Dinsdag 01/12/2020

ReportageReizen

Volg de gids, want Brussel blijft verbazen

Atomium.Beeld Tim Dirven

Verguisd, verwaarloosd en vaak vergeten; Brussel is wel degelijk een bruisende stad. Je moet alleen goed opletten als je de bubbels wil zien.

Als buitenlandse vrienden op bezoek komen om te shoppen, stuur ik ze naar Antwerpen. Niet echt een overtuigende daad van Brussel-liefde, maar het is gewoon makkelijker. Van aan het Centraal Station kan ik een volledig route voor hen uitstippelen die hen vanzelf langs hippe cafés, trendy restaurants en conceptstores brengt. Ze komen altijd enthousiast terug. “Waarom woon je eigenlijk in Brussel?” is de onvermijdelijke vraag.

Tja... Het is een beetje als uitleggen waarom je je hart aan die foute man verloor. Hij kan gevaarlijk, afstandelijk en kil zijn, maar op een mooie dag toont hij hoeveel hij van je houdt en dat gevoel is onbetaalbaar. Sommige steden zijn hondjes en komen je kwispelend tegemoet. Brussel is een poes die zelf beslist of ze zich laat aaien. Soms krijg je een kopje en soms een knauw. U weze verwittigd.

Huis Saint-Cyr van Horta-leerling Gustave Strauven.Beeld Tim Dirven

Art nouveau kijken

Onverzorgd en vuil, slachtoffer van de bouw- en afbraakwoede van het olijke duo Vanden Boeynants – De Pauw, is Brussel niet meteen de mooiste stad. Maar wie bereid is goed te kijken, ontdekt parels. Je vindt hier de eerste en laatste gebouwen van de fin-de-sièclestijl: het Huis Tassel (Paul Emile Jansonstraat 6) dat Horta in 1893 tekende voor zijn vriend Emile Tassel en dat een soort staalkaart is van de Nieuwe Stijl; en het Stocletpaleis (Tervurenlaan 279 - 281) van Joseph Hoffmann, afgewerkt net voor de eerste wereldoorlog, dat de geometrie van de art deco introduceert.

Tussen 1893 en 1914 zijn in Brussel 500 (vijfhonderd!) art-nouveau­huizen neergezet, waarvan er gelukkig nog steeds veel rechtstaan. Een uitstekend startpunt zijn de woonst en het atelier van de meester zelf, het Hortamuseum (Amerikastraat 23 en 25). Wel meer musea werden getekend door Victor en zijn volgelingen. Bezoek het Stripmuseum (Zandstraat 20), Bozar – de dynamische reïncarnatie van het Paleis voor Schone Kunsten (Ravensteinstraat 23) of het Muziekinstrumentenmuseum – ondergebracht in het oude warenhuis Old England (Hofbergstraat 2) en geniet van de tentoonstelling én het gebouw.

Huis Solvay van Victor Horta.Beeld Tim Dirven

Voor een onderdompeling in een authentieke en geleefde art-deco­omgeving maakt u een zijsprongetje naar Ukkel, naar het huis van het bankierspaar David en Alice Van Buuren (Léo Erreralaan 41). Ze woonden heel hun leven in deze mooie villa, op WOII na toen ze vijf jaar lang in een suite in het Plaza Hotel in New York logeerden. Hun huis is spectaculair, op een discrete manier, elk stuk een juweeltje, zelfs de piano die ooit van Eric Satie was. Met een kunstcollectie op hoog niveau (o.a. De val van Icarus van Bruegel) en een schitterende tuin is dit een levend museum dat ik steeds opnieuw graag bezoek.

Imposanter is de Villa Empain (Franklin Rooseveltlaan 67) uit 1931, geheel in Bauhaus-stijl. Louis Empain heeft er niet lang gewoond, en het huis heeft dienstgedaan als school, Duits hoofdkwartier, Sovjet-Russische ambassade (Brussels broodje aap: er waren toen martelkamers in de kelder) en thuisbasis van RTL. Het werd in 2006 gered van het verval door de Boghossian Stichting en is nu een bruisend cultureel centrum met tentoonstellingen, pop-uprestaurants, yogalessen en afterwork drinks.

De Villa Empain, nu de Boghossian Stichting, een parel van art deco.Beeld Tim Dirven

Drank en deco zijn in deze stad makkelijk te combineren: L’Archiduc (Antoine Dansaertstraat 6) serveert jazz en cocktails. Het vaak vergeten L‘Espérance (Finisterraestraat 1), ooit een rendez-voushuis, is ondertussen een taverne annex hotel. Overal ter wereld zou dit vanwege het goed bewaarde art-decointerieur een druk bezochte plaats zijn. In Brussel blijft het een stil geheim.

Dorpjes kijken

Brussel is een verzameling dorpskernen, een grote kast met veel schuifjes waarin je telkens weer iets nieuws ontdekt. De Matongéwijk (Elsenesteenweg, Naamsepoort), ook wel ‘klein Kinshasa’ genoemd, kwam in de jaren 90 vooral in het nieuws door bendegeweld en overlast, maar is nu een kleurrijke en rumoerige buurt met veel kappers, nagelstudio’s, wax-stoffenwinkels, Afrikaanse restaurants en cafés.

Niet ver daarvandaan, rond het Sint-Bonifaasplein, lijkt het dan weer op een vergeten stukje oud Brussel dat er ondanks de trendy restaurants uitziet alsof het onder een stolp werd bewaard. Café Ultime Atome (Sint-Bonifaasstraat 14) is er al meer dan dertig jaar, en de discrete boetiek van Nina Meert (Sint-Bonifaasstraat 1) nog langer.

