Donderdag 30/03/2023

Voor een paar druppels olie meer

Het milieurapport van George Bush is het allerslechtste uit de recente Amerikaanse geschiedenis. De Red Rock Canyons, een van de waardevolste landschappen in Amerika, zijn in gevaar, meldt Andrew Gumbel vanuit Utah.

Geen schilderachtiger oliebron dan de installatie van Long Canyon in Zuidoost-Utah. Denk de stinkende aardoliedampen en het voortdurende gebrom van de pomp weg en geniet van een adembenemend vergezicht over een gelaagd landschap van rode rotsen en de eeuwenoude geologische pracht van Arches National Park. De enorme zweer in het landschap lekt gifstoffen in de bodem, dodelijk voor de oude jeneverbesstruiken die de meedogenloze woestijngrond bedekken.

De afvalproducten, gassen die de ozonlaag aantasten, worden recht de lucht ingeblazen. Naast de pomp ligt een open bezinkselput, blootgesteld aan de elementen. Een tweede put werd begraven in grind en lekt giftige scheikundige stoffen in de bodem. Het spoor wordt afgetekend door een neerwaarts pad bedekt met dode bladeren.

Wat kan in godsnaam deze verwoesting van een van de prachtigste landschappen in het Amerikaanse westen rechtvaardigen? De overvloedige olievoorraad zou een argument kunnen zijn, ware het niet dat Long Canyon, en tientallen andere bronnen, belachelijk weinig produceren. De eigenaars beweren wel eens dat het de productiefste oliebron in Utah is, maar in de cijfers van de milieuorganisatie Southern Utah Wilderness Alliance (SUWA), staat de installatie op nummer 209 wat olieproductie in de staat betreft, en op nummer 275 als het gaat om olie- en gasproductie. Bovendien zorgt Utah voor slechts 1 procent van de Amerikaanse olie- en gasproductie. Je vraagt je af wat deze olie-installatie hier doet.

Overheidsinstanties houden vol dat de oliebronnen slechts tijdelijk zijn, en dat het terrein in zijn oorspronkelijke staat hersteld wordt zodra de bodem volledig ontgonnen is. Volgens milieuactivisten zullen de littekens in het woestijnlandschap echter nog generaties lang blijven bestaan. "Het gaat hier om een blijvende vernieling van precies die plekken die Utah en het westen zo bijzonder maken", zegt Heidi McIntosh van SUWA.

Als het aan de regering-Bush ligt, is dat het toekomstbeeld. Het federaal departement landbeheer verstrekt in een recordtempo pachtvergunningen voor olie- en gas in de westelijke staten. Niet alleen het aantal is gestegen, met 70 procent sinds de regering-Clinton, maar ook de locaties worden steeds gevoeliger.

Vorig jaar werden in Utah, door een gerechtelijke overeenkomst tussen het staatsbestuur en het departement Binnenlandse Zaken, alle beperkingen opgeheven voor 1,2 miljoen hectare landschap van rode rotsen, dat voordien in aanmerking kwam voor natuurbescherming. Een groot deel van het gebied grenst aan de nationale parken Arches en Canyonlands, of noordelijker aan het plateau van Book Cliffs, de langste steile wand van de Verenigde Staten.

De jacht op olie- en gasvergunningen is nu geopend. Bij de laatste veiling, vorige maand, kwamen 220 percelen in handen van energiebedrijven, waarvan 28 in regio's liggen die beschermd zouden worden. Sommige voorstellen voor boorlocaties zijn zonder meer stuitend: gebieden die duidelijk zichtbaar zijn vanaf Delicate Arch, een toeristische trekpleister in Arches, of Dead Horse Point, een panoramisch vergezicht, of een stukje van de rivier Green in Upper Desolation Canyon, onder de Book Cliffs en populair bij wildwaterliefhebbers.

