarop er deze week mee omgegaan is.

Stefanie Callebaut: “In geen tijd vinden ze een miljard euro voor die kerk, maar aan de vreselijke armoede in Parijs zelf wordt niets gedaan.” Beeld Wouter Maeckelberghe

“Mijn Parijse vrienden spreken er weinig over, maar ze zijn kritisch en ik volg hen in hun verontwaardiging: in geen tijd vinden ze een miljard euro voor die kerk, maar aan de vreselijke armoede in Parijs zelf wordt niets gedaan. Je kunt je niet voorstellen hoe hard de stad voor gewone mensen is! De huren, het beleid... Heel veel Parijzenaars zijn gefrustreerd. Dan wordt de heisa over Notre-Dame al snel hypocriet. Ik was veel meer betrokken bij de aanslagen van 2015, toen stond mijn gsm gewoon niet stil.”

“De Parisiens leven heel erg op zichzelf. En dat ze arrogant zijn, daar is zeker wat van aan. Zelf was ik nochtans snel ingeburgerd. Eigenlijk leefde ik een beetje in de ondergrond, ik ging naar de bijna illegale bar Le Scandale, aan Pigalle, ik bezocht en liep modeshows en hield me bezig met mijn muzikale projecten.”

“Frankrijk is een land dat muzikaal erg op zichzelf staat. Als je er wilt doorbreken, moet je zelf ook in Parijs zijn. Wat zij doen heeft misschien niet die frisheid van bij ons of in Engeland, ze zitten in hun eigen ding. Maar ze zien de Belgen wel graag komen. We hebben intussen in een twintigtal Franse venues gespeeld, en ook in de tournee die SX (met hun nieuwe album ‘Eros’, LD) voor het najaar plant, doen we Parijs aan.”

“Parijs is uiteraard heel anders dan Kortrijk: hier heb je een kleine maar heel krachtige muziekscene, waar iedereen iedereen vooruitstuwt. In Parijs zwem je in een pool met massa’s kleine visjes naast elkaar. Maar boeiende maanden waren het wel, zeker en vast.”

YVES DESMET: ‘Sinds de aanslagen is Parijs vriendelijker geworden’

Journalist en een van beide stemmen in de nieuwe De Morgen-podcast Polspoel & Desmet, viert oud en nieuw al jaren in Parijs.

“Na de Eiffeltoren is de Notre-Dame het meest iconische monument van Parijs. Ik ben er zelf maar twee keer naar binnen geweest want je had er altijd lange wachtrijen, maar een moment dat mij erg is bijgebleven is de overgang van oud naar nieuw tussen 2015 en 2016. Zelf ga ik met oudjaar altijd naar Parijs, maar voor de eerste keer was er toen geen vuurwerk. De aanslagen op Charlie Hebdo en de Bataclan lagen nog vers in het geheugen. Omdat er niets gepland was, die avond, kwamen de mensen spontaan naar de Notre-Dame. Het zag er zwart van het volk, er hing een sfeer van eenheid, de hele wereld nam er selfies met de kathedraal.”

“Ook deze week voelde je die emotie. De voorpagina van Libération, met de titel ‘Notre-Drame’ en de foto van de instortende torenspits, is nu al de opening van het jaar. Zo’n beeld blijft op je netvlies hangen.”

“Toch moeten we ook nuchter blijven: het is bij lange niet de eerste keer dat een kathedraal afbrandt, en toen de Sint-Pauluskerk in Antwerpen in lichterlaaie stond, in de jaren 60, was het ook redden wat er te redden viel. Bovendien: die torenspits dateerde uit de 19de eeuw, dat is piepjong vergeleken met de rest van het gebouw. En de mooiste glas-in-loodramen zijn bewaard gebleven. Een brand is een gebeurlijk ongeval, in de Notre-Dame had het veel erger kunnen zijn.”

“Dat er in nog geen week tijd zoveel geld voor de wederopbouw is verzameld, heeft natuurlijk alles te maken met pr en marketing, met eurocentrisme en nationalisme. Er is veel kritiek op de families Arnault en Pinault, die reusachtige sommen doneren, maar ik vind niet dat we hen ervan moeten weerhouden hun geld voor één keer niet in privévliegtuigjes maar in openbare infrastructuur te investeren. Uiteráárd hadden die mensen beter jaar na jaar keurig hun belastingen betaald, dan zou het Franse erfgoed – maar datzelfde geldt voor Italië en andere landen in Europa – er niet zo belabberd aan toe zijn. Daar is heel lang te weinig geld naartoe gegaan.”

