Zondag 25/10/2020

Dagboek van een directeur

‘Volgens mij gaan we naar een mengeling van contact- en afstandsonderwijs voor alle leerjaren’

Lieven Coorevits.Beeld Thomas Nolf

Lieven Coorevits (41) is directeur van het GO!-atheneum Voskenslaan in Gent. De Morgen spreekt hem dagelijks tijdens deze stresserende coronatijden.

Vrijdag 22 mei

‘Nu kan je echt eens nadenken over ons onderwijssysteem’

“De ‘eerste schoolweek’ zit erop en mijn dagboekreeks ook. Wat de komende maanden voor het onderwijs brengen? We zullen volgens mij evolueren naar een hybride systeem, een mengeling van contact- en afstandsonderwijs voor alle leerjaren. Leerlingen zouden dan een dag wel, een dag niet naar school gaan, of een week wel en een week niet. Dat wordt niet evident: noch voor de ouders, noch voor de scholen die dat voor alle jaren moeten zien te organiseren.

“De decreetgever zal ook wat moeten bijsturen. Nu is er een wettelijk minimum van 28 lesuren per week, maar in zo’n hybride aanpak moet je daar anders mee omgaan. Het lijkt me moeilijk daar een specifiek getal op te plakken, zeker omdat je grote variaties per week zou kunnen hebben. Je kan erover nadenken om dit getal helemaal los te laten en scholen vrij te laten in hoe ze de leerplandoelstellingen realiseren. Ik besef dat dit een grote stap is, maar in een dagboek mag je dromen. (lacht)

“Ook voor vakbonden wordt dit een belangrijke periode. De opdracht van een leerkracht wordt nu uitgedrukt in aantal lesuren per week, maar hoe pak je dit aan wanneer je niet meer in klassieke lesuren kan redeneren?

“Enfin, dit zijn interessante tijden voor een minister van Onderwijs. Nu kan je echt eens nadenken over ons onderwijssysteem en is er volgens mij zowel een nood als een draagvlak om enkele structuren te hertekenen. Je hebt als school al heel wat autonomie, maar sommige verplichtingen staan volgens mij zo’n hybride systeem nog in de weg.

“Tot slot zou het op korte termijn wel fijn zijn om van de minister te weten wat de spelregels zijn als we in september niet zouden kunnen starten zoals normaal. Het is heel moeilijk verschillende scenario’s voor te bereiden als je niet weet wat de krijtlijnen zullen zijn. Of ik dit jaar vakantie zal kunnen nemen? (lacht) Ik mag het hopen, ja.”

Lieven Coorevits.Beeld Thomas Nolf

Donderdag 21 mei

‘Zomerschool? Maak de vakantie twee weken korter’

“Of ik het idee van zomerscholen genegen ben? Goh, dat vind ik een moeilijke. Het idee erachter klinkt aannemelijk: leerlingen zijn nu minder op school dus we laten hen in de zomer komen om dit recht te trekken.

“Zo simpel is het echter niet. Als we naar evidence-based onderzoek kijken, zien we dat de impact van ‘summer schools’ op de leerprestaties veeleer beperkt is. Zo oordeelt ook de gerenommeerde onderwijswetenschapper John Hattie. Nederlands onderzoek naar de langetermijneffecten van zomerscholen komt tot dezelfde conclusie. Die studie geeft wel aan dat ze voor een lager aantal zittenblijvers kunnen zorgen, wat wel een belangrijk voordeel is.

“De moeilijkheid voor mij ligt in het vrijwillige karakter van de zomerscholen, zowel voor de leerkrachten die eraan willen meewerken als voor de leerlingen die verwacht worden. Ik vrees dat je de leerlingen die je wil bereiken net niet zal aantreffen op school in de vakantie.

“Volgens mij ligt de uitdaging niet in de zomer, maar in september. Leerlingen hebben op verschillende snelheden gewerkt en de onderlinge verschillen zullen groot zijn, veel groter dan anders. Leerkrachten zullen sowieso tijd moeten uittrekken om die beginsituaties in kaart te brengen en erop in te spelen. Wat heeft iedereen onder de knie, wat moet er nog worden bijgespijkerd? Ik vrees dat door hun vrijwillige karakter de zomerscholen die verschillen wat groter kunnen maken.

