Dinsdag 01/12/2020

Voor de overlevenden

Boudewijn de Groot, Decca

Niemand zingt mooier Nederlands dan Boudewijn de Groot. Laten we daar vooral niet flauw over doen. En ik zeg dat ook niet zomaar. Ik vind dat al sedert ik De Groot halfweg de jaren '60 voor het eerst hoorde zingen ('Meisje van 16', 'Welterusten, mijnheer de president') en al die tamme beweringen over hoe onze taal zogenaamd 'onzingbaar' zou zijn en hoe dingen 'gewoon beter klonken' in het Engels kwamen mij plotseling duidelijk voor de geest staan als wat ze ook zonder meer waren: lulkoek.

Ik krijg al meer dan veertig jaar lang een koude rug wanneer ik Europese artiesten dag in, dag uit via mijn radiotoestel die mooie Engelse taal hoor verkrachten met flutsongs vol amechtige zinsconstructies, een naar woordenboeken riekend vocabularium en accenten waar je de polderklei zo aan voelt plakken.

Ja, natuurlijk lukt het soms wel. Al zijn die goede voorbeelden op de vingers van één hand te stellen en moet ik na dEUS eigenlijk al heel lang zoeken naar nog vier andere valabele kandidaten.

'Zing je moerstaal!' is al bij al geen slecht adagium en mensen als bijvoorbeeld Lou Reed, Adriano Celentano, Edith Piaf, Oum Kalsoum, Udo Lindenberg, Celia Cruz of Amália Rodriguez hebben toch niet echt slecht geboerd met hun in het Engels, Italiaans, Frans, Egyptisch, Duits, Spaans of Portugees gestelde oeuvre. Ze zijn ook vooral zichzelf gebleven wat, onder ons gezegd, in vele gevallen al erg genoeg is.

De gekte rond Stromae bewijst ook dat Frans kan, zelfs voor jonge flamands. Minder leuk vind ik dat sommige mediakalveren niet aarzelen om voortdurend te kwekken dat die koffie-met-melkjongen uit Dilbeek beslist de nieuwe Jacques Brel wordt. Pure onzin, natuurlijk. Vraag is alleen wie zich door zo'n bewering het meest beledigd moet voelen, Stromae of Brel.

Boudewijn de Groot, dus. En ik. Hij was 22 in '66 en ik was 17. Ik moest nog aan drank en meisjes en grote gaten in dagen slapen beginnen en hij leek daar al alles van te weten, al kan het ook dat hij die indruk gaf omdat hij over een uitstekende tekstschrijver beschikte, waarover straks meer.

In dat voor mij toch eerder machtige jaar 1966 kreeg ik samen met Dylans Blonde on Blonde, The Beach Boys hun Pet Sounds, het Stones-meesterwerk Aftermath en Donovans Sunshine Superman ook Boudewijn de Groots tweede lp Voor de overlevenden als gast aan mijn draaitafel, een gammel model van het vergeten merk Novak.

Ik begreep meteen al, na één enkele beluistering, dat er in dit leven plaatjes zijn en platen. Plaatjes zijn dingen die voor een poos verstrooiing zorgen, of aanzetten tot wilde dans of voor altijd een mooie herinnering blijken aan die ene zomeravond met die man/vrouw van je dromen.

En dan zijn er platen. Dat zijn zwarte schijven die zich als een loodzwaar anker in je bast vasthaken en daar een leven lang blijven hangen. Dingen die je inzicht geven in je eigen bestaan en in dat van je generatiegenoten. Voorwerpen van vinyl die in woord en klank kunnen formuleren wat je zelf allemaal voelt koken in je kop.

Zulke platen hebben altijd bestaan. Voor de generaties vlak voor mij was dat voornamelijk Frans chanson, oude rock-'n-roll of zweterige bebop. Tegen dat het mijn beurt was, kwam daar natuurlijk een zekere Dylan op de proppen en wie na mij kwam, vond wellicht troost bij The Triffids, U2, Prince, Nirvana of R.E.M. Wie het vandaag is, weet u vast zelf wel.

Maar Voor de overlevenden, dat was zo'n plaat die midden de jaren '60 al de rekening opmaakte van dat flink aan de gang zijnde decennium en tegelijk ook al aankondigde dat er écht andere tijden gingen komen : de pil, Vietnam, cannabis, mei '68... het waren eens wat andere ingrediënten dan de wierook en de tranen waarmee de eerste lichting babyboomers nog door zijn jeugd gekropen was.