“De meest geslaagde zin van de week vond ik in dat opzicht die van auteur Ollivier Pourriol: ‘Victor Hugo bedankt alle gulle schenkers die bereid zijn om Notre-Dame de Paris te redden en stelt hen voor hetzelfde te doen voor Les Misérables!’ Dat is nu eens de vinger op de wonde, my sentiments exactly! (lacht)”

Yves Desmet: “Voor Emmanuel Macron was de brand in zekere zin een godsgeschenk.” Beeld Wouter Maeckelberghe

“Voor Emmanuel Macron was de brand in zekere zin een godsgeschenk, ook door zijn verbluffende retoriek over Notre-Dame en over le destin français. Voor politici in moeilijkheden is de nationale eenheid, waarin alle ambities, dromen en verlangens samenkomen, hét moment waarop ze de zaak even on hold kunnen zetten.”

“Toch is die eenheid ook een illusie, die van korte duur zal blijken. In een samenleving zitten nu eenmaal per definitie breuklijnen en conflict. Straks zullen dus ook de gele hesjes weer van zich laten horen. Want ook dat is Frankrijk. Ik ken geen volk dat zó uit is op verandering maar zo snel staakt of op straat komt zodra die verandering zich aandient. In vergelijking daarmee zijn Waalse socialisten brave jongens.”

“Toch is er de voorbije jaren iets veranderd in de mentaliteit van de Fransen, zeker bij de Parisiens. Vroeger waren ze onvriendelijk, bijna op het arrogante af, en mocht je bij wijze van spreken al blij zijn als ze je een koffie wilden serveren. Sinds de aanslagen van 2015 is de vriendelijkheid ingetreden, de mensen zijn aangenamer en rustiger geworden, ze kunnen beter relativeren dan vroeger.”

JESSE BROUNS: ‘Parijzenaars zijn niet zo arrogant als iedereen zegt’

Modejournalist, woont al 25 jaar in de Franse hoofdstad. Hij woont niet meer in de Bastille-wijk maar is nog altijd verknocht aan dat ‘dorp in de stad’.

“Na 25 jaar in deze stad voel ik me natuurlijk geraakt door zo’n brand. Het is erg, maar tegelijk moet je het ook relativeren; het gaat om een gebouw, er zijn geen slachtoffers gevallen. Bovendien wordt het weer opgebouwd. Goed, het zal nooit meer precies hetzelfde worden als voorheen, maar kijk naar Japan, daar bouwen ze volop reconstructies van oude gebouwen en die zien er heel authentiek uit. Als ze het daar kunnen, dan in Parijs ook.”

“Ik ben destijds als freelance-nieuwscorrespondent naar Parijs getrokken. Helaas bleek het harde nieuws financieel moeilijk haalbaar. Zo ben ik in mode en design terechtgekomen en dan leer je Parijs weer op een heel andere manier kennen. Ik heb jarenlang in de wijk Bastille gewoond, het hart van de stad waar ook alle betogingen plaatsvinden. Er woonde een heel divers publiek en er was altijd beweging, altijd leven. Sinds drie jaar woon ik in het 16de arrondissement, een bourgeoiswijk met dure huizen. Je vindt er nog veel katholieke families die op zondag naar de mis gaan. Een totaal ander Parijs dan in Bastille. Ik heb er toevallig een heel leuk appartement gevonden, maar ik mis mijn oude wijk wel. Bastille was als een dorp, in de winkels begroette iedereen elkaar, het ging er heel gemoedelijk aan toe. In het 16e arrondissement zijn de mensen afstandelijker en conservatiever.”

“De Parijzenaars hebben de reputatie arrogant te zijn, maar ik ben het daar niet mee eens; ze hebben eerder een minderwaardigheidsgevoel en dat verstoppen ze achter arrogantie. Wat de reden is voor dat minderwaardigheidsgevoel, weet ik niet precies, ik denk dat het te maken heeft met de toch wel wat vergane glorie van de stad. Maar het blijft een bruisende metropool, met een groot samenhorigheidsgevoel ook – dat bleek deze week weer. Toen ik de beelden zag van de biddende en zingende mensen op straat, moest ik denken aan de aanslagen van 9/11 in New York.”

“Ik was in Canada op weg naar New York maar nam het eerste vliegtuig terug naar Parijs. Toen ik landde op Charles de Gaulle zag ik gelijkaardige scènes met mensen die op de luchthaven stonden te zingen. Hoewel de brand in de Notre-Dame natuurlijk niet te vergelijken is met de aanslagen – net als die van 2015 in Parijs – hadden die taferelen van zingende mensen de afgelopen week toch iets apocalyptisch.”