“Voor mij interessanter dan de discussie over zomerscholen is het debat over de duur van de grote vakantie. Om de zoveel tijd steekt dat de kop op, maar nu blijft het stil. Mijn persoonlijk standpunt is dat ze te lang is. Ik zou de vakantie twee weken inkorten en de herfst- en krokusvakantie een weekje verlengen. Twee maanden vakantie halen je echt uit je ritme. Geen zomerschool dus, maar sneller terug naar school!”

Dinsdag 19 mei

‘De leerlingen krijgen niet automatisch een A-attest. Ik hoop dat er geen lawine aan betwistingen volgt’

“Als directeur moet je nu echt vertrouwen in je team hebben en het vertrouwen durven geven. Heel wat procedures worden nu anders, en dan is het goed dat je ervan kan uitgaan dat iedereen werkt vanuit dezelfde principes. Wij hebben op school bijvoorbeeld vastgelegd dat elke leerkracht leerstof aanbrengt, feedback geeft en mogelijkheden tot inoefening/zelftoetsing inbouwt. Hoe ze dat doen, kiezen ze grotendeels zelf. Ik geloof dat ze beter presteren als je hen ruimte geeft om dit op hun manier te doen.

“Vertrouwen in de leerkrachten zal ook van belang zijn bij de ouders en leerlingen, want dat vertrouwen wordt nu uitgedaagd. Er worden geen examens georganiseerd, ook niet voor de zesdejaars. Natuurlijk merken we daar wel ongerustheid over, want de leerlingen krijgen niet automatisch een A-attest. Hoe gaat de klassenraad nu oordelen? Op basis van welke gegevens? De leerkrachten hebben gelukkig al vanaf september tot midden maart gegevens kunnen verzamelen over de leerlingen. Zij kunnen ook rekening houden met hoe leerlingen het sindsdien doen. Op basis daarvan kunnen ze nog steeds de juiste beslissing nemen, in het belang van de leerling. Ik hoop dat we niet in een juridisering van het onderwijs terechtkomen en dat er een lawine aan betwistingen volgt.

“Een klassenraad heeft in het onderwijs een heel grote macht, dat klopt wel. Dat is het orgaan dat de beslissing neemt. De regels liggen niet vast, dé voorwaarde om iemand een bepaald attest te geven bestaat niet. De klassenraad gaat na of de leerling de leerplandoelstelling in voldoende mate heeft behaald. Maar wat is voldoende? De ene klassenraad is de andere niet en er kunnen dus verschillen zijn. Maar er wordt ofwel bij consensus beslist of bij meerderheid gestemd. Het is een misvatting dat één leraar een leerling kan belemmeren om naar het volgende jaar over te gaan.”

Lieven Coorevits.Beeld Thomas Nolf

Maandag 18 mei

‘Versoepel het gebruik van mondmaskers in het onderwijs’

“De zesdejaars zijn net terug naar huis en hun terugkeer vandaag gaf me een dubbel gevoel. Leerlingen en collega’s waren blij om elkaar terug te zien, maar ik kreeg toch te horen dat de leerlingen anders dan normaal waren. Ze waren wat makker en leken onder de indruk. Doordat per dag slechts een fractie van ons normale aantal leerlingen kan komen, voelden het gebouw en de speelplaats ook nog heel erg leeg aan.

“Pas op, dat gevoel varieerde heel erg van klas tot klas. Sommige leraars zeiden dat de lessen plezant waren en dat er veel interactie was, anderen vonden het dan toch niet hetzelfde. Enkele leerlingen vertelden dat ze hun draai wel hadden gevonden in het afstandsonderwijs en dat naar school komen voor hen niet echt hoefde.

