Maandag 19/04/2021

volgt Hugues Gall op bij Parijse opera

Mortier is zich bewust van de 'mainstream'-smaak van de typische Franse operaganger. 'Ik wil de traditionalisten hier niet van streek brengen. Het Parijse publiek is nogal lichtgeraakt'

Gerard Mortier

Parijs

New York Times

Alan Riding

Op het eerste gezicht heeft de directeur van de Parijse opera een benijdenswaardige job. Het instituut werd opgericht in 1669 en bezit twee grote schouwburgen, een vast koor, een 174-koppig orkest en een eersteklas balletgezelschap, allemaal fors gesubsidieerd. Maar de medaille heeft ook een keerzijde. De 1.600 werknemers worden geleid door communistisch gesteunde vakbonden met een voorliefde voor last-minute stakingen en bescheiden klassenconflicten.

Na negen jaar aan het hoofd van de opera treedt Hugues Gall in juli af. Hij draagt de sporen van de veldslagen, maar kan er ook trots op zijn dat hij enige orde bracht in het gezelschap dat bekendstond als een zootje ongeregeld. Met de nieuwe Bastille Opera en het 19de-eeuwse Palais Garnier, jaarlijks goed voor 360 opera- en balletvoorstellingen en een publiek van 800.000 mensen, is er bij de Parijse Opera toch meer drama op het toneel dan ernaast.

Maar zal dat blijven duren? In tegenstelling tot Gall, die ingehuurd werd als een keiharde manager, staat zijn Belgische opvolger Gerard Mortier bekend om zijn baanbrekende artistieke programmering. Toen hij in de jaren negentig aan het hoofd stond van het Salzburg Festival, zagen sommige Oostenrijkers hem als een provocateur. Verwacht wordt dat hij ook in Parijs het Franse publiek zal uitdagen, een publiek dat gewend is aan semi-intellectuele kost. De vraag is of de vakbonden van de Parijse opera hem zijn job laten doen. Gall maakt zich zorgen. Dit weekend nog dreigden de bonden met een staking, maar deze keer gingen ze er niet mee door.

"Twintig jaar geleden was het mogelijk om je Parijs voor te stellen zonder opera", zegt hij in zijn kantoor. "Maar dankzij ons succes kunnen de vakbonden ongestraft absurde eisen stellen. Ze weten dat ze volledig beschermd zijn in hun versterkte vesting. Als het aan hen lag, wordt de Bastille nooit ingenomen. Erger nog", zegt hij, "ze gebruiken de Parijse opera geregeld om de regering onder druk te zetten voor zaken die helemaal niets met de opera te maken hebben."

Nochtans, voegt hij eraan toe, heeft Mortier een sterk onderhandelingswapen. "Niemand verplicht je om directeur van de Parijse opera te worden", zegt Gall. "Een van mijn troeven, en ook van Gerard, is dat je op elk moment kunt vertrekken. Wanneer hij het over twee jaar beu is, kan hij gaan. Het zou dus verkeerd zijn van de vakbonden om hem te destabiliseren. Mortier is onvervangbaar. Zijn vertrek zou tragisch zijn voor de Parijse opera."

De overgang aan de top verloopt alvast erg soepel. Gall en Mortier werkten in de jaren zeventig samen in de Parijse opera en bleven vrienden. "Hugues Gall en ik zijn erg verschillende broers uit dezelfde familie", zegt Mortier. "Het klopt dat we verschillende karakters hebben, maar dat is juist goed."

Ook Gall gelooft dat de tijd rijp is voor verandering. Toen hij in 1995 het roer overnam, heerste er wanorde in de Parijse opera. Hij concentreerde zich op goed management en het aanspreken van een nieuw publiek om de jaarlijkse subsidie van 76 miljoen euro te rechtvaardigen. "Gerard zal zich in de eerste plaats engageren voor fantastische voorstellingen en sterke casts. Hij zal zich minder richten op management, hij zal vrijer zijn dan ik was."

Gall werkte tien jaar als directeur voor hij de pensioenleeftijd van 65 bereikte. Mortier is 60 en heeft slechts vijf seizoenen om zijn stempel te drukken. Zijn eerste, het seizoen 2004-2005, met negen nieuwe producties en tien heropvoeringen, gaat op zoek naar "het eigentijdse karakter" in gevestigde werken.

