Maandag 21/06/2021

Volgende halte: Irak

De oorlog in Afghanistan is grotendeels achter de rug, maar de 'oorlog tegen het terrorisme' gaat voort. 'In Washington is men het erover eens dat Irak nu aan de beurt komt', zegt Ivo Daalder van het Brookings Institute. Komt er een tweede Golfoorlog? Misschien wel, maar of de Amerikanen daar enig voordeel bij kunnen hebben, is erg twijfelachtig, vindt Tom Ronse.

De oorlogsplannen staan al op papier maar de beslissing is nog niet gevallen. Insiders rapporteren hoog oplopende ruzies in kabinetsvergaderingen die gepaard gaan met schreeuwpartijen en gebonk van vuisten op tafels. Over die discussies is er tamelijk wat bekend omdat beide kampen informatie laten uitlekken in de media in de hoop het debat erdoor te beïnvloeden. Het is het zoveelste debat tussen 'haviken' die een oorlog willen ontketenen en 'duiven' die andere middelen bepleiten, waarbij echter benadrukt wordt dat beide kampen hetzelfde doel nastreven.

Ruwweg gaat het tussen het Pentagon (Defensie) en 'Foggy Bottom' (Buitenlandse Zaken), een klassieke tegenstelling die ook in eerdere regeringen zichtbaar was. Maar volgens strategisch analist John Pike (Globalsecurity.com) was er "nog nooit zo'n extreme polarisatie als vandaag". Toch zijn beide kampen niet scherp afgelijnd. Er is een middengroep (onder wie vice-president Dick Cheney, nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, de voorzitter van de generale staven Richard Myers en tot op zekere hoogte defensieminister Donald Rumsfeld), die nog geen definitief standpunt heeft ingenomen.

De haviken worden vaak het 'Wolfowitz-kabaal' genoemd, naar hun meest uitgesproken woordvoerder, de adjunct-defensieminister Paul Wolfowitz. De kliek omvat topfiguren in het Pentagon (Douglas Feith, J.D. Crouch en Peter Rodman) maar ook adjunct-minister van Buitenlandse Zaken John Bolton. Hun standpunten worden gesteund door de Defensie Policy Board, een adviesorgaan voorgezeten door Richard Perle, die als adjunct-defensieminister onder president Reagan de bijnaam 'Prince of Darkness' verwierf, en diverse rechtse denktanks die behoorlijk wat invloed hebben in regeringskringen. Volgens deze groep zint Saddam Hoessein sedert de Golfoorlog op wraak tegen Amerika. Hij zou al opnieuw beschikken over chemische en biologische wapens, en het zou slechts een kwestie van tijd zijn voor hij nucleaire wapens bezit. Die zou hij zonder aarzelen tegen Amerika en Israël gaan gebruiken. In de ogen van de Wolfowitz-groep vormen Saddam Hoesseins Irak, Al-Qaeda, Hezbollah en Hamas één pot terroristisch nat. Syrië en Iran maken overigens ook deel van de samenzwering, maar die komen later wel aan de beurt.

Voor Amerika is het dus volgens de haviken een kwestie van zelfverdediging om 'het werk van de Golfoorlog af te maken' en Saddam Hoessein voorgoed uit te schakelen. De aanslagen van 11 september hebben Washington 'een mandaat' gegeven om daartoe alle nodige middelen te gebruiken, ongeacht wat de rest van de wereld daarvan vindt. Al in de eerste dagen na de aanslagen zei Wolfowitz dat de oorlog tegen het terrorisme "het beëindigen van staten" zou betekenen. Enkele dagen later hield het Project for the New American Century, een privé-groep wiens ledenlijst grotendeels overlapt met de Defense Policy Board, een conferentie, die een brief stuurde naar president Bush waarin gesteld werd dat, als Saddam Hoessein niet snel omvergeworpen zou worden, dat zou betekenen dat de VS "zich overgeven in de oorlog tegen het terrorisme".

Er was en is echter geen enkel bewijs dat Bagdad iets met de aanslag van 11 september te maken had of zelfs maar contacten had met Al-Qaeda. Er waren ook geen aanwijzingen dat Irak achter het antraxoffensief zat dat kort daarna voor paniek zorgde in Amerika. Dat belette Bolton en andere leden van het Wolfowitz-kabaal niet om in de media te insinueren dat Irak de dader was, een propagandaoffensief dat bleef duren tot het FBI bekendmaakte dat de antraxbrieven hoogst waarschijnlijk verstuurd waren door een Amerikaan die van de sfeer na de aanslag gebruik had gemaakt om voor zijn eigen pervers plezier paniek te zaaien.