“Die mondmaskers helpen ook niet. Je ziet zo weinig mimiek daardoor. Het valt me tegen hoe weinig je kan afleiden uit de ogen. Je bent ook veel moeilijker te verstaan. Een leerkracht vertelde me dat ze zelfs tegen de verkeerde leerling begon te praten omdat ze niet wist wie er iets had gezegd. (lacht) Op de speelplaats anderhalve meter handhaven is ook niet makkelijk als je weet dat leerlingen heel sterk de neiging hebben om elkaar dicht op te zoeken. Je merkte dat ze het vervelend vonden om de hele dag een mondmasker te moeten dragen.

“Is die dubbele maatregel in het onderwijs niet wat overdreven? Anderhalve meter afstand behouden én te allen tijde een mondmasker dragen? In onze leslokalen staan de banken ver genoeg uit elkaar. Ik pleit ervoor om het gebruik van mondmaskers daar te versoepelen. Doe ze uit in de klas, waar er voldoende ruimte tussen de banken is, en doe ze aan op plaatsen waar je de afstand niet kan garanderen, zoals in de gang.

“Neen, vandaag was niet de school zoals ik die kende. Kunnen we die toch een beetje terugbrengen door te strenge maatregelen terug te schroeven?”

Zondag 17 mei

‘Nederlands, Frans of geschiedenis nu niet helemaal laten vallen’

“Morgen is het zover: onze school opent opnieuw haar deuren. De zesdejaars komen beurtelings een dag, per dag ongeveer 85 leerlingen. De meeste klassen hebben het normale aantal lesuren. Het gaat voornamelijk om de richtingspecifieke vakken: wetenschappen en wiskunde voor wetenschappen-wiskunde, gedrags- en cultuurwetenschappen voor de humane wetenschappen, talen voor de richtingen moderne talen, enzovoort.

“We hebben voor de fysieke lessen prioriteit gegeven aan de richtingspecifieke vakken en vakken die het meest bij de vervolgopleidingen in het hoger onderwijs aansluiten. Natuurlijk moesten we ook rekening houden met de inzetbaarheid van leerkrachten, bijvoorbeeld zij die tot een risicogroep behoren en dus niet naar school mogen komen. Ik merk dat sommige scholen bepaalde vakken laten vallen, maar daar kan ik me niet in vinden. Als je nu bijvoorbeeld Nederlands, Engels, Frans of geschiedenis helemaal laat vallen, vind ik dat een keuze die ook gevolgen heeft voor de toekomst. Je gaat voor een stuk de waarde ervan minimaliseren. Daarom beslissen wij heel bewust om die vakken te blijven geven.

“Als school heb je wel enkele uren die je vrij kan invullen. Het gaat bijvoorbeeld om seminaries waar geen leerplandoelstellingen aan vasthangen. Die laten we wel vallen. Maar de verplichte vakken komen allemaal aan bod.

“Of leerkrachten die nog niet op school mogen lesgeven misnoegd waren? (lacht) Wel, een leerkracht die normaal tot eind mei op ziekteverlof was, was niet opgenomen in het schema. Hij zei: ‘Mijn vak is toch wel richtingspecifiek in bepaalde richtingen? Ik wil eigenlijk al lesgeven, hoor!’ En zo komt hij, met toestemming van de dokter, toch lesgeven. (lacht) De meesten die niet fysiek lesgeven, vinden het inderdaad wel jammer. Ik merk heel veel enthousiasme bij de leerkrachten om er ook ‘in real life’ weer in te vliegen.”

Lieven Coorevits.Beeld Thomas Nolf

Vrijdag 15 mei

‘Goedkoop waren deze maatregelen niet’

“Maandag komen onze zesdejaars terug. We zijn bezig met de laatste voorbereidingen. Kleine dingen eigenlijk, maar wel essentiële. Een team is de laatste bolletjes op de speelplaats aan het spuiten om voldoende afstand te houden als leerlingen moeten wachten om naar de lokalen te gaan. Ze hangen linten vast die waren losgekomen. Flesjes alcoholgel worden in de lokalen geplaatst. We stellen de lessenroosters nog helemaal op punt.

