Dinsdag 30/11/2021

Volg de gids naar het opera-walhalla

Voor operaliefhebbers zijn de zomermaanden niet de meest attractieve. Alhoewel. De Morgen stippelde uit: een reis langs Europa's grootste én intiemste operafestivals. Met als terminus: het walhalla van de operaliefhebber.

In de winter heeft de operaliefhebber in ons land het tamelijk gemakkelijk. De Munt levert hem voorstellingen van wereldniveau en in de Vlaamse Opera kan hij terecht voor een eigenzinnig programma. Conservatieven met niet al te hoge kwaliteitseisen mogen naar Luik. Voor wie nog meer wil, liggen Amsterdam, Keulen, Parijs en waarom zelfs niet Londen vlakbij. Een luxe.

In de zomer daarentegen is het in het binnenland maar droevig gesteld. Behalve enkele privé-initiatieven van twijfelachtig allooi in openlucht is er niet veel te beleven. Maar waarom geen operavakantie? Festivals in heel Europa nodigen uit. Het prijskaartje is soms hoog maar dat mag niet noodzakelijk een beletsel zijn. Werchter en Pukkelpop zijn ook niet bepaald gratis.

Operafestivals zijn soms ook in openlucht maar normaal gezien bieden ze wel zitjes. Het beroemdste openluchtfestival is Verona, waar je in de Romeinse arena naar de grote divo's en diva's kan kijken en luisteren. Er is plaats voor 15.000 toeschouwers, dus intiem is anders. De spektakels zijn navenant: de kaskrakers uit het Italiaanse repertoire (Traviata, Aida, Nabucco, La bohème, volgend jaar ook nog Tosca en Turandot) naast een beetje dito Frans werk (Roméo et Juliette, volgend jaar Carmen) in pompeuze, statische ensceneringen. Er was dit jaar zelfs een Barbier van Sevilla met vuurwerk. Tot 3 september.

Vijftienduizend toeschouwers per avond: dat is ook een enorm toeristisch potentieel. Vele steden proberen daarom het succes van Verona na te spelen. Bekend is bijvoorbeeld het festival (Les Chorégies) van Orange, ook in een Romeins amfitheater. Opnieuw Aida en Turandot, hier aangevuld met Rigoletto. Ook hier beroemde zangers en een spectaculaire maar statische omgeving. Tot 3 augustus. Ooit is er zelfs een poging geweest om de Grote Markt van Mechelen om te toveren tot Verona-van-het-Noorden. Men was slechts drie dingen vergeten: het onbestendige Belgische zomerweer, de boze terrasjesbazen en het feit dat Mechelen in een aanvliegroute van Zaventem ligt.

Hoog scenisch niveau

In het Oostenrijkse Bregenz, waar eveneens een groot openluchtfestival plaatsvindt, heeft men daar geen last van. De horeca verdient een dikke cent aan de zomergasten en water is er in overvloed, aangezien de bühne op het Bodenmeer wordt gebouwd. De decors worden elk jaar spectaculairder, dit jaar is er voor Andrea Chénier van Giordano een gigantische driedimensionale nabootsing van De dood van Marat van David. Het scenische niveau is doorgaans hoger dan in Verona - Robert Carsen was er bijvoorbeeld al te gast. Van alle megaopenluchtfestivals is dit wellicht het interessantste. Daarenboven geeft het ook elk jaar een hedendaags werk, niet op het meer maar in een zaal: dit jaar Achterbahn/Miss Fortune van Judith Weir. Tot 21 augustus.

Er zijn ook intiemere festivals, die niet per se alles in openlucht willen doen. Savonlinna in Finland bijvoorbeeld, waar vaak heel goede, jonge Finse zangers te horen zijn. Finland heeft immers een van de beste muziekopleidingssystemen ter wereld. Of, nog beter, Aix-en-Provence, waar oud-Muntdirecteur Bernard Foccroulle de plak zwaait en het orkest van de Serge Dorny's opera van Lyon, onder leiding van oud-Muntdirigent Kazushi Ono, zijn zomerresidentie heeft. Beide vinden in juli plaats en zijn dus nu al voorbij. Hou zeker het programma voor volgend jaar in de gaten.

Enkele heel intieme nu, en van heel verschillende aard. De Italiaanse stad Pesaro wijdt een festival aan zijn beroemdste zoon, de 'Zwaan van Pesaro', Gioacchino Rossini. Rossini schreef op korte tijd héél veel opera's en het festival wil ook de minst bekende opnieuw opgraven en de bekende in een zo origineel mogelijke vorm laten horen. Daarbij is het de plaats bij uitstek waar jonge belcantozangers ontdekt worden - enkele jaren geleden nog de inmiddels wereldberoemde tenor Juan Diego Flórez. Dit jaar heeft men er als trouvaille Adelaide di Borgogna maar evengoed de in zijn tijd gevierde ernstige opera Mosè in Egitto, in een regie van Graham Vick; de komische opera La scala di seta en het Europese zangerspandemonium Il Viaggio a Reims, dat volgend seizoen ook in de Vlaamse Opera te zien zal zijn. Tot slot de onvermijdelijke Barbier van Sevilla. Tot 23 augustus.

Een ander juweeltje is het festival in het Zweedse Drottningholm, vooral omdat het zich afspeelt in het snoezige 18de-eeuwse hoftheater aldaar, waar zelfs de toneelmachinerie nog authentiek is. Don Giovanni is er compleet thuis (tot 6 augustus). Andere festivals waar barokopera's te zien zijn is dat van Schwetzingen in juni, dat van Innsbruck in augustus (dit jaar met Flavius Bertaridus en Pimpinone van Telemann) en dat van Boston in de VS, waar dit jaar het compleet onbekende Niobe, Regina di Tebe van Agostino Steffani op het programma stond.