Het meest schaamteloos in het beschuldigen van Irak, zowel van de aanslagen van 11 september als de miltvuurbrieven, was wellicht James Woolsey. Die gebruikte daarbij zijn autoriteit als ex-hoofd van de CIA maar geheel belangeloos sprak hij niet: Woolsey verdient de room op zijn taartjes als lobbyist voor het Iraaks Nationaal Congres (INC), de koepel van Iraakse oppositiegroepen. Wolfowitz besloot op eigen houtje om Woolsey naar Groot-Brittannië te sturen om bewijzen te zoeken van banden tussen Irak en Al-Qaeda.

De CIA en het State Department hoorden er pas over toen de Amerikaanse ambassade in Londen berichtte dat ze was opgebeld door de politie van Swansea in Zuid-Wales, die wou weten of die snuffelaar in opdracht van de regering werkte. Dat lekte natuurlijk uit en verwekte enige hilariteit in de pers maar niet in de regering. Wolfowitz' prestige kreeg een deuk en Rumsfeld beval hem dergelijke privé-initiatieven voortaan achterwege te laten.

De onverwacht snelle overwinning in Afghanistan gaf de Wolfowitz-kliek echter opnieuw wind onder de vleugels. De haviken zijn euforisch en stellen dat 'het Afghanistan-recept' ook in Irak kan worden toegepast: neem een ruime portie bombardementen, besprenkel met een flinke scheut special forces, voeg er een offensief van lokale oppositiegroepen aan toe, laat doorkoken op een hoog vuur en voilà: het nieuwe, prowesterse Irak is klaar om opgediend te worden. Volgens de polls is 74 procent van de Amerikanen voorstander van militaire actie om Saddam Hoessein omver te werpen.

De media stoken het vuur aan. "Strike Saddam while the iron is hot", schreef William Safire in de New York Times. "Now on to Baghdad", kopte Michael Barone in US News, er behulpzaam op wijzend dat de winter een ideale periode is voor oorlog in een heet woestijnland. Zelfs progressievere commentatoren zoals Richard Cohen in The Washington Post vervoegden zich bij het koor.

Vele waarnemers hebben al geconcludeerd dat het enkel een kwestie van tijd is voor een nieuwe oorlog tegen Irak begint. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, de architect van de coalitie in de oorlog tegen het terrorisme, die door een oorlog tegen Irak ongetwijfeld zou uiteenvallen, zou steeds meer invloed verliezen. Al voor 11 september werd hij gezien als een eenzame multilaterist in een unilateralitische regering, maar na de aanslagen schoot zijn ster omhoog omdat coalitievorming broodnodig leek. Na de oorlog in Afghanistan lijkt die nood niet meer zo groot voor Washington.

De haviken trekken drie lessen uit de oorlog in Afganistan en ze gaan alledrie in tegen de standpunten van Powell. Eén: air power works. Een luchtoffensief alleen kan vernietigend genoeg zijn om de doorslag te geven in een conflict. Dat zou betekenen dat de zogenaamde 'Powell-doctrine', die de minister van Buitenlandse Zaken formuleerde toen hij voorzitter van de generale staf was onder Bush senior en die inhoudt dat Amerika enkel oorlog voert als het een overweldigende lucht- en landmacht kan inzetten, heeft afgedaan. Powell heeft volgens zijn tegenstanders een overdreven afkeer van risico's die een gevolg zou zijn van de Vietnam-kater die militaire leiders van zijn generatie nog zou plagen. Amerikaanse grondtroepen hoeven niet ten strijde te trekken, zo luidt de redenering, omdat lokale legers de taak van het veroveren en bezetten van gebieden kunnen overnemen. In Irak zouden de Koerden in het noorden en de sjiieten in het zuiden dat varkentje wassen.

Tweede les: al die angst voor revoltes in moslimlanden die prowesterse regimes zouden doen wankelen, is ongegrond. De bombardementen in Afghanistan, tijdens de ramadan nog wel, deden geen opstanden ontstaan en een offensief tegen Irak zou dat evenmin doen. Integendeel: militair succes dwingt ontzag af. Iedereen wil aan de kant van de winnaar staan. Amerika's invloed zou enkel toenemen.