“We hebben ook een oproep bij de leerkrachten gedaan om de komende weken extra toezicht te verlenen. De opvoeders zullen dat niet alleen kunnen bolwerken, dus springen leraars bij. Er staan mensen bij de wc’s om toe te zien dat er niet te veel leerlingen binnen gaan. Er zullen collega’s op de speelplaats surveilleren om social distancing te garanderen. Je hebt mensen nodig die leerlingen bij het binnengaan van de school verplichten om hun handen te ontsmetten enzovoort. Vijfenveertig leerkrachten hebben zich vrijwillig opgegeven. Natuurlijk is er ook wel wat ongerustheid bij hen, maar ik denk dat velen het ook echt beu zijn om thuis te zitten en weer wat meer sociaal contact willen. (lacht)

“De preventieadviseur is ook langs geweest. Hij komt alle scholen van onze scholengroep inspecteren: zijn de lokalen goed ingericht, kan iedereen voldoende afstand houden, zijn er voldoende pictogrammen, zijn alle veiligheidsmiddelen aanwezig? Hij heeft een checklist bij zich en pas als hij zegt dat je kan opengaan, mag het. Goedkoop waren deze maatregelen niet. Handgel, vloertape, gelaatsschermen: dat kost wel wat, zeker als je ziet hoeveel je nodig hebt voor een school als de onze.

“Ik ga blij zijn dat het maandag is. De laatste weken ben ik non-stop bezig geweest met school. Dagen tot één uur 's nachts waren geen uitzondering. Dat heeft dan weer als voordeel dat inslapen geen enkel probleem is.”(lacht)  

Donderdag 14 mei

‘De minister van Onderwijs maakte het me niet makkelijker’

“Communicatie speelt altijd een grote rol, maar in tijden als deze wint ze nog meer aan belang. Je gaat er best heel doordacht mee om. In het begin van de lockdown communiceerde ons team op verschillende tijdstippen en manieren naar de leerlingen: via Smartschool-berichten, via de digitale agenda... We hebben snel aangevoeld dat dit verwarrend was en sturen nu één keer per week een overzicht.

“Ik denk heel goed na over wanneer ik wat aan de collega’s communiceer. Ik doe dat niet dagelijks, want op den duur wordt dit onduidelijk, zeker omdat de informatie zo snel verandert en er vaak moet worden bijgestuurd. Wat helpt, is dat ik eerst alles met het team bespreek via onze vaste videoconferenties en het pas nadien op papier zet.

“De communicatie vanuit de overheid en de minister van Onderwijs maakte het me niet makkelijker. Op bepaalde momenten heeft hij vlug gecommuniceerd zonder dat we zelf als scholen op de hoogte waren. Ik las zaken op demorgen.be waarvan ik nog niets had gehoord, maar dan krijg je wel al meteen vragen van collega’s en ouders. Het is geen sinecure om dan snel en goed te communiceren.

“Het juiste moment vinden om te communiceren is dus een constante afweging. Ik vind het daarnaast ook belangrijk om als directeur altijd de ‘waarom’ toe te lichten: waarom neem je deze beslissing, waarom moet je soms het antwoord nog schuldig blijven? Zelfs als ouders het niet met jou eens zijn, merk ik dat dit wel goed aankomt. En soms moet je ook durven toegeven dat je iets (nog) niet weet.

“Ik merk dat communicatie effectiever wordt als je ruimte voor emotie laat. Je mag gerust zeggen dat je iets betreurt of dat je een beslissing moest nemen die je zelf niet leuk vindt. Ik maakte onlangs een filmpje voor leerlingen om hen een hart onder de riem te steken. Ik was verrast hoeveel positieve reacties daarop zijn gekomen.”

Lieven Coorevits.Beeld Thomas Nolf

Woensdag 13 mei

‘Geef je puber ook nu voldoende vrijheid om wat tegendraads te zijn’

“Ik heb het de vorige dagen al over leerlingen en collega’s gehad, maar nog niet over een andere belangrijke groep: de ouders. Onze leerlingen zijn 14 en ouder en zitten dus volop in hun puberteit. Het is normaal dat ze dan wat meer afstand willen nemen van hun ouders, maar in deze tijden wordt die afstand net weer kleiner, zowel fysiek als emotioneel. Terrein dat al was ‘veroverd’, moeten ze nu weer een stukje afstaan. Ouders moeten enkele meer schoolse taken overnemen en zitten dichter op hun kinderen. Dat heeft zijn voor- en nadelen.