Vrije liefde? Wat moest je ermee als je nog niet eens goed wist hoe je je broek moest uitdoen? 'Sous les pavés, la plage!' We wilden wel, maar hoe raakte een mens in godsnaam zonder geld in Parijs? 'Nixon, moordenaar!" , we riepen zomaar wat mee met het ander langharig werkschuw tuig, maar eigenlijk was 'Hoeveel Stella's kan je krijgen voor één biljet van 20 frank?' een grotere levensvraag.

Voor de overlevenden gaat over mensen die er moeite mee hebben op een bepaald moment hun jeugd op te geven. Die liever hun hele leven onderweg willen zijn dan ergens te moeten arriveren. Die enerzijds graag zingen van 'Zonder vrienden kan ik niet', maar anderzijds ook al voor hun twintigste ontdekken dat niet ieder mens een moreel hoogstaand wezen is en dat sommige vrienden en vriendinnen al eens gedrag durven vertonen dat alleen maar te omschrijven is als 'beneden alle peil', waarbij men over die lui droef moet vaststellen: 'ze zijn niet meer als toen'.

In de elf beste songs van deze lp, (ik tel er nr. 12 , het onuitstaanbare 'Het land van Maas en Waal', bewust even niet bij) slagen De Groot en zijn toentertijd vaste tekstschrijver Lennaert Nijgh er op weergaloze wijze in om een reeks kortverhalen neer te zetten die maximum drie minuten duren en die tegelijk appeleren aan een collectief bewustzijn, maar ook iedere destijdse luisteraar de indruk gaven dat ze helemaal over hem gingen.

Dat heeft te maken met de pure en onweerlegbare kwaliteit van Nijghs teksten (wie ambities heeft om songs te schrijven in het NL: hier is uw leermeester!), maar dankt ook zeker zoveel aan Boudewijns ontroerende manier van zingen, zijn voortreffelijke frasering en zijn ontwapenende en soepele beheersing van het Nederlands.

De Groot, ondertussen een wonderkind van bijna 66 jaren, is misschien een beperkte, maar wel een begenadigd zanger. En de mythe dat hij alleen top was als uitvoerder van de woorden van de betreurde Lennaert Nijgh doet afbreuk aan de superieure kwaliteit van songs als 'Jimmy' (tekst: Ruud Engelander), 'Kinderballade' (Gerrit Komrij) of 'Lage Landen' (Boudewijn de Groot ).

Na het succes van Voor de overlevenden heeft De Groot het zichzelf niet makkelijk gemaakt door die plaat ad nauseam te blijven herhalen. Integendeel. Hij is gaan zoeken. In de psychedelische hoek (Picknick), bij het conceptwezen (Heksensabbat), bij de filmmuziek (Een tip van de sluier). Hij is gaan acteren. En studeren.

En hij heeft vooral ook gedaan wat wel meer artiesten af en toe eens een paar jaar lang zouden moeten doen: zwijgen.

Voor de overlevenden staat samen met Raymond van het Groenewouds Aan de meet eenzaam in mijn top-2 van beste Nederlandstalige lp's aller tijden. Dat is geen toeval. Het gaat in beide gevallen over werk van rasartiesten die elk van hun kant - ook al zijn ze hun leven lang al op de hoogte van de beste Angelsaksische muzikale tradities - gekozen hebben om niet gecomplexeerd om te gaan met de taal die de natuur hen gegeven heeft. Ze hebben door de jaren heen een trouw publiek opgebouwd dat woont en leeft tussen Groningen en Brussel en dat bij ieder bezoek van hun idolen kan vaststellen dat het hier niet om poseurs gaat die in naam van een vaak onbestaande 'internationale carrière' op dagelijkse basis Shakespeare's idioom verkrachten, maar om echte bevlogen kunstenaars die zich perfect staande kunnen houden op het dunne koord dat langsheen de grens tussen high en low culture loopt.

Voor de overlevenden? Wees gerust: ook geschikt voor zij die nog aan dat leven moet beginnen.

Boudewijn de Groot had een

ontroerende manier van zingen, een voortreffelijke frasering en een

ontwapenende en soepele

beheersing van het Nederlands.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234