Een nieuwe productie van Tristan und Isolde verenigt twee Amerikanen, Peter Sellars als regisseur en de videokunstenaar Bill Viola als ontwerper. Ook nieuw is Die Zauberflöte, geregisseerd door Alex Olle en Carlos Padrissa van het experimentele Catalaanse gezelschap La Fura Dels Baus.

Het seizoen bevat ook vier monumentale werken uit de 20ste eeuw: een nieuwe productie van St.-François d'Assise, van de jonge Franse regisseur Stanislas Nordey; heropvoeringen van het goed ontvangen War and Peace van Profokiev en Dialogues des Carmelites van Poulenc, beide in een regie van Francesca Zambello; en een heropvoering van Pelleas et Melisande van Debussy, geregisseerd door Robert Wilson.

Mortier benoemt geen vaste dirigent, maar put uit zijn relaties opgebouwd in Brussel en Salzburg. De Belgische dirigent Sylvain Cambreling staat voor vier producties aan het hoofd van het operaorkest. Andere gastdirigenten, die hij beschouwt als vrienden, zijn Christoph von Dohnanyi, Marc Minkowski, Kent Nagano, Vladimir Jurowski, Valery Gergiev en Esa Pekka Salonen.

Tijdens het komende seizoen zal het operapubliek ook gevestigde zangers horen als Deborah Polaski, Waltraud Meier, Ben Heppner, José van Dam, Natalie Dessay en Susan Graham. Net als Gall is Mortier op zijn hoede voor diva's. "Ik denk niet dat sterren de programmering moeten domineren", zegt hij. "Ik hou van sterren zo lang ze opera niet beschouwen als een luxewagen van waaruit ze naar het publiek kunnen zwaaien."

Het wordt afwachten hoe het publiek van de Parijse opera reageert op Mortier. Le Monde bekritiseerde Gall geregeld voor zijn fantasieloze aanpak, maar hij antwoordde dat 80 procent van zijn operapubliek de werken voor het eerst ontdekte. "Niemand begrijpt een snor op de Mona Lisa als hij de Mona Lisa zelf niet kent", zegt hij. Eigentijdse interpretaties van geliefde opera's worden inderdaad dikwijls uitgejouwd door het Parijse publiek.

Mortier is zich bewust van de 'mainstream'-smaak van de typische Franse operaganger en beloofde niet te provoceren om te provoceren. "Ik wil de traditionalisten hier niet van streek brengen", zegt hij. "Het Parijse publiek is nogal lichtgeraakt. Ik zal de dingen anders aanpakken dan in Salzburg. Mensen moeten de kans krijgen Puccini te ontdekken, ook al hou ik niet zo van hem." (Er zit geen Puccini in zijn eerste seizoen.)

Volgens Mortier behoort het echter hoe dan ook tot zijn mandaat om te experimenteren in de Parijse opera. "Wanneer mensen een opera goed kennen, nemen ze er bezit van en vormen zich een beeld van de opvoering", zegt hij. "Mij interesseert vooral hoe een werk uit een bepaalde periode kan worden getransformeerd zodat het iets fris krijgt. Ik wil sociaal-politieke associaties verkennen. Ik wil aansluiting krijgen met emoties."

Gall en Mortier zijn het eens over de moeilijkheid het operarepertoire te vernieuwen. Gall programmeerde vier nieuwe opera's, waarvan er later twee heropgevoerd werden. Geen enkele werd overgenomen door een andere opera. Ook Mortier heeft plannen voor nieuwe werken en wil ze opvoeren als coproducties met andere huizen zodat ze verzekerd zijn van 30 tot 40 voorstellingen. "We moeten er ons wel bewust van zijn dat deze nieuwe stukken wellicht niet in het repertoire komen", zegt Mortier. "Opera is een genre dat gelinkt wordt aan een bepaalde periode, tussen het einde van de Renaissance en 'Wozzeck'. We moeten onze ijdelheid opzijschuiven en niet denken dat we de fantastische nieuwe opera of componist zullen vinden, want dat gebeurt niet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234