“Bij sommigen is de band met hun kinderen hechter geworden, zo vertellen collega’s en ouders mij. Bij anderen loopt het dan net wat stroever. Soms ga je als ouder te dicht op je kinderen zitten, en dat lijkt me niet goed. Ook al zit je 24 uur bij elkaar, geef je puber ook nu voldoende vrijheid om zaken zelf te plannen en zelfs om wat tegendraads te zijn.

“Ik heb twee zonen, Kasper (15) en Torre (13), en een dochtertje, Hedda (7). Ik mag zeker niet klagen over de situatie bij ons thuis, maar het is niet altijd evident. Ik moet denken aan de memes die je vaak op Facebook ziet passeren, met ouders die hun kinderen bij de schoolpoort uit de auto gooien en uitzinnig van vreugde wegrijden. Ik zie mijn kinderen doodgraag, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. (lacht)

De discussies worden in coronatijden alleen maar banaler, maar helaas niet minder intens. (lacht) Wanneer eten ze? Wat eten ze? Wat doen ze de ganse dag? Ik denk niet dat het gedrag van mijn kinderen veel afwijkt van vroeger, maar nu valt het natuurlijk meer op doordat we het meer zien. Ik ben er gerust in: dat proces van zichzelf losmaken zal zich ook wel binnen dit kleinere speelveld voltrekken. Maar maak de grenzen voor je kind niet nog kleiner dan ze nu al zijn, er moet nog voldoende ruimte zijn om binnen te bewegen.”

Dinsdag 12 mei

‘We moeten ook kijken naar welke kansen deze pandemie voor het onderwijs biedt’

Never waste a good crisis, dus moeten we ook kijken naar welke kansen deze pandemie biedt voor het onderwijs. Positief is dat we grote stappen zetten in de digitalisering. Leerkrachten worden gedwongen om grenzen te verleggen. Er wordt volop met digitale tools gewerkt, bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van online-toetsmateriaal of platformen waar digitaal lesmateriaal beschikbaar is. Of sommige leerkrachten het aan het begin van de lockdown in Keulen hoorden donderen bij al die digitale termen? (lacht) Zo extreem mag je het niet stellen. Ze vertrokken zeker niet van nul, maar voor sommigen was zichzelf opnemen bijvoorbeeld wel een grote stap, ja.

“Ik maak graag de vergelijking met een rollercoaster waar alle collega’s nu op zijn gestapt. De ene vindt die snelheid fantastisch en geniet, de ander is wat angstig en moeten we begeleiden om aan boord te houden. Het is wel leuk om te zien hoe collega’s die eerst wat afwachtend waren nu volledig mee zijn in dat verhaal.

“Het is belangrijk dat we die digitale versnelling nu niet loslaten. Tegen volgend schooljaar moeten we kijken welke onlineplatformen en methodes we gaan vasthouden en zelfs nog meer gaan integreren in onze manier van werken. Daar liggen echt mooie kansen. We moeten daar ook voldoende middelen voor uittrekken. Veel van die tools staan nu gratis ter beschikking, maar dat zal niet zo blijven. Dat kostenplaatje kan snel oplopen. Koppel daar de besparingen in het onderwijs aan en je beseft dat we slimme keuzes zullen moeten maken.

“Of ik dan een grote voorstander ben van de digitalisering van het onderwijs? Zo zwart-wit is het nu ook weer niet. We moeten in het onderwijs nog stappen zetten om het digitale te integreren, maar het sociale aspect van een fysieke schoolomgeving vind ik ook ontzettend belangrijk. Het is voor mij een en-en-verhaal.”

Lieven Coorevits.Beeld Thomas Nolf

Maandag 11 mei

‘De eerste lesdag zal er niet meteen worden gestart met lesgeven’

“Als school wil je een warme school zijn. Dat is de meerwaarde van naar school gaan en daarom kijken de meeste leerlingen er ook naar uit om terug te keren. Het wordt wel een uitdaging om die warme school te blijven doordat ze te allen tijde afstand zullen moeten bewaren. De reeks maatregelen is eindeloos. Eenrichtingsverkeer in de gang. Banken ver genoeg uiteen plaatsen en ze nummeren zodat leerlingen die achteraan zitten eerst naar binnen komen. Zelfs het uitdelen van kopieën moet je echt gaan organiseren.

