Zondag 04/12/2022

AchtergrondZiekenhuishervorming

Voor bepaalde kankers gaat u beter naar andere ziekenhuizen. Niet alle dokters zijn het daarmee eens

Illustratiebeeld. Beeld Photo News
Illustratiebeeld.Beeld Photo News

Voor patiënten met een hoofd- of halstumor kan het een extra kopzorg zijn: zit je voor de complexe behandeling wel goed in een kleiner ziekenhuis? Meer specialisatie concentreren in minder ziekenhuizen lijkt de weg vooruit, maar die oefening botst op veel weerstand.

Michiel Martin

“Praten lukt weer goed, slikken zal altijd moeilijk blijven. Op café drink ik mijn pint nu met een rietje, en dan lachen ze wel eens: ‘Wil je rap zat worden misschien?’” Vanwege een tumor werd bij Edwin De Wulf (80) twee jaar geleden een deel van zijn onderste kaakbeen gereconstrueerd vanuit zijn kuitbeen. De permanente ongevoeligheid, een soort ‘net-terug-van-de-tandarts-modus’, neemt hij er graag bij. “Ik ben een wrak geweest, maar nu heb ik amper nog last. En de naad die van mijn oor tot onder mijn kin loopt, merkt bijna niemand op.”

De behandeling in het UZ Gent heeft een diepe indruk op hem nagelaten: “Ze hebben echt als een tweede moeder voor mij gezorgd, de hele equipe was ontzettend goed op elkaar afgestemd.” Aangezien een hoofd- of halstumor erg complex is en vrij elementaire functies zoals eten, ademhalen of praten impacteert, is dat niet onbelangrijk.

“Zowel functioneel als esthetisch kan de behandeling erg ingrijpend zijn”, weet hoofd- en halschirurg Wouter Huvenne (UZ Gent), die al eens een volledig strottenhoofd weghaalt. Dat vraagt dus een totaalaanpak waar ook logopedist, diëtist of tandarts bij betrokken zijn, maar evengoed een psycholoog. Hoofd- en halstumoren worden vaak pas opgemerkt in een agressief stadium, omdat de symptomen vaak verward worden met kwaaltjes zoals een tandabces of heesheid.

Bij het UZ ervaren ze: die hele multidisciplinaire trein loopt pas gesmeerd als een ziekenhuis een voldoende groot volume aan patiënten behandelt - in hun geval zo’n 170 per jaar. “We merken dat ook bij onze patiënten, die hele omkadering biedt hen een enorme veiligheid”, zegt verpleegkundig consulent Annelies De Prins.

Ziekenhuishervorming

Een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) uit 2019 bevestigt dat aanvoelen. Momenteel is de behandeling van hoofd- en halstumoren sterk versplinterd in ons land: de helft van de behandelende ziekenhuizen - liefst 99 verschillende - ziet vier of minder patiënten per jaar. Terwijl de ziekenhuizen met een volume van meer dan 20 patiënten een betere overlevingskans bieden, blijkt uit de analyse.

Dat ziekenhuizen zich moeten specialiseren om meer kwaliteitsvolle zorg te bieden, is een van de hoofddoelen van de bredere ziekenhuishervorming die minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) probeert door te voeren. Enkel bij slokdarm- of pancreastumoren is het nu zo dat patiënten voor chirurgie bij een beperkt aantal referentiecentra terecht moeten. Die oefening wordt nu ook gemaakt voor zowel hoofd- en halstumoren als eierstokkanker.

Voor de werkgroepen, die deze maand zijn opgestart, wacht een moeilijke opdracht, want het is een verhaal vol gevoeligheden. “Een van de grote bezorgdheden is dat de universitaire ziekenhuizen alle gespecialiseerde zorg naar zich toe zuigen”, zegt Marc Moens van BVAS. Impliciet wordt de kunde in kleinere ziekenhuizen in twijfel getrokken. “Daar zitten nochtans ook straffe chirurgen, maar zij vrezen uitgerangeerd te worden.”

De behandeling in het UZ Gent heeft een diepe indruk op Edwin De Wulf nagelaten: ‘Ze hebben echt als een tweede moeder voor mij gezorgd.’ Beeld Wouter Van Vooren
De behandeling in het UZ Gent heeft een diepe indruk op Edwin De Wulf nagelaten: ‘Ze hebben echt als een tweede moeder voor mij gezorgd.’Beeld Wouter Van Vooren

Het valt dan ook op: vingerwijzen is uit den boze in dit debat. “We stellen in geen geval de medische expertise van anderen in vraag”, herhaalt Huvenne meermaals. Volgens hem gaat deze centralisatie over de brede machine, niet over de individuele radertjes. Die visie ondersteunt de nood aan referentiecentra die niet enkel instaan voor chirurgie maar voor de totaalzorg, zoals in Nederland het geval is. Daar ligt de vijfjaarsoverleving effectief hoger dan in België.

Toch is er ook een kanttekening. Voor heel wat patiënten zal zoiets een verdere verplaatsing betekenen van tientallen kilometers. Niet onbelangrijk in die context: hoofd- en halskankers treffen vooral oudere mensen, vaak afkomstig uit een lagere sociale klasse - want gelinkt aan alcohol- en tabaksgebruik. Dat kan de motivatie om een behandeling te starten ondergraven.

Bovendien vreest Moens dat er wachtrijen kunnen ontstaan, terwijl de doorlooptijden bij hoofd- en halstumoren nu al tekortschieten. Hij verwijst daarbij ook naar de referentiecentra voor slokdarmtumoren: “Drie centra hebben de afgelopen maanden hun activiteiten moeten stopzetten, omdat ze het beoogde volume niet haalden.”

Betere kwaliteit

Volgens Paul Graf (75) van de Vereniging voor Gelaryngectomeerden, een lotgenotengroep, leeft bij patiënten alvast het idee dat centraliseren de weg vooruit is “omdat de kwaliteit beter zal zijn dan bij een versnippering”. Namen van ziekenhuizen noemt hij liever niet, maar hij kent voorbeelden van patiënten die een slechte ervaring overhielden aan een ziekenhuis waar hoofd- of halskankers minder routineus is.

En dat patiënten meer kilometers moeten malen? “Sociaal vervoer is tegenwoordig een optie”, zegt Graf, die zich voorstander toont van een doorgedreven rol voor referentiecentra. “Ben je niet beter af bij één deskundig team dan te moeten shoppen voor verzorging, logopedie en andere begeleiding?”

Als verpleegkundig consulent merkt Annelies De Prins alvast dat zoiets zelfs een troef kan zijn om mensen te overhalen om een behandeltraject te kiezen, en om niet af te haken. “Laatst hadden we hier een patiënt die twijfelde aan de behandeling. Onze brede aanpak overtuigde hem om er toch voor te gaan. Mensen voelen het wanneer ze geen buitenstaander, maar een bondgenoot zijn in hun eigen behandeltraject.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234