“Misschien zijn de Parijzenaars meer van hun stad gaan houden sinds de aanslagen van 2015. En vergeet de afgelopen maanden niet, met het geweld van de gele hesjes. Die kwamen vanuit de provincie om de stad aan te vallen en dat vonden de Parijzenaars uiteraard niet leuk, hoewel ze er ook wel weer begrip voor hadden. Ik denk dat het de bewoners dichter bij elkaar heeft gebracht, zoals dat meestal het geval is in moeilijke tijden.”

Jesse Brouns: “Een schenking in stilte van die miljonairs zou gepaster geweest zijn.” Beeld rv

“Ik begrijp de kritiek dat er nu wel plots een hoop geld kan worden vrijgemaakt voor de heropbouw van een gebouw, terwijl er voor de Fransen zelf geen geld is. Tegelijk vind ik het ook niet verkeerd dat enkele miljonairs schenkingen doen voor de heropbouw van de kerk. Al hadden ze er wel een beetje minder hard over mogen roepen; een schenking in stilte zou gepaster geweest zijn.”

BREGJE HOFSTEDE: ‘De brand was voor velen als het verlies van een vriend’

Auteur, studeerde in Parijs en schreef met De hemel boven Parijs een bejubeld debuut. Ze heeft er familie wonen en komt er nog vaak.

“Ik vond de beelden van de brandende Notre-Dame, en de haast perverse fascinatie waarmee ernaar gekeken werd, heel onwerkelijk. Ik heb Notre-Dame de Paris van Victor Hugo niet gelezen, maar het feit dat hij de gebochelde Quasimodo als hoofdpersonage koos, en dat de kerk waar zijn verhaal zich afspeelt daar nu stond te branden, tja. Het lijkt wel alsof we de misvorming nodig hebben om de schoonheid van de dingen te zien.”

“Al zegt de brand natuurlijk ook veel over de staat van het Franse erfgoed: als zelfs de Notre-Dame al brandt, hoe moet het dan met al die andere gebouwen niet gesteld zijn?”

“Wat me in de reacties vooral opviel, is de snelheid waarmee de sprong naar de Franse en Europese identiteit gemaakt werd. De oproep, ook vanuit andere EU-landen, om snel geld te doneren, want het ging over de christelijke wortels van Europa. Dat vind ik heel kenmerkend voor de tijdgeest.”

“Taferelen als die van maandag hebben sowieso iets heroïsch en dramatisch. Zelf was ik ook wel geraakt, daar hoef je helemaal niet kerkelijk of katholiek voor te zijn, ik ben atheïst. Maar: toen ik aan de Sorbonne kunstwetenschappen studeerde, liep ik ’s avonds na de colleges weleens de Notre-Dame binnen. Op een keer stond er in het koor een man in paars gewaad te zingen. Ik weet niet wat zijn functie precies was, maar hij had een heel diepe, mooie stem die prachtig resoneerde.”

“Zo’n moment schept een band met het gebouw, dat merkte ik ook in de reacties: voor veel mensen was de brand in de Notre-Dame als het verlies van een familielid of een vriend. Als een vertrouwd gebouw in vlammen opgaat, dan is dat schokkend omdat het de illusie van continuïteit zo hard verstoort. Herinneringen zijn bij uitstek locatiegebonden, en als je op die plaats dan plots zo’n vóór en ná krijgt, dan doet dat wat met je.”

“Als zoiets bovendien in Parijs gebeurt, niet voor niets de meest romantische stad ter wereld, dan is het effect nog sterker. Mijn roman ging daar ook al over: die hang naar het verleden, het zwelgen in herinneringen, de hele romantische projectie.”

Bregje Hofstede: “Overal in Parijs word je geconfronteerd met een afgesloten verleden, waar je niet bij kunt.” Beeld Joris Casaer

“Intussen ligt het moment waarop de Europese elites tot in Rusland toe Frans spraken, of waarop Frankrijk hét land van de avant-garde was, ver achter ons. Hoewel Frankrijk zijn historische glorie echt wel te gelde heeft gemaakt, doet het extra pijn als het land, zoals maandag, pal in zijn culturele en toeristische hart getroffen wordt.”

“Frankrijk trekt massa’s bezoekers aan, maar het is allang niet meer alleen het land van de mooie plaatjes, het is ook dat van de brandende voorsteden. Van de RER-voorstadstrein die vanuit het centrum van Parijs vertrekt en waarvan de passagiers minder wit worden naarmate je dieper de voorsteden in rijdt. Die RER vind ik een heel mooi symbool voor wat Frankrijk vandaag is. Dat vragen ook de Fransen zelf zich af: ‘Wat is onze identiteit, hoe zal onze toekomst eruitzien?’”