“Ik kan nog even doorgaan hoor. (lacht) De ramen moeten de hele dag open blijven. Leerlingen hebben een vaste plaats in het lokaal en moeten daar ook eten. Nadien wordt de bank ontsmet. Net als de rest van de school trouwens: elke dag zullen de lokalen, trappen, deuren, klinken… ontsmet worden. Elke leerkracht krijgt een eigen set stiften en een persoonlijk toetsenbord. Het aantal lavabo’s bepaalt hoeveel mensen er tegelijk in de toiletten binnen mogen.

“Leerlingen moeten verplicht een mondmasker dragen. Leerkrachten ook, maar als ze vooraan de klas staan, mogen ze in de plaats een face shield (een transparant masker dat het gezicht beschermt tegen speeksel en druppels, FVD) dragen. Lang lesgeven met een mondmasker is niet evident. Met een face shield wordt het minder warm en zie je ook nog wat mimiek.

“Je krijgt letterlijk en figuurlijk een sterk afgelijnd regime dat een beetje haaks op een school staat. En toch willen we met kleine ingrepen de warmte van altijd blijven geven. De eerste lesdag zal er niet meteen worden gestart met lesgeven. We maken eerst tijd om leerlingen te laten ventileren over hoe ze de voorbije periode zijn doorgekomen. Ook in coronatijden willen we een zo warm mogelijke school zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het fysiek weerzien, zelfs op anderhalve meter, hen en ons deugd zal doen.”

Zondag 10 mei

‘De druk op leerkrachten is al groot en gaat alleen maar toenemen’

“We merken dat onze leerlingen het sociale aspect van naar school gaan heel erg missen. We slagen erin om hen leerstof bij te brengen, maar naar school gaan is veel meer dan dat. ‘Samen leren samenleven’ is de slogan van het GO!, maar hoe pak je op afstand die ‘samen’ en dat ‘samenleven’ aan?

“Vakoverschrijdende competenties aanbrengen is in deze tijden minder evident. Hun rol als burger in de maatschappij leren opnemen, sociale skills verwerven,... daar kunnen we als school nu minder op inzetten. In de media en in de samenleving wordt zoveel nadruk gelegd op wat leerlingen moeten kennen en kunnen. An sich is dat heel belangrijk, zeker ook voor onze school, die studenten voor het hoger onderwijs wil klaarstomen. Toch mogen die andere aspecten voor ons zeker niet wegvallen.

“Ik merk veel enthousiasme bij de collega’s om er opnieuw in te vliegen, maar sommigen maken zich ook wel zorgen: wat zijn de risico’s, hoe gaat dit verlopen? Ook de combinatie van fysiek lesgeven en afstandsonderwijs wordt moeilijk. Klassen van het zesde jaar worden opgesplitst en leerkrachten zullen dus eenzelfde les verschillende keren geven. Daarnaast blijven de afstandslessen voor de andere jaren lopen. De druk op leerkrachten is al groot en gaat alleen maar toenemen doordat ze beide systemen met elkaar moeten combineren.

“Al van bij de start van de lockdown houden we twee keer per week een online-overleg met al onze personeelsleden. Daarin kunnen ze even ventileren en dat is ook het moment waarop ik mogelijke pistes aftoets. Ik merk dat we heel veel steun bij elkaar vinden en zelf vind ik het belangrijk om hen dat luisterend oor te blijven bieden, zelfs (of zeker) op afstand.

“Dit is geen gemakkelijke periode. Leerkrachten mogen en moeten aan zichzelf denken, het is voor hen ook niet evident om alles te bolwerken. Maar weigeren om te komen lesgeven mag niet, neen. Natuurlijk hoeven collega’s die tot een risicogroep behoren niet te komen en houden we rekening met specifieke vragen en situaties.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234