'Z`e palmen een van de laatste echt afgelegen en onaangeroerde plekken in dit land in, en waarvoor? De olie die hier zit is maar een druppel in de emmer," zegt Liz Thomas, advocaat van SUWA in Moab, het belangrijkste toeristisch centrum in Zuidoost-Utah. Ze legt uit dat de schending van een potentieel beschermd gebied het onmogelijk maakt om het ooit nog te beschermen. Elke inbreuk is blijvend. "Dit is de woestijn", merkt de advocate op. "De planten groeien hier niet zo snel. De wegen die ze zullen bouwen voor seismische tests zijn blijvend en lopen ver van de bewoonde wereld. De laatste jaren hebben we in dit deel van Utah veel dorre kuilen gezien. Niemand komt de bezinkselputten en de giftige stoffen opruimen. Deze regering is duidelijk anti natuur."

De economische aspecten van de hele kwestie zijn even bizar als krankzinnig. Geologen weten waar de grootste oliereserves van Utah zich bevinden, en dat is niet hier, in het gebied rond Moab, maar rond de goed geëxploiteerde steden van Price, in het centrum van de staat, of Vernal, in het noordoosten. Volgens het Amerikaanse Geological Survey, een regeringsinstantie, kan de totale hoeveelheid onaangeboorde bruikbare olie en gas in Utah de VS niet langer dan drie weken voorzien van olie, en achteneenhalve maand van gas. Minder dan 10 procent van het totaal ligt in potentieel beschermd gebied, genoeg om de VS gedurende vier dagen van olie te voorzien.

Geen enkele grote oliemaatschappij toonde de minste interesse voor dit deel van Utah. Het zijn kleine bedrijven die naar hier komen, in de hoop dat ze op een of twee behoorlijke olieaders stoten die ze kunnen aanboren. Volgens specialisten willen kleine energiebedrijven pachtovereenkomsten verkrijgen, ook al zijn er misschien geen olie- en gasbronnen. Op die manier vullen ze hun portfolio's en trekken ze investeringskapitaal aan. Dat was wellicht niet toevallig het businessplan dat George Bush volgde toen hij in de jaren zeventig en tachtig in de oliebusiness van West-Texas stapte, een carrière die hem een enorm kapitaal opleverde dankzij familierelaties, maar amper winsten. Het verschil is dat het Permian Basin van West-Texas vlak is, een dorre plaats van weinig belang voor geologen en natuurliefhebbers. Zuidoost-Utah is een van de grootste natuurwonders ter wereld, iets wat de regering-Bush niet weet of niet interesseert.

Interne regeringsmemo's die de Los Angeles Times kon inkijken, tonen aan dat bepaalde ambtenaren het departement landbeheer (BLM) herhaaldelijk onder druk hebben gezet om in te stemmen met de ambities van de industrie. Bedienden bij BLM werden al gestraft omdat ze te traag werkten. In het hoofdkwartier in Washington worden de westelijke staten Utah, Wyoming, Colorado, New Mexico en Nevada 'de Opec-staten' genoemd. Ook in Utah buigt men voor energiebelangen.

"Het is een lust, een verslaving, die kerels vallen voor olie", zegt Peter Metcalf. Hij is directeur van het gigantische buitensportbedrijf Black Diamond en zet zich in voor de redding van het landschap. Verbluffend genoeg, zegt Metcalf, is de economie in de Moab-regio evenwel voor 80 procent afhankelijk van buitenactiviteiten en toerisme. Toch gaat 80 procent van het regeringsgeld naar een energie-industrie die bijna niets opbrengt.

Grand County, waartoe Moab behoort, rechtvaardigt de steun voor olie- en gasontginning met de belofte van grote winsten in de volgende jaren. Aangezien er zich amper betekenisvolle olievoorraden bevinden, zijn die winsten een lachertje. Volgens Thomas brengen ze het gewest ongeveer 50 dollar per bron per jaar op.

Sinds de jaren veertig worden in Utah pachtovereenkomsten voor olie en gas gesloten, maar onder de regering-Bush kregen ze een veel grotere prioriteit. In 2001 gaf de federale regering een vergunning voor meer dan 300 mijl (480 km) nieuwe wegen voor seismische tests voor potentiële oliereserves. Groeperingen zoals SUWA zetten protesten op touw toen gigantische trucks hun weg door de wildernis begonnen te banen, maar ze trokken zich terug na de aanslagen van 11 september, toen anti-regeringstaal niet langer op prijs werd gesteld.