Derde les: internationale coalitievorming hoeft niet. Amerika won de oorlog in Afghanistan grotendeels alleen en kan dat in Irak ook. De waarschuwingen van Vladimir Poetin, Tony Blair en Jacques Chirac tegen een aanval op Irak, kunnen rustig genegeerd worden. "Zij kunnen kiezen", zegt Ivo Daalder, "ofwel steunen ze ons, ofwel gaan ze uit onze weg." Het unilateralisme van Washington dat bij de aanvang van de oorlog in Afghanistan een stap achteruit zette, is weer helemaal terug.

Volgens verscheidene bladen zijn al diverse oorlogsplannen opgesteld. Ze zouden verschillen in de mate waarin ze de inzet van Amerikaanse grondtroepen voorzien, maar verder alle gebaseerd zijn op de combinatie bombardementen, special forces en oppositielegers. Een plan zou al goedgekeurd zijn door Rumsfeld, Myers en Tommy Franks, de bevelhebber van de interventie in Afghanistan. De vaak goed geïnformeerde journalist Seymour Hersh schrijft in The New Yorker dat Teheran akkoord is om de oppositiegroepen vanuit Iran te laten opereren. Het offensief zou vanzelfsprekend beginnen met hevige bombardementen en aanvallen met kruisraketten. In het noorden zouden de Koerden in actie schieten en in het zuiden zouden Basra en de Iraakse olievelden veroverd worden door sjiitische oppositietroepen, geleid door Amerikaanse special forces en bijgestaan door andere Amerikaanse elitetroepen. Bestookt van twee kanten zou het leger van Saddam Hoessein in de tegenaanval moeten gaan en vanuit de lucht verpulverd worden terwijl in het hele land opstanden zouden uitbreken. "Het zou veel gemakkelijker gaan dan de meeste mensen denken", beweert Richard Perle en vele zegedronken Pentagon-planners geven hem gelijk.

Andere bronnen stellen echter dat Powell nog lang niet is uitgeteld. Hij zou nog steeds een beslissende invloed hebben op het buitenlandse beleid en zijn positie, dat een oorlogsactie tegen Irak momenteel meer kwaad zou doen dan goed, zou onderschreven worden door de meeste topfunctionarissen van Buitenlandse Zaken, de CIA, de militaire staf en de Nationale Veiligheidsraad. CIA-leiders bijvoorbeeld ergeren zich naar verluidt blauw over de nonchalance waarmee Wolfowitz en zijn groep de noodzaak van coalities van tafel vegen. "Als we echt het netwerk van Bin Laden willen ontmantelen", zo werd een van hen geciteerd, "dan kun je niet zonder samenwerking met inlichtingendiensten van andere landen. Coalitievorming is onmisbaar."

In de legerleiding is er naar verluidt veel verzet tegen een oorlog op korte termijn, die voor grondactie grotendeels zou steunen op de Iraakse oppositie. De generaals waarschuwen dat Iraks leger tien keer groter is dan het 50.000-koppige Taliban-leger en veel beter bewapend is. Generaal Zinni, die onlangs als gezant van Washington het Israëlisch-Palestijns conflict probeerde in te dijken, schatte eerder dat een succesvolle invasie van Irak de inzet van minstens twee Amerikaanse legerkorpsen, zo'n 150.000 manschappen, zou vereisen, plus het gebruik van dichtbij gelegen luchtmachtbases. In een essay in een militair tijdschrift schreef hij vorig jaar dat een gronoffensief dat zou steunen op lokale Iraakse oppositiekrachten wellicht zou uitlopen op een 'Geitenbaai' (een verwijzing naar de mislukte Varkensbaai-invasie in Cuba).

Het voornaamste obstakel voor militaire actie in de nabije toekomst lijkt te zijn dat bijna niemand in de Amerikaanse regering en strijdkrachten vertrouwen heeft in de Iraakse oppositie. De oppositiekoepel INC wordt geleid door Ahmad Chalabi, die er nauwelijks in slaagt om enige eenheid te bewaren onder oppositiegroepen in ballingschap, en in Irak zelf helemaal geen gezag zou hebben. De voornaamste Koerdische organisaties, de Koerdische Democratische Partij en De Patriottische Unie van Koerdistan, maken nominaal ook deel uit van de INC, maar hebben naar verluidt helemaal geen trek om opnieuw met Saddam in de clinch te gaan. Duizenden Koerden kwamen om in door Washington aangemoedigde opstanden in 1991 en 1996, en de Koerdische leiders vrezen dat het nu wel eens net zo zou kunnen gaan. Intussen hebben ze met Saddam leren leven en de dictator van Bagdad heeft hen grote toegevingen beloofd als ze zijn kant kiezen. Dat heeft er alvast toe geleid dat beide groepen aan Washington gevraagd hebben de 'oorlog tegen het terrorisme' niet naar Irak te brengen.