We mogen natuurlijk ook de grootste en belangrijkste niet vergeten. München en de Witte Nachten van Sint-Petersburg zijn al voorbij, maar Salzburg is nog in volle gang. Het is niet meer het zinderende gebeuren uit de Mortiertijd, dat toen elk jaar wel goed was voor een artistiek schandaaltje. Aan de publiekszijde heeft, na een opening onder Mortier, het clubje van rijke Duitsers en Europese prominenten het festival weer vast in handen. Niet verwonderlijk met ticketprijzen die tot 500 euro kunnen gaan, iets wat je eerder bij de Grote Prijs van Monaco verwacht.

Dit jaar is een overgangsjaar na het afscheid van Jürgen Flimm als intendant. Het ligt artistiek in handen van de concertdirecteur Markus Hinterhäuser. De blikvanger zijn Mozarts drie Da Ponte-opera's, die door drie verschillende orkesten begeleid zullen worden - tot nu toe waren zij de chasse gardée van de Wiener Philharmoniker - waaronder twee met oude instrumenten: Les Musiciens du Louvre en het Orchestra of the Age of Enlightenment. Een ander hoogtepunt wordt wellicht De zaak Makropulos van Janácek, gedirigeerd door Esa-Pekka Salonen en geregisseerd door Christoph Marthaler.

Salzburg is overigens niet enkel een operafestival, het heeft ook een heel sterke concertprogrammering en toont zowat het beste uit het Duitse teksttheater. Volgend jaar treedt er een nieuwe intendant aan. Alexander Pereira, een telg uit een Oostenrijks adellijk geslacht, aast vanuit Zürich, waar hij de opera leidt, al tientallen jaren op de post en heeft hem nu eindelijk gekregen. Van hem mogen we enerzijds degelijk, maar tamelijk traditioneel werk verwachten en anderzijds een sterkere greep op de zakelijke leiding. Pereira, die uit de bedrijfswereld komt, is een briljant fondsenwerver, die ooit zei dat de belangrijkste taak van een opera-intendant 'Klinken putzen' was - van deur tot deur bedelen dus. Tot 31 augustus.

Ook in het hoogste segment zit uiteraard Bayreuth, waar Wagner wordt gecelebreerd. Ook hier zijn de kaartjes peperduur en daarenboven erg moeilijk te krijgen. Je moet er een publiek bijnemen dat geen enkele kritiek op de Meester toestaat maar wel meent elke poging tot originaliteit te moeten verdoemen - dit jaar bijvoorbeeld bij de openingsvoorstelling Tannhäuser, nochtans intelligent-kritisch doorgelicht door regisseur Sebastian Baumgarten en dirigent Thomas Hengelbrock. Dat neemt niet weg dat er nog altijd bijna nergens in de wereld zo goed Wagner wordt gespeeld als hier. Een beetje zoals Rossini in Pesaro, al is dat voor elke Wagneriaan een blasfemie.

Nec plus ultra

Tot slot mijn persoonlijke favoriet. Het festival van Glyndebourne, in het prachtige glooiende landschap van de South Downs in Sussex, was altijd al het walhalla van de operaliefhebber, vooral vanwege de eigenaardigheid dat je er in de anderhalf uur durende pauze op de gazons van het landgoed kunt picknicken - in avondkledij uiteraard. Een 'Glyndebourne-picknick' geldt als het nec plus ultra van de openluchtmaaltijd. Velen laten hem klaarmaken door de grote Londense delicatessenhuizen maar een beetje aficionado zorgt zelf voor zijn zalmrolletjes, koude parelhoenfilets en aardbeien met room. Drank: vooraf Pimm's, bij het eten uiteraard champagne.

Lange tijd had het festival de reputatie totaal ontoegankelijk te zijn. Er was een wachtlijst om tot de wachtlijst toegelaten te worden en 'goede' Engelse families plachten een plaats op die eerste wachtlijst cadeau te doen bij de geboorte van een nieuwe spruit, samen met de zilveren dooplepel. Sinds de bouw van het zeer mooie, nieuwe - en iets grotere - theater is daar verandering in gekomen. Je kunt zelfs op het internet volgen of er iemand kaartjes heeft teruggegeven. De kwaliteit van de opvoeringen in Glyndebourne is altijd al zeer hoog geweest, mede door de lange repetitietijden. Dat is nog altijd zo, al heb je de laatste jaren de indruk dat er - na een glorietijd met regies van onder anderen Deborah Warner (Don Giovanni, Fidelio) en Peter Sellars (Theodora van Haendel en Idomeneo van Mozart, in een decor van Anish Kapoor) weer bravere ensceneringen aan de beurt zijn (dit jaar is er onder meer een Rinaldo van Haendel door Robert Carsen).

De kaartjes zijn duur, zij het niet zo erg als in Salzburg. De reis kan bezwaarlijk lijken: eerst naar Londen, dan een goed uur met de trein naar Lewes, waar de bus klaarstaat om je naar de voorstelling te brengen. 's Avonds hetzelfde in omgekeerde richting, als je geen B&B hebt gevonden in de omgeving. Maar de ervaring is onvergetelijk, als het weer meezit tenminste. Dames en heren in avondkledij en met picknickmanden op een rammelende Engelse trein, schapen die in de verte op de karige weilanden zijn gedrapeerd, een publiek dat voor de pauze een van de aandachtigste ter wereld is en erna een beetje aangeschoten, voorstellingen van heel hoog niveau in een nagenoeg ideale akoestiek, en dan op het einde de opkomende maan boven de nu in duisternis gehulde tuinen. Geef toe, dat is elke penny waard.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234