Het Republikeinse bestuur van Utah dringt al jaren aan op een soepeler natuurbeschermingsbeleid en op meer bodemonderzoek. De wensen van het bestuur gingen in april 2003 in vervulling dankzij een juridische overeenkomst tussen Mike Leavitt, de toenmalige gouverneur, en Gale Norton, de minister van Binnenlandse Zaken, een fervent verdediger van mijnbouw- en energiebelangen. SUWA klopte bij de regering-Clinton aan voor de mogelijke bescherming van 2,4 miljoen hectare natuurgebied in Utah. De deal tussen Norton en Leavitt veegde de helft daarvan onmiddellijk van tafel en geeft geen garanties voor het overblijvende deel. Leavitt werd enkele maanden later benoemd tot beheerder van het departement milieubescherming, volgens milieuactivisten een kwaadaardige zet.

In september tekende Norton een overeenkomst waarin rotsmijnbouw verboden wordt in een strook van 200 mijl (320 km) langs de Green, de Colorado en de Dolores. Ze beweerde dat "het behoud van het landschappelijke en natuurlijke karakter van deze bijzondere plaatsen voor jaren verzekerd is". Diezelfde week werden nieuwe pachtvergunningen voor olie en gas uitgereikt, onder meer voor percelen langs de Desolation Canyon langs de Green. De mijnwerkers werd opgedragen om enkel oliemannen binnen te laten.

De weg naar de stad op Route 91 werd onlangs uitgebreid van twee naar vier rijvakken (een idee van Leavitt), de oude wanden van de Red Rock Canyon werden simpelweg opgeblazen met hamerboren. Op diezelfde weg wacht een oud uraniumafvalbedrijf veelzeggend op een federale schoonmaakbeurt. Utah is de enige westelijke staat die rotskruipers en andere terreinvoertuigen toelaat, die enorme schade aanrichten aan het landschap. Op Highway 91 ligt een mislukt restaurantproject dat een ongebruikte gondelachtige kabelwagen duidelijk zichtbaar achterliet. Commissarissen van Grand County hebben ook plannen om appartementsblokken en een vakantiecomplex te bouwen in de Fisher Towers. Tot nu toe was dat een onaangeroerd rotsmonument dat uitkijkt over de Colorado.

De proteststemmen tegen deze ontwikkelingen zijn vurig maar klein in aantal. De machtigste tegenstanders zijn eigenaars van grote openlucht- en recreatiebedrijven zoals Black Diamond. Metcalf dreigde onlangs met het weghalen van zijn jaarlijkse handelsbeurs voor industrie uit Salt Lake City als er geen stappen ondernomen zouden worden om de olie- en gasgekte te verminderen. De handelsbeurs bleef nadat hij de garantie had gekregen dat hij achter de schermen met het BLM kon werken.

Het BLM bevindt zich in een onmogelijke positie. Veel medewerkers hebben de organisatie verlaten uit weerzin tegenover het beleid van de regering-Bush, terwijl anderen voortstrijden. Ze geloven dat het alleen maar erger kan worden als de verdedigers van de industrie het overnemen. "We willen het landschap beschermen. We houden er ook van", zegt Maggie Wyatt, field manager van BLM in Moab. "Onze critici zien ons misschien niet graag, maar het zou veel erger kunnen."

Wyatt zegt dat vele pachtovereenkomsten voor olie- en gas niet zullen leiden tot boringen, dus zijn ze niet zo kwaadaardig als ze wel lijken. Maar een industriespecialist, die anoniem wil blijven, schetst een veel minder optimistisch beeld. Hij zegt dat bedrijven die boorrechten verwerven ook altijd tot boren overgaan zodra de omstandigheden goed zijn. En met olieprijzen van 55 dollar per vat zullen de energiebedrijven wellicht vinden dat er geen betere tijd is als vandaag om eraan te beginnen.

© The Independent

Geologen weten waar de grootste oliereserves zich bevinden, en dat is niet hier. Geen enkele grote oliemaatschappij toonde interesse voor de natuurgebieden in Utah. Alleen kleine bedrijven komen boren. 'Het is een lust, een verslaving, die kerels vallen voor olie'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234