“Zelf heb ik een fantastische tijd beleefd in Parijs. Ik was 19, 20. Ik was vatbaar voor romantiek en werd getroffen door de ongenaakbaarheid van de stad: op elke gevel hangt wel een bord dat begint met ‘Hier woonde ooit...’. Overal word je dus geconfronteerd met een afgesloten verleden, waar je niet bij kunt.”

“En de Parisiens? Met hen vond ik het moeilijk contact leggen, ik maakte makkelijker vrienden in de voorsteden of onder Europese medestudenten. In Parijs voel je dat de ruimte krap is en de tijd beperkt. Zelf had ik genoeg aan mijn dromen, ik slaagde erin de mensen weg te denken. Ik houd heel fijne herinneringen aan de stad over, ook al zou ik er niet willen wonen.”

BENT VAN LOOY: ‘De Notre-Dame is de ziel van de stad’

Muzikant, woonde tien jaar in Parijs. Hij houdt van de stad maar ziet ook heel wat nadelen en problemen.

“Vóór ik me in Parijs vestigde, vond ik het een wat afstandelijke stad. Maar zodra ik er woonde – omdat mijn lief Martena er een opleiding mode en make-up volgde – merkte ik dat de stad een heel ander gezicht kreeg. Ze bestond eigenlijk uit een verzameling kleine dorpjes waar iedereen elkaar kent. Achter de façade van de statige grijze huizen ontdekte ik een warm kloppend hart. Dat is het magische van Parijs, iets wat je als bezoeker niet ziet.”

“De Notre-Dame behoort tot het imago van Parijs, het is het monument der monumenten, de ziel van de stad. In die zin kan ik de emotie over de brand goed begrijpen. Wanneer het hart van de hoofdstad van Frankrijk brandt, dan valt dat niet te associëren met koelbloedigheid. Parijs is vooral een conservatieve stad die er prat op gaat dat ze hoe dan ook altijd Parijs is. Het Parijs van honderd jaar geleden zal hetzelfde zijn als het Parijs over dertig jaar. Dat is mooi omdat je weet wat je eraan hebt, maar het is natuurlijk ook heel behoudsgezind.”

“Wat niet betekent dat de stad niet onderhevig is aan veranderingen. Er is een duidelijke verharding bezig. Oké, er werd deze week veel gesproken over solidariteit. Maar dan sluiten we wel de ogen voor het ongenoegen buiten de stadsmuren. Wat er zich afspeelt buiten de Périphérique is iets heel anders. Het is een van de belangrijkste redenen voor radicalisering en voor de woede van de gele hesjes.”

“Binnen de stadsmuren is de gentrificatie bijna totaal en worden ongewenste elementen al sinds jaar en dag buiten gehouden, in de banlieues. Ik ben er regelmatig geweest omdat de studio’s waar ik kwam vaak in de goedkopere buurten gevestigd zijn. Sommige van die wijken zijn heel gezellig en zelfs chic, in andere buurten is het dan weer alsof je in het Beiroet van 1983 binnenstapt. Als je in de binnenstad woont, merk je niets van de woede die er heerst. Terwijl die wel degelijk aanwezig is. Als daar geen oplossing voor wordt gevonden, blijft Parijs een soort van zeepbel waar je je kunt verliezen in de pracht van de oude architectuur en romantiek. Maar die pracht en praal gaat ten koste van het leven daarbuiten.”

Bent Van Looy: “Het Parijs van honderd jaar geleden zal hetzelfde zijn als het Parijs over dertig jaar.” Beeld Karel Duerinckx

“Ik begrijp de woede van de mensen in de buitenwijken. Ze voelen zich tweederangsburgers. De kansloze kinderen die er opgroeien, vormen een enorm probleem. Geen wonder dat het er af en toe botst. Nu, ik besef dat er geen pasklare oplossing voorhanden is. In Londen woont iedereen kriskras door elkaar en daar steken ze elkaar ook op iedere straathoek neer.”

“Inmiddels woon ik al weer een paar jaar in België. Na ruim tien jaar Parijs hadden we het gevoel dat we zowat alles hadden gezien. Daarbij hadden we net een dochtertje gekregen en omdat we beiden zelfstandige zijn, was België net wat praktischer. Derde reden was de huishuur die met liefst 50 procent omhoog ging. Ik mis de dynamiek van Parijs, het verschil met het leven in Antwerpen is enorm. Maar iedere plaats heeft zijn voordeel. Parijs is een uitstekende plek om te netwerken, in Antwerpen kun je dan weer beter in de luwte werken. Zo ben ik bijvoorbeeld weer beginnen te schilderen.”

“En wat de Notre-Dame betreft: als Antwerpenaar ben ik een klein beetje minder onder de indruk. Vergeleken met de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal is de Notre-Dame toch een beetje mager uitgevallen.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.