De militaire experts zijn verder zeer sceptisch over de gevechtsbekwaamheid van de sjiitische rebellen die het offensief in Zuid-Irak zouden moeten uitvoeren. "Binnenskamers staat de regering negatief tegenover de Iraakse oppositie", zo werd een Congresexpert inzake Irak in The Los Angeles Times geciteerd.

Wantrouwen is er ook over het gedrag van de oppositie, zodra Saddam verslagen zou zijn. Generaal Zinni, die tot voor kort bevelhebber was van Central Command, de zone die het Midden-Oosten omvat, getuigde voor een senaatscomité dat na het verdwijnen van Saddam een machtsstrijd kon ontstaan "tussen vijftien, twintig, misschien wel negentig verschillende groepen". Chaos dus. "De kans op een burgeroorlog is groot", zegt een medewerker van Zinni, "Hoe slecht Saddam ook is, een stabiel Irak is beter dan een onstabiel Irak." Vooral door Iraks strategische positie. In een onstabiel Irak zou het noorden zich kunnen afscheuren en een onafhankelijk Koerdistan vormen, wat wellicht een conflict zou doen ontstaan met Turkije. Maar wat Washington nog meer verontrust, is de mogelijkheid dat fundamentalistische sjiieten de macht zouden veroveren in Zuid-Irak. Dat zou het ayatollahregime in Iran doen heropleven, buurlanden met een sjiitische bevolking bedreigen, kortom de hele regio op stelten zetten.

Daarom zouden Powell en zijn medestanders verkiezen om Saddam niet omver te werpen - tenzij het kan door een militaire coup - zolang er geen voor Washington acceptabel alternatief klaar staat. "Liever de duivel die we kennen dan een die we niet kennen", zo vatte een van hen de redenering samen.

Het debat binnen de regering gaat intussen voort. Om hun stelling dat de tijd dringt kracht bij te zetten, laten de haviken geheime informatie in de media lekken over de vooruitgang die Irak zou hebben gemaakt in chemische en biologische wapens. Waarbij er automatisch van uitgegaan wordt dat die bewapening offensief bedoeld is en geen reactie is op de dreiging van een Amerikaanse invasie. Powell vermijdt het om de degens te kruisen met de haviken. Hij laat die taak over aan zijn loyale adjunct-minister Richard Armitage. Die zou volgens insiders zelfverzekerd gezegd hebben dat hij de plannen van de haviken kan blijven blokkeren.

Volgens het Powell-kamp zijn er andere methoden om Bagdad onder druk te zetten dan militaire actie. "Slimme sancties" bijvoorbeeld, die het Irak onmogelijk zouden maken om producten te importeren die zowel voor burgerlijke als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Powell stelde dat al in januari voor, maar Rusland verzette zich tegen een herziening van de lijst van voor Irak verboden producten. Onlangs echter draaien de Russen bij, zodat de Veiligheidsraad van de VN de nieuwe sancties kon goedkeuren. Die zouden de Iraakse bewapeningsplannen dwarsbomen en tegelijk een vrije invoer van voedsel en medicijnen mogelijk maken.

Dat alle opties open blijven voor Washington, bleek uit een recente missie van een Amerikaanse delegatie in Noord-Irak. Die kwam er op aandringen van de haviken en diende om Noord-Irak te polsen met het oog op militaire actie en om de Koerdische leiders te waarschuwen geen akkoordjes te sluiten met Bagdad. Anderzijds mochten er, onder druk van Powell, geen Pentagon-functionarissen in de delegatie.

Al het sabelgekletter maakt Bagdad intussen behoorlijk nerveus. Via diplomatieke kanalen zou Saddam Hoessein zelfs aangeboden hebben om te helpen in de jacht op Al-Qaeda-leden. Hij zou zijn militairen op het hart gedrukt hebben niets te doen dat door de Amerikanen kan worden aangegrepen als aanleiding voor militaire actie. "Hij houdt zich koest", zei een medewerker van Armitage, "en dat op zich is al een vooruitgang."

De Amerikaanse media stoken al wekenlang het vuur aan. 'Now on to Baghdad', kopte 'US News', er behulpzaam op wijzend dat de winter een ideale periode is voor oorlog in een heet woestijnland

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234