Zondag 27/11/2022

GetuigenissenGezondheid

Voor de tweede keer de diagnose kanker: ‘Ik zag meteen aan de reactie van de dokters dat er iets mis was’

Liesbeth Van Impe is veel kwader dan de eerste keer: ‘Ik vind het vooral heel oneerlijk. En er zijn veel vragen. Wat wil dit nu zeggen? Dat er nog gaan komen?’ Beeld Stefaan Temmerman
Liesbeth Van Impe is veel kwader dan de eerste keer: ‘Ik vind het vooral heel oneerlijk. En er zijn veel vragen. Wat wil dit nu zeggen? Dat er nog gaan komen?’Beeld Stefaan Temmerman

Liesbeth Van Impe (45), hoofdredactrice van Het Nieuwsblad kreeg te horen dat ze kanker heeft, opnieuw. En ze is lang niet de enige. ‘De tweede keer die diagnose krijgen, is van een heel andere orde.’

Cathy Galle

Controles na een kankerbehandeling zijn altijd bange momenten. Maar twee weken geleden stapte Liesbeth Van Impe voor het eerst vrij gerust het ziekenhuis binnen. Ze zat ondertussen in de zogenaamde ‘veilige zone’: Van Impe was al meer dan drie jaar kankervrij. “Je dokters goed kennen heeft voor- maar ook nadelen”, vertelt ze. “Ik zag meteen aan hun reactie dat er iets mis was.”

Het verdict: een nieuwe tumor in dezelfde borst. En dat heeft er toch wel zwaar ingehakt. “De eerste keer dat je de diagnose kanker krijgt, weet je dat je deel uitmaakt van een heel grote groep. Maar bij herval besef je dat die groep al een pak kleiner is.” Ze merkt ook dat ze veel kwader is dan de eerste keer. “Ik vind het vooral heel oneerlijk. En er zijn veel vragen. Wat wil dit nu zeggen? Dat er nog gaan komen?”

Aan de andere kant geeft weten wat er haar - opnieuw - te wachten staat ergens wel meer rust. “De eerste keer doemde er een massief blok voor mij op. Ik ken vriendinnen die door kanker een jaar thuis hadden gezeten en daar zag ik echt tegenop. Ik ben niet het type dat je met een dekentje in een zetel moet zetten. Dus ben ik zoveel mogelijk blijven werken. Nu weet ik al dat ik dat opnieuw kan doen. En dat er goeie en slechte periodes gaan komen. De nieuwe tumor is ook snel ontdekt, waardoor de behandeling minder zwaar wordt dan de eerste keer. Dat helpt.”

Steriele kamer

Haar optimisme is een sterk wapen, vinden ook lotgenoten. Zoals Jonathan (32), een voormalige cafébaas uit Hasselt. “Je moet optimistisch zijn, je hebt eenvoudigweg geen keuze”, zegt hij. Hij was 28 jaar toen hij voor de eerste keer hoorde dat hij leukemie had. “Ik zat toen twaalf weken in een steriele kamer, en onderging chemotherapie, stamceltransplantatie en bestralingen.”

Anderhalf jaar later mocht hij weer gaan werken. Hij voelde zich goed, had nergens veel last van. Maar nog geen jaar later kreeg hij voor de tweede keer slecht nieuws: opnieuw leukemie. “Het eerste uur was ik compleet van de kaart”, vertelt hij. “De chemo, transplantatie, bestraling, het hele circus zou dus opnieuw beginnen. Je weet natuurlijk wel dat herval kan, maar dat ik echt twee keer pech zou hebben, daar stond ik totaal niet bij stil.”

Na dat eerste vreselijke uur draaide Jonathan wel de knop om en begon heel rustig en vooral praktisch te denken. “Wat neem ik deze keer mee naar die steriele kamer? Hoe kan ik het me daar zo comfortabel mogelijk maken? Dat was het eerste waar ik aan dacht. Ik had ook groot vertrouwen in de dokters die mij behandelden. Je moet er gewoon in geloven, je hebt geen keuze.”

De veerkracht die Jonathan en ook Liesbeth Van Impe tonen, zien oncopsychologen, psychologen gespecialiseerd in het omgaan met kankerpatiënten, wel vaker, zegt Kristel Mulders. Ze is zelf psychotherapeute en leidinggevende van de oncopsychologen in het Jessa Ziekenhuis in Hasselt. “De tweede keer die diagnose te horen krijgen, is van een heel andere orde”, meent ze. “Bij de eerste keer stort je wereld in. Dan volgt een zware fase waarin er allerlei onderzoeken gebeuren en je niet goed weet wat er echt aan de hand is. Maar we zien vaak dat mensen die aan hun behandeling starten daar heel wat kracht en ook hoop uithalen. Zo van: we gaan ervoor.”

Bij de tweede keer wéét je wat je te wachten staat. En dat kan op twee manieren werken. Of je put er moed uit, of je geraakt erdoor ontmoedigd.

Veel hangt ook af van over welk ‘soort’ herval we spreken. Leukemie is een bloedziekte, die per definitie in het hele lichaam zit en daardoor moeilijker ‘uit te roeien’ is. Maar ook bij solide tumoren zijn er verschillen, legt Hans Prenen, diensthoofd onocologie aan het UZA uit. “Een solide tumor, zoals bij borst- of darmkanker, kan operatief worden verwijderd. Daarbij wordt ook het weefsel rond de tumor weggenomen, zodat er nergens nog kanker zichtbaar is. Maar er zijn kankers die de neiging hebben om te hervallen op dezelfde plaats. Sommige patiënten ontwikkelen dan weer een nieuwe tumor in de buurt van de oude tumor.”

‘Ik zag meteen aan de reactie van mijn dokters dat er iets mis was.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik zag meteen aan de reactie van mijn dokters dat er iets mis was.’Beeld © Stefaan Temmerman

Uitzaaiingen

Maar soms kunnen kankercellen als het ware ontsnappen, waarna ze in de bloedbaan komen en op eender welke plaats in het lichaam terechtkomen. Professor Prenen: “Je hoort iemand die bijvoorbeeld borstkanker heeft gehad dan zeggen: nu heb ik botkanker. Maar eigenlijk is dat nog altijd dezelfde borstkanker. Dat noemen we uitzaaiingen.”

Bij uitzaaiingen is de kans op volledige genezing eerder klein. Dat maakt de klap van die tweede diagnose nog erger, meent Kristel Mulders. “Zij moeten leren omgaan met het besef dat ze wellicht hun hele leven onder behandeling zullen zijn. Veel mensen leven nog vele jaren met uitzaaiingen. Die worden door de behandeling onderdrukt en soms slaagt men er ook in om ze tijdelijk weg te krijgen, maar de patiënt weet dat het terug kan komen. En dat idee is veel lastiger om dragen dan een eerste diagnose, waar de focus vooral ligt op proberen genezen.”

Al merkt ze ook hier heel wat veerkracht bij patiënten. “Alles hangt natuurlijk af van hoe mensen in hun leven geleerd hebben met een tegenslag om te gaan. Sommigen zijn eerder negatief, maar ik zie ook mensen die besluiten om voortaan zoveel mogelijk uit het leven te halen.”

Liesbeth Van Impe heeft ondertussen iets anders waar ze op kan focussen: haar deelname aan de Allerslimste mens ter wereld. Ze heeft er geen moment aan gedacht om die af te zeggen. “Tijdens zo’n opname ga je zo op in het spelletje dat je niet met iets anders bezig kan zijn. Dat helpt voor mij.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234