In de schaduw van het Flagey-gebouw vind je de vijvers van Elsene, een overblijfsel van de Maalbeek die nu ondergronds loopt en vroeger zeven vijvers voedde.Beeld Tim Dirven

En dan even naar het Flageyplein aan de vijvers van Elsene. In de schaduw van de architecturale pakketboot waarin ooit de BRT huisde (Heilig-Kruisplein) bots je op een buste van de dichter Fernando Pessoa, want dit is de Portugese buurt die recent helemaal opleefde. Flagey is nu een cultureel centrum met een boeiend programma, op het plein is zaterdag en zondag een levendige markt met culinaire standjes, en café Belga zit haast altijd eivol.

De modernistische architectuur van het Flagey-gebouw beïnvloedde het hele plein.Beeld Tim Dirven

In de omgeving van het Brugmannplein geven de burgerlijke huizen en het groen je de charme van een petit Paris, met winkels als Cachemire Coton Soie (Franz Merjaystraat 53) waar bcbg in de beste betekenis van het woord regeert. Daartegenover serveert Chez Franz (Hoge-Bruggelaan 30) blues en brunch.

De Koninklijke Sint-Hubertus­galerijen (1847) doen dan weer aan Milaan denken, aan de Galleria Vittorio Emanuele II, en ze waren ook een voorbeeld voor die overdekte winkelgalerij. Hier kocht Verlaine het pistool waarmee hij Rimbaud verwondde. Nu koop je hier vooral pralines (Neuhaus, Marcolini) en handtassen (Longchamp, Delvaux), of logeer je in Hotel des Galeries (Beenhouwersstraat 38), geopend door de Parijse Nadine Flammarion, erfgenaam van de uitgeverij.

Bruin is beter

Brussel is goed in bruine kroegen. Au Daringman (Vlaamsesteenweg 37) werd door de Engelse krant The Guardian uitgeroepen tot ‘Best Belgian Beer Bar’, voor de kleinschaligheid, de goede selectie biersoorten en de gezonde oncommerciële houding.

Chez Franz is een bruine kroeg in de beste Brusselse traditie. Beeld Tim Dirven

Inderdaad, de bazin plakte prompt een bericht op de deur dat je aanwezigheid niet gewenst is als je alleen omwille van dat artikel komt. Café de Laboureur (Vlaamsesteenweg 108), de Roskam (Vlaamsesteenweg 9) en de Monk (Sint-Katelijnestraat 42) zijn van hetzelfde laken een pak: bruin, gezellig en luidruchtig, zoals het hoort.

Net zo Brussels is vishandel-traiteur-foodstall Noordzee (Sint-Katelijneplein 50), die voor het Katelijneplein betekent wat de modepionier Stijl (Antoine Dansaert­straat 74) voor de Dansaertstraat was: de katalysator die de buurt opnieuw in gang zette. Noordzee kreeg ondertussen het gezelschap van beenhouwer Dierendonck (Sint-Katelijnestraat 24), delicatessen Champigros: paddenstoelen, truffels en Belgische producten (Sint-Katelijnestraat 36) en van een van de beste Napolitaanse pizzeria’s: Nona (Sint-Katelijnestraat 19).

Design et Nature levert naar goede Parijse traditie spectaculaire taxidermie.Beeld Tim Dirven

Modern Brussels eten kan in de Vismet (Sint-Katelijneplein 23) of in een van de befaamde restaurants van de Niels-dynastie: Au Vieux Saint Martin (Grote Zavel 38), Au Grand Forestier (Woudmeesterlaan 2), Au Savoy (Brugmannplein 35) of de Canterbury (Renbaanlaan 2).

Niks te doen

Fucking boring. There is literally nothing to do here”, zei Noel Gallagher van Oasis over Brussel tijdens een optreden in de Ancienne Belgique (Anspachlaan 110). Hij beschreef de stad als een verzameling van koekjeswinkels, wafelstalletjes en patisserieën.

Het Sint-Bonifaasplein is een stukje traditioneel Brussel.Beeld Tim Dirven

Wat niet eens zo fout is. De koekjes van Dandoy (Boterstraat 31) zijn misschien niet rock-’n-roll, maar hier vind je wel het originele zachte Brusselse suikerbrood, pain à la grecque; dat niets met Grieken­land te maken heeft maar een vreemde vertaling is van ‘brood van de gracht’, omdat het vroeger door een broederorde op de Wolvengracht werd gebakken. Gallagher is trouwens de chocolade vergeten die je op elke straathoek vindt, bij Marcolini (Grote Zavel 39) bijvoorbeeld, de uitvinder van de boetiekchocolade: kleine porties in prachtige verpakkingen.

Geen doortocht is compleet zonder een bezoek aan het Atomium (Atomium Square), het bekendste overblijfsel van Expo 58, met in een van de glanzende bollen het Art & Design Atomium Museum (Adam), geheel gewijd aan plastic. In de futuristische schaduw van het jarenvijftigicoon staan de Japanse toren en het Chinees paviljoen, samen de Musea van het Verre Oosten (Van Praetlaan 44), in opdracht van Leopold II gebouwd.

Als de fonteinen van de Vismet, officieel de Baksteenkaai, niet werken worden de waterbakken speelpleintjes.Beeld Tim Dirven

Je kan eindigen in cafémonument Le Cirio (Beursstraat 18), geopend door Francesco Cirio uit Turijn – ja, die van de tomatenpuree – als winkel annex degustatiezaal voor zijn opgelegde groenten. Ondertussen serveert men er vooral de typisch Brusselse half en half: een Italiaanse spumante aangevuld met witte wijn uit dezelfde regio, het glas tot aan de rand vol geschonken zodat je moet slurpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234